|
 |
Met
eerbied voor de kogel naar de top |
 |
| |
GOTENBURG – Tijdens het
gesprek borrelt de vraag op of Rutger Smith (25) nieteen enorme perfectionist
is. Heel even kijkt hij verbaasd op. „Volgens mij isdat inherent aan het
topsporter zijn. Als je niet naar perfectie streeft, hoor je niet in de
topsport thuis“, zegt hij met een glimlach.
Smith
staat voor een geweldige uitdaging. Tijdens dit Europees kampioenschapatletiek
komt hij twee keer in
actie. Eerst gaat hij vandaag de cirkel in voor zijn geliefde nummer,het
kogelstoten. Later in de week is er het discuswerpen. De Groninger uit Gouda
is een van de weinige ‘dubbelaars’ tijdens de werpnummers. „Als ik een
medaille pak bij het kogelstoten en bij het discuswerpen top-8 eindig, dan
draai ik een geweldig toernooi.“
Smith staat met zijn nieuwe
Nederlandse record (21,62 meter) eerste op de
Europese ranglijst van het
kogelstoten. Maar dat is volgens hem geen garantie voor goud. „Ik ga voor een
medaille. Dat is zeker. Maar er zijn in Europa veel goede kogelstoters. We
zijn met vier of vijf deelnemers die voor goud kunnen gaan. Ik ben er één van.
Twee van mijn concurrenten hebben al rond de 21,50 meter gestoten. Het wordt
een momentopname. Als je je dag niet hebt, kun je zomaar vijfde worden. Het is
simpel: ik heb nog niks, sta nog met lege handen. Ik zal mijn stinkende best
moeten doen.“
Al jaren stoot de inwoner
van Gouda ieder jaar een stukje verder. Dit jaar kwam hij in Leiden tot 21,62
meter, het Nederlands record. Bij het discuswerpen is hij niet in het bezit
van het nationale record (dat staat nog altijd op naam van Erik de Bruin met
68,12 meter), maar Smith kwam al eens tot 65,51 meter.
Hij
is sinds vier jaar fulltime atleet. Zijn studie commerciële economie aan de
Randstad Topsportacademie staat op een laag pitje. „Zeker in het
wedstrijdseizoen is die combinatie nauwelijks vol te houden.“
Hij wil zich zeker nog een
aantal jaren op de topsport richten. „Als ik heel blijf en het naar mijn zin
blijf houden.“ Zijn doelen: „Ik streef ernaar om boven de 22 meter uit te komen met de kogel en meer dan
70 meter te gooien met de
discus.“
Progressie zit er volgens
hem nog genoeg in. Als Rutger Smith zijn kogel vanzeven en een kwart kilo
(precies 7265 gram) werpt, lijkt het allemaal zo simpel. Maar iedere beweging
die hij maakt, van het leggen van de kogel in de nek, via de anderhalve draai
om de as en de uiteindelijke worp is bestudeerd en vele duizenden malen
herhaald. Zozeer, dat hij na afloop van een worp precies kan analyseren wat er
goed of fout ging.
Zo zei hij na het
Nederlands kampioenschap in Amsterdam: „Ik knikte te veel in met mijn lichaam,
waardoor ik mijn linkerbeen te laat bij kon trekken.“ En na zijn mislukte
wedstrijd van anderhalve week geleden in Helsinki analyseerde hij: „Het
probleem was daar dat mijn linkerarm te hoog was. Dan kan je draaien tot je
een ons weegt, maar je haalt dan te weinig kracht uit je benen. Een
beginnersfout.“ Over details gesproken. „Mits goed uitgevoerd zien alle
disciplines er makkelijk en mooi uit. We vergeten alleen heel snel hoe veel
training eraan vooraf gaat.“
Het moeilijke bij
kogelstoten en discuswerpen is vooral om de explosiviteit ensnelheid van de
worp te combineren met de noodzakelijke kracht. „Als je te veel klassieke
krachttraining doet, word je zo stijf als een plank. Ik doe dan ook niet
alleen aan bankdrukken (hij drukt meer dan 200 kilo, red.), maar combineer
mijn krachttraining met
sprinten, springen en werpen. Zo ga ik met de butterfly (een instrument om de
borstspieren te trainen, red.) verder naar achter dan mensen in de sportschool
doen. Op die manier strek je ook.“
In de trainingsperiode
(tussen half oktober en half januari) stoot Smith dagelijks 55 tot 65 keer de
kogel. In de wedstrijdperiode komt hij tot 30 é 40 stoten. ’s Winters varieert
de atleet de kogelgewichten tot zo’n 11 kilo. In de zomer tussen
6,5 kilo
en het gewicht van zijn wedstrijdkogel: 7.265 gram.
Overigens stoot Smith
altijd met dezelfde kogel. Die kocht hij ooit in Amerika. Op het gewicht staat
te lezen dat het gebruikt is tijdens de Olympische Spelen
van
Atlanta.
„Daar won
Randy Barnes.“ Met
21,62 meter. De Groninger zou met zijn nationale
record in 1996 dus ex-aequo
olympisch goud hebben gepakt. Maar we zijn inmiddels tien jaar verder.
Smith sjouwt zijn kogel mee
naar iedere wedstrijd. En altijd stoot hij ermee. „Gewoon, omdat het een
lekkere kogel is. Het is mijn instrument.“ Heeft het ding dan ook een naam?
„Nee, zo ver ga ik niet. Maar, ik weet dat het misschien vreemd klinkt, ik
behandel die kogel wel met respect. Ik smijt hem niet zomaar in de hoek.
Nogmaals, dat klinkt vreemd, want zo’n kogel is zwaar, die vernielt dingen, en
kan best wat hebben: maar ik koester hem.“
Smith geldt als een fervent
tegenstander van dopinggebruik. Zijn discipline ligt nogal eens onder vuur.
Vorig jaar, na het WK in Helsinki waar hij het zilver pakte achter de
Amerikaan Adam Nelson en net voor de Duitser Ralf Bartels eindigde, sprak hij
van ‘het schoonste podium ooit’. „Het is waar dat er in het verleden veel
dopingproblemen waren in het kogelstoten. Maar het gebeurt bij ons niet meer
dan in het wielrennen. Het is moeilijk om te zeggen dat er bij ons niet meer
wordt gepakt, maar ik denk dat het wel meevalt.“
Hoe maak je een discipline,
die zich vaak toch wat in de marge van een atletiekmeeting afspeelt,
populairder bij het grote publiek? Ook daar heeft Smith over nagedacht. Er
zijn zelfs al gesprekken geweest om volgend jaar een eerste poging te doen om
het kogelstoten op pleinen in de steden te gaan promoten. „Je heb niet veel
nodig, een paar kuub zand, een afzetting, een draaicirkel en een meetlint. Dan
houdt een aantal kogelstoters ergens in de
middag een demonstratiewedstrijd. In de twee uur ervoor mag het
publiek onder
begeleiding ook wat pogingen wagen. De winnaar van de publiekswedstrijd mag
dan met ons meedoen“, grinnikt ‘De beer uit Leek’.
Net zoiets als vroeger op
de kermis dus. Waar de ongeoefende bokser mocht strijden tegen ‘De sterkste
man van de wereld’. De gemeente Groningen reageerde enthousiast op het plan.
Maar hoe ver kan een ongetrainde, maar toch wel sportieve noviet stoten? Smith
denkt even na. „Met een beetje begeleiding kan je wel tot een metertje of tien
komen. De meeste mensen blijven steken op hooguit zeven meter.“
Bij het discuswerpen ziet
Smith in Nederland één echte concurrent opkomen: Erik Cadee. „Die kan
uitgroeien tot een Europese, misschien wel mondiale topper.“
De smalle top in de
Nederlandse atletiek is hem een doorn in het oog. Want volgens Smith kan
Nederland, waar de grootste mensen van de aarde wonen, veel meer topatleten
voortbrengen. „Helaas is er in Nederland geen atletiekcultuur. Kinderen doen
liever aan andere sporten. Voor het succes van de sport moet je het hebben van
die enkelen, die al hun tijd in de atletiek stoppen, zoals Rens Blom en ik.
Wij streven ernaar om tot de besten van de wereld te horen. We hebben onze
eigen weg gekozen, worden begeleid door coaches die net zo enthousiast zijn
als wij.“
|
|
 |
14-8-2006 /
Wilko Voordouw |
 |
 |
Rutger
zilver op WK
|
 |
| |
Zaterdag
6 augustus 2005 - HELSINKI – Hij moet een jaartje of drie zijn geweest. Peuter
Rutger Smith zat in de huiskamer in het Groningse Leek te kijken naar een
atletiekwedstrijd. „Dat wil ik ook", zei hij tegen zijn verblufte ouders.
Zoals
andere jongetjes brandweerman of piloot willen worden, zo besloot de huidige
Nederlandse recordhouder op het kogelstoten dat hij aan atletiek wilde doen. Een
roeping. „Ik heb me altijd aan dat verhaal gehouden", zegt hij eenvoudig.
En glimlachend: „Ik heb er nog steeds geen spijt van."
Het
duurde nog drie jaar voordat Rutger Smith zich kon aansluiten bij een
atletiekvereniging. En al snel bleek dat hij het beslist niet onaardig deed op
de meerkamp. Vooral in de werpnummers. Zijn grote voorbeeld? „Toen ik nog jong
was heette mijn grote voorbeeld Ben Johnson. Ik geef toe, vandaag is dat niet
het beste idool dat je kan hebben", lacht hij.
