|
 |
Met
eerbied voor de kogel naar de top |
 |
| |
GOTENBURG – Tijdens het
gesprek borrelt de vraag op of Rutger Smith (25) nieteen enorme perfectionist
is. Heel even kijkt hij verbaasd op. „Volgens mij isdat inherent aan het
topsporter zijn. Als je niet naar perfectie streeft, hoor je niet in de
topsport thuis“, zegt hij met een glimlach.
Smith
staat voor een geweldige uitdaging. Tijdens dit Europees kampioenschapatletiek
komt hij twee keer in
actie. Eerst gaat hij vandaag de cirkel in voor zijn geliefde nummer,het
kogelstoten. Later in de week is er het discuswerpen. De Groninger uit Gouda
is een van de weinige ‘dubbelaars’ tijdens de werpnummers. „Als ik een
medaille pak bij het kogelstoten en bij het discuswerpen top-8 eindig, dan
draai ik een geweldig toernooi.“
Smith staat met zijn nieuwe
Nederlandse record (21,62 meter) eerste op de
Europese ranglijst van het
kogelstoten. Maar dat is volgens hem geen garantie voor goud. „Ik ga voor een
medaille. Dat is zeker. Maar er zijn in Europa veel goede kogelstoters. We
zijn met vier of vijf deelnemers die voor goud kunnen gaan. Ik ben er één van.
Twee van mijn concurrenten hebben al rond de 21,50 meter gestoten. Het wordt
een momentopname. Als je je dag niet hebt, kun je zomaar vijfde worden. Het is
simpel: ik heb nog niks, sta nog met lege handen. Ik zal mijn stinkende best
moeten doen.“
Al jaren stoot de inwoner
van Gouda ieder jaar een stukje verder. Dit jaar kwam hij in Leiden tot 21,62
meter, het Nederlands record. Bij het discuswerpen is hij niet in het bezit
van het nationale record (dat staat nog altijd op naam van Erik de Bruin met
68,12 meter), maar Smith kwam al eens tot 65,51 meter.
Hij
is sinds vier jaar fulltime atleet. Zijn studie commerciële economie aan de
Randstad Topsportacademie staat op een laag pitje. „Zeker in het
wedstrijdseizoen is die combinatie nauwelijks vol te houden.“
Hij wil zich zeker nog een
aantal jaren op de topsport richten. „Als ik heel blijf en het naar mijn zin
blijf houden.“ Zijn doelen: „Ik streef ernaar om boven de 22 meter uit te komen met de kogel en meer dan
70 meter te gooien met de
discus.“
Progressie zit er volgens
hem nog genoeg in. Als Rutger Smith zijn kogel vanzeven en een kwart kilo
(precies 7265 gram) werpt, lijkt het allemaal zo simpel. Maar iedere beweging
die hij maakt, van het leggen van de kogel in de nek, via de anderhalve draai
om de as en de uiteindelijke worp is bestudeerd en vele duizenden malen
herhaald. Zozeer, dat hij na afloop van een worp precies kan analyseren wat er
goed of fout ging.
Zo zei hij na het
Nederlands kampioenschap in Amsterdam: „Ik knikte te veel in met mijn lichaam,
waardoor ik mijn linkerbeen te laat bij kon trekken.“ En na zijn mislukte
wedstrijd van anderhalve week geleden in Helsinki analyseerde hij: „Het
probleem was daar dat mijn linkerarm te hoog was. Dan kan je draaien tot je
een ons weegt, maar je haalt dan te weinig kracht uit je benen. Een
beginnersfout.“ Over details gesproken. „Mits goed uitgevoerd zien alle
disciplines er makkelijk en mooi uit. We vergeten alleen heel snel hoe veel
training eraan vooraf gaat.“
Het moeilijke bij
kogelstoten en discuswerpen is vooral om de explosiviteit ensnelheid van de
worp te combineren met de noodzakelijke kracht. „Als je te veel klassieke
krachttraining doet, word je zo stijf als een plank. Ik doe dan ook niet
alleen aan bankdrukken (hij drukt meer dan 200 kilo, red.), maar combineer
mijn krachttraining met
sprinten, springen en werpen. Zo ga ik met de butterfly (een instrument om de
borstspieren te trainen, red.) verder naar achter dan mensen in de sportschool
doen. Op die manier strek je ook.“
In de trainingsperiode
(tussen half oktober en half januari) stoot Smith dagelijks 55 tot 65 keer de
kogel. In de wedstrijdperiode komt hij tot 30 é 40 stoten. ’s Winters varieert
de atleet de kogelgewichten tot zo’n 11 kilo. In de zomer tussen
6,5 kilo
en het gewicht van zijn wedstrijdkogel: 7.265 gram.
Overigens stoot Smith
altijd met dezelfde kogel. Die kocht hij ooit in Amerika. Op het gewicht staat
te lezen dat het gebruikt is tijdens de Olympische Spelen
van
Atlanta.
„Daar won
Randy Barnes.“ Met
21,62 meter. De Groninger zou met zijn nationale
record in 1996 dus ex-aequo
olympisch goud hebben gepakt. Maar we zijn inmiddels tien jaar verder.
Smith sjouwt zijn kogel mee
naar iedere wedstrijd. En altijd stoot hij ermee. „Gewoon, omdat het een
lekkere kogel is. Het is mijn instrument.“ Heeft het ding dan ook een naam?
„Nee, zo ver ga ik niet. Maar, ik weet dat het misschien vreemd klinkt, ik
behandel die kogel wel met respect. Ik smijt hem niet zomaar in de hoek.
Nogmaals, dat klinkt vreemd, want zo’n kogel is zwaar, die vernielt dingen, en
kan best wat hebben: maar ik koester hem.“
Smith geldt als een fervent
tegenstander van dopinggebruik. Zijn discipline ligt nogal eens onder vuur.
Vorig jaar, na het WK in Helsinki waar hij het zilver pakte achter de
Amerikaan Adam Nelson en net voor de Duitser Ralf Bartels eindigde, sprak hij
van ‘het schoonste podium ooit’. „Het is waar dat er in het verleden veel
dopingproblemen waren in het kogelstoten. Maar het gebeurt bij ons niet meer
dan in het wielrennen. Het is moeilijk om te zeggen dat er bij ons niet meer
wordt gepakt, maar ik denk dat het wel meevalt.“
Hoe maak je een discipline,
die zich vaak toch wat in de marge van een atletiekmeeting afspeelt,
populairder bij het grote publiek? Ook daar heeft Smith over nagedacht. Er
zijn zelfs al gesprekken geweest om volgend jaar een eerste poging te doen om
het kogelstoten op pleinen in de steden te gaan promoten. „Je heb niet veel
nodig, een paar kuub zand, een afzetting, een draaicirkel en een meetlint. Dan
houdt een aantal kogelstoters ergens in de
middag een demonstratiewedstrijd. In de twee uur ervoor mag het
publiek onder
begeleiding ook wat pogingen wagen. De winnaar van de publiekswedstrijd mag
dan met ons meedoen“, grinnikt ‘De beer uit Leek’.
Net zoiets als vroeger op
de kermis dus. Waar de ongeoefende bokser mocht strijden tegen ‘De sterkste
man van de wereld’. De gemeente Groningen reageerde enthousiast op het plan.
Maar hoe ver kan een ongetrainde, maar toch wel sportieve noviet stoten? Smith
denkt even na. „Met een beetje begeleiding kan je wel tot een metertje of tien
komen. De meeste mensen blijven steken op hooguit zeven meter.“
Bij het discuswerpen ziet
Smith in Nederland één echte concurrent opkomen: Erik Cadee. „Die kan
uitgroeien tot een Europese, misschien wel mondiale topper.“
De smalle top in de
Nederlandse atletiek is hem een doorn in het oog. Want volgens Smith kan
Nederland, waar de grootste mensen van de aarde wonen, veel meer topatleten
voortbrengen. „Helaas is er in Nederland geen atletiekcultuur. Kinderen doen
liever aan andere sporten. Voor het succes van de sport moet je het hebben van
die enkelen, die al hun tijd in de atletiek stoppen, zoals Rens Blom en ik.
Wij streven ernaar om tot de besten van de wereld te horen. We hebben onze
eigen weg gekozen, worden begeleid door coaches die net zo enthousiast zijn
als wij.“
|
|
 |
14-8-2006 /
Wilko Voordouw |
 |
 |
Rutger
zilver op WK
|
 |
| |
Zaterdag
6 augustus 2005 - HELSINKI – Hij moet een jaartje of drie zijn geweest. Peuter
Rutger Smith zat in de huiskamer in het Groningse Leek te kijken naar een
atletiekwedstrijd. „Dat wil ik ook", zei hij tegen zijn verblufte ouders.
Zoals
andere jongetjes brandweerman of piloot willen worden, zo besloot de huidige
Nederlandse recordhouder op het kogelstoten dat hij aan atletiek wilde doen. Een
roeping. „Ik heb me altijd aan dat verhaal gehouden", zegt hij eenvoudig.
En glimlachend: „Ik heb er nog steeds geen spijt van."
Het
duurde nog drie jaar voordat Rutger Smith zich kon aansluiten bij een
atletiekvereniging. En al snel bleek dat hij het beslist niet onaardig deed op
de meerkamp. Vooral in de werpnummers. Zijn grote voorbeeld? „Toen ik nog jong
was heette mijn grote voorbeeld Ben Johnson. Ik geef toe, vandaag is dat niet
het beste idool dat je kan hebben", lacht hij.
Dankzij
„twee geweldige trainers" (Geert Damkat en Joop Tervoort) is Smith de
afgelopen jaren doorgestoten naar de top in zijn sport. Hij verbeterde dit jaar
zijn persoonlijk record bij het discuswerpen (65,51 meter) en twee keer het
Nederlandse record kogelstoten (eerst 21 meter in Mersin, later 21,41 in
Stadskanaal). Hij staat daarmee vierde op de wereldranglijst van dit jaar. Trilt
de concurrentie al? „Ik heb zeker kans op een medaille. Zodra je meer hebt
gestoten dan 70 voet tel je voor de Amerikanen mee."
In
Helsinki zal hij vandaag alleen in actie komen bij het kogelstoten. De
organisatoren van het WK zijn volgens Smith „zo stom geweest" zijn beide
lievelingsnummers op een dag te plannen. „De werpnummers worden
gediscrimineerd. Dat is al jaren zo. En het is stompzinnig als je het WK houdt
in Helsinki, het mekka van de werpsport." De woede op de internationale
bobo’s zal hij positief koelen bij het kogelstoten. „Je perst in minder dan
een seconde alle energie, alle kracht, alles wat je in je lijf hebt, er uit. Om
je daarna weer op te laden voor je volgende poging."
De
‘Beer uit Leek’ (1.97 meter en 125 kilo) is na een dag van stoten en werpen
mentaal helemaal kapot. „Met de fysieke vermoeidheid valt het nog wel
mee", zegt hij vreemd genoeg. „Maar ik ben helemaal stuk. Zo hoort het
ook. Als ik aan het eind van de dag nog een procent energie over heb, dan heb ik
het niet goed gedaan."
|
|
 |
07-08-2005 |
 |
 |
Zuiver
zilver Smith
|
 |
| |
Met
een pijnlijke knie strompelde Rutger Smith gistermiddag naar het erepodium om
zich de zilveren medaille om te laten hangen.
De
Groningse reus liet zich op de WK atletiek door niets en niemand van het
erepodium afhouden. Hij streed in Helsinki tegen fysieke pijn én onwillige
officials. En met de krachtsexplosie waarmee hij de kogel 21,29 meter weg
stootte, rekende hij voorgoed af met zijn mentale problemen.
Alleen
de Amerikaan Adam Nelson kon de Nederlander met een afstand van 21,73
overtreffen. De Duitser Ralf Bartels greep het brons (20,99 m). ,,Dit is het
schoonste podium ooit'', meende Smith (24), de op één na jongste kogelstoter
die een WK-medaille won. ,,Van ons drieën weet ik dat we op een eerlijke manier
bezig zijn.''
Echt
makkelijk was de gang naar het ereschavot niet. De blessure die hij de dag
tevoren had opgelopen, bezorgde hem een stijve knie. ,,Die moet ik de komende
weken ontzien. Maar ik hoop op tijd fit te zijn voor de finale van het
atletiekseizoen in Monaco.''
Hoe
sterk de bijna twee meter lange en 125 kilo zware reus zaterdagavond ook oogde,
nog geen 12 uur eerder zat hij als een angstig vogeltje aan de rand van de
trainingsbaan naast het Olympisch stadion. Petra Langereis, de fysiotherapeute
die nauwelijks tot zijn imposante borstkas reikt, moest hem letterlijk en
figuurlijk overeind helpen.
,,Ik
deed wat loopoefeningen en bij het uitschoppen van mijn been verschoof een pees
in mijn linkerbeen. Ik voelde felle pijnscheuten in de knie en scheet in vier
kleuren'', zo beschreef het slachtoffer treffend zijn stemming. Hij dacht er
serieus over niet te beginnen aan de kwalificatie.
,,Niet
eerder heb ik Rutger zó meegemaakt'', aldus Langereis. Zelf had ze snel door
dat de klacht weliswaar serieus was, maar geen gevaar opleverde. Smith kreeg
massage en een pijnstiller, maar vooral veel opbeurende woordjes en vriendelijke
tikjes tegen zijn stevige, maar al te gespannen lijf. ,,Ga maar stoten,
jongen'', zei Langereis geruststellend.
Dat
deed hij. Bij zijn eerste poging ramde hij de 7,26 kilo zware kogel meteen één
centimeter voorbij de vereiste afstand van 20,25 meter. ,,En dat terwijl de
kogel een beetje weggleed. Het is de mooiste kick die je kunt krijgen. Toen wist
ik al dat ik 's avonds over de 21 meter zou kunnen stoten.''
In
de loop van de dag diende zich een tweede barrière aan die hem dreigde af te
houden van de finale, die om acht uur op het programma stond. De Groninger was,
op eigen verzoek, ook ingeschreven voor het discuswerpen, waarvoor de
kwalificatie bijna drie uur eerder begon. Het was een noodmaatregel. Door het
ongelukkige tijdschema kon hij beide onderdelen niet combineren. Hij koos voor
zijn sterkste discipline, de kogel. Maar als de kwalificatie 's ochtends zou
mislukken, wilde hij 's avonds alsnog de twee kilo zware schijf in handen nemen.
De
reglementen dreigden roet in het eten te gooien. Als Smith niet kwam opdagen bij
het discuswerpen, zou hij wellicht ook niet meer met de kogel in actie mogen
komen. De Nederlandse ploegleiding was al drie dagen bezig uitsluitsel te
krijgen in deze zaak. Die kwam pas op de dag van de wedstrijd. Smith moest per
se eerst discuswerpen, zo bepaalde de WK-organisatie. En als hij zich er af zou
maken met een worpje van een paar meter zou de jury dat niet accepteren.
De
Groninger reageerde tierend en vloekend en dreigde zich helemaal terug te
trekken. Maar terwijl hij 's middags een uurtje lag te rusten, verzon de
ploegleiding een list. Arts Peter Vergouwen rapporteerde dat een atleet met een
knieblessure onmogelijk twee wedstrijden op één avond kan afwerken. En hij
overtuigde de medische staf van de WK-organisatie daarvan.
Smith
liet zijn been intapen, voelde weinig pijn meer en vertrok naar het stadion.
Daar zette hij alle adrenaline die het voorval in zijn lijf had aangemaakt om in
energie. Hij genoot van het Finse publiek. Terwijl hij al in de ring stond
dwaalden zijn ogen even langs de volle tribunes. Met een paar woeste kreten
moedigde hij zichzelf aan. En opnieuw was de eerste stoot beslissend. Smith
voelde meteen dat hij vrijwel zeker was van een medaille.
Bijna
een jaar geleden zat hij na een volledig mislukt optreden bij de Olympische
Spelen in Athene nog in zak en as. Smith kwam toen tot de conclusie dat hij
mentaal vast dreigde te lopen en zocht psychologische hulp. Nog geen 12 maanden
later voelde hij zich met zijn medaille als een kampioen.
|
|
 |
07-08-2005 |
 |
 |
Rutger
zilver op WK!
|
 |
| |
In
een schitterende wedstrijd met maar liefst drie pogingen voorbij de 21
meter heeft kogelstoter Rutger Smith in Helsinki de tweede plaats gepakt
bij de wereldkampioenschappen. Met een regenbui duidelijk zichtbaar in
aantocht gaf Smith zijn concurrenten een schot voor de boeg met een stoot
van 21,29 meter, dertien centimeter onder zijn eigen Nederlands record van
vorige maand. Slechts de Amerikaan Adam Nelson antwoordde met een afstand
van 21,73 meter. Geen van beide atleten overtrof zich nog, maar niemand
anders kwam ook meer in de buurt tot Ralf Bartels (20,99 meter) in zijn
allerlaatste poging het brons nog afpakte van de Oekrainer Belonog
(21,84).
Smith
zette dus bewust meteen alles op alles, maar zelfs trainer Gert Damkat was
verbaasd over de afstand die eruit rolde. 'Je kijkt voor aanwijzingen die
je eventueel nog kunt geven, maar mijn eerste reactie was ?`netjes
gedaan`. Toen ik de afstand zag was het echt even `HUH?`. Vier werpers
later werd Smith echter al gepasseerd door Adam Nelson, die in zijn
persconferentie als allereerste de Nederlander bedankte: 'Zijn worp
zweepte me op', zij de man die na twee keer olympisch zilver en twee keer
WK-zilver zondag eindelijk zijn eerste goud krijgt. 'Rutger kwam hier
duidelijk om het spel mee te spelen en dat was ik ook van plan'. In de
volgende rondes leverde Smith ook nog de derde en de vierde stoot van zijn
carriere af, maar de Amerikaan werd nooit meer bedreigd. Zelfs diens
landgenoot Christian Cantwell (dit jaar toch al 21,67 meter) kwam niet
verder dan 20,87 meter.
In
de tiende editie van het WK is dit pas de vijfde medaille voor Nederland
na Rob Druppers (zilver op de 800 meter in 1983), Erik de Bruin (zilver
met de discus in 1991), Bert van Vlaanderen (brons op de marathon in 1993)
en de estafette 4x100 meter (twee jaar geleden brons in Parijs). Met zijn
24 jaar - en als een na jongste in de finale (!) - heeft Smith bovendien
nog een lange carriere voor de boeg. Op een vraag van NOS Langs de Lijn of
hij met goud op zijn hoogtepunt had moeten stoppen, antwoordde de
laconieke Groninger bijzonder ad rem: 'Nee, nee, nee! Lance Armstrong won
de Tour toch ook zeven keer...'
De prestatie van Smith is eens te meer indrukwekkend omdat hij geblesseerd
(met strakke bandage en met pijnstillers) aan de finale begon. Bij de
warming-up verrekte hij een pees in de knie en overwoog ('ik scheet 'm in
vier kleuren') zelfs even te moeten afhaken. Desondanks (en vrij van de
zenuwen omdat zorg over de knie plotseling centraal stond) kwalificeerde
hij zich met 20,26 meter ook al meteen in een keer. Drievoudig kampioen
John Godina - de laatste maanden kampend met blessures - viel bovendien in
dezelfde voorronde al af.
Hiermee was consternatie echter niet over. De IAAf bleek Smith namelijk te
verplichten om mee te doen aan de kwalificatie discuswerpen. De Groninger
had zich daarvoor ingeschreven voor het onwaarschijnlijke geval dat hij
niet door de kogelstootkwalificatie zou komen. Eerdere verzoeken aan de
IAAF organisatie om duidelijkheid of hij zich anders zou mogen
terugtrekken bleven volgens de Nederlandse teamleiding onbeantwoord,
waarna vrijdagochtend alsnog de mededeling kwam dat Smith perse ('met een
serieuze poging, geen jeu de boules') de discus ter hand moest nemen.
De blessure die Smith in de kogelstootwedstrijd opliep, kwam hem althans
in dit opzicht gunstig uit. Dokter Vergouwen - die met de blessure van
zevenkampster Hoos een drukke ochtend had - legde een officiele verklaring
af dat de dubbele belasting in korte tijd (kwalificatie discuswerpen om
17.20 uur, de finale kogelstoten om 20.00) onverantwoord zou zijn. De
toernooiarts stemde met dat oordeel in, zodat Smith zonder
(diskwalificatie)gevolgen voor de kogelstootfinale het discuswerpen kon
laten schieten. Een ongeluk dus dat achteraf bezien erg gelukkig uitpakte.
|
|
 |
06-08-2005 |
 |
 |
'Ik
wil clean naar 22 meter'
|
 |
| |
In
een razend tempo vond kogelstoter Rutger Smith (23) in 2002 aansluitingbij de
mondiale wereldtop. In 2004 wilde hij in Athene het laatste stapje zetten.
Hoewel fysiek in topvorm ging de Groninger in Olympia mentaal ten onder aan zijn
eigen ambitie. Mét een sportpsycholoog en zónder doelen maakte hij dit seizoen
een nieuwe start.
Een aangename woensdagmiddag in Gouda. De eerste zonnestralen vallen over de
wijk Korte Akkeren en dat is te merken. Kinderen in overvloed op straat en het
veld van voetbalclub ONA (Ontspanning Na Arbeid) is als een mierenhoop van
voetballende jeugd. Op steenworp afstand aanschouwt kogelstoter Rutger Smith het
lentetafereel vanuit zijn woonkamer. De atleet komt bij van een zware
ochtendtraining en stort zich op een ander belangrijk onderdeel van zijn dag:
eten. Smith werkt een flink bord pasta met kipfilet en groente weg. Voor de 1.97
meter lange en 122 kilo zware reus slechts een klein onderdeeltje van zijn
dagelijkse kost. Hoewel hij één van de lichtste kogelstoters uit het circuit
is moet hij aardig wat eten om zijn lichaam in vorm te houden en aan de
energievraag te kunnen voldoen. Smith over zijn dagelijkse menu: 'Ik begin
's ochtends met een shake van 150 gram havermout met biogarde, Roosvicee en
eiwitten. Daarbij eet ik twee mandarijnen en een schijf ananas. Om twaalf uur
weet je inmiddels wat ik eet. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen en een appel.
Om 17.30 uur eet ik rijst met kipfilet en groente. Daarbij eet ik yoghurt als
toetje. Na de krachttraining drink ik een halve liter melk met het supplement
Massive Gainer. Tenslotte drink ik voordat ik naar bed ga weer een
havermoutshake.'
Het gaat goed met Rutger Smith. Ook in het kogelstoten toont de geboren
Groninger zich dit seizoen een veelvraat. Hij overtuigde in maart met zilver op
de EK indoor in Madrid en verbrak vervolgens in het Turkse Mersin het nationale
record van Erik de Bruin. Prestaties die al jaren van Smith verwacht werden,
maar die er door mentale problemen in 2003 en 2004 niet uitkwamen. In 2002
maakte de geblokte atleet de overstap van de junioren naar de senioren en vond
hij aansluiting bij de mondiale subtop. Met de kogel presteerde hij boven
verwachting door als negende op de EK indoor en achtste op de EK outdoor te
eindigen. Toch was het even wennen voor Smith. 'Bij de junioren was ik gewend om
te winnen. Alles ging me heel makkelijk af. Bij de senioren kwam ik ineens in de
middenmoot terecht. Je valt voor je gevoel ver terug. Bovendien ligt de piek van
een kogelstoter tussen je 26ste en 30ste jaar. Ik moet dus nog wat tijd
overbruggen en groeien. Bij discuswerpen ligt die top nog twee jaar later.'
Desondanks hield Smith de stijgende lijn goed vast en was hij hard op weg de
kloof met de top te dichten. Met het goud op de discus en het brons op de kogel
op de WK onder 23 jaar in 2003 vestigde hij zijn naam definitief en leek een
grote prijs alleen nog maar een kwestie van tijd. De WK outdoor in Parijs (2003)
en de Olympische Spelen in Athene (2004) verliepen echter anders dan gepland.
'Ik was in 2002 onbevangen en maakte een grote stap omhoog. Die stijgende lijn
wilde ik vast houden. Ik ging doelen stellen. Het gevoel uit mijn juniorentijd
wilde ik weer ervaren. Ik ging tijdens wedstrijden aan bepaalde afstanden en
posities denken. Bovendien kreeg ik te maken met een stijgend
verwachtingspatroon. Die twee zaken zorgden ervoor dat ik mentaal blokkeerde.'