Dankzij
„twee geweldige trainers" (Geert Damkat en Joop Tervoort) is Smith de
afgelopen jaren doorgestoten naar de top in zijn sport. Hij verbeterde dit jaar
zijn persoonlijk record bij het discuswerpen (65,51 meter) en twee keer het
Nederlandse record kogelstoten (eerst 21 meter in Mersin, later 21,41 in
Stadskanaal). Hij staat daarmee vierde op de wereldranglijst van dit jaar. Trilt
de concurrentie al? „Ik heb zeker kans op een medaille. Zodra je meer hebt
gestoten dan 70 voet tel je voor de Amerikanen mee."
In
Helsinki zal hij vandaag alleen in actie komen bij het kogelstoten. De
organisatoren van het WK zijn volgens Smith „zo stom geweest" zijn beide
lievelingsnummers op een dag te plannen. „De werpnummers worden
gediscrimineerd. Dat is al jaren zo. En het is stompzinnig als je het WK houdt
in Helsinki, het mekka van de werpsport." De woede op de internationale
bobo’s zal hij positief koelen bij het kogelstoten. „Je perst in minder dan
een seconde alle energie, alle kracht, alles wat je in je lijf hebt, er uit. Om
je daarna weer op te laden voor je volgende poging."
De
‘Beer uit Leek’ (1.97 meter en 125 kilo) is na een dag van stoten en werpen
mentaal helemaal kapot. „Met de fysieke vermoeidheid valt het nog wel
mee", zegt hij vreemd genoeg. „Maar ik ben helemaal stuk. Zo hoort het
ook. Als ik aan het eind van de dag nog een procent energie over heb, dan heb ik
het niet goed gedaan."
|
|
 |
07-08-2005 |
 |
 |
Zuiver
zilver Smith
|
 |
| |
Met
een pijnlijke knie strompelde Rutger Smith gistermiddag naar het erepodium om
zich de zilveren medaille om te laten hangen.
De
Groningse reus liet zich op de WK atletiek door niets en niemand van het
erepodium afhouden. Hij streed in Helsinki tegen fysieke pijn én onwillige
officials. En met de krachtsexplosie waarmee hij de kogel 21,29 meter weg
stootte, rekende hij voorgoed af met zijn mentale problemen.
Alleen
de Amerikaan Adam Nelson kon de Nederlander met een afstand van 21,73
overtreffen. De Duitser Ralf Bartels greep het brons (20,99 m). ,,Dit is het
schoonste podium ooit'', meende Smith (24), de op één na jongste kogelstoter
die een WK-medaille won. ,,Van ons drieën weet ik dat we op een eerlijke manier
bezig zijn.''
Echt
makkelijk was de gang naar het ereschavot niet. De blessure die hij de dag
tevoren had opgelopen, bezorgde hem een stijve knie. ,,Die moet ik de komende
weken ontzien. Maar ik hoop op tijd fit te zijn voor de finale van het
atletiekseizoen in Monaco.''
Hoe
sterk de bijna twee meter lange en 125 kilo zware reus zaterdagavond ook oogde,
nog geen 12 uur eerder zat hij als een angstig vogeltje aan de rand van de
trainingsbaan naast het Olympisch stadion. Petra Langereis, de fysiotherapeute
die nauwelijks tot zijn imposante borstkas reikt, moest hem letterlijk en
figuurlijk overeind helpen.
,,Ik
deed wat loopoefeningen en bij het uitschoppen van mijn been verschoof een pees
in mijn linkerbeen. Ik voelde felle pijnscheuten in de knie en scheet in vier
kleuren'', zo beschreef het slachtoffer treffend zijn stemming. Hij dacht er
serieus over niet te beginnen aan de kwalificatie.
,,Niet
eerder heb ik Rutger zó meegemaakt'', aldus Langereis. Zelf had ze snel door
dat de klacht weliswaar serieus was, maar geen gevaar opleverde. Smith kreeg
massage en een pijnstiller, maar vooral veel opbeurende woordjes en vriendelijke
tikjes tegen zijn stevige, maar al te gespannen lijf. ,,Ga maar stoten,
jongen'', zei Langereis geruststellend.
Dat
deed hij. Bij zijn eerste poging ramde hij de 7,26 kilo zware kogel meteen één
centimeter voorbij de vereiste afstand van 20,25 meter. ,,En dat terwijl de
kogel een beetje weggleed. Het is de mooiste kick die je kunt krijgen. Toen wist
ik al dat ik 's avonds over de 21 meter zou kunnen stoten.''
In
de loop van de dag diende zich een tweede barrière aan die hem dreigde af te
houden van de finale, die om acht uur op het programma stond. De Groninger was,
op eigen verzoek, ook ingeschreven voor het discuswerpen, waarvoor de
kwalificatie bijna drie uur eerder begon. Het was een noodmaatregel. Door het
ongelukkige tijdschema kon hij beide onderdelen niet combineren. Hij koos voor
zijn sterkste discipline, de kogel. Maar als de kwalificatie 's ochtends zou
mislukken, wilde hij 's avonds alsnog de twee kilo zware schijf in handen nemen.
De
reglementen dreigden roet in het eten te gooien. Als Smith niet kwam opdagen bij
het discuswerpen, zou hij wellicht ook niet meer met de kogel in actie mogen
komen. De Nederlandse ploegleiding was al drie dagen bezig uitsluitsel te
krijgen in deze zaak. Die kwam pas op de dag van de wedstrijd. Smith moest per
se eerst discuswerpen, zo bepaalde de WK-organisatie. En als hij zich er af zou
maken met een worpje van een paar meter zou de jury dat niet accepteren.
De
Groninger reageerde tierend en vloekend en dreigde zich helemaal terug te
trekken. Maar terwijl hij 's middags een uurtje lag te rusten, verzon de
ploegleiding een list. Arts Peter Vergouwen rapporteerde dat een atleet met een
knieblessure onmogelijk twee wedstrijden op één avond kan afwerken. En hij
overtuigde de medische staf van de WK-organisatie daarvan.
Smith
liet zijn been intapen, voelde weinig pijn meer en vertrok naar het stadion.
Daar zette hij alle adrenaline die het voorval in zijn lijf had aangemaakt om in
energie. Hij genoot van het Finse publiek. Terwijl hij al in de ring stond
dwaalden zijn ogen even langs de volle tribunes. Met een paar woeste kreten
moedigde hij zichzelf aan. En opnieuw was de eerste stoot beslissend. Smith
voelde meteen dat hij vrijwel zeker was van een medaille.
Bijna
een jaar geleden zat hij na een volledig mislukt optreden bij de Olympische
Spelen in Athene nog in zak en as. Smith kwam toen tot de conclusie dat hij
mentaal vast dreigde te lopen en zocht psychologische hulp. Nog geen 12 maanden
later voelde hij zich met zijn medaille als een kampioen.
|
|
 |
07-08-2005 |
 |
 |
Rutger
zilver op WK!
|
 |
| |
In
een schitterende wedstrijd met maar liefst drie pogingen voorbij de 21
meter heeft kogelstoter Rutger Smith in Helsinki de tweede plaats gepakt
bij de wereldkampioenschappen. Met een regenbui duidelijk zichtbaar in
aantocht gaf Smith zijn concurrenten een schot voor de boeg met een stoot
van 21,29 meter, dertien centimeter onder zijn eigen Nederlands record van
vorige maand. Slechts de Amerikaan Adam Nelson antwoordde met een afstand
van 21,73 meter. Geen van beide atleten overtrof zich nog, maar niemand
anders kwam ook meer in de buurt tot Ralf Bartels (20,99 meter) in zijn
allerlaatste poging het brons nog afpakte van de Oekrainer Belonog
(21,84).
Smith
zette dus bewust meteen alles op alles, maar zelfs trainer Gert Damkat was
verbaasd over de afstand die eruit rolde. 'Je kijkt voor aanwijzingen die
je eventueel nog kunt geven, maar mijn eerste reactie was ?`netjes
gedaan`. Toen ik de afstand zag was het echt even `HUH?`. Vier werpers
later werd Smith echter al gepasseerd door Adam Nelson, die in zijn
persconferentie als allereerste de Nederlander bedankte: 'Zijn worp
zweepte me op', zij de man die na twee keer olympisch zilver en twee keer
WK-zilver zondag eindelijk zijn eerste goud krijgt. 'Rutger kwam hier
duidelijk om het spel mee te spelen en dat was ik ook van plan'. In de
volgende rondes leverde Smith ook nog de derde en de vierde stoot van zijn
carriere af, maar de Amerikaan werd nooit meer bedreigd. Zelfs diens
landgenoot Christian Cantwell (dit jaar toch al 21,67 meter) kwam niet
verder dan 20,87 meter.
In
de tiende editie van het WK is dit pas de vijfde medaille voor Nederland
na Rob Druppers (zilver op de 800 meter in 1983), Erik de Bruin (zilver
met de discus in 1991), Bert van Vlaanderen (brons op de marathon in 1993)
en de estafette 4x100 meter (twee jaar geleden brons in Parijs). Met zijn
24 jaar - en als een na jongste in de finale (!) - heeft Smith bovendien
nog een lange carriere voor de boeg. Op een vraag van NOS Langs de Lijn of
hij met goud op zijn hoogtepunt had moeten stoppen, antwoordde de
laconieke Groninger bijzonder ad rem: 'Nee, nee, nee! Lance Armstrong won
de Tour toch ook zeven keer...'
De prestatie van Smith is eens te meer indrukwekkend omdat hij geblesseerd
(met strakke bandage en met pijnstillers) aan de finale begon. Bij de
warming-up verrekte hij een pees in de knie en overwoog ('ik scheet 'm in
vier kleuren') zelfs even te moeten afhaken. Desondanks (en vrij van de
zenuwen omdat zorg over de knie plotseling centraal stond) kwalificeerde
hij zich met 20,26 meter ook al meteen in een keer. Drievoudig kampioen
John Godina - de laatste maanden kampend met blessures - viel bovendien in
dezelfde voorronde al af.
Hiermee was consternatie echter niet over. De IAAf bleek Smith namelijk te
verplichten om mee te doen aan de kwalificatie discuswerpen. De Groninger
had zich daarvoor ingeschreven voor het onwaarschijnlijke geval dat hij
niet door de kogelstootkwalificatie zou komen. Eerdere verzoeken aan de
IAAF organisatie om duidelijkheid of hij zich anders zou mogen
terugtrekken bleven volgens de Nederlandse teamleiding onbeantwoord,
waarna vrijdagochtend alsnog de mededeling kwam dat Smith perse ('met een
serieuze poging, geen jeu de boules') de discus ter hand moest nemen.
De blessure die Smith in de kogelstootwedstrijd opliep, kwam hem althans
in dit opzicht gunstig uit. Dokter Vergouwen - die met de blessure van
zevenkampster Hoos een drukke ochtend had - legde een officiele verklaring
af dat de dubbele belasting in korte tijd (kwalificatie discuswerpen om
17.20 uur, de finale kogelstoten om 20.00) onverantwoord zou zijn. De
toernooiarts stemde met dat oordeel in, zodat Smith zonder
(diskwalificatie)gevolgen voor de kogelstootfinale het discuswerpen kon
laten schieten. Een ongeluk dus dat achteraf bezien erg gelukkig uitpakte.
|
|
 |
06-08-2005 |
 |
 |
'Ik
wil clean naar 22 meter'
|
 |
| |
In
een razend tempo vond kogelstoter Rutger Smith (23) in 2002 aansluitingbij de
mondiale wereldtop. In 2004 wilde hij in Athene het laatste stapje zetten.
Hoewel fysiek in topvorm ging de Groninger in Olympia mentaal ten onder aan zijn
eigen ambitie. Mét een sportpsycholoog en zónder doelen maakte hij dit seizoen
een nieuwe start.
Een aangename woensdagmiddag in Gouda. De eerste zonnestralen vallen over de
wijk Korte Akkeren en dat is te merken. Kinderen in overvloed op straat en het
veld van voetbalclub ONA (Ontspanning Na Arbeid) is als een mierenhoop van
voetballende jeugd. Op steenworp afstand aanschouwt kogelstoter Rutger Smith het
lentetafereel vanuit zijn woonkamer. De atleet komt bij van een zware
ochtendtraining en stort zich op een ander belangrijk onderdeel van zijn dag:
eten. Smith werkt een flink bord pasta met kipfilet en groente weg. Voor de 1.97
meter lange en 122 kilo zware reus slechts een klein onderdeeltje van zijn
dagelijkse kost. Hoewel hij één van de lichtste kogelstoters uit het circuit
is moet hij aardig wat eten om zijn lichaam in vorm te houden en aan de
energievraag te kunnen voldoen. Smith over zijn dagelijkse menu: 'Ik begin
's ochtends met een shake van 150 gram havermout met biogarde, Roosvicee en
eiwitten. Daarbij eet ik twee mandarijnen en een schijf ananas. Om twaalf uur
weet je inmiddels wat ik eet. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen en een appel.
Om 17.30 uur eet ik rijst met kipfilet en groente. Daarbij eet ik yoghurt als
toetje. Na de krachttraining drink ik een halve liter melk met het supplement
Massive Gainer. Tenslotte drink ik voordat ik naar bed ga weer een
havermoutshake.'
Het gaat goed met Rutger Smith. Ook in het kogelstoten toont de geboren
Groninger zich dit seizoen een veelvraat. Hij overtuigde in maart met zilver op
de EK indoor in Madrid en verbrak vervolgens in het Turkse Mersin het nationale
record van Erik de Bruin. Prestaties die al jaren van Smith verwacht werden,
maar die er door mentale problemen in 2003 en 2004 niet uitkwamen. In 2002
maakte de geblokte atleet de overstap van de junioren naar de senioren en vond
hij aansluiting bij de mondiale subtop. Met de kogel presteerde hij boven
verwachting door als negende op de EK indoor en achtste op de EK outdoor te
eindigen. Toch was het even wennen voor Smith. 'Bij de junioren was ik gewend om
te winnen. Alles ging me heel makkelijk af. Bij de senioren kwam ik ineens in de
middenmoot terecht. Je valt voor je gevoel ver terug. Bovendien ligt de piek van
een kogelstoter tussen je 26ste en 30ste jaar. Ik moet dus nog wat tijd
overbruggen en groeien. Bij discuswerpen ligt die top nog twee jaar later.'
Desondanks hield Smith de stijgende lijn goed vast en was hij hard op weg de
kloof met de top te dichten. Met het goud op de discus en het brons op de kogel
op de WK onder 23 jaar in 2003 vestigde hij zijn naam definitief en leek een
grote prijs alleen nog maar een kwestie van tijd. De WK outdoor in Parijs (2003)
en de Olympische Spelen in Athene (2004) verliepen echter anders dan gepland.
'Ik was in 2002 onbevangen en maakte een grote stap omhoog. Die stijgende lijn
wilde ik vast houden. Ik ging doelen stellen. Het gevoel uit mijn juniorentijd
wilde ik weer ervaren. Ik ging tijdens wedstrijden aan bepaalde afstanden en
posities denken. Bovendien kreeg ik te maken met een stijgend
verwachtingspatroon. Die twee zaken zorgden ervoor dat ik mentaal blokkeerde.'
Olympia
De Spelen vormden een tragisch dieptepunt. Op de heilige grond van Olympia
frustreerde de mentale disbalans de prestatie van Smith. 'Ik was in absolute
topvorm, maar begon eenmaal in de ring te twijfelen. Negatieve gedachten kwamen
op. Ik dacht ineens: ik ga toch niet stranden in de kwalificaties? Ik praatte
mezelf naar beneden en kwam zowel op kogelstoten als discuswerpen op een
teleurstellende veertiende (19.96 m) en zestiende (61.11 m) plaats terecht. Een
harde klap voor Smith. 'Ik heb in 2004 outdoor op de kogel het hele seizoen
boven de 20 meter gegooid. Daar draaide ik mijn hand niet voor om. Alleen op de
grote toernooien ging het mis. Dat bleek: op de Spelen liet ik het helemaal
afweten.' Smith vervolgt zuur: 'Ik heb niet genoten van de Olympische Spelen. We
zaten in Olympia erg ver van het Olympische circus af. De historische
accommodatie gevuld met twaalfduizend mensen was wel erg mooi. Dan baal je
dubbel als je zo slecht presteert.'
'Ik vond kogelstoten even niet meer zo leuk', gaat Smith verder. En dus nam hij
na de Spelen een maand vrij en deed hij alleen wat krachttraining. Begin oktober
pakte hij de draad weer op. 'Ik besefte al vrij snel dat het leven van een
topsporter toch wel heel mooi is. Een belangrijk moment. Ik genoot weer van de
sport. Ik ben nog jong. Ik kan nog genoeg bereiken.' Na het Athene-echec had
Smith echter wel het idee dat er iets moest gebeuren. Hij zocht zijn toevlucht
tot een sportpsycholoog. 'Ik dacht altijd dat ik wel zonder sportpsycholoog kon.
Tijdens de Spelen bleek dat het niet aan kracht of techniek lag. Ik kwam mentaal
tekort. Na het toernooi hakte ik de knoop door en ben ik naar sportpsycholoog
Rico Schuijers in Nijmegen gestapt. Die beslissing had ik misschien eerder
moeten nemen.'
Genieten
De eerste ervaringen van de atleet met Schuijers zijn goed. In de eerste plaats
werd het probleem geanalyseerd. 'Tijdens grote toernooien in het algemeen en de
Olympische Spelen in het bijzonder was ik teveel in mezelf gekeerd. Ik was te
zakelijk en was alleen met het resultaat bezig. Ik sloot mezelf helemaal af en
dat zorgde voor overconcentratie. Ik ben juist iemand die om zich heen moet
kijken. Naar de tribunes, naar de concurrentie. Genieten!' Met deze kennis
gingen Schuijers en Smith aan de slag. 'Rico reikt me vaardigheden aan waarmee
ik mijn zenuwen in bedwang kan houden. Oefeningen om de concentratie onder druk
te verbeteren.' Daarnaast is Smith voorzichtiger in zijn uitspraken in de media
over zijn kansen op wedstrijden. 'Ik kom altijd zelfverzekerd over en ging ferme
uitspraken nooit uit de weg. Welke afstand ik zou gooien en op welke positie ik
zou eindigen. Dat doe ik niet meer. Daar denk je tijdens een wedstrijd ook aan.
Daarom: geen doelen meer. Alleen naar mijn familie en trainers heb ik nog een
grote mond. Zij remmen me wel af als dat nodig is.'