Olympia
De Spelen vormden een tragisch dieptepunt. Op de heilige grond van Olympia
frustreerde de mentale disbalans de prestatie van Smith. 'Ik was in absolute
topvorm, maar begon eenmaal in de ring te twijfelen. Negatieve gedachten kwamen
op. Ik dacht ineens: ik ga toch niet stranden in de kwalificaties? Ik praatte
mezelf naar beneden en kwam zowel op kogelstoten als discuswerpen op een
teleurstellende veertiende (19.96 m) en zestiende (61.11 m) plaats terecht. Een
harde klap voor Smith. 'Ik heb in 2004 outdoor op de kogel het hele seizoen
boven de 20 meter gegooid. Daar draaide ik mijn hand niet voor om. Alleen op de
grote toernooien ging het mis. Dat bleek: op de Spelen liet ik het helemaal
afweten.' Smith vervolgt zuur: 'Ik heb niet genoten van de Olympische Spelen. We
zaten in Olympia erg ver van het Olympische circus af. De historische
accommodatie gevuld met twaalfduizend mensen was wel erg mooi. Dan baal je
dubbel als je zo slecht presteert.'
'Ik vond kogelstoten even niet meer zo leuk', gaat Smith verder. En dus nam hij
na de Spelen een maand vrij en deed hij alleen wat krachttraining. Begin oktober
pakte hij de draad weer op. 'Ik besefte al vrij snel dat het leven van een
topsporter toch wel heel mooi is. Een belangrijk moment. Ik genoot weer van de
sport. Ik ben nog jong. Ik kan nog genoeg bereiken.' Na het Athene-echec had
Smith echter wel het idee dat er iets moest gebeuren. Hij zocht zijn toevlucht
tot een sportpsycholoog. 'Ik dacht altijd dat ik wel zonder sportpsycholoog kon.
Tijdens de Spelen bleek dat het niet aan kracht of techniek lag. Ik kwam mentaal
tekort. Na het toernooi hakte ik de knoop door en ben ik naar sportpsycholoog
Rico Schuijers in Nijmegen gestapt. Die beslissing had ik misschien eerder
moeten nemen.'
Genieten
De eerste ervaringen van de atleet met Schuijers zijn goed. In de eerste plaats
werd het probleem geanalyseerd. 'Tijdens grote toernooien in het algemeen en de
Olympische Spelen in het bijzonder was ik teveel in mezelf gekeerd. Ik was te
zakelijk en was alleen met het resultaat bezig. Ik sloot mezelf helemaal af en
dat zorgde voor overconcentratie. Ik ben juist iemand die om zich heen moet
kijken. Naar de tribunes, naar de concurrentie. Genieten!' Met deze kennis
gingen Schuijers en Smith aan de slag. 'Rico reikt me vaardigheden aan waarmee
ik mijn zenuwen in bedwang kan houden. Oefeningen om de concentratie onder druk
te verbeteren.' Daarnaast is Smith voorzichtiger in zijn uitspraken in de media
over zijn kansen op wedstrijden. 'Ik kom altijd zelfverzekerd over en ging ferme
uitspraken nooit uit de weg. Welke afstand ik zou gooien en op welke positie ik
zou eindigen. Dat doe ik niet meer. Daar denk je tijdens een wedstrijd ook aan.
Daarom: geen doelen meer. Alleen naar mijn familie en trainers heb ik nog een
grote mond. Zij remmen me wel af als dat nodig is.'
De EK Indoor -in maart van dit jaar- vormden de eerste testcase voor Smith. De
kogelstoter vertrok zonder doelen en verwachtingen naar Madrid en keerde met
zilver huiswaarts. 'Een fantastisch toernooi. Op Olympisch kampioen Yuriy
Bilonog (Oek) na waren alle toppers er. Tussen de grote jongens legde ik beslag
op de tweede plaats.' De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de sessies met
Schuier hun uitwerking niet hebben gemist. 'Tijdens de wedstrijd stond ik er na
twee pogingen niet goed voor. Ik moest 20.10 meter stoten of bij de beste acht
zitten om de finale te halen. Na twee stoten stond ik elfde met 19.46 meter. De
twijfel sloeg eventjes toe, maar met de oefeningen van Rico wist ik mezelf kalm
te krijgen. Ik kwam met 20.46 meter de finale binnen en sleepte met 20.79 meter
de zilveren medaille in de wacht. Het is lekker om de bevestiging te krijgen dat
de sessies bij de sportpsycholoog
helpen. Het zal ook nog wel eens fout gaan, maar het zilver op een EK nemen ze
me niet meer af.'
Een week later in het gastenboek op de internetsite (www.rutgersmith.com)
van Smith een berichtje van Erik de Bruin. 'Ook van mij gefeliciteerd met het
verbeteren van mijn record', luidt de korte maar duidelijke tekst. Dit naar
aanleiding van het tweede succes van Rutger Smith in een week tijd. Op een
wedstrijd in het Turkse Mersin stootte Smith het negentien jaar oude Nederlands
record van De Bruin op de kogel uit de boeken. 'Na het zilver op de EK viel er
een enorme last van mijn schouders. Met het record van Erik was ik eigenlijk
niet bezig. Als sporter word je afgerekend op de prestaties op de grote
toernooien. Daar wil ik altijd goed presteren. In die opzet slaagde ik in
Madrid. Ik heb daar zoveel zelfvertrouwen van gekregen dat ik die 21 meter
stootte en daarmee het Nederlands record met vijf centimeter verbrak. Leuk. Erik
de Bruin is één van de beste mannelijke atleten die we in Nederland hebben
gekend. Een icoon. Het geeft een kick om het record van hem over te nemen.' Met
21 meter achter zijn naam maakte de krachtmens uit Gouda de stap naar de
wereldtop. 'Met die afstand hoor je erbij. Dan sta je in de top tien van de
wereldranglijst. Ter illustratie: met 21 meter zou ik vierde geworden zijn op de
Olympische Spelen. De gouden medaillewinnaar kwam tot 21.16 meter.' Smith blijft
ondanks het slechten van de 21-metergrens voorzichtig. 'Een persoonlijk record
zegt niet alles. Je moet continu in de buurt van de 21 meter stoten -wat ik
vorig jaar met 20 meter had- om in de prijzen te vallen.' Als dat lukt kan hij
zich op de magische 22-metergrens gaan richten. Maar daar denkt Smith voorlopig
nog niet aan. 'Daar heb ik nog een paar jaar voor nodig. Er zijn niet veel
mensen die over de 22 meter hebben gestoten. Als mij dat lukt kom ik meteen de
top twintig aller tijden binnen. De absolute recordhouder is Randy Barnes (VS)
met 23.12 meter. Maar hij is wel twee keer op doping betrapt. Dan krijgt zo'n
record toch een
luchtje. Ik wil graag clean naar de 22 meter.'
Kolossen
Om dat te bewerkstelligen moet Smith sterker worden. In het veld van de kolossen
bij de kogelstoters is de kersverse Nederlands recordhouder een lichtgewicht.
'Discuswerpers hebben hetzelfde postuur als ik. Kogelstoters zijn kleiner en
dikker. Ik ben nog een slappeling bij de kogelstoters. Zeker in vergelijking met
de jongens uit de top twintig van de wereld. Met bankdrukken druk ik nu 190
kilo. De toppers drukken allemaal rond de 240 kilo. Aan de andere kant ben ik
atletisch en technisch sterk. Daar kan ik veel mee compenseren. Ik heb bewezen
dat ik met mijn postuur in de wereldtop kan meedraaien. Dat is goed voor de
sport. Voor jonge atleten die willen kogelstoten heb ik een vooroordeel
weggenomen.'
Aan het eind van het gesprek blikken we vooruit op de rest van het seizoen.
Mooie wedstrijden genoeg. De FBK Games in eigen land. Het WK outdoor in
Helsinki. Een achteloze poging hem een ferme uitspraak danwel een voorspelling
te ontlokken strandt in al zijn schoonheid. Smith heeft het meteen door en wuift
de prognose vriendelijk doch beslist weg. Lachend: 'Geen grote bek meer. Geen
doelen, geen verwachtingen. We zien wel hoe ditseizoen verder verloopt.'
|
|
 |
2005 / Wim
van Eck (Sport International) |
 |
 |
Smith
esthetisch verantwoord naar zilver
|
 |
| |
Binnen
een half jaar vond een mentaal onevenwichtige Rutger Smith
zijn zelfvertrouwen terug. Met zilver op de EK indoor loste de werper zijn grote
belofte in.
'Doelen
heb ik nog wel, maar die houd ik voor mezelf'
Van zijn
ambities heeft Rutger Smith
nooit een geheim gemaakt. Hij wil een van de zeldzame atleten worden die zowel
met kogelstoten als discuswerpen goud wint op de Olympische Spelen.
Toen hij
de status van junior amper was ontgroeid, wist hij die doelen met zoveel
overtuiging uit te spreken en met zoveel zinnige argumenten te omkleden, dat
de toehoorder er nauwelijks aan durfde te twijfelen.
Bij
hemzelf kwam het woord twijfel niet voor in het woordenboek. Daar zei hij te
veel Groningse nuchterheid voor te bezitten. Maar het woord tegenslag was Smith
ook vreemd, net als de wijze om daar mee om te gaan.
Dat brak
hem de afgelopen jaren op. Hij kwam tegen de verwachtingen in niet door de
kwalificaties bij de WK's indoor en buiten van 2003, de WK indoor 2004 en de
Olympische Spelen.
Hij zegt
nu op aanraden van zijn sportpsycholoog wat voorzichtiger te zijn geworden met
het uitspreken van doelen. Althans in de openbaarheid. ,,Doelen heb ik nog
wel, maar die houd ik voor mezelf. Dat ik hier eindelijk bij de senioren heb
laten zien waartoe ik werkelijk in staat ben, vervult me met trots.''
Zijn
ambitie is niet op drijfzand gebouwd. Dat bewees hij als jonge atleet met een
indrukwekkende erelijst. In 1999 werd hij op de EK junioren eerste met kogel
en discus. In 2000 werd hij op de WK junioren eerste met kogel en derde met
discus, en in 2003 op de EK onder 23 jaar eerste met discus en derde met
kogel.
Met zijn
1.97 meter en 122 kilo oogt Rutger Smith
voor een gemiddeld mens als een reus. Temidden van zijn logge
collega-kogelstoters is hij echter de ranke atleet naar wie kenners vergenoegd
kijken.
Waar
anderen hun (over)gewicht paren aan pure kracht, brengt Smith
zijn werptuig met techniek en een soepel draaiend lichaam in beweging. Naast de
triomf die de Groninger zaterdag op zichzelf behaalde, gaf dat aspect van
esthetiek hem groot genoegen. ,,Het klinkt misschien arrogant, maar het is goed
voor het kogelstoten dat ik deze medaille win. Veel mensen zijn daar ook blij
mee, dat hoor ik bijvoorbeeld van andere trainers. Wat ik doe ziet er atletisch
uit.''
Daarbij
kon Smith het psychologische spel met anderen als
volleerd atleet meespelen. De Deen Joachim Olsen (derde op de Spelen) was daarin
nog een maat te groot. Maar de wijze waarop Smith in het
uitverkochte Madrileense sportpaleis de Spaanse favoriet Manuel Martinez
afblufte, maakte indruk.
De
Spanjaarden trokken de trukendoos open. Het publiek werd tijdens Martinez'
beurten tot doodse stilte gemaand. En de stoten zelf werden door een daverend
kanonschot begeleid. Als Smith de ring betrad, schalden
de speaker en de 9500 toeschouwers luid.
Smith
zei zich er niets van te hebben aangetrokken. ,,Als ik Martinez was, had ik ze
nog harder laten schreeuwen.'' Zelf bediende hij zich van een reglementaire
plaagstoot. Hij koos voor zijn zes beurten telkens de kogel van Martinez. De
Spanjaard, meteen na Smith op de startlijst, moest
daardoor telkens wachten tot zijn werktuig terug was.
Belangrijker
dan die vertraging was de zelfverzekerde wijze waarop Smith
de wedstrijd met een hoogwaardige serie naar zijn hand zette. Mede daardoor was
de EK-finale van het hoogste niveau sinds 1987.
In
tegenstelling tot andere wedstrijden was Smith's eerste
stoot meteen raak; de tweede bracht hem op plaats twee. Keerpunt in de wedstrijd
en daarmee mogelijk in zijn carrière was beurt vier. Smith
had Martinez voorbij zien komen en antwoordde met een Nederlands record van
20.79 meter. Toen al kwam de Spanjaard hem complimenteren.
,,Als er
een moment was om twintig hoog te stoten, dan was dat het. Ik kreeg van zijn
prestatie een extra stoot adrenaline. Daarna had ik nog 21 meter willen halen.
Dat had erin gezeten, maar ik was te gretig.''
In 2002
had Smith tijdens de EK in München voor het laatst
voldaan (achtste) op seniorenniveau. Zaterdag bevestigde hij datgene waarvan hij
zelf altijd overtuigd is geweest. Tussen die momenten in bevond hij zich op de
glijdende schaal van mentale onevenwichtigheid. Al voor de Olympische Spelen in
Athene had zijn trainer Gert Damkat zijn twijfels gekregen over de stoerheid van
zijn 'megatalent'.
,,Als
junior kende hij geen tegenslagen en won hij alles'', aldus Damkat. ,,Zo is ook
onze relatie gegroeid. Dat was er een van stoer doen en jij bent mentaal sterk.
Dat ik daarin te lang ben meegegaan, moet ik mezelf verwijten.''
Al vóór
de Spelen had Damkat Smith zover gekregen hulp van een
psycholoog in te roepen. ,,Maar toen ik met iemand kwam, weigerde hij
resoluut.''
Pas
nadat in Athene bij de eerste tegenvallende pogingen de negatieve beelden van
eerder falen in zijn hoofd opdoken, was Smith daartoe
wel bereid. Hij noemde het doemdenken 'een detail met verstrekkende gevolgen'.
Sportpsycholoog Rico Schuijers reikte hem de puzzelstukjes aan. ,,Ik heb ze op
hun plaats gelegd'', aldus Smith.
|
|
 |
door
Rob Velthuis |
 |
 |
Rutger
Smith noemt zilveren plak tijdens EK indoor keerpunt in zijn carrière
|
 |
| |
MADRID, zondag De trots
straalt van het gezicht van Rutger Smith. De ’beer van een vent’ heeft zijn
eerste, grote internationale succes bij het kogelstoten behaald. Dat mag de hele
wereld weten.
Het was zilver dat hij kreeg
omgehangen, maar het voelde als goud. Kogelstoter Rutger Smith voorzag zijn
carrière gisteren van een succesvolle doorstart door bij de EK indoor in Madrid
zijn eerste prijs als senior te pakken. Met een verbetering van zijn Nederlandse
record tot 20,79 meter – in een indrukwekkende serie – bewees hij eindelijk
de kunst van het pieken wel degelijk te verstaan. „Dit smaakt naar meer”,
zei de krachtpatser uit Leek. De mindere jaren die achter hem lagen, leken in
één klap vergeten.
In de finale moest Smith (23)
de Deense favoriet Joachim Olsen, in Athene nog winnaar van olympisch brons, met
een beste jaarprestatie van 21,19 meter voor laten gaan. Maar in de spannende
tweestrijd met de Spaanse thuisfavoriet Manuel Martinez hield Smith zijn zenuwen
als beste in bedwang door op cruciale momenten in de wedstrijd een mentale tik
uit te delen. Het resulteerde uiteindelijk in zijn beste serie ooit (20,05 -
20,51 - 20,50 - 20,79 - 20,78, x ). „Na mijn vierde poging kwam Martinez al
naar me toe om me te complimenteren met mijn stoot. Het was alsof hij zich toen
al had neergelegd bij het brons.” Het zilver van Smith was de beste
Nederlandse prestatie op een internationaal indoortoernooi sinds het zilver van
Marko Koers op de 800 meter bij de EK in Valencia (’98). Voor Smith zelf
betekende zijn optreden in Madrid niet alleen een mijlpaal, maar ook een
keerpunt in zijn carrière. Vrijdag had hij zich – in zijn derde én laatste
poging – met een afstand van 20,46 meter al overtuigend gekwalificeerd voor
die eindstrijd. „Daarna kon het al bijna niet meer stuk”, meende de pupil
van de trainers Gert Damkat en Joop Tervoort. Het was alsof hij een drempel was
overgestapt.
Immers, de afgelopen
seizoenen sneuvelde de voormalige Europees- en wereldkampioen bij de junioren
steevast in de kwalificaties. Zijn ergste dieptepunt beleefde hij vorige zomer
in Athene. Uitgerekend in het klassieke decor van het oude Olympia, waar hij zo
graag had willen schitteren, bleef hij wederom ver onder zijn normale niveau.
Smith besloot na dat echec de hulp van sportpsycholoog Rico Schuijers in te
roepen.
In Madrid genoot hij juist
zichtbaar van de entourage in het volgepakte Palacia de Deportes en putte hij
juist extra kracht uit de steun die zijn voornaamste rivaal Martinez van speaker
en publiek ontving. Bij zijn laatste poging, toen hij al verzekerd was van het
zilver, had Smith de 21-metergrens willen doorbreken. Hij slaagde niet in die
opzet, maar het mocht na afloop de pret niet drukken. „Ik voelde dat ik de
vorm had om in ieder geval bij die 21 meter in de buurt te komen, maar ik was te
gretig”, zei Smith. Om er direct aan toe te voegen dat er nog meer kansen
komen om grenzen te verleggen. Volgend weekend doet hij alweer mee aan de
European Winter Throwing Cup in het Turkse Mersin. „Maar het zal me nu even
worst zijn als ik daar niet verder stoot dan achttien meter.” De geboren
Groninger noemde zijn zilveren plak gisteravond een opstap naar het grotere
werk. Voortaan wil hij zich ook op de grote buitentoernooien laten gelden, te
beginnen komende zomer bij de WK in Helsinki. Van een gebrek aan zelfvertrouwen
heeft Smith nog nooit last gehad. „Ik ben één van de grootste talenten ter
wereld. Ik denk dat ik in staat ben om ‘clean’ 22 meter te stoten”, aldus
Smith, die het ook „goed voor de sport” noemde dat hij tussen twee massieve,
zwaarwegende kolossen als Olsen en Martinez op het podium kon plaatsnemen. „Ik
ben veel atletischer gebouwd. Dat is esthetisch een mooier plaatje.”
|
|
 |
06-03-2005 / Telegraaf
door Frank Woestenburg |
 |
 |
Rutger
Smith geniet weer van de kogel
|
 |
| |
Rutger Smith heeft het
plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor voor de zesde
maal de nationale titel op zijn naam.
Hij kon het zich niet eens
meer herinneren, zolang was het al geleden dat Rutger Smith had genoten van een
wedstrijd. Gisteren was het goede gevoel er weer tijdens de NK-indoor, waar hij
voor de zesde maal de titel bij het kogelstoten voor zich opeiste. Met een worp
van 20,23 meter toonde de 23-jarige Groninger vormbehoud voor deelname aan de
EK-indoor begin maart in Madrid. „Eindelijk is het plezier weer terug”, zei
Smith opgelucht.
De Nederlander kon na lange
tijd weer eens lachen. Eindelijk lijkt hij grotendeels genezen van de kwaal die
hem tijdens de WK in Boedapest en de Olympische Spelen van 2004 in zijn greep
had. „Ik verkrampte volledig op die evenementen. Ik kon alleen in de afstanden
denken die ik wilde gooien en aan klasseringen die ik moest halen. Dat heeft me
het plezier ontnomen in de sport. Achteraf gezien is het heel jammer, want de
Olympische Spelen zijn natuurlijk prachtig, maar door de prestatiedruk vond ik
er geen donder aan”, aldus Smith, die zowel op de WK als de Spelen ondermaats
presteerde met een veertiende plaats.
Bij thuiskomst uit Athene
smeet hij de kogel en ook de discus in de hoek van de kamer, om die een maand
onaangeroerd te laten. Inmiddels heeft hij het medicijn voor zijn probleem
gevonden in een sportpsycholoog. „Zelf had ik het idee dat het zo niet langer
kon, maar ook mensen uit mijn omgeving hebben me het aangeraden. Voor mij is het
belangrijkste dat ik de wedstrijden blanco inga. Mijn prestatie, maar
voornamelijk mijn gevoel over vandaag stemt mij positief. Maar ik ben er nog
lang niet”, vertelde Smith, die donders goed weet dat de tussenbalans over
twee weken in Madrid wordt opgemaakt.
„Dat EK zou je kunnen
beschouwen als een tentamen. Het is afwachten of ik daar een voldoende voor
haal, net zoals in de WK die gaan komen. Wat er ook gebeurt, voorlopig blijf ik
nog wel de sessies volgen bij mijn psycholoog. Het is toch een leerproces dat
zijn tijd nodig heeft. Op die manier werk ik toe naar de Spelen van Peking in
2008, want dat beschouw ik als het grote examen van mijn therapie.” Rutger
Smith heeft het plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor
voor de zesde maal de nationale titel op zijn naam.
|
|
 |
20-02-2005 / Telegraafdoor
Hans Ruggenberg |
 |
 |
'Het
voelde alsof ik me tegenover heel Nederland belachelijk had gemaakt'
|
 |
| |
In 2004 werd veel gewonnen
en nog meer verloren. Succes beklijft, de rest wordt vergeten. Alleen in het
hoofd van de verliezer leeft de nederlaag voort. Vandaag: Rutger
Smith, de kogelstoter die na zijn deceptie bij de Spelen
op zoek ging naar een psycholoog.
Hij had
zich er zo ontzettend veel van voorgesteld. Meedoen aan de Olympische Spelen in
Griekenland was al een enorme belevenis, maar hij had als kogelstoter ook nog
eens het voorrecht zijn wedstrijd af te werken op de bijna heilige grond van
Olympia, de bakermat van de klassieke Olympische Spelen.
Rutger
Smith was in vorm, daaraan kon het die dag niet liggen.
Gretig en zelfverzekerd was hij, en bovendien was zijn gevoel goed. Niettemin
ging het volledig mis. Verder dan de ontgoochelende veertiende plaats kwam hij
niet. Af door de zijdeur, met een enorme kater.
Bij het
discuswerpen overkwam hem hetzelfde. Met de zeventiende plaats in de
kwalificaties bleef de deur naar het werkelijke strijdtoneel gesloten.
'Ik
voelde me vreselijk, ik had het gevoel alsof ik me tegenover heel Nederland
belachelijk had gemaakt. Ik had gefaald, want juist in de aanloop naar de Spelen
had ik aangetoond dat ik in het veld van internationale toppers geen piepeltje
meer was.
'Maar ik
blokkeerde en wist dat ik de verklaring daarvoor bij mezelf moest zoeken.
Niemand anders dan ikzelf had schuld. Mijn twijfels, mijn negatieve gevoelens,
hadden me parten gespeeld.'
Het was
hem al eerder overkomen dat hij aan zichzelf begon te twijfelen. Hij merkte het
nu weer, eerst in Olympia en later in de Griekse hoofdstad. Zijn eerste stoot
viel erg tegen. 'Het zal me toch niet weer overkomen, net als in Parijs?', vroeg
hij zich af, denkend aan een eerder debâcle dat hem lang was blijven
achtervolgen.
Volledig
verfomfaaid richtte de Groningse reus zich na zijn deceptie op en sprak stoere
taal. 'Als ik thuis kom zal ik meteen in het telefoonboek op zoek gaan naar het
telefoonnummer van een psycholoog. Dat moet er nu maar eens van komen', had hij
gezegd.
Hij
wist, alleen mentale steun kon hem door zijn depressie helpen. Met zijn 1.97
meter en 120 kilo mocht hij er sterk uitzien, de geest schoot tekort als hij het
gevoel had dat hij in de etalage van de hele wereld records moest verbeteren om
in aanmerking te komen voor een medaille.
Vier
maanden later zegt Smith: 'Ik heb altijd gedacht: daar
ben ik te nuchter voor, ik heb geen psychologische ondersteuning nodig. Maar
achteraf vind ik dat naïef. Als al mijn concurrenten er gebruik van maken,
waarom ik dan niet?'
Hij kwam
terecht bij de in sportkringen bekende sportpsycholoog Rico Schuijers in
Nijmegen. 'Wat moet ik ervan zeggen, ik weet pas of het helpt als ik weer onder
grote druk topprestaties moet leveren.'
De
grootste ergernis is nu wel voorbij. 'In Athene heb ik geweldig lopen balen. Ik
had nergens meer zin in en heb vervolgens ook in Nederland nog een maand
gelanterfant. Maar op 1 oktober heb ik de training hervat. Ik ben 23 jaar, en
het klinkt afgezaagd, maar ik heb nog een hele carrière voor me.
'Hoe
sterk je fysiek ook bent, als je geestelijk niet in balans bent, lukt het nooit
om kampioen te worden. Dat is de belangrijkste les geweest.'
En dat
is wat hij wil: grote toernooien op zijn naam schrijven en de grenzen van zijn
prestaties verschuiven. Volgend jaar wil hij de kogel verder dan 21 meter stoten
en met een persoonlijk record van 20.94 meter is hij die barrière al dicht
genaderd. Zijn ambities hebben niet geleden onder de rampspoed die op Griekse
bodem over hem werd uitgestort.
'Integendeel.
Ik voel me zelfs geprikkeld, opgejaagd om het nu beter te doen . Ik heb me wel
afgevraagd of het inderdaad verstandig is om je over een heel jaar zo te
focussen op een paar wedstrijden.