De EK Indoor -in maart van dit jaar- vormden de eerste testcase voor Smith. De
kogelstoter vertrok zonder doelen en verwachtingen naar Madrid en keerde met
zilver huiswaarts. 'Een fantastisch toernooi. Op Olympisch kampioen Yuriy
Bilonog (Oek) na waren alle toppers er. Tussen de grote jongens legde ik beslag
op de tweede plaats.' De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de sessies met
Schuier hun uitwerking niet hebben gemist. 'Tijdens de wedstrijd stond ik er na
twee pogingen niet goed voor. Ik moest 20.10 meter stoten of bij de beste acht
zitten om de finale te halen. Na twee stoten stond ik elfde met 19.46 meter. De
twijfel sloeg eventjes toe, maar met de oefeningen van Rico wist ik mezelf kalm
te krijgen. Ik kwam met 20.46 meter de finale binnen en sleepte met 20.79 meter
de zilveren medaille in de wacht. Het is lekker om de bevestiging te krijgen dat
de sessies bij de sportpsycholoog
helpen. Het zal ook nog wel eens fout gaan, maar het zilver op een EK nemen ze
me niet meer af.'
Een week later in het gastenboek op de internetsite (www.rutgersmith.com)
van Smith een berichtje van Erik de Bruin. 'Ook van mij gefeliciteerd met het
verbeteren van mijn record', luidt de korte maar duidelijke tekst. Dit naar
aanleiding van het tweede succes van Rutger Smith in een week tijd. Op een
wedstrijd in het Turkse Mersin stootte Smith het negentien jaar oude Nederlands
record van De Bruin op de kogel uit de boeken. 'Na het zilver op de EK viel er
een enorme last van mijn schouders. Met het record van Erik was ik eigenlijk
niet bezig. Als sporter word je afgerekend op de prestaties op de grote
toernooien. Daar wil ik altijd goed presteren. In die opzet slaagde ik in
Madrid. Ik heb daar zoveel zelfvertrouwen van gekregen dat ik die 21 meter
stootte en daarmee het Nederlands record met vijf centimeter verbrak. Leuk. Erik
de Bruin is één van de beste mannelijke atleten die we in Nederland hebben
gekend. Een icoon. Het geeft een kick om het record van hem over te nemen.' Met
21 meter achter zijn naam maakte de krachtmens uit Gouda de stap naar de
wereldtop. 'Met die afstand hoor je erbij. Dan sta je in de top tien van de
wereldranglijst. Ter illustratie: met 21 meter zou ik vierde geworden zijn op de
Olympische Spelen. De gouden medaillewinnaar kwam tot 21.16 meter.' Smith blijft
ondanks het slechten van de 21-metergrens voorzichtig. 'Een persoonlijk record
zegt niet alles. Je moet continu in de buurt van de 21 meter stoten -wat ik
vorig jaar met 20 meter had- om in de prijzen te vallen.' Als dat lukt kan hij
zich op de magische 22-metergrens gaan richten. Maar daar denkt Smith voorlopig
nog niet aan. 'Daar heb ik nog een paar jaar voor nodig. Er zijn niet veel
mensen die over de 22 meter hebben gestoten. Als mij dat lukt kom ik meteen de
top twintig aller tijden binnen. De absolute recordhouder is Randy Barnes (VS)
met 23.12 meter. Maar hij is wel twee keer op doping betrapt. Dan krijgt zo'n
record toch een
luchtje. Ik wil graag clean naar de 22 meter.'
Kolossen
Om dat te bewerkstelligen moet Smith sterker worden. In het veld van de kolossen
bij de kogelstoters is de kersverse Nederlands recordhouder een lichtgewicht.
'Discuswerpers hebben hetzelfde postuur als ik. Kogelstoters zijn kleiner en
dikker. Ik ben nog een slappeling bij de kogelstoters. Zeker in vergelijking met
de jongens uit de top twintig van de wereld. Met bankdrukken druk ik nu 190
kilo. De toppers drukken allemaal rond de 240 kilo. Aan de andere kant ben ik
atletisch en technisch sterk. Daar kan ik veel mee compenseren. Ik heb bewezen
dat ik met mijn postuur in de wereldtop kan meedraaien. Dat is goed voor de
sport. Voor jonge atleten die willen kogelstoten heb ik een vooroordeel
weggenomen.'
Aan het eind van het gesprek blikken we vooruit op de rest van het seizoen.
Mooie wedstrijden genoeg. De FBK Games in eigen land. Het WK outdoor in
Helsinki. Een achteloze poging hem een ferme uitspraak danwel een voorspelling
te ontlokken strandt in al zijn schoonheid. Smith heeft het meteen door en wuift
de prognose vriendelijk doch beslist weg. Lachend: 'Geen grote bek meer. Geen
doelen, geen verwachtingen. We zien wel hoe ditseizoen verder verloopt.'
|
|
 |
2005 / Wim
van Eck (Sport International) |
 |
 |
Smith
esthetisch verantwoord naar zilver
|
 |
| |
Binnen
een half jaar vond een mentaal onevenwichtige Rutger Smith
zijn zelfvertrouwen terug. Met zilver op de EK indoor loste de werper zijn grote
belofte in.
'Doelen
heb ik nog wel, maar die houd ik voor mezelf'
Van zijn
ambities heeft Rutger Smith
nooit een geheim gemaakt. Hij wil een van de zeldzame atleten worden die zowel
met kogelstoten als discuswerpen goud wint op de Olympische Spelen.
Toen hij
de status van junior amper was ontgroeid, wist hij die doelen met zoveel
overtuiging uit te spreken en met zoveel zinnige argumenten te omkleden, dat
de toehoorder er nauwelijks aan durfde te twijfelen.
Bij
hemzelf kwam het woord twijfel niet voor in het woordenboek. Daar zei hij te
veel Groningse nuchterheid voor te bezitten. Maar het woord tegenslag was Smith
ook vreemd, net als de wijze om daar mee om te gaan.
Dat brak
hem de afgelopen jaren op. Hij kwam tegen de verwachtingen in niet door de
kwalificaties bij de WK's indoor en buiten van 2003, de WK indoor 2004 en de
Olympische Spelen.
Hij zegt
nu op aanraden van zijn sportpsycholoog wat voorzichtiger te zijn geworden met
het uitspreken van doelen. Althans in de openbaarheid. ,,Doelen heb ik nog
wel, maar die houd ik voor mezelf. Dat ik hier eindelijk bij de senioren heb
laten zien waartoe ik werkelijk in staat ben, vervult me met trots.''
Zijn
ambitie is niet op drijfzand gebouwd. Dat bewees hij als jonge atleet met een
indrukwekkende erelijst. In 1999 werd hij op de EK junioren eerste met kogel
en discus. In 2000 werd hij op de WK junioren eerste met kogel en derde met
discus, en in 2003 op de EK onder 23 jaar eerste met discus en derde met
kogel.
Met zijn
1.97 meter en 122 kilo oogt Rutger Smith
voor een gemiddeld mens als een reus. Temidden van zijn logge
collega-kogelstoters is hij echter de ranke atleet naar wie kenners vergenoegd
kijken.
Waar
anderen hun (over)gewicht paren aan pure kracht, brengt Smith
zijn werptuig met techniek en een soepel draaiend lichaam in beweging. Naast de
triomf die de Groninger zaterdag op zichzelf behaalde, gaf dat aspect van
esthetiek hem groot genoegen. ,,Het klinkt misschien arrogant, maar het is goed
voor het kogelstoten dat ik deze medaille win. Veel mensen zijn daar ook blij
mee, dat hoor ik bijvoorbeeld van andere trainers. Wat ik doe ziet er atletisch
uit.''
Daarbij
kon Smith het psychologische spel met anderen als
volleerd atleet meespelen. De Deen Joachim Olsen (derde op de Spelen) was daarin
nog een maat te groot. Maar de wijze waarop Smith in het
uitverkochte Madrileense sportpaleis de Spaanse favoriet Manuel Martinez
afblufte, maakte indruk.
De
Spanjaarden trokken de trukendoos open. Het publiek werd tijdens Martinez'
beurten tot doodse stilte gemaand. En de stoten zelf werden door een daverend
kanonschot begeleid. Als Smith de ring betrad, schalden
de speaker en de 9500 toeschouwers luid.
Smith
zei zich er niets van te hebben aangetrokken. ,,Als ik Martinez was, had ik ze
nog harder laten schreeuwen.'' Zelf bediende hij zich van een reglementaire
plaagstoot. Hij koos voor zijn zes beurten telkens de kogel van Martinez. De
Spanjaard, meteen na Smith op de startlijst, moest
daardoor telkens wachten tot zijn werktuig terug was.
Belangrijker
dan die vertraging was de zelfverzekerde wijze waarop Smith
de wedstrijd met een hoogwaardige serie naar zijn hand zette. Mede daardoor was
de EK-finale van het hoogste niveau sinds 1987.
In
tegenstelling tot andere wedstrijden was Smith's eerste
stoot meteen raak; de tweede bracht hem op plaats twee. Keerpunt in de wedstrijd
en daarmee mogelijk in zijn carrière was beurt vier. Smith
had Martinez voorbij zien komen en antwoordde met een Nederlands record van
20.79 meter. Toen al kwam de Spanjaard hem complimenteren.
,,Als er
een moment was om twintig hoog te stoten, dan was dat het. Ik kreeg van zijn
prestatie een extra stoot adrenaline. Daarna had ik nog 21 meter willen halen.
Dat had erin gezeten, maar ik was te gretig.''
In 2002
had Smith tijdens de EK in München voor het laatst
voldaan (achtste) op seniorenniveau. Zaterdag bevestigde hij datgene waarvan hij
zelf altijd overtuigd is geweest. Tussen die momenten in bevond hij zich op de
glijdende schaal van mentale onevenwichtigheid. Al voor de Olympische Spelen in
Athene had zijn trainer Gert Damkat zijn twijfels gekregen over de stoerheid van
zijn 'megatalent'.