'Mijn
beste vorm heb ik het afgelopen jaar laten zien bij wedstrijden in Leiden, waar
ik de kogel naar 20.94 meter heb gestoten. Had ik toen meteen weer in
wedstrijden moeten uitkomen om het Nederlands record te verbeteren?
'Als je
in vorm bent moet je eigenlijk direct weer aan de bak. Maar tegelijkertijd weet
je ook dat je wordt afgerekend op je prestaties bij de grote kampioenschappen.
Met behulp van mijn mentale begeleider gaat het lukken, daarvan ben ik zeker.
Dat verkrampte moet weg, en worden ingeruild voor lichamelijke en geestelijke
souplesse.
'Ik woon
nu met mijn vriendin in Gouda en heb daar betere trainingsgelegenheden dan in
Groningen. Bovendien heb ik mijn studie aan de Randstad Topsport Academie weer
opgepakt. Al met al durf ik wel te zeggen dat ik al mijn negatieve ervaringen
heb omgezet in positieve vooruitzichten. Ik heb opnieuw geïnvesteerd, het wordt
tijd om te oogsten.'
|
|
 |
de
Volkskrant / Poul Annema |
 |
 |
'Kogelstoten ondergeschoven kind van
atletiek'
|
 |
| |
Leekster reus Rutger Smith
hoopt in klassieke olympische arena op meer erkenning.
In het krachthonk op de
atletiekbaan werkt Rutger Smith zich in het zweet. De temperatuur is binnen
draaglijker dan buiten omdat zo vroeg op de dag het krachthonk nog in de schaduw
ligt. Maar Smith is de warmte niet ontvlucht, het is gewoon vanwege zijn rooster
dat hij binnen bezig is. Bovendien zegt hij is het in Athene straks een stuk
warmer.,dus dit is wel even goed zo. ‘Kan ik alvast een beetje wennen.’
In
meer dan een opzicht zal het wennen worden voor Smith. De 23-jarige
kogelstoter/discuswerper uit Leek staat in Athene voor zijn eerste Olympische
Spelen. Dus zal dat, vermoedt hij, toch wel een heel aparte ervaring worden.
‘Als klein jongetje is dat iets waar je naar uitkijkt, waarvan je denkt goh,
het zou mooi zijn als ik daar ooit aan mee mag doen. Het begint nu ook echt te
komen, het begint te kriebelen, het gevoel dat ik erbij ben. Het is als sporter
toch het hoogste wat je kan bereiken. Ik heb op internet al foto’s gezien van
het olympisch dorp, dan denk je: daar loop ik straks ook. Maar eerlijk gezegd
zie ik me straks toch vooral in de ring staan.’
Smith doelt vooral op de
werpring van de kogel, de discipline waarvoor hij zich ( in tegenstelling tot de
discus) plaatste dankzij het halen van de A-limiet. Want alleen voor de
kogelstoters heeft de organisatie het eeuwenoude Olympische stadion in Olympia
opengesteld.’Dat vind ik wel mooi’, zegt Smith, ‘dat de kogelstoters daar
mogen staan. Dat is toch een stukje historie, Olympia, daar is het ooit
begonnen, een paar honderd jaar voor Christus. Ik vind het ook wel goed voor het
kogelstoten, dat is toch vaak een ondergeschoven kindje in de atletiek, krijgt
weinig aandacht op de TV. Dat vind ik onterecht, want de prestaties die de
kogelstoters leveren zijn niks minder dan die op de loopnummers. Meestal sta je
er niet bij stil dat het kogelstoten zo weinig aandacht krijgt, maar mij begon
het in de jaren negentig wel op te vallen. Dat de finale van de kogel helemaal
niet in beeld komt, omdat er ook een tien
kilometer wordt gelopen. Dat is echt onterecht, want ondertussen wordt er op de
kogel wel om de medailles gestreden. Nu we straks in Olympia staan, ga ik er van
uit dat we meer aandacht zullen krijgen.
Meedoen
Smith heeft vooral voor de
kogel zijn doel duidelijk gesteld: hij wil de kwalificatie overleven, de finale
halen. Dat betekent dat hij na drie stoten bij de twaalf besten moet zitten. ´Daar
wil ik voor gaan, dat is mijn doel. Meedoen alleen, dat is het niet voor mij.
´´Meedoen is belangrijker dan winnen´´, die leuze, die is volgens mij al
lang achterhaald. Ik wil in de finale staan, tussen de wereldtop. En in de
finale wil ik voor de 21 meter gaan, het nationale record van de bruin
verbeteren. Ik zeg niet dat me dat gaat lukken, maar het is wel een realistisch
doel.´
Na de kogel op 18 augustus
wacht drie dagen later de discus. Smith plaatste zich via de B/limiet, op zich
ongebruikelijk, maar NOC*NSF sprak het vertrouwen uit in Smith en dus kwam er
een tweede startbewijs. ´De discus wordt anders dan de kogel, daar zijn er meer
beter dan ik, sta ik minder hoog op de wereldranglijst. Maar ik kan de finale
halen. Op de WK vorig jaar was 63half goed genoeg voor de laatste twaalf, nou,
die afstand kan ik halen.´
De warmte zal hoe dan ook een
rol gaan spelen, denkt Smith. Meer op de kogel dan op de discus. ´Je moet fit
zijn, om te overleven. Ik ben fit, heb geen lichaamsvet, maar als je wat forser
gebouwd bent, wel wat meer lichaamsvet hebt, kan je problemen krijgen met de
warmte. En het zijn toch vooral de kogelstoters die wat extra kilo´s hebben.
Bij de discuswerpers heb je dat bijna niet. Daarom ligt er voor mij toch een
voordeel op de kogel.´
|
|
 |
DVHN / Paul Bosman |
 |
 |
Rutger Smith op weg naar de Olympus
|
 |
| |
LEEK
– Eind vorige week kon Rutger Smith met toch wel een gevoel van opluchting
z’n ouderlijk huis aan de Ommelandenstraat achter zich laten om z’n
sportieve reis naar Athene, waar het allemaal moet gebeuren, te aanvaarden. De
laatste dagen waren nogal hectisch verlopen, omdat diverse media, waaronder TV
Noord, zich bij het krachtmens meldden, om nog even te converseren over z’n
verwachtingen bij zowel het kogelstoten als discuswerpen op Olympisch niveau.
Een half uur, voordat hij zich richting
Beverwijk begeeft naar zijn vriendin, heeft Smith nog even tijd voor een korte
babbel. “Zaterdag vliegen we naar Italië met een deel van de Nederlandse
atletiekploeg, waar we een soort trainingskamp beleggen. Wij hopen daar de rust
te vinden om ons daar optimaal voor te bereiden en hopen daarbij niet al te zeer
lastig te worden gevallen door de media. De opening van de Spelen zal ik
trouwens niet meemaken, want ik wil me volledig concentreren op het onderdeel
kogelstoten, dat op woensdag 18 augustus op het programma staat. De
kwalificaties beginnen om 9.00 uur en dan zal ik moeten proberen me bij de beste
12 voor de finale te plaatsen. Op de wereldranglijst sta ik nu nummer 10, dus de
mogelijkheden zijn er. Maar ik ben me ervan bewust, dat de concurrentie ook op
scherp zal staan. Ik moet vooral proberen bij mijn eerste worpen voldoende
agressiviteit aan de dag te leggen. De finale is trouwens diezelfde middag/avond,
waarbij het heel speciaal is, dat het Kogelstoten wordt afgewerkt in een
speciale arena op de berg Olympus. Ooit werden daar historische wedstrijden
gehouden en in dat kader is bedacht om daar de Olympische strijd weer eens aan
te gaan. Heel uniek natuurlijk en het is ook heel bijzonder, dat ik dat allemaal
ga meemaken!”
Zoals het eigenlijk ook heel uniek is, dat twee Leekster atleten – naast Smith
zal namelijk ook sprintster Jacqueline Poelman in actie komen op de estafette 4
x 100 m. – aan deze Zomerspelen zullen meedoen.
|
|
 |
De Krant / Ben Boers |
 |
 |
Tonnen tillen telt
|
 |
| |
Als we atleet Rutger
Smith zwetend en zichzelf oppeppend aantreffen in het
krachthonk van het Groningse Stadspark, vinden wij hem een superman. Nederlands
beste kogelstoter en discuswerper is lang, 1.97 meter, hij bezit een fraai
gestileerd torso, weegt 122, soms 123 kilo en is snel op de benen.
Zulke atleten tref je niet
elke dag. 'Mwah', zegt de nuchtere Smith, 'valt wel
mee.' Hij bedoelt: valt wel tegen. 'Van de wereldtop ben ik de slapste.'
Zijn trainer Gert Damkat
vertelt over de beste kogelstoter van dit moment, de Brit Christian Cantwell.
Die is 1.98 en weegt 145 kilo. 'Dat is iemand met een bijzettafeltje. Cantwell
heeft zo'n enorme borstkas. Hij kan 280 kilo bankdrukken. Rutger
haalt 180.'Er is nog heel wat terrein te winnen voor de nummer zeven van de
wereldranglijst. Damkat: 'Een beetje stoter weegt 130 kilo. Rutger
mag wel wat zwaarder worden. Het gaat bij de werpnummers toch om de
natuurkundige wet: massa maal versnelling.'
Smith
heeft zijn kilo's gewonnen door zijn aanleg ('mijn vader is ook een grote man),
door stevig te eten en door jaren achtereen in het kracht honk door te
brengen. 'Ik vind dat prachtig, dat krachttrainen. De spieren op spanning,
lekkerder is er niet. Ik loop na zo'n krachttraining niet eens uit, doe geen
cooling-down. Het gaat mij erom dat prettige gevoel te houden.'
Op zijn vijftiende,
zestiende mocht Rutger Smith
voor het eerst 'aan het ijzer'. 'Je bent dan nog in de groei. Je moet heel
rustig beginnen met die halters.'Hij was nog een slungel, oogde eerder als een
talentvolle volleyballer dan een allround atleet. Hij was 1.95 meter lang en
maar 72 kilo zwaar. Hij had de ziekte van Osgood-Schlatter gehad. Hij kreeg last
van groeipijnen.Opeens, rond zijn zestiende , begon Smith
flink te groeien. 'Ik werd in een jaar 32 kilo zwaarder, het ging van 72 naar
104. Op mijn achttiende brak ik door. Was ik al 110. Nu ben ik 23, en 122
zwaar.'
Damkat: `Rutger
kwam eens terug van een trainingskamp op Lanzarote. Was hij een beetje
afgevallen. Nog maar 111 kilo. Dat kon echt niet. We zijn hem meteen weer
zwaarder gaan maken.'
Bij de krachttraining
gebruikt Smith een supplement uit een plastic trommel,
met de vermelding Weight Gain (gewichttoename). Het is Biolina. Niks
geheimzinnigs, volgens Smith en Damkat. De voeding
luistert nauw bij de hoeveelheid ijzer die de atleet wegwerkt.Damkat: 'Vorig
jaar was hij bij de WK in Parijs 126 kilo. Hij was niet fit. Hij had zelfs een
beetje een zwembandje.'
Smith
heeft deze dag in juli last van een lichte rugblessure en is iets voorzichtiger
met zijn gewichttraining. Normaal zet hij 4000 kilo per training weg. Hij kiest
niet voor massaal of massief tillen. Hij kiest voor snel tillen. Kniebuigen
(squatten) kan hij met 265 kilo. Het gaat vandaag van 140 via 160, 180 naar
205.Bij het trekken, het in één keer boven het hoofd brengen van de halter van
maximaal 125 kilo, blijkt de enorme snelheid van Smith.
Hij stoot klanken uit en zwiept het ijzer omhoog.
Smith:
'De benen, de armen, de hele strekketen wordt op deze manier in één keer
getraind. Trekken is nodig om mijn explosiviteit te trainen. Kogel en discus
zijn explosieve nummers. Explosiviteit is dan ook mijn kracht. Ik kan heel goed
heel snel gewicht verplaatsen. Op die kwaliteit verkeer ik in de wereldtop.'
Damkat: 'Het principe van
de kogel- en de discusnummers luidt dat je in heel korte tijd optimale kracht
moet uitoefenen. Kracht is niet alleen halters tillen. Zoals sterker worden niet
alleen komt door krachttraining te doen, maar soms ook door slim aan kracht te
doen.'
Kracht lijkt 'alles' in
deze technische nummers van de atletiek.Smith: 'Kracht
is heel erg belangrijk. Je moet het gewoon doen als je verder wilt komen. Zonder
kun je niet. Op techniek kun je aardige progressie maken, maar op een gegeven
moment, rond je vijftiende, kom je niet verder meer zonder kracht.'
|
|
 |
- de Volkskrant - |
 |
 |
Nelli
Cooman in brons voor Rutger Smith
|
 |
| |
De
Nelli Cooman Games waren voor de kogelstoters een voorproefje van wat hun
tijdens de Olympische Spelen in Athene te wachten staat. Daar laten ze hun
kunsten zien in een arena die plaats biedt aan 15.000 toeschouwers. Ook in
Stadskanaal konden de verrichtingen van de krachtpatsers van dichtbij worden
gevolgd. Om de kogelring op het middenterrein waren namelijk hekken geplaatst
en daarachter kon het publiek, dat de deelnemers onder begeleiding van een
muziekje kreeg voorgesteld, plaatsnemen. Normaal gesproken blijven de
toeschouwers tijdens een baanatletiekwedstrijd buiten het middenterrein.
Rutger Smith
was vooraf al vol lof over deze unieke aanpak geweest, want kogelstoten dicht
bij het publiek ligt hem. Naast atleet is Smith ook showman. Voor, tijdens en
na zijn stoten kreeg hij de handen van de vele toeschouwers dan ook moeiteloos
op elkaar. Smith genoot er zichtbaar van. "Geweldig dat het publiek zo
nabij is. In Athene gaat het ook zo. Je wordt gretig. De adrenaline gaat
stromen."
Dagprijs
Smith kwam op
sportpark Pagedal tot een winnende afstand van 20.64 meter. Dit resultaat was
eveneens goed voor de dagprijs, de Bronzen Nelli Cooman. De 22-jarige fulltime
atleet was zichtbaar gelukkig met deze afstand. "Maandag, dinsdag en
woensdag was ik ziek. Een verkoudheid opgelopen in het vliegtuig dat ons na
afloop van de Europacuplandenwedstrijd in Polen terugvloog naar Nederland. Het
was koud in dat vliegtuig. De afgelopen week had ik dan ook maar twee keer
getraind: een keer kracht en een keer kogel. Tijdens het instoten ging de
kogel al over de 20 meter en dat bracht vertrouwen. Het ging technisch
redelijk, hoewel ik vorige week slechts een keer het kogelstoten had getraind.
Ik heb constant gestoten, want de kogel kwam vier keer over de 20 meter.
Hiermee ben ik tevreden."
Smith, die
onlangs in Leiden het Nederlands record van Erik de Bruin uit 1986 tot op een
centimeter benaderde, keek ook nog even vooruit. "In Athene moet ik er
helemaal klaar voor zijn en daar moet het nationaal record sneuvelen. Ik heb
er alle vertrouwen in dat ik in Athene ook meedoe aan het discuswerpen."
De Nederlandse eis voor deelname aan dit onderdeel is 64.60 meter. Smith kwam
dit jaar tot 63.79 meter bij een persoonlijk record uit 2002 van 64.69 meter.
"Voldoen aan de eis moet dus mogelijk zijn," aldus Smith.
|
|
 |
28-03-2004
/ DVHN / Jo Tingen |
 |
 |
Smith
heeft z'n gouden schoen, nu de 21 meter nog
|
 |
| |
Kogelstoter
toont topvorm op heilige grond in Leiden
Was hij niet
een nuchtere Groninger geweest maar een gepassioneerde Zuid-Europeaan dan had
hij ongetwijfeld een nieuwe meting aangevraagd. Maar zo steekt Rutger Smith
niet in elkaar. Hij was nu ook al heel tevreden met zijn stoot van 20.94
meter, exact één centimeter onder het nationaal record van Erik de Bruin.
Kogelstoter
Smith won zaterdag in een guur en winderig Leiden de wedstrijd om de Gouden
Spike. Al vroeg in de middag was duidelijk dat de felbegeerde trofee hem niet
meer kon ontgaan. Andere toppers bleven op hun discipline ver weg van
nationale records, slechts de kogelstoter uit Leek kon de 33ste editie van de
jaarlijkse wedstrijd in de Leidse Hout glans geven. Smith heeft al jaren zijn
zinnen gezet op het goudgekleurde sportschoentje. De afgelopen jaren zat hij
er steeds dicht tegenaan, maar besliste de jury uiteindelijk dat een andere
sporter zich de winnaar mocht noemen. Vaak is dat een vergelijking tussen
appels en peren - want hoe kun je de prestatie van een 200-meterloper afzetten
tegen die van een discuswerper? - zaterdag was er geen twijfel mogelijk.
Want
wie had Smith kunnen afhouden van de victorie? Arnoud Okken en Gregory Sedoc
poogden - moedig, maar tevergeefs - de olympische limiet te slechten, de 4 x
100 meter estafetteploeg vergat onderweg het stokje, Caimin Doulas stapte met
een onwillige kuit uit op de 200 meter. `Rutger was de afgelopen week tijdens
de trainingen flink bezig met die Gouden Spike', vertelden zijn trainers Gert
Damkat en Joop Tervoort na afloop. `Hij wilde echt winnen.' Zijn grote
voorganger Erik de Bruin won de trofee tussen 1980 en 1992 liefst zesmaal.
Smith: `De omstandigheden voor kogelstoters en discuswerpers zijn in Leiden
altijd goed. Het is hier heilige grond.'
De meeste
sporters zouden er goed de smoor in hebben als ze op een fractie een nationaal
record missen, maar zo steekt deze vriendelijke reus niet in elkaar. De Bruin
stootte de kogel in 1986 in - natuurlijk - Leiden naar 20.95 meter, Smith kwam
zaterdag één centimetertje minder ver. `Het is wel goed zo. Als ik nu over
de 21 meter had gestoten, dan had dat iets van mijn gretigheid afgenomen. Er
moet in dit olympische seizoen natuurlijk iets te wensen overblijven. Die 21
meter komt nog wel', klonk het laconiek.
Dat hele
kogelstoten was zaterdag voor Smith bijzaak. Hij was naar Leiden gekomen voor
de olympische limiet op de discus, 64.60 meter. Met de kogel heeft hij bij de
FBK-Games al voldaan aan de eisen van NOC*NSF, met de schijf moet hij de
keuzeheren op Papendal nog tevreden stellen. `De omstandigheden zijn goed',
klonk het in de vroege middag monter na het stoten. `Een lekkere stevige
tegenwind, dat hebben wij discuswerpers graag. Daar gaat de discus van
stijgen. De Bruin heeft de discus hier ook altijd ver geworpen, Pieter van der
Kruk ook.'
Anderhalf uur
later ging de discus inderdaad met een mooie curve de lucht in, maar werd de
benodigde afstand toch niet overbrugd. Met 63.79 meter kwam de Heracles uit
Groningen dicht in de buurt, maar het was niet genoeg. `Ik wilde té graag.
Dan ga je te krachtig werpen. Dat werkt met de kogel, maar met de discus dus
niet. Daar komt het juist op souplesse aan.' Volgende week, tijdens de Europa
Cup in Polen, zijn er nieuwe kansen. Smith is een eigenwijze donder. Zijn
internationale concurrenten beperken zich allemaal tot één onderdeel, discus
óf kogel, de Groninger zal en moet straks in Athene `dubbelen'. Geen honderd
Groninger werkpaarden kunnen hem van dat idee afbrengen.
Het een bijt
het ander niet, benadrukt hij keer op keer. Zeker nu er in het olympisch
atletiekprogramma extra ruimte is gekomen omdat het stoten al in de eerste
week in klassiek Olympia wordt gehouden. Zijn trainers Damkat en Tervoort zijn
er ook van overtuigd dat het kan, al vereist dat soms wel het nodige gepuzzel.
Damkat: `Je moet de juiste balans vinden. En heel blijven.' Smith houdt van de
afwisseling. Het is dat de Spelen er aan komen, anders zou hij nog meer
krachtdisciplines beoefenen.
Hij kijkt nu
al uit naar de vijfkamp, die in het najaar in Huizen wordt gehouden. Buiten
discus en kogel, staan daar ook traditionele disciplines als kogelslingeren en
speerwerpen op het programma. En dat vijfde onderdeel? Het krachtmens lacht:
`Gewichten van zestien kilo wegslingeren. Ook hartstikke leuk.'
|
|
 |
14-06-2004
/ Volkskrant |
 |
 |
Veel
vragen - Rutger Smith
|
 |
| |
Atleet
Rutger Smith gooide onlangs op het NK Indoor het kogelstootrecord van Erik de
Bruin uit de boeken. Voor de Groninger nog maar het begin. ‘Nu zijn andere
records nog.’
| Geboren: |
9 juli 1981 in
Groningen |
| Woonplaats: |
Leek |
| Lengte: |
1.97 meter |
| Gewicht: |
121 kilo |
| Sport: |
Atletiek:
kogelstoten en discuswerpen |
| Club: |
Groningen
Atletiek |
| Persoonlijke
records: |
Kogelstoten
20.75 m (Gent 21-02-2004), discuswerpen 64.69 m (Sevilla 23-06-2002) |
| Trainers: |
Gert Damkat en
Joop Tervoort |
| Prestaties: |
Goud (discus en
kogel) op EK jeugd in 1999, goud (kogel) en brons (discus) op WK jeugd
in 2000, 9de op EK indoor in 2002 (kogel), 8ste op
EK outdoor in 2002 (kogel), goud (discus) en brons (kogel) op EK -23 in
2003 |
| Internet: |
www.rutgersmith.com |
Karakter
Ik
ben nuchter en kan erg slecht tegen mijn verlies. Dat laatste zie ik als een
slechte eigenschap, want ik kan niet alleen in sport slecht tegen mijn
verlies. Ook als ik met familie of vrienden een spelletje doe. Een goede
eigenschap is dat ik erg rustig ben. In sport ben ik dat trouwens niet. Bij
wedstrijden is het goed de adrenaline met agressie op te wekken.
EK
Jeugd 1999
Het
toernooi van mijn doorbraak. Het jaar 1999 was echt het jaar dat ik kwam
opzetten. Ik ging niet als favoriet naar het toernooi toe. Ik bezette zowel
met kogelstoten als discuswerpen de achtste positie op de Europese ranglijst.
Totaal onverwacht veroverde ik het goud bij het kogelstoten. Vervolgens was ik
zo in de winning mood dat ik bij het discuswerpen ook de titel pakte.
WK
Jeugd 2000
Na
het voor mij succesvol verlopen jeugd EK was de situatie op het jeugd WK
totaal anders. Aan het WK begon ik als grote favoriet. Dat bracht extra druk
met zich mee. Ondanks mijn zenuwen stelde ik met mijn eerste stoot al een
finaleplaats veilig. Er viel een last van me af. Ik maakte de verwachtingen
waar en pakte goud met de kogel en brons met de discus.
Erik
de Bruin
De
beste mannelijke atleet die Nederland heeft gehad. Een internationale topper,
vooral met de discus. Hij had alle Nederlandse records in mijn disciplines in
handen. Ik heb er op het NK indoor van dit jaar een van hem afgepakt. Ik
verbeterde het van 20.60 naar 20.75 meter. Outdoor staan zijn records nog
overeind. De kogel wierp hij 20.95 meter ver, de discus 68.12 meter. Die
probeer ik nu uit de boeken te gooien.
Het
jaar van de haan
Ik
ben in 1981 geboren en in de Chinese astrologie is dat het jaar van de haan.
Er zit wat in. Ik wil overal en altijd de eerste zijn. Ik ben een echt haantje
de voorste.
Wat
eet jij per dag?
Heel
veel. Ik eet zes keer per dag. Zo probeer ik mijn energieniveau strak te
houden, zonder al te veel pieken en dalen. Dan voel je je beter en herstel je
makkelijker van trainingen. Ik begin ’s ochtends met een shake van biogarde,
roosvicee, eiwitpoeder, havermout en water. Dan eet ik om 12.00 uur pasta met
groenten en kipfilet. Daarbij eet ik ook nog twee gekookte eieren zonder
dooier en drink ik een glas melk. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen, een
peer, een banaan en een hele komkommer. Om 17.30 uur eet ik voor de tweede
keer warm: pasta, groente, vlees met yoghurt als toetje. Om 20.30 uur neem ik
na de training een eiwitshake en voor ik naar bed ga neem ik nog zo’n
eerder genoemde biogardeshake. Tussen al deze maaltijden door drink ik in
totaal 7.5 liter water.
Wat
is jouw sterke punt?
Ik
heb mijn lichaam mee. Ik moet het hebben van mijn explosiviteit, atletisch
vermogen en vechtersmentaliteit. Niet van mijn kracht. Ik sta nu tiende op de
wereldranglijst en de nummer een tot negen zijn
allemaal sterker dan ik.
Wat
zou je aan jezelf willen veranderen?
Ik
heb een spanwijdte -met de armen wijd van vingertop tot
vingertop- van 2.14 meter. Daar zou ik nog wel een paar centimeter aan
toe willen voegen. Je hebt er namelijk veel voordeel van in discuswerpen. Je
kunt dit makkelijk wiskundig verklaren. Als
je een langere radius hebt kun je meer snelheid ontwikkelen en dus gooi je de
discus verder.
Waarom
ben je niet gaan voetballen?
Toen
ik drie jaar was zag ik een atletiekwedstrijd op tv.Toen zei ik al tegen mijn
ouders dat ik dat ook graag wilde. Ik heb tot 1998 alle onderdelen gedaan en
ben me toen op de werpnummers gaan specialiseren. Je probeert je grenzen te
verleggen en ergens de beste in te zijn. Jaren geleden heb ik ook
gebasketbald. Dan geef je de bal af en zie je iemand een
lay up missen. Dan kan ik me moeilijk beheersen. Ik hou
het liefst alles zelf in eigen hand. Ik heb daarom een voorkeur voor een
individuele sport.
Wat
ging er mis op WK Indoor 2004?
Ik
was goed in vorm maar heb het WK verprutst. Ik begon mijn draai te langzaam,
waardoor ik in het laatste stuk te hard wilde. Het resultaat was dat ik twee
ongeldige worpen produceerde. Ik kwam met mijn voet op de balk. Met 20.28
meter had ik in de finale gestaan. Met een persoonlijk record van 20.75 had ik
dat moeten kunnen halen. Maar ja, als…
De
21-meter grens in kogelstoten...
…is
absoluut haalbaar. Tijdens het NK indoor gooide ik 20.75 meter. Die worp was
niet perfect. Als ik goed door train en sterker wordt moet ik over de 21 meter
heen kunnen gaan. Voor mij is het nog wel een magische barrière. Als je 21
meter stoot hoor je bij de wereldtop.
Kogel
of discus?
Ik
kan kogelstoten en discuswerpen goed combineren. De training voor deze
disciplines is hoegenaamd hetzelfde. En als een van de twee disciplines wat
minder gaat kan ik altijd terugvallen op de andere.
Nederland
is geen atletiekland!
Dat
klopt. Met uitzondering van Ellen van Langen, Fanny Blankers-Koen en Ria
Stalman hebben we in Nederland weinig atletiekhistorie. We zijn echter op de
goede weg. Er loopt talent genoeg in Nederland. Het is jammer dat Nederland
geen sportland is. Op sport wordt altijd als eerste bezuinigd. Maar als er
goud gewonnen wordt op de Spelen staan de kamerleden vooraan bij het handen
schudden. En kijk hoe lang het duurt voor er bijvoorbeeld een nieuw zwembad in
Eindhoven wordt neergezet. Ian Thorpe hoeft maar met zijn vingers te knippen
als hij een nieuwe bad wil.
MPC
Capitals of FC Groningen?
MPC
Capitals. Ik ben het laatste jaar nog niet geweest maar ik ga soms kijken bij
de basketballers. Met voetbal word je dood gegooid op de tv. Ik kijk wel
altijd wat FC Groningen heeft gedaan.
Athene
2004 of Peking 2008?
De
limiet voor Athene is 20.30 meter bij het kogelstoten en 64.60 meter bij het
discuswerpen. Gezien mijn PR op beide disciplines moet ik me voor de Spelen
kunnen plaatsen. Een medaille is waarschijnlijk te hoog gegrepen. Een
finaleplaats -een plaats bij de beste twaalf- zou
al mooi zijn. Ze zeggen dat je als werper tussen je 26ste en je 32ste
op je top bent. In Peking ben ik 27. Dan zou ik voor de medailles moeten gaan.
Maar ik kan er in 2012 en 2016 ook nog bij zijn. Discuswerpers kunnen tot achterin
de dertig jaar mee.
|
|
 |
25-03-2004
/ Sport International / tekst Wim van Eck / foto Edwin Hoogendoorn |
 |
 |
Smith
in voetsporen De Bruin
|
 |
| |
GENT
- De eerste grote stap in wat een even lange als indrukwekkende atletiekcarrière
moet worden, is gezet. Op nationaal niveau vaagde Rutger Smith met een
verrassend verre kogelstoot het eerste seniorenrecord van zijn voorganger Erik
de Bruin weg. De kogel had zaterdagavond tijdens de nationale kampioenschappen
in Gent bij de laatste poging amper de werphand verlaten, of de reus uit
Groningen hief de armen in triomf omhoog. Het opmeten van de afstand (20.75
meter) was nog maar een detail; dat hij eindelijk het negentien jaar oude
record (20.60) van De Bruin had overtroffen was voor hem al een zekerheid.
Voor wie de carrières van voorbeeld en opvolger enigszins in kaart heeft, is
het belang van deze stap duidelijk. Smith zelf wist die in al zijn eenvoud
duidelijk te verwoorden: ,,Ik pak toch een record af van de beste atleet die
Nederland ooit heeft gekend. Hij deed het weliswaar met discus, maar tweede op
EK en WK worden is niet niks.'' Smith bereikte die eerste mijlpaal
bovendien na een periode vol 'donkere momenten', zoals zijn full-time trainer
Gert Damkat het omschrijft. De met woorden beleden ambities van Smith smoorden
vorig jaar in decepties door blessures en fouten in de trainingsopbouw. Zowel
op de wereldkampioenschappen indoor als buiten haalde hij de finale niet.
Rutger Smith heeft Erik de Bruin, wiens carrière in 1993 strandde op een
positieve dopingtest, nooit ontmoet. Zijn respect en historisch besef voor de
autodidact zijn wel zo groot, dat hij veel van hem weet. Zoals het detail dat
De Bruin tweemaal de afstand van 20.60 meter overbrugde, waarvan eenmaal met
een stalen kogel. De indoorkogel waarmee Smith zaterdag zijn record stootte
was van rubber. Net voor het verlaten van de hand, als de kracht van de stoot
zijn piek heeft bereikt, deukt rubber in. Het energieverlies dat daarmee wordt
geleden, is omgerekend ongeveer twintig centimeter. Voor Smith had zijn
prestatie dus een veronderstelde waarde van 20.90 meter, een afstand waarmee
hij de toptien in de wereld dicht is genaderd. Toen De Bruin in Dortmund zijn
record vestigde was hij bijna 22 jaar, de leeftijd van Smith nu. De atleet uit
Hardinxveld had toen al zijn eerste Olympische Spelen achter de rug. In Los
Angeles werd hij bij zijn debuut in 1984 negende bij het discuswerpen en
achtste bij het kogelstoten. Twee jaar later maakte hij bewust de keuze voor
discuswerpen; stoten met de kogel deed hij nog slechts om jaarlijks zijn
nationale titels af te kunnen halen. Als het aan Smith ligt komt voor hemzelf
die keuze nooit aan de orde. De Bruin achtte specialisatie vooral door zijn
beperkingen -met zijn geringe lengte moest hij het vooral hebben van snelheid
en techniek- noodzakelijk. Smith geldt met zijn lengte van 1.97 meter en de
2.14 meter spanwijdte van zijn armen als de ideale werper die ook als stoter
goed uit de voeten kan. En zijn ambities heeft hij meermalen uitgesproken:
zowel op kogel als discus in 2008 olympisch kampioen worden. De twijfels van
vorig jaar konden die niet temperen. ,,In 2001 raakte ik ernstig geblesseerd
en vroeg men zich af: komt Smith nog wel terug? Vorig jaar ging het weer zo:
hij presteert niet, moet hij niet eens aan de doping?'' ,,Als zo over me wordt
geschreven, maakt dat me alleen maar gretiger. Er is wel gesuggereerd dat ik
zou slikken. Dat zie ik alleen maar als een compliment. Uit negatieve stukjes
haal ik positieve energie.'' Wel gaf de reus toe dat het record van Gent veel
vertrouwen geeft. ,,Ik moet me tenslotte nog plaatsen voor de Olympische
Spelen in Athene.'' Dat kan over twee weken tijdens de WK indoor in Boedapest
zomaar gebeuren; een stoot over 20.30 meter volstaat daar. Van Athene stelt de
atleet zich veel voor, met name van het kogelstoten dat is gesitueerd in het
klassieke Olympia. ,,Daar komen 15 000 mensen speciaal naar ons kijken en er
zal veel media-aandacht zijn. Dat is nog nooit gebeurd. Normaal is ook de
finale van de tien kilometer bezig en heeft er niemand oog voor ons.''
|
|
 |
23-02-2004
/ (Trouw)
Rob Velthuis |
 |
 |
Kogelstoter
zorgt met record voor hoogtepunt op NK
|
 |
| |
GENT,
maandag Het was in meerdere opzichten een positieve week voor kogelstoter
Rutger Smith. Eerst was er het nieuws dat een Amerikaanse concurrent (Kevin
Toth) de handdoek werpt als gevolg van zijn betrokkenheid bij het
THG-schandaal, vervolgens kwam het bericht dat er mogelijk tijdens de
Olympische Spelen in Athene al gecontroleerd zal worden op het Human Growth
Hormone, een populair middel bij met name kogelstoters en discuswerpers, en
zaterdag prolongeerde hij in Gent zijn nationale titel door de kogel naar een
recordafstand (20,75 meter) te stoten. Het oude nationale record (20,60) stond
al negentien jaar op naam van Erik de Bruin. Smith, met Groningse nuchterheid:
"Ik denk dat ik wel in vorm ben." Met zijn indrukwekkende serie,
waarin hij driemaal de 20-metergrens overschreed (20,08, 20,19 en 20,75),
voorzag de krachtpatser uit Leek (197 cm, 122 kg) een verder voorspelbaar en
tegenvallend NK nog van enige glans. Hij was de enige atleet die in de
Topsporthal Vlaanderen een nationaal record scherper stelde. "Wat mij
betreft is Erik de Bruin de beste Nederlandse atleet ooit. Hij heeft op grote
kampioenschappen zilveren medailles gewonnen. Dat ik nu zijn record pak,
betekent daarom toch wel wat voor me", aldus Smith, die in Gent met
rubberen kogels stootte. Het belegen record van De Bruin, die in zijn carrière
tot tweemaal toe 20,60 meter haalde, was volgens Smith in ieder geval één
keer met een metalen kogel tot stand gekomen. "Rubber geeft mee met de
afstoot. Het is geen geheim dat je met metaal verder stoot. Dat had me hier
zeker twee decimeter gescheeld." Voor Smith betekende zijn optreden een
opsteker in de aanloop naar de WK indoor, over twee weken in Boedapest. Sinds
zaterdag bezet hij de zesde plaats op de wereldranglijst. Behalve een
aanzienlijke verbetering van zijn klassering (tiende) bij de vorige editie van
de WK indoor, vorig jaar in Birmingham, hoopt Smith zich in de Hongaarse
hoofdstad definitief te kwalificeren voor zijn eerste Olympische Spelen. De
22-jarige atleet moet dan 20,30 meter stoten. Het zou een formaliteit moeten
zijn. "Als ik dat niet haal, betekent het dat ik het slecht gedaan
heb." Smith stond tot twee jaar geleden te boek als een zondagskind. Als
een atleet die het in alle opzichten voor de wind ging, getuige de medailles
die hij verzamelde op internationale jeugdkampioenschappen. Op seniorenniveau
heeft hij al enkele tegenslagen voor de kiezen gehad. In 2001 scheurde hij bij
het bankdrukken een pees in zijn borstspier af, waardoor hij maanden
buitenspel stond, en vorig jaar verrekte hij tijdens een trainingskamp in
april een spier aan de binnenzijde van zijn bovenbeen. Mede daardoor liep
volgens eigen zeggen de WK outdoor in Parijs uit op een deceptie. "Ik had
te veel op explosiviteit en nauwelijks op omvang getraind. Dat gaat even goed,
maar geen driekwart jaar. Op een gegeven moment krijgt je lichaam geen nieuwe
prikkels meer. Noem het onervarenheid. Maar ook van deze ervaring, hoe
negatief ook, leer je." De honger van Smith is zowel letterlijk als
figuurlijk groter dan ooit. In Boedapest verwacht de atleet, die volgens eigen
zeggen zes maaltijden per dag nuttigt, de kunst van het pieken weer eens te
kunnen tonen. Veel belangrijker zijn voor hem echter de Spelen in Athene, waar
hij zowel met discus als kogel van de partij hoopt te zijn. Zeker het
kogelstoten moet een bijzondere belevenis worden, al is het alleen maar
vanwege het feit dat het wordt afgewerkt in het oude Olympia, waar 15.000
mensen getuige van mogen zijn. "De ambiance zal even uniek zijn als de
locatie. Zoiets kan een enorme stimulans voor het kogelstoten betekenen."
Een andere stimulans voor het kogelstoten zijn de verscherpte dopingcontroles.
Kevin Toth, de nummer vier van de WK in Parijs, maakte afgelopen week bekend
zijn carrière per direct te beëindigen nadat hij eerder was betrapt op de
designer-steroïde THG. "Ik heb geen medelijden met die man. Wéér een
concurrent minder", aldus Smith, die beseft dat van de verscherpte
controles een nivellerende werking uitgaat. Zeker de aankondiging dat er in
Athene mogelijk al gecontroleerd wordt op het tot voor kort niet te traceren
HGH, zal vooral in de wereld van het kogelstoten en discuswerpen zijn
uitwerking niet missen. "Mensen die het gebruikten, zullen zich nu drie
keer bedenken. Dat is positief."
|
|
 |
23-02-2004
/ Telegraaf |
 |
 |
Kogelstoter
Rutger Smith verbetert stoffig indoorrecord
|
 |
| |
Rutger
Smith droomt van het oude Olympia. De antieke Griekse plaats vormde 776 jaar
voor Christus het decor van de eerste klassieke Spelen. Rutger Smith in actie
op de NK-indoor in Gent. Foto ANP/Olaf Kraak Tijdens het moderne Olympische
gala van Athene keren de kogelstoters terug naar de oorsprong. Zo'n
historische gebeurtenis wil de Groninger niet missen. ,,Normaal gesproken is
kogelstoten een onderdeel dat tegelijk met andere atletiekdisciplines wordt
afgewerkt. Nu krijgen wij speciale aandacht. Straks komen 15.000 toeschouwers
en 300 journalisten in Olympia alleen naar ons kijken. Wat wil je nog meer?'',
sprak Smith zaterdagavond enthousiast na zijn smaakmakende optreden bij de
NK-indoor. Met een stoot van 20,75 meter zette de 22-jarige atleet in Gent een
inspirerende stap in de richting van Olympia. Het stoffige record van Erik de
Bruin (20,60 m) kon na ruim 18 jaar naar het atletiekarchief. ,,Zo'n
verbetering zegt mij veel. Ik ken De Bruin niet persoonlijk, maar beschouw hem
als de beste Nederlandse atleet ooit - hij won zowel bij een WK als EK
zilver.'' De aspiraties van Smith reiken nog verder. Zijn ideaal is Olympisch
goud bij het kogelstoten én het discuswerpen. Volgens zijn bevlogen coaches
Gert Damkat en Joop Vervoort kan de grote, krachtige en explosieve atleet ver
komen. Als zijn lichaam de last van de zware training tenminste goed verteert,
zeggen ze er wel steeds bij. In 2001 scheurde het talent in de lente een
borstspier. Vorig seizoen vielen zijn prestaties opnieuw tegen nadat fysieke
problemen de trainingsopbouw hadden verstoord. ,,Ik ben de afgelopen jaren
driemaal naar Amerika geweest, twee keer kwam ik geblesseerd terug. Daarom
blijf ik nu in Nederland. Ik wil geen nieuwe ongelukken en probeer risico's zo
veel mogelijk uit te sluiten.'' In Gent demonstreerde de atleet uit Leek op
overtuigende wijze zijn vooruitgang. Zonder zich te forceren overtrof hij
zichzelf met liefst 1,10 meter en klom hij naar de zesde plaats op de
wereldranglijst van dit indoorseizoen. Dat biedt perspectief voor de WK, over
twee weken in Boedapest. Met een afstand van 20,30 m kan hij zich in Hongarije
op een ogenschijnlijk simpele manier nomineren voor de Olympische Spelen. Zijn
indoorrecord belooft ook veel voor de zomer, wanneer Smith het buitenrecord
aan Erik de Bruin (20,95 m) wil ontfutselen. Dat zal hem ongetwijfeld lukken,
met een metalen kogel. 's Winters in de hal is Smith aangewezen op een
attribuut van rubber en daar heeft hij eerlijk gezegd een hekel aan. ,,Zo'n
kogel deukt een beetje in, dat kost energie. Als ik hier met een metalen
exemplaar had gegooid, was de kogel zeker 20 centimeter verder
terechtgekomen.'' Zijn record gaf hem zaterdag de bevestiging dat hij op de
goede weg is. ,,De statistiek leert dat elke topper wel een jaar heeft
meegemaakt waarin hij niet is vooruitgegaan. Ik heb dat afgelopen seizoen
gehad. Maar nu heb ik er alle vertrouwen in, dat ik dit Olympisch jaar weer
een stap vooruit zal doen.'' Probeer hem niet wijs te maken, dat zoiets alleen
mogelijk zou zijn door doping. Bozer kun je hem niet maken. ,,In de Groningse
pers is dat wel eens gesuggeerd. Onzin. Ik ben schoon, in 2003 ben ik een keer
of 15 gecontroleerd. Ze hebben me na wat mindere prestaties ook al eens
afgeschreven. Zoiets prikkelt me, maakt me gretig. Dan denk ik: ik zal ze
allemaal eens een poepie laten ruiken.'' Smith voelt zich fitter dan ooit. De
Europees kampioen onder 23 jaar (2003, discus), jeugdwereldkampioen van 2000
(kogel) en tweevoudig winnaar op de EJK van 1999 (kogel en discus) nam na
vorig seizoen een maand rust en viel vijf, zes kilo af - hij weegt nu nog 121
kilo. Zwaarder hoeft hij niet meer te worden, oordeelt hij. ,,Ik let goed op
wat ik eet. Voeding is heel belangrijk voor een topsporter. Vroeger lustte ik
bepaalde dingen niet, nu eet ik alles dat goed voor me is. Ik krijg daarbij
advies van een vriend die er veel vanaf weet. Ik eet zes keer per dag, vooral
veel havermout, maar ook veel pasta's, rijst, mie. Ik drink tussen de
trainingen door anderhalve liter water. Ik krijg dagelijks 4300 calorieën
binnen. Mijn moeder kookt voor me. Beter kan ik het niet krijgen.''
|
|
 |
23-02-2004
/ Henk
van der Sluis |
 |
 |
Afrekening
met mislukt jaar
|
 |
| |
Maandag
23 februari 2004 - GENT - Hij spande zijn imposante spierbundels aan, danste
en sprong van vreugde. Rutger Smith had er alle reden toe. De kogel was
zojuist bij 20.75 meter op de grond geploft. Een nieuw Nederlands record, het
eerste voor de 22-jarige beer van 1.97 meter uit het Groningse Leek. Een
markant moment ook in zijn nog prille carrière. Smith heeft heel hoge doelen,
wil uiteindelijk met olympisch goud met kogel èn discus de sport verlaten.
Bud Houser was de laatste atleet die dat deed. In 1924. Het gummen van de naam
van Erik de Bruin uit de nationale recordboeken is een tussenstap. De Bruin
kwam in december 1985 in Dortmund tot 20.60 meter. Smith heeft ontzag voor De
Bruins discusrecord (68.12), maar wist al langer dat diens kogelrecord binnen
zijn bereik lag. En dat geldt ook voor het 'buitenrecord' van De Bruin, dat op
20.95 meter staat. Eruptie Nog belangrijker voor Smith was dat hij zaterdag
met zijn eruptie afrekende met de mislukte jaargang 2003. Toen werden er
fouten gemaakt, werd te weinig rust genomen in een lang seizoen. "Ik was
dom", trekt trainer Gert Damkat het boetekleed aan. "Ik maak zijn
schema's, maar kloppen die wel? Is het gewoon zo dat hij mentaal zó sterk is,
dat hij bij wedstrijden boven zichzelf uitstijgt?" Het antwoord, weet
Damkat nu, kwam in Parijs: niet dus. Rutger was daar niet fit en sneuvelde in
de series bij zowel discus als kogel. "Ook mijn fout", zegt Smith
zelf overigens. "Ik trainde een half jaar lang op explosiviteit. Dan
krijg je op een gegeven moment geen prikkel meer." Bovendien, Smith
arriveerde in Parijs voor de WK 'met een neiging naar corpulentie' zoals
Damkat het zegt. "Hij was wel een bulk, maar niet atletisch. En dat is
normaal gesproken juist zijn kracht. Dat hij zo sterk is, maar evengoed zo
makkelijk beweegt." In Parijs had Smith 127 kilo gewogen, zo'n vijf kilo
boven zijn normale gewicht. "Ik heb een maand rust genomen en dan val ik
meteen af." Gevolg van het simpele gegeven dat hij zonder training
'slechts' drie, vier maaltijden per dag nuttigt. Minder dus dan de zes
maaltijden die hij normaal gesproken dagelijks tot zich neemt, goed voor zo'n
4300 calorieën. 'Junkdag' Zodra Rutger Smith opstaat, doet hij zo'n 150 gram
havermout, wat Roosvice, een schepje eiwitten, yoghurt en wat water in de
blender. Goed voor de eerste pakweg 800 calorieën van de dag. De vijf
maaltijden die volgen, bestaan uit veel rijst en pasta, kip en groente.
"En op zondag heb ik 'junkdag', mag ik ook wat patat met mayonaise erbij
eten." Goede, uitgebalanceerde voeding is in zijn visie het antwoord op
doping. En wie suggereert dat Smith na z'n verloren jaar 2003 niet moet denken
dat hij er komt met een stapel boterhammen met pindakaas, prikkelt hem slechts
om het níet te gebruiken en evengoed ver te stoten en werpen. "En ik zie
het als een compliment, als gezegd wordt dat je wel aan de dope moet zitten
als je zover gooit." Afgelopen winter was er die suggestie geweest.
"In een column. Nee, ik bel zo'n journalist dan niet op. Ik denk gewoon:
ik zal ze een poepje laten ruiken." Het raakt hem, dat wel. "Want
het gaat toch om mijn persoon." In het verleden liet hij zijn ergernis
wel blijken over de gebruikers. "Maar als ik nu tussen die jongens op een
WK sta, denk ik niet: 'Jullie zitten allemaal onder de dope.' Ik doe mijn
eigen wedstrijd. Als ze worden gepakt, denk ik: 'Eigen schuld, dikke bult.'
Meer niet. Denk ik dat sport clean is? Nee. Maar dat geldt voor alle sport.
Voetbal, schaatsen, wielrennen. Waar ik me op baseer? Er worden toch mensen
gepakt? Ik denk alleen wel dat het eerlijker is dan vijftien jaar
geleden." Olympia Over twee weken staat hij weer tussen de wereldtop. Met
zijn 20.75 meter van zaterdag staat Smith zesde op de mondiale ranglijst van
deze winter. Op de WK indoor in Boedapest kan hij zich met een plek bij de
toptwaalf kwalificeren voor Athene. Of beter: Olympia. Want het kogelstoten
wordt gehouden op die historische plek. Het lijkt Smith prachtig daar bij te
zijn. Een volgend markant moment in zijn carrière, na het rotjaar 2003.
"Ach," zegt Smith, "alle toppers hebben zo'n jaar gehad. John
Godina, Lars Riedel. Allemaal hadden ze zo'n seizoen waarin ze niet vooruit
gingen."
|
|
 |
23-02-2004
/ Pim
van Esschoten |
 |
 |
Blonde
Herakles houdt in Olympia broek aan
|
 |
| |
GENT
Hij heeft dezelfde schoenmaat als de grote Herakles, dus dat komt hem straks
in augustus misschien nog goed van pas. De Griekse held, mythisch stichter van
de klassieke Spelen, stootte in Olympia nooit een kogel, Rutger Smith, die
zaterdag Nederlands kampioen werd, heeft dat voorrecht komende zomer wel. Voor
het eerst sinds 393 na Christus worden in de zomer van 2004 weer olympische
wedstrijden in het lommerrijke park op de Peloponessos gehouden. De
kogelstoters werken hun onderdeel niet in Athene af. De sterke mannen en
krachtige vrouwen stoten hun kogel 350 kilometer verderop, in het oude groene
stadion met louter staanplaatsen. Rutger Smith, de Herakles uit Groningen,
kijkt al uit naar de gang door het oude tunneltje naar het stadion: `Het wordt
bijzonder. Vaak wordt kogelstoten tijdens een groot evenement toch als
bijnummer beschouwd, nu krijgen wij alle aandacht.' Dat kogelstoten in de
oudheid in het geheel niet op het programma stond, ach, dat is slechts een
kleine historische dwaling. `De Grieken deden wel aan discuswerpen, maar het
stadion van Olympia te klein voor vliegende discussen.' Het oude stadion meet
in de lengte 192,28 meter, de klassieke sprintafstand. Dat waren naar verluidt
exact zeshonderd stappen van Herakles. De grote held moet omgerekend, net als
Smith, dus schoenmaatje 48 hebben gehad. De moderne discus zou, met afstanden
rond de 70 meter, dus nog wel binnen de begrenzing van het oude stadion
blijven, voor het publiek op de met gras begroeide hellingen wordt het te
gevaarlijk. Een winnende kogel gaat niet verder dan 22 meter. Er zullen in
augustus in Olympia meer zaken anders zijn. De atleten in de oudheid streden
naakt om de hoogste prijs, een olijftak. Smith houdt in augustus de broek aan.