,,Als
junior kende hij geen tegenslagen en won hij alles'', aldus Damkat. ,,Zo is ook
onze relatie gegroeid. Dat was er een van stoer doen en jij bent mentaal sterk.
Dat ik daarin te lang ben meegegaan, moet ik mezelf verwijten.''
Al vóór
de Spelen had Damkat Smith zover gekregen hulp van een
psycholoog in te roepen. ,,Maar toen ik met iemand kwam, weigerde hij
resoluut.''
Pas
nadat in Athene bij de eerste tegenvallende pogingen de negatieve beelden van
eerder falen in zijn hoofd opdoken, was Smith daartoe
wel bereid. Hij noemde het doemdenken 'een detail met verstrekkende gevolgen'.
Sportpsycholoog Rico Schuijers reikte hem de puzzelstukjes aan. ,,Ik heb ze op
hun plaats gelegd'', aldus Smith.
|
|
 |
door
Rob Velthuis |
 |
 |
Rutger
Smith noemt zilveren plak tijdens EK indoor keerpunt in zijn carrière
|
 |
| |
MADRID, zondag De trots
straalt van het gezicht van Rutger Smith. De ’beer van een vent’ heeft zijn
eerste, grote internationale succes bij het kogelstoten behaald. Dat mag de hele
wereld weten.
Het was zilver dat hij kreeg
omgehangen, maar het voelde als goud. Kogelstoter Rutger Smith voorzag zijn
carrière gisteren van een succesvolle doorstart door bij de EK indoor in Madrid
zijn eerste prijs als senior te pakken. Met een verbetering van zijn Nederlandse
record tot 20,79 meter – in een indrukwekkende serie – bewees hij eindelijk
de kunst van het pieken wel degelijk te verstaan. „Dit smaakt naar meer”,
zei de krachtpatser uit Leek. De mindere jaren die achter hem lagen, leken in
één klap vergeten.
In de finale moest Smith (23)
de Deense favoriet Joachim Olsen, in Athene nog winnaar van olympisch brons, met
een beste jaarprestatie van 21,19 meter voor laten gaan. Maar in de spannende
tweestrijd met de Spaanse thuisfavoriet Manuel Martinez hield Smith zijn zenuwen
als beste in bedwang door op cruciale momenten in de wedstrijd een mentale tik
uit te delen. Het resulteerde uiteindelijk in zijn beste serie ooit (20,05 -
20,51 - 20,50 - 20,79 - 20,78, x ). „Na mijn vierde poging kwam Martinez al
naar me toe om me te complimenteren met mijn stoot. Het was alsof hij zich toen
al had neergelegd bij het brons.” Het zilver van Smith was de beste
Nederlandse prestatie op een internationaal indoortoernooi sinds het zilver van
Marko Koers op de 800 meter bij de EK in Valencia (’98). Voor Smith zelf
betekende zijn optreden in Madrid niet alleen een mijlpaal, maar ook een
keerpunt in zijn carrière. Vrijdag had hij zich – in zijn derde én laatste
poging – met een afstand van 20,46 meter al overtuigend gekwalificeerd voor
die eindstrijd. „Daarna kon het al bijna niet meer stuk”, meende de pupil
van de trainers Gert Damkat en Joop Tervoort. Het was alsof hij een drempel was
overgestapt.
Immers, de afgelopen
seizoenen sneuvelde de voormalige Europees- en wereldkampioen bij de junioren
steevast in de kwalificaties. Zijn ergste dieptepunt beleefde hij vorige zomer
in Athene. Uitgerekend in het klassieke decor van het oude Olympia, waar hij zo
graag had willen schitteren, bleef hij wederom ver onder zijn normale niveau.
Smith besloot na dat echec de hulp van sportpsycholoog Rico Schuijers in te
roepen.
In Madrid genoot hij juist
zichtbaar van de entourage in het volgepakte Palacia de Deportes en putte hij
juist extra kracht uit de steun die zijn voornaamste rivaal Martinez van speaker
en publiek ontving. Bij zijn laatste poging, toen hij al verzekerd was van het
zilver, had Smith de 21-metergrens willen doorbreken. Hij slaagde niet in die
opzet, maar het mocht na afloop de pret niet drukken. „Ik voelde dat ik de
vorm had om in ieder geval bij die 21 meter in de buurt te komen, maar ik was te
gretig”, zei Smith. Om er direct aan toe te voegen dat er nog meer kansen
komen om grenzen te verleggen. Volgend weekend doet hij alweer mee aan de
European Winter Throwing Cup in het Turkse Mersin. „Maar het zal me nu even
worst zijn als ik daar niet verder stoot dan achttien meter.” De geboren
Groninger noemde zijn zilveren plak gisteravond een opstap naar het grotere
werk. Voortaan wil hij zich ook op de grote buitentoernooien laten gelden, te
beginnen komende zomer bij de WK in Helsinki. Van een gebrek aan zelfvertrouwen
heeft Smith nog nooit last gehad. „Ik ben één van de grootste talenten ter
wereld. Ik denk dat ik in staat ben om ‘clean’ 22 meter te stoten”, aldus
Smith, die het ook „goed voor de sport” noemde dat hij tussen twee massieve,
zwaarwegende kolossen als Olsen en Martinez op het podium kon plaatsnemen. „Ik
ben veel atletischer gebouwd. Dat is esthetisch een mooier plaatje.”
|
|
 |
06-03-2005 / Telegraaf
door Frank Woestenburg |
 |
 |
Rutger
Smith geniet weer van de kogel
|
 |
| |
Rutger Smith heeft het
plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor voor de zesde
maal de nationale titel op zijn naam.
Hij kon het zich niet eens
meer herinneren, zolang was het al geleden dat Rutger Smith had genoten van een
wedstrijd. Gisteren was het goede gevoel er weer tijdens de NK-indoor, waar hij
voor de zesde maal de titel bij het kogelstoten voor zich opeiste. Met een worp
van 20,23 meter toonde de 23-jarige Groninger vormbehoud voor deelname aan de
EK-indoor begin maart in Madrid. „Eindelijk is het plezier weer terug”, zei
Smith opgelucht.
De Nederlander kon na lange
tijd weer eens lachen. Eindelijk lijkt hij grotendeels genezen van de kwaal die
hem tijdens de WK in Boedapest en de Olympische Spelen van 2004 in zijn greep
had. „Ik verkrampte volledig op die evenementen. Ik kon alleen in de afstanden
denken die ik wilde gooien en aan klasseringen die ik moest halen. Dat heeft me
het plezier ontnomen in de sport. Achteraf gezien is het heel jammer, want de
Olympische Spelen zijn natuurlijk prachtig, maar door de prestatiedruk vond ik
er geen donder aan”, aldus Smith, die zowel op de WK als de Spelen ondermaats
presteerde met een veertiende plaats.
Bij thuiskomst uit Athene
smeet hij de kogel en ook de discus in de hoek van de kamer, om die een maand
onaangeroerd te laten. Inmiddels heeft hij het medicijn voor zijn probleem
gevonden in een sportpsycholoog. „Zelf had ik het idee dat het zo niet langer
kon, maar ook mensen uit mijn omgeving hebben me het aangeraden. Voor mij is het
belangrijkste dat ik de wedstrijden blanco inga. Mijn prestatie, maar
voornamelijk mijn gevoel over vandaag stemt mij positief. Maar ik ben er nog
lang niet”, vertelde Smith, die donders goed weet dat de tussenbalans over
twee weken in Madrid wordt opgemaakt.
„Dat EK zou je kunnen
beschouwen als een tentamen. Het is afwachten of ik daar een voldoende voor
haal, net zoals in de WK die gaan komen. Wat er ook gebeurt, voorlopig blijf ik
nog wel de sessies volgen bij mijn psycholoog. Het is toch een leerproces dat
zijn tijd nodig heeft. Op die manier werk ik toe naar de Spelen van Peking in
2008, want dat beschouw ik als het grote examen van mijn therapie.” Rutger
Smith heeft het plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor
voor de zesde maal de nationale titel op zijn naam.
|
|
 |
20-02-2005 / Telegraafdoor
Hans Ruggenberg |
 |
 |
'Het
voelde alsof ik me tegenover heel Nederland belachelijk had gemaakt'
|
 |
| |
In 2004 werd veel gewonnen
en nog meer verloren. Succes beklijft, de rest wordt vergeten. Alleen in het
hoofd van de verliezer leeft de nederlaag voort. Vandaag: Rutger
Smith, de kogelstoter die na zijn deceptie bij de Spelen
op zoek ging naar een psycholoog.
Hij had
zich er zo ontzettend veel van voorgesteld. Meedoen aan de Olympische Spelen in
Griekenland was al een enorme belevenis, maar hij had als kogelstoter ook nog
eens het voorrecht zijn wedstrijd af te werken op de bijna heilige grond van
Olympia, de bakermat van de klassieke Olympische Spelen.
Rutger
Smith was in vorm, daaraan kon het die dag niet liggen.
Gretig en zelfverzekerd was hij, en bovendien was zijn gevoel goed. Niettemin
ging het volledig mis. Verder dan de ontgoochelende veertiende plaats kwam hij
niet. Af door de zijdeur, met een enorme kater.
Bij het
discuswerpen overkwam hem hetzelfde. Met de zeventiende plaats in de
kwalificaties bleef de deur naar het werkelijke strijdtoneel gesloten.