Lachend: `Ja, ik zou wereldberoemd worden als ik bloot het strijdperk betreed,
maar ik denk dat ik dat toch maar achterwege laat.' Olympia lag zaterdag nog
ver weg, in de sporthal in Gent, waar de NK indoor werden gehouden. Smith
leverde een eenzaam hoogtepunt tijdens het bezadigde evenement waar spanning
meestentijds ver te zoeken was. Het krachtmens stootte de kogel naar een
Nederlands record van 20.75 meter en dat was vijftien centimeter verder dan
Erik de Bruin in 1985 in Dortmund presteerde. De Bruin stootte eertijds met
een stalen kogel. Smith hanteerde zaterdag, ter bescherming van de ondergrond,
een rubberen kogel. Trainer Gert Damkat: `Zo'n kogel is minder massief en
neemt daardoor energie van de stoot weg. Hij gaat minder ver. Kan een halve
meter schelen.' Smith: `Ik houd het op twintig centimeter. Mijn winnende stoot
ging vandaag, ondanks dat rubber, al zo goed als perfect.' Vorig jaar werd
Smith nationaal kampioen met een stoot van 19.60 meter, nu gaat de kogel al
1.15 meter verder. Het jaar 2003 werd na de NK geen goed jaar. Er werd te lang
te hard in onder meer de Verenigde Staten doorgetraind. Tijdens de WK in
Parijs viel het doek op zowel discus als kogel al in de series. Hij heeft er,
samen met trainers Gert Damkat en Joop Tervoort veel van geleerd, zegt hij in
Gent. Hij gaat niet naar de VS: `Ik was er driemaal, tweemaal keerde ik met
blessures terug.' De WK indoor in Boedapest moeten over twee weken, met alleen
kogel op het programma, een eerste piekmoment worden. Een week later wordt nog
op Malta gestoten en geworpen tijdens de Throwing Challenge. Daarna `wordt er
gas teruggenomen', tot aan de FBK-Games, die eind mei worden gehouden. Verder
staat alles dit jaar in het teken van dat ongetwijfeld memorabele optreden in
Olympia (kogel) en Athene (discus). Smith oogt fit. Hij is zeven kilo
afgevallen en weegt nu 120 kilo. `In het najaar ben ik die kilo's
kwijtgeraakt. Ja, als ik rust val ik af. De kilo's zijn er niet meer
bijgekomen.' Aan zijn dieet, de blonde reus uit Leek consumeert 4300 calorieën
per dag, ligt het niet. Hij eet zes keer per dag. `s Ochtends gaan er meteen
al bij het opstaan havermout, eiwitten, Roosvicee (`voor de smaak') en een
schep eiwitten in de blender, voor de eerste 800 calorieën van de dag. De
rest van de dag gaat het maar door: kip, pasta, mie, rijst, fruit, spaghetti,
kwark, brood, groenten, melk, karnemelk, liters water, creatine - de
gedetailleerde opsomming laat de gewone sterveling naar lucht happend achter.
Zelfs Herakles, die op zijn tijd een flinke os toch niet uit de weg ging, zou
er een flinke dobber aan hebben gehad. Van producten die onder de noemer
`doping' vallen houdt Smith, die vorig jaar vijftien maal gecontroleerd werd,
zich verre. `Er is door journalisten in het verleden wel eens gesuggereerd dat
ook ik maar aan de doping moest, want dat het anders niks met mij zou worden.
`Nou, daar word ik fel van. Weet je, van dat soort domme opmerkingen krijg ik
juist extra energie. Zo van: ik zal jullie bewijzen dat je in deze sport ook
op cleane wijze heel ver kunt komen.'
|
|
 |
23-02-2004
/ Rolf
Bos |
 |
 |
“Ik
ga mijn eigen weg, zonder verboden middelen”
|
 |
| |
Leek
– Als geen ander is hij ervan overtuigd, dat het afgelopen atletiekseizoen
niet datgene gebracht heeft, wat hij ervan had verwacht, maar RS is er
absoluut de man niet naar om bij de pakken te gaan neerzitten. Integendeel, de
Nederlands Kampioen op zowel het discuswerpen als het kogelstoten, wenst
alleen maar vooruit te kijken en daarbij richt hij zich – ondanks het feit,
dat hij nog geen olympische nominatie heeft afgedwongen – volledig op de
Olympische Spelen, die in de zomer van 2004 in de Griekse hoofdstad Athene
zullen worden gehouden.
Momenteel zit
de nog steeds thuis in Leek woonachtige `Reus van Leek` druk in de
voorbereidingsfase voor het komende indoor- en buitenseizoen. Vanaf oktober
wordt er in nauw samenwerking met zijn beide trainers – Tervoort en Damkat
– een ambitieus trainingsprogramma afgewerkt, waarvan het inmiddels
22-jarige krachtmens zegt: “we zijn nu zo`n beetje een zestal weken bezig en
voel me daarbij bijzonder fit, soepel en sterk. Ik ben er dan ook van
overtuigd, dat ik er beter voor sta dan pakweg een jaar geleden. Dat blijkt
ook wel uit bepaalde metingen en testjes, die er regelmatig tijdens de
trainingsuren worden gedaan. Mijn grote doel is uiteraard het deelnemen aan de
Olympische Spelen, waarvoor ik me nog wel dien te kwalificeren, maar met een
limiet, die voor het kogelstoten bepaald is op 20.30 meter en bij het
discuswerpen op 64.60 meter, moet dat in beide gevallen haalbaar zijn. Mijn
persoonlijk record staat immers bij het kogelstoten op 20.52 meter en bij het
discuswerpen kwam ik ooit al eens tot 64.69 meter. Die kwalificatie moet
trouwens afgedwongen worden tijdens wedstrijden in het nationale of
internationale baancircuit.”
Het is
natuurlijk logisch, dat we tijdens het gesprek refereren aan de momenteel weer
zeer actuele dopingproblematiek en dan met name waar het de THG
(Tetrahydrogestinone) -affaire betreft. Dit anabool placht er de afgelopen
maanden in te gaan als koek van ketellapper. Nu pleegt het praten met
topsporters veelal te ontaarden in het draaien rond een pot hete brij, maar
Rutger is heel open als gevraagd wordt naar zijn mening: “Een van de
sporters, die is gepakt op het gebruik van THG is een Amerikaanse kogelstoter,
die nog vierde werd bij het laatste WK in Parijs. Je het natuurlijk tijdens de
wedstrijden je ogen niet in de zak en toen kon je al aan de man zien, dat –
gelet op zijn uiterlijk – er bepaalde middelen in het geding waren. Je kunt
dan wel veel denken, maar te bewijzen valt er niets. Tot voor enkele weken
terug de THG zaak aan het licht kwam.
Ik
moet zeggen, dat ik het een interessante materie vind en via internet volg ik
de ontwikkelingen dan ook nauwgezet. Zo langzamerhand is het een affaire aan
het worden, die bol staat van de verdachtmakingen en ik heb de stellige
overtuiging, dat voordat de komende Spelen in Athene er opnieuw bepaalde
ontdekkingen zullen worden gedaan over bijvoorbeeld het gebruik van
groeihormonen. Ik stoor mij er overigens beslist niet aan, dat een aantal van
mijn concurrenten zou gebruiken. Ik ga mijn eigen weg en trek ook zonder meer
mijn eigen plan en daar heb ik echt geen verboden middelen voor nodig! ”
|
|
 |
26-11-2003
/ De Krant / Ben Boers |
 |
 |
Smith
beschouwt 2003 noodgedwongen als leerjaar |
 |
| |
Groningen/Parijs
- Na twee achtereenvolgende dagen van vroeg opstaan nam Rutger Smith
gisterochtend ruimschoots de tijd een tekort aan slaap in te halen. “Elf
uur, half twaalf stond ik op”, zei de 22-jarige kogelstoter/discuswerper uit
Leek. Zaterdagochtend ging de wekker om half voor vijf, zondagochtend om kwart
voor zeven. Voor respectievelijk het kogelstoten en het discuswerpen,
onderdelen van de WK atletiek in Parijs waarop Smith zichzelf zwaar
teleurstelde door bij geen van beide de kwalificatie te overleven.
Nou
ja, op de discus viel het dan nog wel mee, vindt Smith. Met 61 meter 55 haalde
hij de laatste twaalf niet, maar de veertiende plaats in de eindrangschikking
is zo gek nog niet, legt Smith uit:”Ik stond 29ste op de
wereldranglijdt, dus de discus viel wel mee.”
De
echte teleurstelling geldt voor de kogel. Smith had drie zeer povere worpen,
waarvan 19.02 de beste was: precies anderhalve meter onder zijn in maart
gegooide persoonlijk record. “Daar schaam ik me absoluut voor, voor die
19.02. Absoluut. Je doet mee met zo`n grote wedstrijd, voelt de ambiance, maar
als je dan dat soort afstanden gooit, voel je je natuurlijk niet prettig, hoor
je er niet echt bij.”
Te
weinig progressie
Met
de WK als laatste wedstrijd van het seizoen moet Smith tot de conclusie komen
dat 2003 niet zijn jaar is geweest. “Ik heb te weinig progressie geboekt. Op
de kogel was mijn pr 20.39, dat ging naar 20.52. Ik wilde naar 21+, maar
alleen met ongeldige worpen ben ik daar in de buurt gekomen. Op de discus
stond mijn pr vrij scherp met 64.69, maar toch had ik daar dit jaar twee
metertjes bij willen gooien. Gelukkig heb ik de EK voor atleten tot 23 jaar
goud met de discus gewonnen, anders was 2003 een heel zuur jaar geweest. Een
medaille telt altijd wel lekker mee.”
Smith
beschouwt 2003 nu maar als een leerjaar. Hij heeft een aantal punten van
kritiek op zijn eigen seizoenindeling. “Het seizoen is te lang geweest. Het
begon in mei, terwijl ik beter nog een maandje had kunnen wachten. Dan was ik
nu op de WK beter in vorm geweest. Verder was de opbouw van de trainingen niet
goed. `s Winters leg je daarvoor de basis, maar doordat ik nog met een
blessure van de EK in München zat, begon die later. Vervolgens was ik er nog
een maand uit vanwege een blessure die ik in Amerika opliep.”
De
mislukte WK heeft Smiths vertrouwen in een glorierijke toekomst niet
aangetast. “Ik word absoluut een wereldtopper”, zei hij kort na de
uitschakeling op de discus.
|
|
 |
27-8-2003
/ Paul Bosman |
 |
 |
`Kogel
moet lekker in de hand liggen' |
 |
| |
Voor
een atleet is een kogel niet zomaar een kogel. Bij de mannen heeft die een
gewicht van 7,26 kilo, maar de diameter kan verschillen. Mijn eigen kogel
heeft een doorsnee van 125 millimeter - er zijn er ook van 110 of 130 mm. Je
zoekt de kogel die het lekkerst in je hand ligt. En om de grip te verbeteren,
wrijf ik altijd wat magnesium in mijn hand.  Ik
heb een hekel aan kogels met een verflaagje, die zijn me te glad. Bij
indoorwedstrijden krijgen we soms rubberen kogels, om te voorkomen dat de
vloer beschadigd raakt - dat vind ik waardeloos. Je kunt ze helemaal
indrukken. Soms tref je wat oudere, versleten kogels met een kuiltje waar je nét
een vinger in kunt leggen en dat is heel prettig. Bij
kleinere wedstrijden neem ik altijd mijn eigen kogel mee. Die moet je dan
eerst laten wegen, zodat de jury kan controleren of je geen lichtere kogel
gebruikt. Maar bij de WK heeft de organisatie kogels van alle grote merken en
in alle maten. Dan ben je verplicht om die te gebruiken. De
ring waarin we stoten is ook erg belangrijk. Je prestatie wordt voor een groot
deel bepaald door de snelheid waarmee je kunt draaien. De ring moet niet te
glad zijn, maar zeker niet te stroef, want dat kost snelheid. In de training
gebruik ik vaak een wat lichtere kogel, van 6,5 kilo. Omdat je de spanning van
een wedstrijd mist, ben je niet zo scherp en dat scheelt al snel 30 à 40
centimeter. Maar als ik wedstrijdstootjes oefen, wil ik wel dezelfde afstand
halen en dan gebruik ik dus lichter materiaal. De
kogel gaat wel mee in de bagage naar Parijs en omdat ik ook aan discuswerpen
meedoe, heb ik ook nog twee schijven bij me. Dan zit ik al ruim boven de tien
kilo, dus ik heb bijna altijd overgewicht. Maar voor Parijs speelt dat geen
rol, want de Nederlandse ploeg is met de bus.
|
|
 |
27-8-2003
/ Cors van den Brink en Henk van der Sluis |
 |
 |
De
vriendelijke reus |
 |
| |
Vanochtend
(23-8-2003) om half vijf begon voor Rutger Smith de WK atletiek in Parijs. Nog
voor het einde van de nacht stond hij naast zijn bed, omdat hij om half negen
bij het kogelstoten wordt verwacht. En vier uur voorbereiding is wel het
minste wat Smith nodig heeft op een grote wedstrijd als de WK. Niet dat de
atleet uit Leek van zichzelf vindt dat hij nu al in de prijzen moet vallen.
Met zijn 22 jaar heeft hij als kogelstoter/discuswerper zijn beste tijd nog
voor zich. Ver voor zich. Smith: “Op de Olympische Spelen van 2016 wil ik er
nog steeds bij zijn.”
Zijn
voorkomen, 197 centimeters en 125 kilogrammen, heeft Smith al veel
vergelijkingen opgeleverd: reus, kolos, oermens, mastodont, hulk, maar één
is er tot nog toe over het hoofd gezien. Eigenlijk zou Smith de GVR uit Leek
moeten heten, naar het kinderboek van Roald Dahl waarvan de titel een
afkorting is van Grote Vriendelijke Reus. Want Smith is geen reus die kwaad in
de zin heeft. Smith is één en al vriendelijkheid. En zou hij niet zo vaak in
aanraking komen met de media, dan zou hij ongetwijfeld een heel verlegen
jonge(ma)n zijn.
Maar
zo is het niet: Smith is in Noord-Nederland al een handvol karen een bekende
sporter, hoewel zijn beste jaren nog moeten komen. Want een kogelstoter zit
statistisch gezien in zijn 26e levensjaar op zijn top, een
discuswerper mag/moet nog meer geduld hebben. De EK van vorig jaar in München
(achtste bij het kogelstoten) was eigenlijk niet meer dan gewoon een
kennismaking met het grote werk, de WK die vandaag start beschouwt Smith als
een kennismaking met het nog grotere werk.
Maar
medaillekansen? Smith schat ze op ongeveer nul. “Mijn persoonlijk record bij
het kogelstoten staat op 20.52 meter. Om bij de wereldtop te horen moet je
over de 21 gooien, om op de WK bij de top 5 te komen moet je minstens hoog in
de 20 gooien. Ik ga voor een plaats in de finale, de eerste twaalf. Als ik dan
ook nog een pr kan halen, ben ik heel tevreden.”
Smith
merkt dit seizoen dat voor het eerst dat de zogenaamde buitenwacht zijn
resultaten met ontevredenheid begroet. De jaarlijkse aanscherpingen van zijn
pr`s blijven in 2003 achter bij de verwachtingen: met de kogel ging het van
20.39 naar 20.52, maar bij de discus bleef 64.69 staan. Smith: “Met de
discus heb ik een moeilijk jaar, al doe je het best goed als je regelmatig
over de zestig meter werpt. En met de kogel is het toch ook niet slecht
gegaan. Vorig jaar kwam ik maar vier keer over de 20 meter, nu al zeven keer.
Ik merk dat ik me de komende jaren nog steeds kan verbeteren. Nu gaat dat nog
in decimeters, op den duur wordt het centimeter voor centimeter. Ergens zal de
grens liggen, ik weet alleen niet waar en wanneer.”
In
Parijs 2003 zal i elk geval niet, maar in Athene 2004 net zo min: ook de
Olympische spelen in Griekenland vormen voor Smith niet meer dan een
tussenstation op weg naar Peking 2008. Dáár moet Smith top zijn, dáár moet
hij eremetaal gaan halen.
“Misschien
dat ik in Athene al in de top 5 mee kan doen, al zal ik dan in een jaar tijd
veel progressie moeten maken. Peking zit nog heel ver weggestopt in mijn
hoofd, daar denk ik bijna niet aan. Ik leef gewoon van toernooi naar toernooi.
Er zijn genoeg die je scherp houden. Nu de WK, volgend jaar de Spelen, en dan
weer een EK, vervolgens een WK. Ik ben nog jong, er komt nog zo veel.
Eigenlijk wil ik wel door tot de Spelen van 2012. Of 2016, waarom niet? Dan
ben ik al 35, maar dan wil ik er nog steeds bij zijn, dan kan ik met de discus
nog wel meedoen. De kogel wordt na je dertigste moeilijker, dan neemt de
kracht af. De discus is veel meer een kwestie van souplesse.”
Wachten
op 2016, kan dat? Is dat te plannen? En kan Smith het opbrengen al die jaren
al zijn tijd en energie in de kogel en discus te stoppen? “Dat weet ik niet.
Ik wil het wel proberen, maar weet niet wat de toekomst brengt. 2016 is heel
ver weg.” En mocht Smith dan nog actief zijn als atleet, het zal minder
intensief zijn dan in het heden. Nu nog traint hij tien heer per week, in de
loop der jaren zal hij dat afbouwen. “Ik heb nu die trainingen nodig om
progressie te blijven maken. Op deze leeftijd moet ik groeien.”
Dodelijk
Het
strakke trainingsschema heeft het leven van Smith helemaal in zijn greep: elke
doordeweekse ochtend traint hij afwisselend met kogel en discus, elke avond
zit hij in het krachthonk. `s Middags doet Smith niets. “Ik heb de studie
commerciële economie aan de Topsport Academie geprobeerd, maar het viel niet
te combineren met mijn sport. Twee lessen per week is in principe wel te doen,
maar ik zit toch ook veel in het buitenland. Ik heb nog wel vier tentamens
gedaan, ze ook alle vier gehaald, maar daarna ben ik gestopt. Nu staat overdag
helemaal in het teken van rust houden. Af en toe wel eens even winkelen in de
stad, maar vooral veel dvd`tjes kijken, thuis in Leek, bij zijn ouders op de
bank. Op zich is dat wel moeilijk, dat niks doen. Ik zou best leuke dingen
willen doen, wat willen rondlopen in de stad, maar dat wandelen is dodelijk
voor een explosieve atleet als ik. Dat voel je op je benen, is te vermoeiend
voor de spieren.”
Want
het mag er dan niet vanaf stralen, kogelstoten en discuswerpen zijn, vindt
Smith, zware takken van sport. Daarvoor moet energie gespaard worden. “Het
vergt zo ontzettend veel energie, vooral mentaal. Tijdens de wedstrijd moet je
de hele tijd gefocust zijn. Dan is er echt geen tijd voor een dolletje. Na de
laatste NK was ik kapot. Ik moet me anderhalf uur lang zo diep concentreren.
Maar ook lichamelijk is het zwaar. Ik moet alles in één à anderhalve
seconde stoppen, alle energie in mij lichaam moet in dat samenkomen en eruit
komen. Springend en draaiend. Daarbij moet je dan de beheersing bewaren om
niet buiten de ring te komen, om in balans te blijven.”
Kogelstoten
en discuswerpen zijn beide, legt Smith uit, disciplines waarin het vooral op
de benen aankomt. “Werpen doe je met je benen” doceerde de Amerikaanse
atletiektrainer Peter Farmer afgelopen december in het clubgebouw van
Groningen Atletiek en Smith kan niet anders dan dat beamen. “Bij het
kogelstoten komt driekwart van de worp uit de benen. Daaruit haal je de
grootste kracht: daarmee maak je snelheid en daarmee zet je af. Daarna komt de
stoot. Dan komt het aan op de rompkracht, de arm en tenslotte de vingers. Met
de vingers katapulteer je als het ware. Daarmee kan je soms nog wel een meter
verschil maken.”
Smith is één van de weinige internationaal actieve atleten die het
kogelstoten en het discuswerpen nog combineren. “John Godina, wereldkampioen
kogelstoten, en ik zijn volgens mij de enigen.” Misschien dat daarom de IAAF
de kogel en discus meteen op de eerste twee dagen van de WK plant: vandaag
kwalificatie kogel én finale kogel, morgen kwalificatie discus. Dinsdag volgt
daarvan de finale. “Dat vind ik echt heel vreemd”, zegt Smith, “dat de
IAAF het kogelstoten en het discuswerpen zo dicht op elkaar zet, maar zo gaat
dat al jaren, Misschien doen ze het omdat er niet meer zoveel atleten zijn die
het combineren. Godina en ik zouden wel kunnen protesteren, maar ik denk niet
dat het veel opschiet. Ik moet gewoon zorgen dat ik optimaal presteer.”
|
|
 |
26-8-2003
/ Paul Bosman |
 |
 |
Oermens
Rutger Smith weer de allerbeste
|
 |
| |
Amsterdam
- Dat Rutger Smith met twee gouden plakken naar huis zou gaan,
stond voor het NK in Amsterdam al vast. Op het gebied van kogelslingeren
en discuswerpen staat de atleet uit Leek nou eenmaal op eenzame hoogte.
Maar hij weet dat de mensen voor hem naar de atletiekbaan komen. Daarom
beloonde het Groninger oermens de toeschouwers in het Olympisch stadion
zondag met een paar geweldige krachtsexplosies.
Met
de hoofdrolspeler in de nieuwe film The Hulk is niet veel mis. De
Australische acteur Eric Bana boezemt met zijn verschijning ontzag in.
Maar als het castingbureau van de bioscoopkraker even in Leek had
rondgeneusd, hadden ze een minstens even indrukwekkende gestalte
aangetroffen. Honderden atletiekliefhebbers namen zondag plaats op de
tribunes van het Olympisch Stadion om ondermeer Smith aan het werk te
zien.
Hitte
Hij gaf de liefhebbers die
de zinderende hitte trotseerden wat ze wilden. Zelfs als hij op halve
kracht had gegooid had de Groninger nog gewonnen, maar Smith spande zijn
enorme spierbundels flink aan en wilde er echt iets van maken in
Amsterdam. Vooral het kogelstoten gaf hem vertrouwen voor het jeugd-EK,
dat komende week in Polen wordt gehouden.
Steeds als Smith de ring
betrad, ging het publiek ritmisch klappen. Dat zweepte hem op tot een
afstand van 20,47 meter in zijn laatste beurt: slechts vijf centimeter
verwijderd van zijn beste seizoensprestatie. ''Die poging daarvoor was
er zelfs dik overheen gegaan'', vertelt Smith. ''Dat was 20,80 of 20,90
geworden. Maar helaas, ongeldig. Het gevoel is echt heel goed. Een
afstand boven de 21 meter zit er gewoon in. Dat voel ik.''
Chaos
Na het discuswerpen lag er
een aardige chaos onder het parasolletje van Smith. Flessen water, twee
bananenschillen, een stuk of wat lege flesjes energiedrank. Allemaal om
de warmte te verdragen. Tot overmaat van ramp plande de Nederlandse
atletiekunie (KNAU) het discuswerpen meteen na het kogelstoten. Zonder
pauze.
''En
dat is ieder jaar zo'', baalt Smith. ''In plaats van dat ze het
kogelstoten op zaterdag doen en het discuswerpen op zondag of
andersom... Maar nee, meteen na elkaar. Zonde van het discuswerpen. Nu
ben ik met mijn 60,76 meter allang tevreden. Het mat je gewoon af. Ik
weet wel wat de mensen zeggen: hoe kun je nou moe worden van
kogelstoten. Maar het eist echt veel van je, zowel mentaal als
lichamelijk. Je hebt een pauze nodig. Zo is het eigenlijk niet te
doen.'' |
|
 |
William Pomp |
 |
 |
Twee
kogelstoters, twee werelden
|
 |
| |
Maandag
17 februari, GENT - Het goud van
Rutger Smith heeft een andere kleur dan dat van Lieja Tunks-Koeman. Zij
slijt de lange wintermaanden in een warme atletiekhal in Canada, hij
doopt zijn ijskoude kogel in een emmer heet water voordat hij ze de
Groningse blubber instoot. Kogelstoters Lieja Tunks en Rutger Smith
werden zaterdag allebei Nederlands kampioen. Zij haalde ook de limiet
voor het WK indoor in Birmingham. Hij nog niet.