'Ik
voelde me vreselijk, ik had het gevoel alsof ik me tegenover heel Nederland
belachelijk had gemaakt. Ik had gefaald, want juist in de aanloop naar de Spelen
had ik aangetoond dat ik in het veld van internationale toppers geen piepeltje
meer was.
'Maar ik
blokkeerde en wist dat ik de verklaring daarvoor bij mezelf moest zoeken.
Niemand anders dan ikzelf had schuld. Mijn twijfels, mijn negatieve gevoelens,
hadden me parten gespeeld.'
Het was
hem al eerder overkomen dat hij aan zichzelf begon te twijfelen. Hij merkte het
nu weer, eerst in Olympia en later in de Griekse hoofdstad. Zijn eerste stoot
viel erg tegen. 'Het zal me toch niet weer overkomen, net als in Parijs?', vroeg
hij zich af, denkend aan een eerder debâcle dat hem lang was blijven
achtervolgen.
Volledig
verfomfaaid richtte de Groningse reus zich na zijn deceptie op en sprak stoere
taal. 'Als ik thuis kom zal ik meteen in het telefoonboek op zoek gaan naar het
telefoonnummer van een psycholoog. Dat moet er nu maar eens van komen', had hij
gezegd.
Hij
wist, alleen mentale steun kon hem door zijn depressie helpen. Met zijn 1.97
meter en 120 kilo mocht hij er sterk uitzien, de geest schoot tekort als hij het
gevoel had dat hij in de etalage van de hele wereld records moest verbeteren om
in aanmerking te komen voor een medaille.
Vier
maanden later zegt Smith: 'Ik heb altijd gedacht: daar
ben ik te nuchter voor, ik heb geen psychologische ondersteuning nodig. Maar
achteraf vind ik dat naïef. Als al mijn concurrenten er gebruik van maken,
waarom ik dan niet?'
Hij kwam
terecht bij de in sportkringen bekende sportpsycholoog Rico Schuijers in
Nijmegen. 'Wat moet ik ervan zeggen, ik weet pas of het helpt als ik weer onder
grote druk topprestaties moet leveren.'
De
grootste ergernis is nu wel voorbij. 'In Athene heb ik geweldig lopen balen. Ik
had nergens meer zin in en heb vervolgens ook in Nederland nog een maand
gelanterfant. Maar op 1 oktober heb ik de training hervat. Ik ben 23 jaar, en
het klinkt afgezaagd, maar ik heb nog een hele carrière voor me.
'Hoe
sterk je fysiek ook bent, als je geestelijk niet in balans bent, lukt het nooit
om kampioen te worden. Dat is de belangrijkste les geweest.'
En dat
is wat hij wil: grote toernooien op zijn naam schrijven en de grenzen van zijn
prestaties verschuiven. Volgend jaar wil hij de kogel verder dan 21 meter stoten
en met een persoonlijk record van 20.94 meter is hij die barrière al dicht
genaderd. Zijn ambities hebben niet geleden onder de rampspoed die op Griekse
bodem over hem werd uitgestort.
'Integendeel.
Ik voel me zelfs geprikkeld, opgejaagd om het nu beter te doen . Ik heb me wel
afgevraagd of het inderdaad verstandig is om je over een heel jaar zo te
focussen op een paar wedstrijden.
'Mijn
beste vorm heb ik het afgelopen jaar laten zien bij wedstrijden in Leiden, waar
ik de kogel naar 20.94 meter heb gestoten. Had ik toen meteen weer in
wedstrijden moeten uitkomen om het Nederlands record te verbeteren?
'Als je
in vorm bent moet je eigenlijk direct weer aan de bak. Maar tegelijkertijd weet
je ook dat je wordt afgerekend op je prestaties bij de grote kampioenschappen.
Met behulp van mijn mentale begeleider gaat het lukken, daarvan ben ik zeker.
Dat verkrampte moet weg, en worden ingeruild voor lichamelijke en geestelijke
souplesse.
'Ik woon
nu met mijn vriendin in Gouda en heb daar betere trainingsgelegenheden dan in
Groningen. Bovendien heb ik mijn studie aan de Randstad Topsport Academie weer
opgepakt. Al met al durf ik wel te zeggen dat ik al mijn negatieve ervaringen
heb omgezet in positieve vooruitzichten. Ik heb opnieuw geïnvesteerd, het wordt
tijd om te oogsten.'
|
|
 |
de
Volkskrant / Poul Annema |
 |
 |
'Kogelstoten ondergeschoven kind van
atletiek'
|
 |
| |
Leekster reus Rutger Smith
hoopt in klassieke olympische arena op meer erkenning.
In het krachthonk op de
atletiekbaan werkt Rutger Smith zich in het zweet. De temperatuur is binnen
draaglijker dan buiten omdat zo vroeg op de dag het krachthonk nog in de schaduw
ligt. Maar Smith is de warmte niet ontvlucht, het is gewoon vanwege zijn rooster
dat hij binnen bezig is. Bovendien zegt hij is het in Athene straks een stuk
warmer.,dus dit is wel even goed zo. ‘Kan ik alvast een beetje wennen.’
In
meer dan een opzicht zal het wennen worden voor Smith. De 23-jarige
kogelstoter/discuswerper uit Leek staat in Athene voor zijn eerste Olympische
Spelen. Dus zal dat, vermoedt hij, toch wel een heel aparte ervaring worden.
‘Als klein jongetje is dat iets waar je naar uitkijkt, waarvan je denkt goh,
het zou mooi zijn als ik daar ooit aan mee mag doen. Het begint nu ook echt te
komen, het begint te kriebelen, het gevoel dat ik erbij ben. Het is als sporter
toch het hoogste wat je kan bereiken. Ik heb op internet al foto’s gezien van
het olympisch dorp, dan denk je: daar loop ik straks ook. Maar eerlijk gezegd
zie ik me straks toch vooral in de ring staan.’
Smith doelt vooral op de
werpring van de kogel, de discipline waarvoor hij zich ( in tegenstelling tot de
discus) plaatste dankzij het halen van de A-limiet. Want alleen voor de
kogelstoters heeft de organisatie het eeuwenoude Olympische stadion in Olympia
opengesteld.’Dat vind ik wel mooi’, zegt Smith, ‘dat de kogelstoters daar
mogen staan. Dat is toch een stukje historie, Olympia, daar is het ooit
begonnen, een paar honderd jaar voor Christus. Ik vind het ook wel goed voor het
kogelstoten, dat is toch vaak een ondergeschoven kindje in de atletiek, krijgt
weinig aandacht op de TV. Dat vind ik onterecht, want de prestaties die de
kogelstoters leveren zijn niks minder dan die op de loopnummers. Meestal sta je
er niet bij stil dat het kogelstoten zo weinig aandacht krijgt, maar mij begon
het in de jaren negentig wel op te vallen. Dat de finale van de kogel helemaal
niet in beeld komt, omdat er ook een tien
kilometer wordt gelopen. Dat is echt onterecht, want ondertussen wordt er op de
kogel wel om de medailles gestreden. Nu we straks in Olympia staan, ga ik er van
uit dat we meer aandacht zullen krijgen.
Meedoen
Smith heeft vooral voor de
kogel zijn doel duidelijk gesteld: hij wil de kwalificatie overleven, de finale
halen. Dat betekent dat hij na drie stoten bij de twaalf besten moet zitten. ´Daar
wil ik voor gaan, dat is mijn doel. Meedoen alleen, dat is het niet voor mij.
´´Meedoen is belangrijker dan winnen´´, die leuze, die is volgens mij al
lang achterhaald. Ik wil in de finale staan, tussen de wereldtop. En in de
finale wil ik voor de 21 meter gaan, het nationale record van de bruin
verbeteren. Ik zeg niet dat me dat gaat lukken, maar het is wel een realistisch
doel.´
Na de kogel op 18 augustus
wacht drie dagen later de discus. Smith plaatste zich via de B/limiet, op zich
ongebruikelijk, maar NOC*NSF sprak het vertrouwen uit in Smith en dus kwam er
een tweede startbewijs. ´De discus wordt anders dan de kogel, daar zijn er meer
beter dan ik, sta ik minder hoog op de wereldranglijst. Maar ik kan de finale
halen. Op de WK vorig jaar was 63half goed genoeg voor de laatste twaalf, nou,
die afstand kan ik halen.´
De warmte zal hoe dan ook een
rol gaan spelen, denkt Smith. Meer op de kogel dan op de discus. ´Je moet fit
zijn, om te overleven. Ik ben fit, heb geen lichaamsvet, maar als je wat forser
gebouwd bent, wel wat meer lichaamsvet hebt, kan je problemen krijgen met de
warmte. En het zijn toch vooral de kogelstoters die wat extra kilo´s hebben.
Bij de discuswerpers heb je dat bijna niet. Daarom ligt er voor mij toch een
voordeel op de kogel.´
|
|
 |
DVHN / Paul Bosman |
 |
 |
Rutger Smith op weg naar de Olympus
|
 |
| |
LEEK
– Eind vorige week kon Rutger Smith met toch wel een gevoel van opluchting
z’n ouderlijk huis aan de Ommelandenstraat achter zich laten om z’n
sportieve reis naar Athene, waar het allemaal moet gebeuren, te aanvaarden. De
laatste dagen waren nogal hectisch verlopen, omdat diverse media, waaronder TV
Noord, zich bij het krachtmens meldden, om nog even te converseren over z’n
verwachtingen bij zowel het kogelstoten als discuswerpen op Olympisch niveau.
Een half uur, voordat hij zich richting
Beverwijk begeeft naar zijn vriendin, heeft Smith nog even tijd voor een korte
babbel. “Zaterdag vliegen we naar Italië met een deel van de Nederlandse
atletiekploeg, waar we een soort trainingskamp beleggen. Wij hopen daar de rust
te vinden om ons daar optimaal voor te bereiden en hopen daarbij niet al te zeer
lastig te worden gevallen door de media. De opening van de Spelen zal ik
trouwens niet meemaken, want ik wil me volledig concentreren op het onderdeel
kogelstoten, dat op woensdag 18 augustus op het programma staat. De
kwalificaties beginnen om 9.00 uur en dan zal ik moeten proberen me bij de beste
12 voor de finale te plaatsen. Op de wereldranglijst sta ik nu nummer 10, dus de
mogelijkheden zijn er. Maar ik ben me ervan bewust, dat de concurrentie ook op
scherp zal staan. Ik moet vooral proberen bij mijn eerste worpen voldoende
agressiviteit aan de dag te leggen. De finale is trouwens diezelfde middag/avond,
waarbij het heel speciaal is, dat het Kogelstoten wordt afgewerkt in een
speciale arena op de berg Olympus. Ooit werden daar historische wedstrijden
gehouden en in dat kader is bedacht om daar de Olympische strijd weer eens aan
te gaan. Heel uniek natuurlijk en het is ook heel bijzonder, dat ik dat allemaal
ga meemaken!”
Zoals het eigenlijk ook heel uniek is, dat twee Leekster atleten – naast Smith
zal namelijk ook sprintster Jacqueline Poelman in actie komen op de estafette 4
x 100 m. – aan deze Zomerspelen zullen meedoen.
|
|
 |
De Krant / Ben Boers |
 |
 |
Tonnen tillen telt
|
 |
| |
Als we atleet Rutger
Smith zwetend en zichzelf oppeppend aantreffen in het
krachthonk van het Groningse Stadspark, vinden wij hem een superman. Nederlands
beste kogelstoter en discuswerper is lang, 1.97 meter, hij bezit een fraai
gestileerd torso, weegt 122, soms 123 kilo en is snel op de benen.
Zulke atleten tref je niet
elke dag. 'Mwah', zegt de nuchtere Smith, 'valt wel
mee.' Hij bedoelt: valt wel tegen. 'Van de wereldtop ben ik de slapste.'
Zijn trainer Gert Damkat
vertelt over de beste kogelstoter van dit moment, de Brit Christian Cantwell.
Die is 1.98 en weegt 145 kilo. 'Dat is iemand met een bijzettafeltje. Cantwell
heeft zo'n enorme borstkas. Hij kan 280 kilo bankdrukken. Rutger
haalt 180.'Er is nog heel wat terrein te winnen voor de nummer zeven van de
wereldranglijst. Damkat: 'Een beetje stoter weegt 130 kilo. Rutger
mag wel wat zwaarder worden. Het gaat bij de werpnummers toch om de
natuurkundige wet: massa maal versnelling.'
Smith
heeft zijn kilo's gewonnen door zijn aanleg ('mijn vader is ook een grote man),
door stevig te eten en door jaren achtereen in het kracht honk door te
brengen. 'Ik vind dat prachtig, dat krachttrainen. De spieren op spanning,
lekkerder is er niet. Ik loop na zo'n krachttraining niet eens uit, doe geen
cooling-down. Het gaat mij erom dat prettige gevoel te houden.'
Op zijn vijftiende,
zestiende mocht Rutger Smith
voor het eerst 'aan het ijzer'. 'Je bent dan nog in de groei. Je moet heel
rustig beginnen met die halters.'Hij was nog een slungel, oogde eerder als een
talentvolle volleyballer dan een allround atleet. Hij was 1.95 meter lang en
maar 72 kilo zwaar. Hij had de ziekte van Osgood-Schlatter gehad. Hij kreeg last
van groeipijnen.Opeens, rond zijn zestiende , begon Smith
flink te groeien. 'Ik werd in een jaar 32 kilo zwaarder, het ging van 72 naar
104. Op mijn achttiende brak ik door. Was ik al 110. Nu ben ik 23, en 122
zwaar.'
Damkat: `Rutger
kwam eens terug van een trainingskamp op Lanzarote. Was hij een beetje
afgevallen. Nog maar 111 kilo. Dat kon echt niet. We zijn hem meteen weer
zwaarder gaan maken.'
Bij de krachttraining
gebruikt Smith een supplement uit een plastic trommel,
met de vermelding Weight Gain (gewichttoename). Het is Biolina. Niks
geheimzinnigs, volgens Smith en Damkat. De voeding
luistert nauw bij de hoeveelheid ijzer die de atleet wegwerkt.Damkat: 'Vorig
jaar was hij bij de WK in Parijs 126 kilo. Hij was niet fit. Hij had zelfs een
beetje een zwembandje.'
Smith
heeft deze dag in juli last van een lichte rugblessure en is iets voorzichtiger
met zijn gewichttraining. Normaal zet hij 4000 kilo per training weg. Hij kiest
niet voor massaal of massief tillen. Hij kiest voor snel tillen. Kniebuigen
(squatten) kan hij met 265 kilo. Het gaat vandaag van 140 via 160, 180 naar
205.Bij het trekken, het in één keer boven het hoofd brengen van de halter van
maximaal 125 kilo, blijkt de enorme snelheid van Smith.
Hij stoot klanken uit en zwiept het ijzer omhoog.
Smith:
'De benen, de armen, de hele strekketen wordt op deze manier in één keer
getraind. Trekken is nodig om mijn explosiviteit te trainen. Kogel en discus
zijn explosieve nummers. Explosiviteit is dan ook mijn kracht. Ik kan heel goed
heel snel gewicht verplaatsen. Op die kwaliteit verkeer ik in de wereldtop.'
Damkat: 'Het principe van
de kogel- en de discusnummers luidt dat je in heel korte tijd optimale kracht
moet uitoefenen. Kracht is niet alleen halters tillen. Zoals sterker worden niet
alleen komt door krachttraining te doen, maar soms ook door slim aan kracht te
doen.'
Kracht lijkt 'alles' in
deze technische nummers van de atletiek.Smith: 'Kracht
is heel erg belangrijk. Je moet het gewoon doen als je verder wilt komen. Zonder
kun je niet. Op techniek kun je aardige progressie maken, maar op een gegeven
moment, rond je vijftiende, kom je niet verder meer zonder kracht.'
|
|
 |
- de Volkskrant - |
 |
 |
Nelli
Cooman in brons voor Rutger Smith
|
 |
| |
De
Nelli Cooman Games waren voor de kogelstoters een voorproefje van wat hun
tijdens de Olympische Spelen in Athene te wachten staat. Daar laten ze hun
kunsten zien in een arena die plaats biedt aan 15.000 toeschouwers. Ook in
Stadskanaal konden de verrichtingen van de krachtpatsers van dichtbij worden
gevolgd. Om de kogelring op het middenterrein waren namelijk hekken geplaatst
en daarachter kon het publiek, dat de deelnemers onder begeleiding van een
muziekje kreeg voorgesteld, plaatsnemen. Normaal gesproken blijven de
toeschouwers tijdens een baanatletiekwedstrijd buiten het middenterrein.
Rutger Smith
was vooraf al vol lof over deze unieke aanpak geweest, want kogelstoten dicht
bij het publiek ligt hem. Naast atleet is Smith ook showman. Voor, tijdens en
na zijn stoten kreeg hij de handen van de vele toeschouwers dan ook moeiteloos
op elkaar. Smith genoot er zichtbaar van. "Geweldig dat het publiek zo
nabij is. In Athene gaat het ook zo. Je wordt gretig. De adrenaline gaat
stromen."
Dagprijs
Smith kwam op
sportpark Pagedal tot een winnende afstand van 20.64 meter. Dit resultaat was
eveneens goed voor de dagprijs, de Bronzen Nelli Cooman. De 22-jarige fulltime
atleet was zichtbaar gelukkig met deze afstand. "Maandag, dinsdag en
woensdag was ik ziek. Een verkoudheid opgelopen in het vliegtuig dat ons na
afloop van de Europacuplandenwedstrijd in Polen terugvloog naar Nederland. Het
was koud in dat vliegtuig. De afgelopen week had ik dan ook maar twee keer
getraind: een keer kracht en een keer kogel. Tijdens het instoten ging de
kogel al over de 20 meter en dat bracht vertrouwen. Het ging technisch
redelijk, hoewel ik vorige week slechts een keer het kogelstoten had getraind.
Ik heb constant gestoten, want de kogel kwam vier keer over de 20 meter.
Hiermee ben ik tevreden."
Smith, die
onlangs in Leiden het Nederlands record van Erik de Bruin uit 1986 tot op een
centimeter benaderde, keek ook nog even vooruit. "In Athene moet ik er
helemaal klaar voor zijn en daar moet het nationaal record sneuvelen. Ik heb
er alle vertrouwen in dat ik in Athene ook meedoe aan het discuswerpen."
De Nederlandse eis voor deelname aan dit onderdeel is 64.60 meter. Smith kwam
dit jaar tot 63.79 meter bij een persoonlijk record uit 2002 van 64.69 meter.
"Voldoen aan de eis moet dus mogelijk zijn," aldus Smith.
|
|
 |
28-03-2004
/ DVHN / Jo Tingen |
 |
 |
Smith
heeft z'n gouden schoen, nu de 21 meter nog
|
 |
| |
Kogelstoter
toont topvorm op heilige grond in Leiden
Was hij niet
een nuchtere Groninger geweest maar een gepassioneerde Zuid-Europeaan dan had
hij ongetwijfeld een nieuwe meting aangevraagd. Maar zo steekt Rutger Smith
niet in elkaar. Hij was nu ook al heel tevreden met zijn stoot van 20.94
meter, exact één centimeter onder het nationaal record van Erik de Bruin.