Lieja
Tunks-Koeman en Rutger Smith mailen elkaar regelmatig, zij vanuit haar
nieuwe thuisland Canada, hij vanuit Groningen. De beste werpers van
Nederland houden elkaar op de hoogte van leven en sport. Afgelopen
zaterdag zagen ze elkaar weer eens live, op het NK atletiek in Gent. Zij
kwam stralend van het podium. Hij droeg het goud zonder glans.
'Ik ben een stuk sterker dan vorig jaar, maar toch raakte ik die kogel
geen enkele keer goed.' Rutger Smith (21) stootte 19.65 meter, hij had
20.47 meter nodig om de WK-limiet te halen. 'Ontzettend balen. Ik vraag
me af of die Belgen een kogel op hun kop hebben gehad. We mogen in de
hal in Gent niet met een stalen kogel gooien, ze zijn bang dat dat ding
over het net vliegt. Wat een onzin. Het heeft me zeker een halve meter
gekost.'
Lieja Tunks (26) viel na haar oersterke optreden echtgenoot Jason in de
armen. Zij hoefde niet te klagen, zij had ook niks te klagen. Tunks
stootte de kogel in haar tweede poging naar 18.69 meter, een persoonlijk
record en de limiet voor het WK indoor (14 t/m 16 maart). 'Na het EK
afgelopen zomer had ik er helemaal tabak van, er kwam niks meer uit me.
Ik heb de kogel twee maanden niet aangeraakt, maar het gaat weer lekker,
ik ben vooruit gegaan.'
Vliegen
Dat gevoel heeft Smith ook, hij is sterker en beter geworden. Maar
waarom het dan niet lukte? 'Het komt nog wel, let maar op.' In de zomer
moet het eruit komen, dan gaat zijn kogel de verte in. 'Vliegen gaat-ie.'
De atleet trainde de wintermaanden thuis in Groningen. Het had zijn
charmes, vond hij, als hij met warm water en zout de ring moest
ontdooien. De kogel warmde hij op in een emmertje heet water om te
voorkomen dat de ijskoude kogel het nekvel van zijn bot zou scheuren.
'Het was afzien, maar daar word je een echte kerel van', vond hij.
Hoe anders is het gesteld met Lieja Tunks, die sinds september in het
plaatsje London in Canada woont. Ze is getrouwd met de Canadese
discuswerper Jason Tunks, tweevoudig Olympiaganger' en een beroemdheid
in de streek. 'Ze vinden het daar geweldig dat we allebei olympische
sporters zijn. Daarom hebben we 24 uur per dag de beschikking over prima
faciliteiten, terwijl je in Nederland blij mag zijn als je een uurtje
binnen kan trainen. De afgelopen tijd was het in Canada twintig graden
onder nul, wel lekker dus dat je dan naar binnen kunt', lachte ze.
Zijn gouden medaille verdween in zijn enorme handen, het bosje rode
tulpen lag op zijn tas. Smith: 'De beste twaalf van de wereld mogen naar
het WK, daar zullen wel een boel Amerikanen bij zitten.' Dan venijnig:
'Daar zouden ze eens wat dopingcontroleurs op af moeten sturen!' Hij
gaat de komende weken alsnog proberen de limiet te stoten. 'Anders is
het ook geen ramp, dan laat ik het in het buitenseizoen wel zien.' Het
komt goed, dat beloofde hij stellig.
Lieja Tunks-Koeman vliegt vandaag terug naar Canada. Zij kan zich in
alle rust voorbereiden op het WK indoor. In Birmingham hoopt ze Smith
weer tegen te komen: strijdend voor Nederland met een stalen kogel. Hij
hoopt met haar mee. Tot die tijd loopt hij met zijn emmertje richting
trainingsveld. |
|
 |
Door Fardau Wagenaar |
 |
 |
Rutger
Smith traint bij AV Lycurgus
|
 |
| |
KROMMENIE
– Op een steenworp afstand van de velden van Sporting Krommenie, waar
op een druilerige zondagmorgen de voetballers van het vijfde elftal meer
publiek trekken dan een wedstrijd uit de KNAU-eredivisie, werken twee
atleten in alle rust hun trainingsschema’s af. De ene atleet is
speerwerper Oscar Schermer uit Krommenie, de ander heet Rutger Smith. De
Rutger Smith, welteverstaan. Afgelopen zomer met de kogel (en blessure)
nog achtste op het EK in München en nu elke week actief in Krommenie.
Hoe zit dat?
,,Doordeweeks
train ik op de atletiekbaan in Groningen. In het weekend ben ik bij mijn
vriendin in Beverwijk. Zaterdag is sowieso een rustdag en op zondag hoef
ik alleen maar krachttraining te doen. Ik ken Oscar goed en Lycurgus
heeft een krachtcentrum waar alles is wat ik nodig heb’’, legt de
21-jarige topsporter uit.
De
reus uit Leek, zoals atletiekjournalisten hem vaak vanwege zijn postuur
(1.97 meter en 125 kilogram) aanduiden, traint tien keer per week. ’s
Morgens staat kogelstoten of discuswerpen op het programma, de avond is
gereserveerd voor een training in het krachtcentrum van zijn eigen
cluppie Argo’77 (door een fusie nu omgedoopt in Groningen Atletiek).
Tussendoor heeft Smith tijd voor een studie (management) en voor een
openbare briefwisseling met schaatsster Renate Groenewold in het
Nieuwsblad van het Noorden.
Twee
trainers
Rutger
Smith beschikt over twee trainers. Joop Tervoort is vaak in het
krachtcentrum aanwezig en Gert Damkat volgt iedere ochtend de
verrichtingen bij de kogel- en discusring. ,,Gelukkig heb ik twee
trainers die beiden helemaal gek van de werpnummers zijn. Toen ik
B-junior werd, ben ik overgestapt naar de werpgroep van Gert en Joop.
Omdat we al zo lang samenwerken, begrijpen we elkaar ook goed. Als ik
een wedstrijd heb zit Gert op de tribune. Als ik dan naar hem kijk en
hij maakt een klein gebaar met zijn hand, dan weet ik precies wat hij
bedoelt’’, vertelt de pupil van Damkat en Tervoort.
De
rest die nodig is voor het levensonderhoud van Smith komt van de
atletiekunie, persoonlijke sponsors en zijn ouders. ,,Mijn ouders zijn
wel mijn grootste sponsors, vroeger al en dat zullen ze altijd wel
blijven’’, glimlacht hij. ,,Voordat ik een rijbewijs had reden ze
mij elke keer naar Groningen voor een training. Of naar wedstrijden in
alle delen van het land.’’
Van
jongs af wist de atleet uit het Groninger Ommeland dat hij de top wilde
halen. ,,Volgens mijn ouders was ik nog maar een paar jaar oud toen ik
naar de televisie wees en zei dat ik net zo goed wilde worden als die
atleet. Dat was Ben Johnson geloof ik.’’ Smith begint te lachen,
want deze Canadese sprinter is niet bepaald een goed voorbeeld. Johnson
liep weliswaar tijdens de Olympische Spelen in Seoul een
onwaarschijnlijk wereldrecord op de 100 meter (9,79 seconden), maar viel
bij de dopingcontrole lelijk door de mand. En van doping moet Rutger
Smith niets hebben. Behalve wat vitaminen en creatine ’gebruikt’ hij
niets. Dat is ook niet nodig, meent Smith, omdat hij van nature over een
haast ideale mix van kracht, explosiviteit en lichaamslengte beschikt.
De combinatie van kogelstoten en discuswerpen is op zich niet zó
vreemd, maar bij de internationale top is er bijna niemand die beide
onderdelen op het hoogste niveau beoefent. De Groninger heeft echter
bewust gekozen om niet te kiezen. Smith: ,,Bij beide onderdelen gaat het
vooral om kracht en explosiviteit. Ik doe bij het kogelstoten de
draaitechniek en die beweging lijkt op de draai bij het discuswerpen. En
ik heb bewezen dat ik deze combinatie aan kan. In 1999 won ik bij de
Europese jeugdkampioenschappen goud bij het kogelstoten en het
discuswerpen. Een jaar later bij de wereldkampioenschappen voor junioren
werd ik eerste bij kogel en derde met discus.’’
Op
beide onderdelen scherpte Rutger Smith afgelopen zomer zijn persoonlijke
records aan tot 64.69 meter met de discus en 20.39 meter bij het
kogelstoten. Ook werd hij overtuigend Nederlands kampioen.
Stellenbosch
In
januari moest Oscar Schermer zijn zondagse trainingsmaat een paar weken
missen. Samen met de Nederlandse sprintploeg bivakkeerde Smith in het
Zuid-Afrikaanse Stellenbosch om daar onder aangename weersomstandigheden
te kunnen trainen. ,,Het winterweer is niet echt prettig. Als het vriest
is de ring vaak glad en een discus verdwijnt direct onder de sneeuw. Kun
je daarna uren lopen zoeken’’, zo licht Smith zijn uitstapje toe.
Maar om voor langere tijd elders te trainen, zoals veel hardlopers in
Kenia doen, gaat hem veel te ver. ,,Voor de afwisseling is het leuk die
paar weken, maar langer hoeft voor mij niet. Thuis is het vertrouwd en
dat bevalt me het beste.’’ Smith zit nu midden in het indoorseizoen.
Dit weekeinde reist hij af naar Gent om aan de Nederlandse
kampioenschappen mee te doen, waarbij hij ook de limiet (20.47 meter)
voor de wereldkampioenschappen indoor in Birmingham (maart) probeert te
halen. Bij de wedstrijden in de buitenlucht zijn vooral de
wereldkampioenschappen in Parijs in augustus belangrijk. Daarnaast staan
de Europese kampioenschappen voor atleten onder de 23 jaar, waar Smith
tot de favorieten behoort, op het programma en ook aan de
KNAU-clubcompetitie hoopt hij gewoon weer mee te doen.
Beter
presteren
Of
de televisiekijker deze zomer veel zijn verrichtingen kan volgen, is nog
maar de vraag. Liefhebbers komen er meestal bekaaid af wat betreft
atletiek op de buis. Smith: ,,Ik weet dat commentator Léon Haan van
Studio Sport erg zijn best doet om meer atletiek op de tv te krijgen.
Maar, zo zei hij laatst tegen mij, het zou helpen als jullie, de
atleten, nog beter gaan presteren.’’ En dit laatste is bij Rutger
Smith niet tegen dovemansoren gezegd.
|
|
 |
Door
Paulien van den Berge |
 |
 |
Atleten
van de sneeuw via de zon naar de regen
|
 |
| |
Zuidbroek
- Ze vertrokken vanuit de sneeuw, trainden twee weken in de zon en
keerden terug in de regen. De 'explosieven' van de Nederlandse atletiek
waren twee weken in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch, waar de
temperaturen opliepen tot 35 graden. Zaterdag staat voor deze sprinters
en werpers de eerste indoorwedstrijd op het programma bij de Nelli
Cooman Games in Zuidbroek.
Voor werper Rutger Smith
is het bijna een thuiswedstrijd. De Groningse finalist van het EK in München
verheugt zich al op zijn eerste optreden met de kogel. ,,De organisatie
heeft wat concurrentie uit het buitenland gecontracteerd. Ik wil deze
winter graag dik over de twintig meter stoten en proberen me te
kwalificeren voor de WK in Birmingham'', zo meldt hij optimistisch. Die
WK zijn half maart en de limiet staat op 20,47 meter. Vorig jaar reikte
Smith al tot 20,39. ,,De beste twaalf atleten mogen meedoen. Het zal
ervan afhangen of de Amerikanen interesse hebben'', zo weegt hij zijn
kansen.
Smith raakte tijdens de EK
geblesseerd aan zijn hand. Die blessure is geheeld, maar de 21-jarige
atleet heeft de pezen nog niet voluit belast. ,,Dat gebeurt pas in de
wedstrijden. Dan zal ik echt merken hoe het gaat. Maar was heerlijk om
twee weken in de zon te kunnen trainen. Hier in Groningen lag er sneeuw
en ijs en omdat we hier geen indoorhal hebben, kan ik dan niet stoten of
werpen.
Troy Douglas meldt
grijnzend dat hij in Stellenbosch een beetje heimwee kreeg naar het weer
in zijn huidige vaderland. ,,Ik heb de sneeuw en de regen wel een beetje
gemist. We moeten ons tenslotte wel realiseren dat we met een
indoorseizoen bezig zijn', aldus de sprinter van de Bermuda's. Douglas
raakte in Zuid-Afrika licht geblesseerd aan zijn kuiten en beslist pas
later of hij in Zuidbroek van start gaat.
,,Ik ben toch al
niet van plan een compleet indoorseizoen te draaien. Ik loop wel op het
NK, maar ga niet naar het WK'', meldt de 40-jarige Hagenaar. ,,Voor mij
is komende zomer veel belangrijker. Dan wil ik met het estafetteteam de
finale halen bij de WK in Parijs, waarmee we ons ook nomineren voor de
Olympische Spelen. En ik hoop bij de WK zelf de finale van de 200 meter
te halen.''
Douglas prijst de sfeer en
de professionele entourage tijdens de trainingsstage. ,,Dat merk je ook
aan het feit dat veel toppers uit andere Europese landen daar hun
indoorseizoen voorbereiden. De Duitse polshoogspringers zaten er, maar
ook Zweedse hoogspringers en een groepje Britse atleten met hun
Nederlandse bondstrainer Charles van Commenee.''
Het verblijf in de warmte
was voor Jacqueline Poelman het laatste medicijn om van een hardnekkige
blessure af te komen. De verrassende finaliste op de 200 meter bij de EK
was sinds haar terugkeer uit München uitgeschakeld. ,,Overbelasting van
mijn rechter voet'', noemt ze het zelf. Na jarenlange strijd tegen
soortgelijke problemen aan haar kuit wil ze het woord stressfractuur
niet meer in de mond nemen. In de weken voor vertrek naar Zuid-Afrika
verdwenen de klachten. ,,En in Stellenbosch heb ik normaal kunnen
trainen en zelfs al weer op spikes gestaan'', aldus de 29-jarige atlete
van het jaar. De Utrechtse laat wel het indoorseizoen aan zich voorbij
gaan. ,,Ik wil mijn voet nog niet belasten door die scherpe bochten op
de kleine 200 meter-baantjes te lopen'', zo luidt de verklaring.
Hoofdcoach
Peter Verlooy deelt de tevredenheid over de stage. ,,Je moet in deze
tijd van het jaar Europa uit om zeker te zijn van goed weer. Maar net zo
belangrijk was het voor mij dat de trainers van alle atleten bij elkaar
waren. Veel van deze mensen zijn altijd in hun eentje aan de gang. Door
onderling te discussiëren over de aanpak kun je alleen maar beter
worden.'' |
|
 |
|
 |
 |
De
trainingsopbouw van Rutger Smith
|
 |
| |
LISSE
- Als Rutger Smith spreekt,
gaat het al gauw over hoge doelen. Zaterdag in Lisse sprak hij over het
nationaal record kogelstoten van Erik de Bruin (20,95 meter). Vijftig
centimeter verder dan Smith's beste worp ooit, ruim een meter verder dan
zijn 19,80 van zaterdag. En toch klinkt het niet als bluf als hij zegt
over drie weken bij de FBK - Games dat record te willen pakken.
Om
zijn krachtige nek hangt een kettinkje met de Chinese karakters die
staan voor de haan. Rutger Smith is geboren in 1981, het jaar van de
haan. Is hij dan zo'n haantje? "Och", zegt de 21-jarige
Groninger, "als ik er sta, wil ik winnen. Ook al staat John Godina
daar." Want dat middenterrein van de atletiekpiste, "dat is
van mij." De naam van Godina valt niet bij toeval. De Amerikaan
wordt gezien als de beste 'dubbelaar', de atleet die sterk is met kogel
en discus. Smith wil die positie, heeft olympische titels in beide
disciplines als hoge doelen.
Dat de opmars van de mastodont uit Leek niet onopgemerkt blijft, bewees
een recente stage in Californië waar hij Godina tegenkwam. "Hij
zegt niet meer veel meer tegen me. Geen gezellige praatjes meer, zoals
vroeger. Daar haal ik veel energie uit."
Smith houdt van druk.
Juist dan komt hij tot zijn betere prestaties. "Er zijn misschien
maar twee, drie mensen op de wereld van die leeftijd met het talent van
Rutger", zegt Shaun Pickering, de Britse bondscoach kogelstoten die
in Amsterdam woont. "Hij is fysiek en mentaal zo sterk."
In Lisse stond Smith na
afloop van de traditionele opening van het seizoen met een doosje
bloembollen in de hand. De winstpremie ging naar de Amerikaan Reese
Hoffa, na een stoot van 20,00 meter. Daar baalde Smith stevig van, want
hij wil winnen. Zijn serie was constant en dat geeft hem hoop. Voor
straks, voor de FBK-Games. Daar kan hij na afloop met de premie van 5000
euro voor een nationaal record staan.
In San Diego stond hij
enkele weken terug nog langs de kant, geblesseerd aan het bovenbeen. En
juist in San Diego vliegt de discus het verste omdat wordt gegooid naar
de Stille Oceaan toe. De zeebries richting de bergen zorgt voor een
opwaartse druk, die de metalen schijf in de lucht doet hangen.
"Illegaal is het
niet, je moet er mee kunnen omgaan", aldus Shaun Pickering, zelf
deelnemer aan de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. "Een paar
jaar terug heeft een wetenschappelijk testteam laten zien, dat Godina er
niet mee kan omgaan. Hij is zo sterk, dat hij tot 67 meter kwam. Maar
hij zou daar wereldrecords kunnen gooien als hij de discus wel goed op
de wind kan leggen."
Na
de kogel, pakte Rutger Smith de discus op. De afstand? Niks, zero. Zes
foutpogingen. "Ik heb dit jaar nog weinig met de discus kunnen
gooien", zei hij, even onverstoorbaar als altijd. |
|
 |
|
 |
 |
Koele
Rutger Smith stelt hoge doelen
|
 |
| |
LISSE
- Als Rutger Smith spreekt,
gaat het al gauw over hoge doelen. Zaterdag in Lisse sprak hij over het
nationaal record kogelstoten van Erik de Bruin (20,95 meter). Vijftig
centimeter verder dan Smith's beste worp ooit, ruim een meter verder dan
zijn 19,80 van zaterdag. En toch klinkt het niet als bluf als hij zegt
over drie weken bij de FBK - Games dat record te willen pakken.
Om
zijn krachtige nek hangt een kettinkje met de Chinese karakters die
staan voor de haan. Rutger Smith is geboren in 1981, het jaar van de
haan. Is hij dan zo'n haantje? "Och", zegt de 21-jarige
Groninger, "als ik er sta, wil ik winnen. Ook al staat John Godina
daar." Want dat middenterrein van de atletiekpiste, "dat is
van mij." De naam van Godina valt niet bij toeval. De Amerikaan
wordt gezien als de beste 'dubbelaar', de atleet die sterk is met kogel
en discus. Smith wil die positie, heeft olympische titels in beide
disciplines als hoge doelen.
Dat de opmars van de mastodont uit Leek niet onopgemerkt blijft, bewees
een recente stage in Californië waar hij Godina tegenkwam. "Hij
zegt niet meer veel meer tegen me. Geen gezellige praatjes meer, zoals
vroeger. Daar haal ik veel energie uit."
Smith houdt van druk.
Juist dan komt hij tot zijn betere prestaties. "Er zijn misschien
maar twee, drie mensen op de wereld van die leeftijd met het talent van
Rutger", zegt Shaun Pickering, de Britse bondscoach kogelstoten die
in Amsterdam woont. "Hij is fysiek en mentaal zo sterk."
In Lisse stond Smith na
afloop van de traditionele opening van het seizoen met een doosje
bloembollen in de hand. De winstpremie ging naar de Amerikaan Reese
Hoffa, na een stoot van 20,00 meter. Daar baalde Smith stevig van, want
hij wil winnen. Zijn serie was constant en dat geeft hem hoop. Voor
straks, voor de FBK-Games. Daar kan hij na afloop met de premie van 5000
euro voor een nationaal record staan.
In San Diego stond hij
enkele weken terug nog langs de kant, geblesseerd aan het bovenbeen. En
juist in San Diego vliegt de discus het verste omdat wordt gegooid naar
de Stille Oceaan toe. De zeebries richting de bergen zorgt voor een
opwaartse druk, die de metalen schijf in de lucht doet hangen.
"Illegaal is het
niet, je moet er mee kunnen omgaan", aldus Shaun Pickering, zelf
deelnemer aan de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. "Een paar
jaar terug heeft een wetenschappelijk testteam laten zien, dat Godina er
niet mee kan omgaan. Hij is zo sterk, dat hij tot 67 meter kwam. Maar
hij zou daar wereldrecords kunnen gooien als hij de discus wel goed op
de wind kan leggen."
Na
de kogel, pakte Rutger Smith de discus op. De afstand? Niks, zero. Zes
foutpogingen. "Ik heb dit jaar nog weinig met de discus kunnen
gooien", zei hij, even onverstoorbaar als altijd. |
|
 |
|
 |
 |
Blessure
hindert Smith bij zijn soepele draai
|
 |
| |
Groningse
discuswerper toont zijn vorm 'uit stand' bij openingswedstrijd van het
nationale atletiekseizoen LISSE - Terwijl de vliegtuigen van Schiphol in
de verte opstijgen, slingeren de krachtpatsers van de atletiek hun speer
en discus in het Ter Speckepark in Lisse zo ver mogelijk weg. Vliegen en
werpen, het is een kwestie van aerodynamica: `Als de wind van
rechtsachter komt, moet de speer naar rechtsboven, met de punt naar
links. Dan vliegt-ie lekker door.'
Van
Rutger Smith mag worden verwacht dat hij dit jaar in Parijs (WK) en
volgend jaar in Athene (Olympische Spelen) aanwezig is met zowel kogel
als discus. Zaterdag was de krachtpatser uit Groningen nog niet in
topvorm. Hij had last van een onwillige spier in het linkerbovenbeen,
een blessure die hij had opgelopen bij de recente trainingsstage in
Californië. Smith (21) sleutelde op het universiteitsterrein van UCLA
in Los Angeles met trainer Gert Damkat aan zijn techniek. Dat gebied
geldt als het walhalla voor werpers, zegt Smith. De Amerikaanse
krachtpatser John Godina werkt ook zijn programma af in dit
trainingscentrum.
Was
Smith een paar jaar terug nog een broekie die door Godina van adviezen
werd voorzien, tegenwoordig wisselt de Amerikaanse wereldkampioen
kogelstoten geen woord meer met de Groninger. Smith, met een grijns:
`Hij ziet me meer en meer als een mogelijke concurrent. Van zijn
trainer, Art Venegas, krijg ik overigens nog wel geregeld tips.' Vanwege
de blessure liep het in Lisse nog niet naar wens. De kogel ging naar
19,80 meter, minder ver dan de worp van de Amerikaan Reese Hoffa, die 20
centimeter verder kwam.
Smith
heeft zijn eerste piek dit seizoen geprogrammeerd bij de FBK-Games in
Hengelo op 1 juni. Daar wil hij het record van Erik de Bruin (20,95) uit
de boeken stoten. Zelfverzekerd: `Ik ben hier nog niet top, maar het
feit dat ik uit stand al weer 17,50 meter ver stootte, zegt genoeg over
mijn vorm. Daarmee moet een worp over de 21 meter mogelijk zijn.'
Rond
die tijd hoopt Smith met de discus ook weer een afstand te bereiken van
64,60, de limiet voor de WK in Parijs. De ronde schijf had de afgelopen
maand al in San Diego naar die afstand moeten zeilen, maar in
Zuid-Californië kampte Smith nog met de lastige blessure, die de voor
de discus benodigde soepele draai in de weg stond.
De
omstandigheden zijn in de havenstad aan de Pacific altijd ideaal voor
worpen, zegt Smith. `Je werpt daar op een soort heuvel in de richting
van de oceaan, ja dat is een legale constructie, hoor. Er komt wind
onder, en die tilt de discus op. Dan zeilt-ie heel ver.'
Shaun
Pickering, telg uit een grote Britse atletiekfamilie, weet er alles van.
Pickering, die tot 1998 professioneel met de kogel stootte, woont en
werkt in Amsterdam, waar hij bij AAC trainingen verzorgt. Hij was, samen
met atleten als Jason Tunks, Erik van Vreumingen en Lieja Koeman,
tegelijkertijd met Smith in Californië. Het was jammer, zegt hij, dat
de Nederlander in San Diego niet kon werpen. `Die plaats heeft de beste
wind in de wereld.'
Ook
in andere plaatsen in het westen van de VS, in Modesto, Huntington Beach,
Salinas en Mount Sac, wordt altijd ver geworpen. `De warme wind uit de
bergen in de woestijn zorgt er samen met de bries uit de Pacific voor
een uplift.'
Niet
elke discuswerper weet er handig mee om te springen. `Je moet wel
verstand van aerodynamica hebben.' In het zonnige Californië wordt ver
geworpen, ook in Nederland, vlak land zonder berg- en oceaanbries, kan
de discus ver scheren.
Pickering:
`Hier in Lisse is het niet verkeerd, maar je kunt vooral goed werpen in
Hoorn en Hengelo. De banen liggen daar in een kom, als de wind uit de
goede hoek komt, kun je er heel ver komen.' |
|
 |
Door Rolf Bos |
 |
 |
Smith
stoot door de pijn heen
|
 |
| |
MUNCHEN
- "Ik wil twee keer
olympisch kampioen worden." Was getekend, Rutger Smith. Kogelstoter
en discuswerper van beroep. Elke andere Nederlandse atleet zou bij zulke
uitspraken meewarig worden aangekeken. Maar als Smith het zegt, geloof
je ook dat het mogelijk is. Bij de Europese kampioenschappen in München,
zijn debuut op een groot toernooi, haalde hij met de kogel meteen de
achtste plaats.
De krachtpatser uit het
Groningse plaatsje Leek is pas 21 jaar, maar onstuitbaar op weg naar de
wereldtop. En alles moet voor dat doel wijken. Ook de vervelende
handblessure die hem voor de EK drie weken belette om te trainen. Smith
besloot in het Olympiastadion door de pijn heen te stoten. "Een
gok, maar ik was goed in vorm en dit is toch de belangrijkste wedstrijd
van het jaar."
Zonder pijnstillers ramde
hij de 7,25 kilo zware kogel weg. Met het risico dat het beginnende
scheurtje in een van zijn vingerkootjes zou verergeren. "Ja, je
moet dat ding toch voelen", zei Smith. Hij kent geen enkele
twijfel. De blonde reus, twee meter bij 125 kilogram, heeft wat je noemt
'een goede kop'. Hij bezit een toewijding en mentale kracht die zijn
leeftijdgenoten in de Nederlandse atletiek node missen. Voor hem geen
vriendin of doorzakken in de kroeg. De beste wil hij worden, dus voor
iets anders dan eten-trainen-slapen is geen ruimte.
Al toen hij drie jaar was,
wilde Smith op atletiek. Van zijn ouders moest hij nog tot zijn zesde
wachten. Onder het trainersduo Gert Damkat en Joop Tervoort ging hij
snel vooruit. Europese jeugdtitels met kogel en discus in 1999 werden
een jaar later gevolgd met goud en brons op de wereldkampioenschappen
voor junioren. Vorig jaar volgde een terugslag. Smith scheurde een
borstspier bij het bankdrukken. Vrij snel was hij terug op niveau.
De overstap naar de
senioren, voor veel Oranje-atleten een helse klus, was voor Smith een
makkie. Zonder zenuwen betrad hij dinsdag het imposante Olympiastadion.
"De druk is groter, dat is het enige verschil." In de
kwalificatie hield hij het al na twee pogingen voor gezien. Hij wist
voor zichzelf dat zijn 20,17 meter genoeg zou zijn om de finale te
bereiken. "Ik heb niks bijzonders gezien daar", zei hij over
zijn tegenstanders.
Ook het lange wachten
bracht hem niet van de wijs. Smith stond 's ochtends al om zes uur op
voor de kwalificatie om tien uur. "Het lichaam heeft vier uur nodig
om wakker te worden." Pas om half negen 's avonds volgde de finale.
Smith doodde de tussenliggende uren met slapen en films kijken. "Ik
heb dvd's van Pearl Harbour, The English Patient en Seven Years in Tibet
bij me. Actiefilms? Ook, maar die heb ik niet nodig om me op te laden
voor de finale. Dat doe ik pas in het stadion."
De eindstrijd ging hij in
met het minste persoonlijk record van de twaalf finalisten. Als jong
broekje tussen de ervaren dertigers. Smith had graag zijn persoonlijk
record van 20,39 meter verbeterd, maar dat zat er in de stromende regen
niet in. De ring was veel te glad. Een stoot van 19,73 bracht hem de
achtste plaats. Na de vierde poging besloot hij te stoppen. Met het oog
op het discuswerpen wilde hij geen risico meer nemen.
Opvallend
genoeg had hij in Zuid-Duitsland veel steun aan Troy Douglas. De twee
tegenpolen slapen samen op één kamer. Een nuchtere Groninger en een
vaatje buskruit uit de Cariben, een groter contrast is niet denkbaar.
Maar ze blijken het perfect met elkaar te kunnen vinden. "Troy is
rustig. Voor de buitenwereld is hij een grappenmaker, maar op de kamer
zet hij jazz op en is hij heel relaxt. Waarover we praten? Wat hij heeft
meegemaakt, schunnige taal." Met een grijns: "Over meiden? Ja,
dat ook." |
|
 |
|
 |
 |
Smith
komt altijd na wat hij belooft
|
 |
| |
Wat
hij belooft, maakt hij waar. Rutger Smith is een uniek exemplaar in de
Nederlandse atletiek. Ooit zal de 21-jarige kogelstoter medailles winnen
op grote toernooien. Gisteren werd hij, ondanks een blessure, achtste
bij zijn debuut op de EK in München. Terwijl duizenden toeschouwers
dinsdagavond hun stoeltje hebben verlaten en schuilen onder de
karakteristieke overkapping van het Olympisch Stadion, zit het Groningse
trainersduo Gert Damkat en Joop Tervoort in de stromende regen op de
tribune. Tervoorts hoofd gaat schuil onder een Albert Heijn-tas: niet om
zijn haren droog te houden, maar om video-opnamen te maken van hun
pupil, die zich dertig meter verderop bevindt: de 1.97 meter grote en
125 kilogram zware Rutger Smith. Aanwezig zijn en video-opnamen maken.
Elke wedstrijdstoot en -worp en ook nog ontelbare trainingen zijn al
vastgelegd met de camera. ''Hoeveel banden we hebben? Pffff...''
Tervoort weet het niet, zelfs niet bij benadering: ''Echt ongelooflijk
veel. Zeg Gert, hoe lang hebben we die camera nu?'' Damkat: ''Zeven
jaar.'' Daar staat al een aantal mooie triomfen op vereeuwigd. In 1999
werd Smith Europees jeugdkampioen kogel én discus, een jaar later
jeugdwereldkampioen kogelstoten. En nu dan op een groot toernooi, tussen
de echte mannen. Tussen giganten als Manuel Martinez, Arsi Harju,
Joachim Olsen en het Oekraïense oermens Joeri Bilonog. Smith is onlangs
21 jaar geworden; eigenlijk is het ongehoord. Een kogelstoter bereikt
pas op z'n 26ste zijn fysieke top. De Nederlander is dus met afstand de
jongste van het gezelschap. Al is dat nauwelijks te zien. Daar is Olsen,
de huidige aanvoerder van de Europese ranglijst, nog het meest verbaasd
over: ''Rutger is mentaal sterk. Vooral in grote wedstrijden is hij zo
opmerkelijk goed, dat het lijkt alsof hij al vijftien jaar stoot.''
Smith is een uniek exemplaar: een jongen die - mits hij heel blijft - in
de toekomst medailles gaat halen voor Nederland. Daar is hij zelf ook
heilig van overtuigd. Olympisch goud, voor minder doet Smith het niet.
Let wel, in twee disciplines: kogelstoten én discuswerpen. Bluf? Zijn
trainers hebben Smith daar nog nooit op kunnen betrappen. ''Alles wat
hij belooft, heeft hij waargemaakt,'' zegt Damkat, die ervan overtuigd
is dat Smith in de toekomst met de kogel de 22 meter en met discus de
zeventig meter zal overbruggen. Twijfel Smith twijfelt niet, dat ligt
niet in zijn aard. Maar op de beregende gezichten van Damkat en Tervoort
is na de eerste twee pogingen van Smith (19,37 en 19,60) toch wel enige
twijfel te lezen. Aan de regen kan het niet liggen, weet Tervoort. ''Het
zou een voordeel moeten zijn, Rutger traint veel in dit weer.'' Het is
zijn techniek waar vanavond het een en ander aan schort. Wellicht heeft
dat met zijn handblessure te maken. Drie weken geleden constateerde
sportarts Peter Vergouwen een stressfractuur in zijn middenhandsbeentje
en mocht Smith een aantal weken niet kogelstoten. Zonder noemenswaardige
voorbereiding betrad Smith dus gisterochtend het Olympisch Stadion, voor
de kwalificatiewedstrijd. Even later liep hij alweer volkomen ontspannen
de mixed zone binnen, terwijl de wedstrijd nog niet eens was afgelopen.
In zijn tweede poging had hij al 20,17 meter gestoten. ''Dat is wel
voldoende voor de volgende ronde,'' zei Smith, terwijl veel concurrenten
nog een poging mochten wagen. Zijn zelfvertrouwen is gebaseerd op zijn
kwaliteiten. En hij kreeg natuurlijk gelijk, want uiteindelijk plaatste
Smith zich als zesde voor de finaleronde. Daarin komt hij 's avonds ook
bij zijn derde poging niet verder dan twintig meter: 19,76. Het lijkt of
het nog harder begint te regenen. Ondanks die matige prestatie staat
Smith nog zesde, wat betekent dat hij in de finale niet voortijdig hoeft
af te vallen. Het trainersduo wordt van alle kanten gefeliciteerd.
''Mooi jongens,'' zegt een al even doorweekte Henk Kort, de technisch
directeur van de KNAU. Tervoort en Damkat kijken elkaar gelukkig aan.
''De finale,'' fluistert Tervoort geëmotioneerd, ''tsjonge, mooi hoor
voor zo'n jonge gast. Dit is toch een nieuwe mijlpaal.'' Rutger Smith is
nu echt toegetreden tot de elite. Nog geen tien minuten later slaat de
vreugde keihard om in ongeloof en teleurstelling. Bij zijn eerste poging
in de finale, heeft Smith zich geblesseerd aan zijn middelvinger. Smith
kan het helaas niet zelf toelichten. Hij is op weg naar het ziekenhuis.
De kersverse zilveren-medaillewinnaar Joachim Olsen schrikt ervan als
hij vlak voor de persconferentie hoort van het ziekenhuisbezoek van
Smith. ''Oh, wat heeft hij precies? Verdomme!'' Maar hij hoeft zich geen
zorgen te maken, zegt de Deen meteen geruststellend. ''Rutger is jong,
nog maar 21! Toen deed ik nog niet eens mee aan de EK. Hij wordt echt
een heel grote. Hij stoot zo natuurlijk, terwijl de meeste kogelstoters
het puur op kracht doen. Als hij fysiek nog wat sterker wordt, moet ik
echt gaan oppassen.'' Tervoort is er laat op de avond nog beduusd van.
Geruisloos is zijn pupil van het grote toneel verdwenen, waarop hij zo
zelfverzekerd zijn entree had gemaakt. Smith is zelf dan nog in het
ziekenhuis. Vanochtend is hij er weer geweest. Op de röntgenfoto's werd
niets geconstateerd, maar Smith is er niet gerust op. Onduidelijk is of
hij morgen deelneemt aan het discuswerpen. |
|
 |
|
 |
 |
Reus
met toekomst ondanks blessure achtste bij EK
|
 |
| |
Ooit
staat hij tussen de grote jongens op het erepodium. Dat weet Rutger
Smith zeker. Olympisch goud, het liefst met de kogel en de discus, is
zijn ideaal. Waarom zou hij daar geheimzinnig over doen? De EK in
München, waar hij gisteravond bij het kogelstoten ondanks een
handblessure op de achtste plaats belandde, zijn voor de 21-jarige
atleet uit Leek niet meer dan een leerzame tussenstop op weg naar dat
ene doel. ,,Voor de top kom ik nog tekort, maar over twee jaar praten we
verder.'' Nu al heeft de zelfbewuste Groninger de uitstraling van een
kampioen: hij is groot, sterk, fotogeniek en kan goed zijn woordje doen.
Een persoonlijkheid die weet wat zijn mogelijkheden zijn. ,,Rutger wordt
echt een grote'', zegt zijn ene trainer Gert Damkat. ,,Als hij heel
blijft'', voegt zijn andere coach Joop Tervoort er aan toe. De bijna
twee meter lange en 125 kilo zware Smith is zeer atletisch, explosief,
heeft een goede techniek en kan op de juiste momenten pieken. ,,Hij is
bovendien makkelijk te coachen, waren ze allemaal maar zo'', verzucht
Damkat. ,,Als iets hem niet zint, zegt hij dat - maar zeuren doet hij
nooit.'' Zelfs blessures lijken hem niet uit zijn evenwicht te brengen.
Vorig jaar april scheurde Smith tijdens een trainingsstage in Los
Angeles een borstspier. Tot november was hij uitgeschakeld, maar dit
seizoen vierde hij zijn terugkeer met het ene na het andere persoonlijke
record. Toch was er een moment van twijfel, erkent Damkat. ,,Bij zijn
laatste wedstrijd afgelopen jaar stootte hij de kogel 16,45 meter - drie
meter minder dan normaal. Dan geloof je als atleet nergens meer in. Wat
zouden jullie ervan vinden als ik in Amsterdam ging trainen? zei hij
opeens. Dat overviel ons.'' Smith bleef uiteindelijk in Groningen en zag
af van de samenwerking bij AAC met de Britse reus Shaun Pickering. Een
hele geruststelling voor de gedreven trainers. Tervoort, de bedachtzame
van de twee: ,,Toen Rutger belde met het slechte nieuws over zijn
gescheurde spier stortte onze wereld wel even in.'' De fanatiekere
Damkat: ,,Als trainer leef je bij de gratie van het succes van Rutger,
je richt je leven er op in. Op het moment dat we een grote stap vooruit
dachten te kunnen doen, stond alles opeens stil.'' Na zijn successen als
jeugdatleet (Europees kampioen met kogel en discus in 1999;
wereldkampioen met de kogel en derde met de discus in 2000) debuteerde
Smith van de winter bij de indoor-EK voor senioren met de negende plaats
bij het kogelstoten. ,,Hij had er de zware trainingen niet eens voor
onderbroken'', vertelt Tervoort. ,,Omdat deze kampioenschappen in
München veel belangrijker zijn, dit zijn de wedstrijden van het jaar'',
zegt hij zelf. Daarom wilde Smith niet opgeven toen hij enkele weken
geleden last kreeg van het middenhandsbeentje bij zijn rechter
middelvinger. ,,Ik kan de kogel niet zonder pijn stoten, maar voor een
verdovende injectie voelde ik niks. Ik wist dat ik in vorm was. Ik wilde
hier graag bij de eerste acht eindigen en mijn persoonlijk record van
20,39 meter overtreffen.'' Het eerste lukte, het tweede niet. De regen
tartte alle kogelstoters, en Smith kreeg bovendien meer last van zijn
hand dan hij had voorzien. Na zijn vierde beurt greep hij er direct naar
en stapte vervolgens met een van pijn vertrokken gezicht uit de ring. Op
dat moment wist hij dat doorgaan geen zin meer had. Het was het einde
van een lange dag, die 's morgens vroeg begon. ,,Om zes uur ben ik
opgestaan voor de kwalificatie rond tienen. Mijn lichaam heeft vier uur
nodig om helemaal wakker te worden, vandaar. Zat ik in het atletendorp
om half zeven te ontbijten met alle toppers. Ze zijn vriendelijk voor
me, ik ben nog geen bedreiging voor ze.'' Met zijn tweede beurt van
20,17 m stapte Smith als zesde kogelstoter de finale in. En hoopte
optimistisch op een stoot van circa 20,50 meter. Onder de belabberde
weersomstandigheden lukte het alleen de medaillewinnaars die grens te
passeren. De Oekraner Joeri Biolonog kwam met 21,37 m het verst. Smith
maakte de ontknoping niet meer mee. In de catacomben liet hij zijn hand
verzorgen en vertrok naar het ziekenhuis om uit voorzorg foto's te laten
maken. Maar ze zijn nog niet van hem af. ,,Mijn tijd komt nog wel.'' |
|
 |
|
 |
 |
Rutger
Smith is nu nog topsporter
|
 |
| |
Voor
wie Rutger Smith nog niet kent is een korte introductie wel op zijn
plaats. Rutger woont in de plaats Leek onder de rook van Groningen en is
lid van de atletiek vereniging Argo 77. Al vanaf zijn zesde jaar is hij
lid van deze atletiekclub. Je hoort niet vaak dat kinderen op een
dergelijk jonge leeftijd al bewust zelf kiezen voor een sport. In het
geval van Rutger was dat wel zo ondanks dat zijn overige familieleden
allemaal een teamsport beoefende w.o. handbal, voetbal en korfbal.
Rutger is de twintig lentes gepasseerd en staat hij in Nederland aan de
top bij het discuswerpen en kogelstoten. Rutger is al ruim vijftien jaar
bezig met atletiek waarvan de laatste zes jaar intensief met Kogelstoten
en discuswerpen.
Ben
je topsporter of topmanager
Al
eerder hebben wij deze vraag ook aan Foppe de Haan, Jacco Eltingh en
Arnold Vanderleijde aan de orde gesteld en zij hebben daar allemaal
verschillende uitleg aan gegeven. Ook nu stellen wij deze vraag aan
Rutger en hij reageerde als volgt; " Ik voel mij toch wel meer
topsporter dan manager. Op dit moment wacht ik nog op een uitslag van
mijn examen van de cursus Middel Management die ik afgelopen jaar heb
gevolgd. Na het behalen van mijn Havo diploma ben ik ook van mening dat
ik naast mijn dagelijkse sport activiteiten wel wat meer wil doen aan
mijn maatschappelijke ontwikkeling. Daarnaast zorgt het ook voor wat
afleiding naast de dagelijkse trainingen die vooral in de winter erg
zwaar zijn. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Studeren en trainen is
voor mij een ideale situatie. Wat je wel onder het bordje management
kunt schuiven is dat ik zelf mijn hoofdsponsor Cordial hebt benaderd. Ik
zag een artikel over dit bedrijf in de krant en dat kwam zeer positief
op mij. Ik heb toen de stoute schoenen aangetrokken en een brief
gestuurd. Daarin vertelde ik wie ik was en dat ik op zoek was naar een
sponsor. Binnen enkele dagen kreeg met de post een uitnodiging om eens
te komen praten. Het bedrijf Cordial uit Winschoten is mijn huidige
hoofdsponsor en maakt industriële kleefstoffen. Een andere belangrijke
beslissing die te maken heeft met het goed regelen van randvoorwaarden
naast de atletiek om goed te presteren is de keuze van een professionele
manager. Wil je tegenwoordig jezelf staande houden in de jungle van de
commercie dan moet je wel goede contacten hebben. Je moet hierbij denken
aan sponsorcontracten, inschrijving deelname aan lucratieve atletiek
wedstrijden, startgelden, wedstrijdschema’s en ga zo maar door. Het is
heel belangrijk dat je connecties heb in de atletiek. Ik heb
uiteindelijk gekozen voor het bureau van Jos Hermens directeur van
Global Sports uit Nijmegen. Ook Ellen van Langen werkt bij dit bureau en
Jos Hermens zelf is al twee jaar achter elkaar uitverkozen als de beste
manager in de atletiek wereld. Het contact tussen mij en Global Sports
is tot stand gekomen nadat ik Wereldkampioen werd bij de jeugd atletiek
kampioenschappen."
Wordt
een kogelstoter miljonair
Het
is natuurlijk zo dat voetballers en tennissers veel geld verdienen. Dat
lezen wij dagelijks in de krant. In het geval van Rutger zal dat zeer
zeker niet gebeuren. Op dit moment zijn er inkomsten (de meeste financïele
inkomsten komen natuurlijk van mijn sponsors) van de KNAU (Koninklijke
Atletiek Unie) die zorgen voor financiële en medische ondersteuning.
Ook facilitair kan Rutger een beroep doen op de bond. In de winter
zorgen zij voor het huren van indoor accommodatie zodat ook het trainen
onder slechte weersomstandigheden gewoon door kan gaan. Ook ontvangt hij
van de NOC een financiële ondersteuning. Daar heeft Rutger op dit
moment de B status. Het is vreemd dat er nog geen persoonlijk contact is
geweest tussen de topsporter en vertegenwoordigers van het NOC. Op dit
moment loopt alles via de KNAU en Rutger laat weten dat hij daar zeer
tevreden over is. Onlangs is er een nieuw sponsor contract met Adidas
tot stand gekomen en AA drinks is een subsponsor. Vaak weten topsporters
nog niet precies wat zij na hun actieve carrière willen gaan doen.
Rutger laat weten dat het wel mooi zou zijn, dat door zijn prestaties
binnen de topsport hij daardoor wel een binnenkomer zou hebben bij het
bedrijfsleven. Echt rijk worden zal er wel niet in zitten.
Welke
invloed heeft een accommodatie
Volgens
kenners is de Mondo tartan baan de snelste en de beste 400meter
atletiekbaan. Zo denkt ook Rutger erover. "In Nederland hebben wij
een aantal goede atletiek accommodaties voor wedstrijden, Sittard,
Hengelo en op Papendal ligt een goede trainingsaccommodatie ondanks dat
deze al wat jaartjes oud is. Het gerenoveerde Olympische atletiekstadion
is het net niet geworden. Geen sfeer en het geheel is onlogisch
ingedeeld. Belangrijk voor de atletiek is de organisatie rondom het
evenement zelf. Vanwege de technische spelregels vastgesteld door de
IAAF (International Association of Athletics Federations)
kan
er verder weinig met de sporten zelf gedaan worden. Misschien dat de
ligging van de kogelbak wel dichter op het publiek kan worden
gesitueerd. Voor discus kan dit uiteraard niet vanwege de veiligheid
voor sporter en toeschouwers. Ook belangrijk is voor mij de gladheid van
de ring. Iedereen denkt dat beton gewoon hetzelfde is in het ene stadion
als het beton in een ander stadion, maar dat is dus niet zo."
Rutger Smith is op dit moment de tweede internationale topper die zowel
het discuswerpen en kogelstoten samen beoefend op hoog niveau. Dat kan
alleen als je de beide sporten uitvoert met dezelfde draaitechniek. En
om deze techniek te beheersen moet je over bijzondere fysieke
eigenschappen bezitten. "Een kogelstoter ziet er meestal een beetje
"dik"uit maar dat is in mijn geval niet zo. Ik ben atletisch
gebouwd en mijn armen zijn lang in verhouding tot mijn lichaam en dat
zijn zo enkele van mijn fysieke voordelen om de top te kunnen behalen.
De belangrijkste voorwaarde om voor een goede topprestatie is de
aanwezigheid van publiek. Daar doe je het uiteindelijk voor.
Tips
voor een Topprestatie:
-
veel
publiek
-
voorstellen
van de atleten aan publiek
-
goede
speaker "met atletiek kennis"
-
muziek
(bijv. Simply the best)
-
entertainment
in arena "ter vermaak publiek"
-
familie
entertainment voor hele gezin
-
sfeervolle
entourage rondom evenement
-
Kraampjes
e.d. van bijv. Sponsors
Uiteraard
heb ik al veel gezien in Amerika hoe het er daar aan toe kan gaan.
Calafornie is het walhalla van de werpsporten. Het de cultuur en zit bij
de mensen in hun hoofd. Zij denken sport en zij beleven sport. Je merkt
ook al bij de organisaties in Nederland dat men hier en daar enkele
nieuwe elementen uitprobeert tijdens de toernooien.
Waar
bestaan jouw PR activiteiten uit
"Ik
heb een keer enkele media training gehad van het Olympisch Steunpunt
Noord Nederland. Een journalist kwam ons vertellen wat er zo allemaal op
je af komt als de media je tegemoet treedt. Ook heb ik toen een aantal
tips opgepakt waar ik moest letten." En doe je dat tijdens dit
interview? (vraag van de redactie) "Nou, eigenlijk niet omdat ik
van mijzelf gewoon wil vertel wat ik zeggen wil. Niets bijzonders dus.
Door mijn opvallende prestaties van de afgelopen tijd heb ik al wel veel
contacten gehad met TV Noord en diverse dag en weekbladen. Ook hiervoor
geld het motto al doende leert men. Uiteraard let ik er wel op dat mijn
sponsors de aandacht krijgen die zij verdienen. Zelf ben ik van mening
dat het in eerste instantie gaat om de sport en de prestaties op zich.