Kogelstoter
Smith won zaterdag in een guur en winderig Leiden de wedstrijd om de Gouden
Spike. Al vroeg in de middag was duidelijk dat de felbegeerde trofee hem niet
meer kon ontgaan. Andere toppers bleven op hun discipline ver weg van
nationale records, slechts de kogelstoter uit Leek kon de 33ste editie van de
jaarlijkse wedstrijd in de Leidse Hout glans geven. Smith heeft al jaren zijn
zinnen gezet op het goudgekleurde sportschoentje. De afgelopen jaren zat hij
er steeds dicht tegenaan, maar besliste de jury uiteindelijk dat een andere
sporter zich de winnaar mocht noemen. Vaak is dat een vergelijking tussen
appels en peren - want hoe kun je de prestatie van een 200-meterloper afzetten
tegen die van een discuswerper? - zaterdag was er geen twijfel mogelijk.
Want
wie had Smith kunnen afhouden van de victorie? Arnoud Okken en Gregory Sedoc
poogden - moedig, maar tevergeefs - de olympische limiet te slechten, de 4 x
100 meter estafetteploeg vergat onderweg het stokje, Caimin Doulas stapte met
een onwillige kuit uit op de 200 meter. `Rutger was de afgelopen week tijdens
de trainingen flink bezig met die Gouden Spike', vertelden zijn trainers Gert
Damkat en Joop Tervoort na afloop. `Hij wilde echt winnen.' Zijn grote
voorganger Erik de Bruin won de trofee tussen 1980 en 1992 liefst zesmaal.
Smith: `De omstandigheden voor kogelstoters en discuswerpers zijn in Leiden
altijd goed. Het is hier heilige grond.'
De meeste
sporters zouden er goed de smoor in hebben als ze op een fractie een nationaal
record missen, maar zo steekt deze vriendelijke reus niet in elkaar. De Bruin
stootte de kogel in 1986 in - natuurlijk - Leiden naar 20.95 meter, Smith kwam
zaterdag één centimetertje minder ver. `Het is wel goed zo. Als ik nu over
de 21 meter had gestoten, dan had dat iets van mijn gretigheid afgenomen. Er
moet in dit olympische seizoen natuurlijk iets te wensen overblijven. Die 21
meter komt nog wel', klonk het laconiek.
Dat hele
kogelstoten was zaterdag voor Smith bijzaak. Hij was naar Leiden gekomen voor
de olympische limiet op de discus, 64.60 meter. Met de kogel heeft hij bij de
FBK-Games al voldaan aan de eisen van NOC*NSF, met de schijf moet hij de
keuzeheren op Papendal nog tevreden stellen. `De omstandigheden zijn goed',
klonk het in de vroege middag monter na het stoten. `Een lekkere stevige
tegenwind, dat hebben wij discuswerpers graag. Daar gaat de discus van
stijgen. De Bruin heeft de discus hier ook altijd ver geworpen, Pieter van der
Kruk ook.'
Anderhalf uur
later ging de discus inderdaad met een mooie curve de lucht in, maar werd de
benodigde afstand toch niet overbrugd. Met 63.79 meter kwam de Heracles uit
Groningen dicht in de buurt, maar het was niet genoeg. `Ik wilde té graag.
Dan ga je te krachtig werpen. Dat werkt met de kogel, maar met de discus dus
niet. Daar komt het juist op souplesse aan.' Volgende week, tijdens de Europa
Cup in Polen, zijn er nieuwe kansen. Smith is een eigenwijze donder. Zijn
internationale concurrenten beperken zich allemaal tot één onderdeel, discus
óf kogel, de Groninger zal en moet straks in Athene `dubbelen'. Geen honderd
Groninger werkpaarden kunnen hem van dat idee afbrengen.
Het een bijt
het ander niet, benadrukt hij keer op keer. Zeker nu er in het olympisch
atletiekprogramma extra ruimte is gekomen omdat het stoten al in de eerste
week in klassiek Olympia wordt gehouden. Zijn trainers Damkat en Tervoort zijn
er ook van overtuigd dat het kan, al vereist dat soms wel het nodige gepuzzel.
Damkat: `Je moet de juiste balans vinden. En heel blijven.' Smith houdt van de
afwisseling. Het is dat de Spelen er aan komen, anders zou hij nog meer
krachtdisciplines beoefenen.
Hij kijkt nu
al uit naar de vijfkamp, die in het najaar in Huizen wordt gehouden. Buiten
discus en kogel, staan daar ook traditionele disciplines als kogelslingeren en
speerwerpen op het programma. En dat vijfde onderdeel? Het krachtmens lacht:
`Gewichten van zestien kilo wegslingeren. Ook hartstikke leuk.'
|
|
 |
14-06-2004
/ Volkskrant |
 |
 |
Veel
vragen - Rutger Smith
|
 |
| |
Atleet
Rutger Smith gooide onlangs op het NK Indoor het kogelstootrecord van Erik de
Bruin uit de boeken. Voor de Groninger nog maar het begin. ‘Nu zijn andere
records nog.’
| Geboren: |
9 juli 1981 in
Groningen |
| Woonplaats: |
Leek |
| Lengte: |
1.97 meter |
| Gewicht: |
121 kilo |
| Sport: |
Atletiek:
kogelstoten en discuswerpen |
| Club: |
Groningen
Atletiek |
| Persoonlijke
records: |
Kogelstoten
20.75 m (Gent 21-02-2004), discuswerpen 64.69 m (Sevilla 23-06-2002) |
| Trainers: |
Gert Damkat en
Joop Tervoort |
| Prestaties: |
Goud (discus en
kogel) op EK jeugd in 1999, goud (kogel) en brons (discus) op WK jeugd
in 2000, 9de op EK indoor in 2002 (kogel), 8ste op
EK outdoor in 2002 (kogel), goud (discus) en brons (kogel) op EK -23 in
2003 |
| Internet: |
www.rutgersmith.com |
Karakter
Ik
ben nuchter en kan erg slecht tegen mijn verlies. Dat laatste zie ik als een
slechte eigenschap, want ik kan niet alleen in sport slecht tegen mijn
verlies. Ook als ik met familie of vrienden een spelletje doe. Een goede
eigenschap is dat ik erg rustig ben. In sport ben ik dat trouwens niet. Bij
wedstrijden is het goed de adrenaline met agressie op te wekken.
EK
Jeugd 1999
Het
toernooi van mijn doorbraak. Het jaar 1999 was echt het jaar dat ik kwam
opzetten. Ik ging niet als favoriet naar het toernooi toe. Ik bezette zowel
met kogelstoten als discuswerpen de achtste positie op de Europese ranglijst.
Totaal onverwacht veroverde ik het goud bij het kogelstoten. Vervolgens was ik
zo in de winning mood dat ik bij het discuswerpen ook de titel pakte.
WK
Jeugd 2000
Na
het voor mij succesvol verlopen jeugd EK was de situatie op het jeugd WK
totaal anders. Aan het WK begon ik als grote favoriet. Dat bracht extra druk
met zich mee. Ondanks mijn zenuwen stelde ik met mijn eerste stoot al een
finaleplaats veilig. Er viel een last van me af. Ik maakte de verwachtingen
waar en pakte goud met de kogel en brons met de discus.
Erik
de Bruin
De
beste mannelijke atleet die Nederland heeft gehad. Een internationale topper,
vooral met de discus. Hij had alle Nederlandse records in mijn disciplines in
handen. Ik heb er op het NK indoor van dit jaar een van hem afgepakt. Ik
verbeterde het van 20.60 naar 20.75 meter. Outdoor staan zijn records nog
overeind. De kogel wierp hij 20.95 meter ver, de discus 68.12 meter. Die
probeer ik nu uit de boeken te gooien.
Het
jaar van de haan
Ik
ben in 1981 geboren en in de Chinese astrologie is dat het jaar van de haan.
Er zit wat in. Ik wil overal en altijd de eerste zijn. Ik ben een echt haantje
de voorste.
Wat
eet jij per dag?
Heel
veel. Ik eet zes keer per dag. Zo probeer ik mijn energieniveau strak te
houden, zonder al te veel pieken en dalen. Dan voel je je beter en herstel je
makkelijker van trainingen. Ik begin ’s ochtends met een shake van biogarde,
roosvicee, eiwitpoeder, havermout en water. Dan eet ik om 12.00 uur pasta met
groenten en kipfilet. Daarbij eet ik ook nog twee gekookte eieren zonder
dooier en drink ik een glas melk. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen, een
peer, een banaan en een hele komkommer. Om 17.30 uur eet ik voor de tweede
keer warm: pasta, groente, vlees met yoghurt als toetje. Om 20.30 uur neem ik
na de training een eiwitshake en voor ik naar bed ga neem ik nog zo’n
eerder genoemde biogardeshake. Tussen al deze maaltijden door drink ik in
totaal 7.5 liter water.
Wat
is jouw sterke punt?
Ik
heb mijn lichaam mee. Ik moet het hebben van mijn explosiviteit, atletisch
vermogen en vechtersmentaliteit. Niet van mijn kracht. Ik sta nu tiende op de
wereldranglijst en de nummer een tot negen zijn
allemaal sterker dan ik.
Wat
zou je aa | |