Wat
zijn jouw doelen voor de toekomst
"Voor
de komende Europese kampioenschappen wil ik in ieder geval voor beide
disciplines de finale halen. Voor 2004 als de Olympische spelen in
Athene zijn is een plaats bij de top van het veld al een mooie prestatie
voor mij. Een plaats bij de eerste zes voor een Olympische diploma zou
fantastisch zijn. Ondank mijn zware schouderblessure van het afgelopen
jaar gaan mijn persoonlijke ontwikkelingen met sprongen vooruit. Ik durf
nog niet exact te voorspellen waar mijn plafond lig. Een extra uitdaging
voor mij is dat ik altijd op twee disciplines kan inschrijven. Zowel het
kogelstoten als het discuswerpen. Daar ligt de extra uitdaging om in
beide disciplines te scoren. En wat ik later wil gaan doen houdt mij op
dit moment nog niet bezig. Ik wil eerst nog een vijftien jaar actief
zijn in de atletiek. |
|
 |
|
 |
 |
Om
Rutger Smith kun je niet langer heen
|
 |
| |
RIJSWIJK/HENGELO
(ANP) - De Nederlandse atletiek
mist helden. Kinderen hebben boven hun bed posters hangen van
voetballers, nooit van hardlopers of speerwerpers. Als iemand daar
verandering in kan brengen is het wel Rutger Smith. De kogelstoter annex
discuswerper uit Groningen is groot, sterk, ziet er goed uit en heeft
een vlotte babbel. En het belangrijkste: hij is op weg naar de
wereldtop.
Om
de twintigjarige Smith kan niemand meer heen. De blonde reus meet 1,97
meter bij 125 kilogram. Maar ook in figuurlijke zin is hij indrukwekkend
geworden. Smith liet zondag tijdens de Fanny Blankers-Koen Games de
15.000 toeschouwers versteld staan.
Hij
verbeterde in Hengelo met de kogel zijn persoonlijk record vijf keer. In
een veld van toppers eindigde hij als tweede met een stoot van 20,39.
Een halve meter verder dan hij ooit was gekomen. Het publiek was
verbaasd, maar Smith zelf niet. Hij wist, zoals altijd, van tevoren al
dat hij goed zou presteren.
Een
vol stadion, sterke tegenstanders, hoge verwachtingen. Veel Nederlandse
atleten kunnen er niet tegen, maar Smith geniet er juist van. ,,Ik vind
het heerlijk om onder druk te stoten. Dan gaat het alleen maar beter. Op
grote toernooien heb ik altijd persoonlijke records gevestigd'',
vertelde hij met een zelfverzekerde grijns.
Zijn
opmars begon in 1999 toen hij in Riga zowel met de kogel als de discus
Europees jeugdkampioen werd. Een jaar later voorspelde hij zijn trainers
Joop Tervoort en Gert Damkat in Chili dat hij de wereldtitel voor
junioren zou pakken. Ook dat lukte. ,,Ik heb nooit een atleet ontmoet
die zo goed weet wat hij kan'', zei Damkat. ,,Zijn persoonlijkheid is
ideaal voor de topsport.''
Smith
heeft zijn volgende doel al gesteld. Hij wil in augustus tijdens de
Europese kampioenschappen in München opnieuw pieken, zowel met kogel
als discus. Het Nederlands record van Erik de Bruin (20,95 meter met
kogel) is niet langer heilig. ,,Op de EK moet het verder gaan. Dat
record van De Bruin pak ik misschien, maar volgend jaar gaat het er
zeker aan'', voorspelde Smith.
Uit
de mond van de meeste sporters lijkt zoiets grootspraak, maar Smith
maakte steeds zijn woorden waar. ,,Ik heb goede trainers en met mijn
mentaliteit zit het ook wel goed. Daarom durf ik dat soort dingen te
zeggen'', stelde hij.
Van
een medaille in München durft hij nog niet te spreken. Smith voelt dat
hij nog iets sterker moet worden om tegenstanders echt zijn wil op te
kunnen leggen. Een ongelukje bij het bankdrukken in april 2001 heeft de
geplande aanwas van spieren in de gebeeldhouwde torso wat vertraagd.
Smith gleed weg van het bankje en scheurde een pees in de borst.
,,Met
bankdrukken zit ik nu weer op 160 kilo. Dat zeg ik maar niet tegen die
andere jongens, want dan gaan ze hard lachen. Zij drukken dik 200 plus.
Als ik dat ook kan, ben ik ervan overtuigd dat ik over de 21 en 22 meter
heen ga. Nu moet ik het vooral van mijn techniek en atletisch vermogen
hebben.''
Ook
trainer Damkat, die eveneens de kogelslingeraarsters Debby van der
Schilt en Wendy Koolhaas naar de EK leidde, denkt dat Smith nog kan
groeien. ,,Hij kan nog spiermassa winnen, 130 kg is zijn ideale gewicht.
De afgelopen jaren is hij met het sterker worden steeds verder gaan
stoten, dus ik verwacht dat hij nog vooruit kan.''
Smith
verschilt volgens Damkat wel van de meeste andere kogelstoters. ,,De
wereldtoppers zijn bijna allemaal kleine mannetjes. Rutger is groot en
sterk. Hij moet dus anders stoten. We zijn in LA geweest en hebben
videobanden van alle kogelstootgoeroes bekeken. Rutger heeft zijn eigen
stijl ontwikkeld en is in staat zijn techniek snel bij te stellen als
het niet goed gaat.''
Smith
zou misschien al mee mogen doen aan het internationale
wedstrijdencircus. Zijn trainers vinden het daarvoor nog te vroeg.
Damkat: ,,Het zou beter zijn voor Rutgers marktwaarde, maar hij moet
eerst doortrainen en een goede basis leggen. Na de Olympische Spelen van
2004 kijken we wel waar hij staat. Rutger kan een atletiekheld worden,
absoluut. Het is aan ons om hem heel te houden.'' |
|
 |
|
 |
 |
Kogelstoten:
Finale eindigt in drama voor Smith
|
 |
| |
Bij
zijn vierde poging in de finale ging het mis. De kogel glipte uit zijn
geblesseerde hand. Rutger Smith uit Leek greep naar zijn vingers. Hij
stopte en ging meteen naar de dokter. Die zond hem door naar het
ziekenhuis, waar röntgenfoto's werden gemaakt. Wat dinsdagavond restte
was een achtste plaats op het Europees kampioenschap in München.
Het
was gisteravond laat nog niet bekend of Smith vrijdag kan uitkomen bij
het discuswerpen. Bij dit onderdeel had hij in de voorbereidingen geen
last van zijn handblessure.
Terwijl
zijn pupil op weg was naar het ziekenhuis, vertelde zijn coach Joop
Tervoort dat dit het slechtst denkbare scenario voor de finale was.
"Rutger stootte heel voorzichtig. Misschien kwam het door de regen.
Daardoor miste hij snelheid en daar moet hij het van hebben." Voor
de eindronde zei Smith tevreden te zijn met een plaats bij de laatste
acht. Dat lukte. Daar had de atleet van Argo '77 uit Groningen een
pijnlijke hand voor over.
Smith
heeft als gemeld vocht rond zijn middenhandsbeentje. Daardoor heeft hij
de afgelopen weken nauwelijks kunnen stoten. "Als ik geen blessure
had gehad, was ik hier op 20,80 meter uitgekomen."
De
atleet uit Leek nam een groot risico door in München in de ring te
verschijnen. "Die gok heb ik genomen. Voor dit EK heb ik het hele
jaar getraind. En ik voel dat ik in vorm ben. Dan is het toch doodzonde
zo'n toernooi te laten lopen?"
Winnaar
bij het kogelstoten werd de Oekraïner Yuriy Bilonog met en worp van
21.37 meter. Het zilver ging naar de Deen Olsen, het brons naar de
Duitser Bartels. Rutger Smith kwam niet verder dan 19.73 meter. Ver
onder zijn persoonlijk record van 20.39 meter. De reus uit Leek had
graag verder willen stoten dan zijn beste worp. |
|
 |
|
 |
 |
Discuswerpen:
Smith doet niet voor joker mee
|
 |
| |
De
Reus uit Leek heeft grote handen. Maar donderdagavond was de rechterhand
van Rutger Smith nog groter. Opzwollen van het vocht. En hij had pijn.
"Ik kan mijn vinger niet eens strekken." Dus is het over en
uit voor de noorderling, die heimelijk gehoopt had juist bij het
discuswerpen in de buurt van een medaille te kunnen komen.
Hoe
graag hij ook wilde, discuswerpen gaat niet. "Of ik had enorm
moeten forceren. En dan had ik hier op het EK voor joker meegedaan met
een metertje of 50. Dat wil ik niet. Ik ben hier gekomen voor een
finaleplaats. Dan moet je 63 meter gooien." Smith wierp dit seizoen
63,77 meter.
De
Leekster baalt flink van zijn blessure, een verrekking van de wijs,
middel -en ringvinger. Hij had zijn hele seizoen afgestemd op het EK.
"Maar het leven gaat door. Mijn tijd komt nog wel. Volgend jaar op
de WK in Parijs. Daar haal ik twee finaleplaatsen, en misschien nog wel
meer."
Smith
gunt zijn hand voorlopig rust. Hij gaat met vakantie. De kogel raakt hij
in het naseizoen niet meer aan, en waarschijnlijk blijft de discus ook
in de tas. Eerst moet de blessure genezen. De werper moet onder meer de
Golden Leagewedstrijd in Zurich, waar alle wereldtoppers in de ring
verschijnen, laten schieten. "Daar had ik nog graag aan
meegedaan."
Het
talent was al met een handblessure afgereisd naar München. Hij had
vocht in zijn middenhandsbeentje. Bij het kogelstoten had hij daar last
van, bij het discuswerpen niet. Had Smith achteraf bekeken het
kogelstoten niet beter kunnen afzeggen en alle kaarten op de discus
moeten zetten? Coach Joop Tervoort: "Misschien hadden we daar op
aan moeten dringen, maar we laten de atleet beslissen. Hij voelt hoe
groot de pijn is. Maar hier hebben wij ook weer van geleerd."
Donderdagavond
drukte Henk Kort, technisch directeur van de atletiekbond, Rutger Smith
nog een diploma in handen. Voor zijn achtste plaats in de finale
kogelstoten. En dat ondanks zijn opgave dinsdagavond. Hij wilde het
papier in zijn tas stoppen, maar dan zou het verkreukelen. Hij gaf het
in bewaring bij de bondsvoorlichter. Het is toch een mooie herinnering.
Een pleister op de wonden. |
|
 |
|
 |
 |
EK
onzeker na handblessure Rutger Smith
|
 |
| |
Rutger
Smith heeft sinds twee weken een handblessure die hem het kogelstoten
belemmert. Mogelijk komt het 21-jarige talent op dit onderdeel niet uit
tijdens de Europese kampioenschappen atletiek, die 6 augustus in München
beginnen. Smith kan wel discuswerpen.
Rutger
Smith heeft sinds twee weken een handblessure die hem het kogelstoten
belemmert. Mogelijk komt het 21-jarige talent op dit onderdeel niet uit
tijdens de Europese kampioenschappen atletiek, die 6 augustus in München
beginnen. Smith kan wel discuswerpen.
De
krachtpatser uit Leek kreeg in de week na de Nederlandse titelstrijd (8
juli) last van de hand. Een mri-scan wees woensdag uit dat er vocht bij
het gewricht van de middelvinger zit. "De hand is overbelast",
meldt Smiths trainer Gert Damkat. "Het kan uitlopen naar een
stressfractuur. We wachten tot maandag voor we een besluit nemen over
deelname aan de EK."
Smith
maakte in het voorseizoen indruk met een kogelstoot van 20,39 meter. Ook
met de discus (64,69) toonde hij zijn kunnen. Bij het trainen van dit
onderdeel ondervindt Smith weinig last. |
|
 |
|
 |
 |
`Niets
is mooier dan een vliegende discus`
|
 |
| |
Het
is schoolsportdag in Groningen. Een flinke schare kinderen heeft zich in
het Stadspark verzameld voor een dagje sporten. Temidden van het
bewegelijke grut duwt een grote jongen een kruiwagen over de baan van
atletiekvereniging Argo '77. Rutger Smith (20) maakt zich op voor de
dagelijkse training.
De
schoolkinderen zijn niet bij hem weg te slaan. Hoeveel weegt zo'n kogel
mijnheer, vragen ze. 'Vandaag tussen de zeven en acht kilo, jongens.'
Nieuwe vraag: 'Mijnheer, bent u beroemd?' 'Mijnheer' grijnst en hij
schudt 'nee' met zijn hoofd. Want beroemd is Rutger Smith, kogelstoter
en discuswerper uit Leek, nog niet. Maar als het aan hem zelf ligt, en
aan zijn trainers Damkat en Joop Tervoort, dan komt daar snel
verandering in.
En waarom ook niet. In 1999 werd hij Europees jeugdkampioen in Riga, een
jaar later pakte hij met de kogel in Chili de wereldtitel. De discus
slingerde hij in Santiago naar het brons.
De aansluiting met de top lijkt een kwestie van tijd voor de 20-jarige
reus van 125 kilogram, bij een lengte van 1 meter 97. Onlangs was hij
een van de smaakmakers bij de FBK-Games en de wedstrijd om de Gouden
Spike.
In
Hengelo stootte hij de kogel naar 20.39 meter, een halve meter verder
dan hij ooit reikte. Een week later scheerde de discus in Leiden naar
63.77 meter en dat was ook weer bijna een meter verder dan het
persoonlijk record. Nuchter: 'Het was helaas windstil, met wat wind had
er nog wel twee meter meer ingezeten.'
Elke twaalf maanden is hij de laatste jaren met kogel en discus een half
metertje vooruit gegaan en dat is niet slecht voor een 20-jarige. 'Een
kogelstoter staat op z'n 26ste aan zijn fysieke top, een discuswerper
pas op z'n 30ste.'
De progressie zal zich, zo wordt verwacht, dus nog wel even voortzetten.
Smith drukt in het krachthonk nu nog 'slechts' 160 kilogram. 'Daar
lachen de grote jongens om, die drukken tot 250 kilo. Als ik zoveel zou
kunnen wegzetten, zou ik 24 meter stoten. Niet dat ik denk dat ik ooit
250 kilo aankan, maar 200 kilo gaat lukken. En dan stoot ik 22 meter,
daar ben ik van overtuigd.'
Als
driejarig ventje, vertelt Smith, keek hij naar de uitzendingen van de
Olympische Spelen van Los Angeles. Dát wil ik ook, zou hij, zo wil het
verhaal, naar zijn ouders geroepen hebben, wijzend naar atleten als Carl
Lewis, Ria Stalman en Edwin Moses.
Hij moest nog drie jaar wachten. Op zesjarige leeftijd meldde hij zich
bij Argo in Roden, waar hij onder de hoede kwam van Tije Blaauw. Alles
deed hij daar, springen, sprinten en werpen. Als 15-jarige trok hij naar
Groningen, naar Gert Damkat, oud-speerwerper, en Joop Tervoort, die op
zijn beurt weer afkomstig is uit het 'werpbolwerk' Stadskanaal.
Een aardig talent was Smith toen, zegt Damkat nu, maar hij zag er
indertijd nog niet meteen een potentiële wereldtopper in. 'Rutger was
als junior ook niet beter dan Erik de Bruin op dezelfde leeftijd. Pas
een paar jaar later, toen hij zich steeds maar bleef verbeteren, dacht
ik: hé, het kon wel eens echt wat worden.'
Met
De Bruin is er geen contact, al volgde Smith wel ooit een clinic van de
zilveren-medaillewinnaar van het WK van Tokio. 'Dat was erg leerzaam.'
Veel stak hij, samen met Damkat, drie jaar terug op tijdens een stage
in Los Angeles, die gefinancierd werd uit het Sportfonds Leo van der
Kar.
Inmiddels
heeft hij thuis de beschikking over een stapel video's, waarop de
verrichtingen van grote stoters en werpers te zien zijn. Vaak draait hij
's middag na de trainingen die banden af. Een echt idool heeft hij niet,
al is Lars Riedel 'wel mooi om naar te kijken'.
De meeste atletiekliefhebbers hebben slechts oog voor de loopnummers, de
disciplines van Smith worden, zo zegt hijzelf, te vaak gezien als 'het
lelijke eendje van de atletiek'. Onterecht is dat: 'Ik vind de vlucht
van een discus prachtig om naar te kijken.'
Tien
maal per week traint Smith, de ene keer is hij in de weer met de kogel,
een volgende training laat hij de discus vliegen. Veel collega's van de
Groninger hanteren diezelfde trainingsafwisseling, maar bij de grote
wedstrijden maken ze meestal toch een keuze voor een van de twee
disciplines. Je moet ver terug in de olympische geschiedenis (1920:
Elmer Niklander, goud en zilver) voor een geslaagde dubbelslag met kogel
en discus.
Smith heeft zich echter voorgenomen tijdens de komende grote toernooien
op beide onderdelen uit te komen, te beginnen bij de EK in München. 'Er
is genoeg ruimte. Op de eerste dag staat de kogel op het programma, dan
heb je twee dagen rust voordat je met de discus aan de gang moet.'
Maar
is het mogelijk te pieken op twee, zo op het oog afwijkende onderdelen?
Smith en zijn trainers knikken van ja. Smith: 'Veel kogelstoters zijn
gedrongen, ze kunnen het niet aan qua postuur, maar ik heb de ideale
bouw voor beide disciplines, ik ben heel atletisch gebouwd.'
Damkat: 'John Godina combineert beide disciplines ook. De Amerikaan komt
met de kogel tot 22 meter en met de discus tot 69 meter. Wij vlassen in
de toekomst op 22 en 70 meter.' Met die afstanden had hij bij de recente
Spelen en WK meermalen goud gepakt. Damkat: 'Het is geen grootspraak,
het gaat Rutger lukken, daar ben ik voor 100 procent van overtuigd. Mits
hij heel blijft.'
Vorig voorjaar ging het even mis. Smith gleed bij het bankdrukken weg
(`door een nat T-shirt') en scheurde een pees in de borstspier. De pees
moest weer aan het bot van de bovenarm worden vastgehecht. De atleet
herstelde opmerkelijk snel, al werd de WK van Edmonton net niet bereikt.
Dit
prille seizoen zet hij zijn opmars voort. Smith is nu de hoogst
genoteerde Nederlander op de internationale atletiekranglijsten. Zonder
twijfel zou hij de komende maanden al bij grote wedstrijden 'binnen'
kunnen komen om een aardig centje te verdienen, toch ziet hij daarvan
af. Damkat: 'We bouwen nu liever nog even lekker door. Er is fysiek nog
zoveel te winnen.'
Op
tafel in de kantine van Argo '77 liggen de uitslagenboekjes van de EK in
Boedapest (1998) en van de WK in Edmonton (2001). Met zijn huidige pr's
zou de jonge Smith al heel aardig in de (veel oudere) toptien mee
kunnen draaien. Bovenaan de kogellijsten
prijkt nog steeds het wereldrecord van Randy Barnes uit 1990: 23,12
meter. Smith: 'Maar die is dan ook driemaal op doping betrapt.'
Met een stringentere dopingcontrole zijn de gemiddelde afstanden die
tegenwoordig gestoten en geworpen worden, toch 'zeker een metertje
gezakt'. Dus nee, Smith heeft niet de indruk dat hij anno 2002 strijdt
temidden van een korps chemisch-geprepareerde giganten.
De
vriendelijke reus uit Leek, die slechts creatine en multivitaminen
gebruikt, zal zelf nooit in de verleiding worden gebracht. Met nadruk:
'Doping heeft geen enkele zin. Ik ben van mezelf al snel, atletisch,
explosief én groot.' |
|
 |
|
 |
 |
`Atleten
die dromen, komen niet ver`
|
 |
| |
Rutger
Smith (21)
Kogelstoter
en discuswerper
Beste
prestaties: goud kogel en brons discus bij WK-jeugd (2000)
Droom:
‘Atleten die dromen, komen niet ver.’
Toen
Rutger Smith als driejarige peuter op televisie een atletiektoernooi
zag, stond hij in vuur en vlam. Een liefde die sindsdien onblusbaar
bleef. Zijn imposante lichaam – 1.97 meter lang en 125 kilo zwaar –
is geschapen voor de werpnummers. ‘Fysiek benader ik het
ideaalbeeld’, zegt hij. ‘Ik heb vooral voordeel van de extreem grote
spanwijdte van mijn armen. Die telt 2,14 meter, waar die normaal
gesproken net zo breed is als je lichaamlengte. Verder bezit ik grote
aanleg tot spiergroei.’
In
het internationale juniorencircuit is Smith een klasse apart, maar ook
de wereldtop bij de senioren bekijkt hem met een mengsel van vrees en
bewondering. ‘Ik heb veel werpers gezien en gekend, maar zelden waren
ze zo begaafd als Rutger’, zegt de Britse kogelstoter Shaun Pickering,
olympisch deelnemer in Atlanta in 1996. ‘Met name zijn mentale kracht
maakt hem uitzonderlijk. Hij houdt van de kolkende arena, van het moment
waarop gepresteerd moét worden. Als andere atleten de druk en de
faalangst voelen, excelleert Rutger. Een zeldzame en aangeboren
eigenschap.’
Smith
behoort tot een categorie van zelfbewuste sporters. Hij droomt niet,
maar stelt zich doelen. Over zes jaar wil hij in zijn disciplines
olympisch eremetaal winnen in Peking. |
|
 |
|
 |
 |
Rutger
Smith heeft doelen, geen dromen
|
 |
| |
De
combinatie van passie en nuchterheid, van kogel en discus Rutger Smith
heeft doelen, geen dromen Een vriendelijk, nuchter mens met onbescheiden
doelen. Rutger Smith (20) wil historie schrijven met kogel en discus.
Olympische historie. De progressie dit seizoen is gestaag, Smith ligt op
schema. Dit weekeinde is de Europacup voor landenploegen in Sevilla voor
hem een tussenstop.
LEEK
(GPD) - Robert Garrett deed het, in 1896. En alleen Martin Sheridan
(1906) en Bud Houser (1924) evenaarden hem. Ook zij wonnen olympisch
goud met zowel kogel als discus. Het zijn feitjes uit lang vervlogen
tijden, specialisten maken sindsdien de dienst uit. Het lijkt
uitgesloten dat een atleet ooit nog tot het dubbele werpgoud komt. Maar
in het Groningse Leek zegt een gemoedelijke reus van bijna 21 jaar:
"Ik word één van de weinigen die het wel goed kan
combineren." Het zit al jaren in zijn hoofd, olympisch goud op
kogel én discus. Athene 2004 komt daarvoor te vroeg, dus wordt het
Peking 2008 of vier jaar later. Rutger Smith: "Ik kan het niet
zeggen, ik kan niet in de toekomst kijken. Het gebeurt misschien ook
niet op één toernooi, maar ik ga er wel voor." Een droom?
"Nee, een doel. Een droom, dat klinkt zo onbereikbaar." En dat
is het niet, zegt hij zonder twijfel. "Omdat ik het gevoel heb dat
het kan." Het is zijn nuchtere kijk op ongekend hoge doelen:
"Mijn postuur is ideaal voor beide. Ik heb een goede techniek, ben
atletisch, explosief en 1,97 meter lang. En ik heb aanleg voor
spiergroei. Dat zijn vijf belangrijke voorwaarden voor een goed
werper." Daar komt bij, dat hij voor beide disciplines gebruik
maakt van de draaitechniek. Hij weegt nu 125 kilo. En daarmee behoort
hij tot "de gemiddelde discuswerpers, maar lichtere
kogelstoters". Groot, sterk en in opmerkelijk juiste proporties.
Zoals veel werpers is Smith ook rap op de eerste meters. Zou hij zijn
opgegroeid in Amerika, dan was hij allicht footballer zijn geworden en
miljoenen verdienen. Maar Smith groeide op in Groningen, zijn passie
ligt bij koude, rondvormige stukken metaal. Die moeten wég, zo ver
mogelijk. "Achter de atletiekbaan in Groningen staat het kantoor
van de Gasunie. Als de discus daar dan even nèt boven hangt, dat is de
kick! En de kogel? Anderen zien 'm alleen ploffen, maar ik beleef het
anders. Op het moment van wegstoten weet je of 'm goed raakt of niet. En
is het goed, dan is dat ook zo'n kick. Dan zie je 'm gaan." De
passie is er ook op de dagen van regen en kou. "Het hoort erbij, je
krijgt er ook iets moois voor terug. Niet de volgende dag, later."
"Als het sneeuwt, moet je eerst de ring schoonmaken met een paar
keteltjes kokend water en wat keukenzout. De kogels dompel ik dan in een
emmer heet water, anders is het zó koud aan je handen en je nek. En
elke keer een nieuwe emmer halen, want het water is natuurlijk zo weer
koud."
OPMARS
Drie
jaar was hij. "Ik zag atletiek op de televisie. Dat wilde ik ook,
prachtig. Ben Johnson en zo. Nou ja, misschien niet zo'n goed
voorbeeld", zegt hij lachend. Toen hij zes jaar was mocht hij op de
atletiekclub in het nabijgelegen Roden, waar later zijn aanleg voor
kogel en discus bleek. Sedert zijn vijftiende traint hij in Groningen
bij Gert Damkat en Joop Tervoort, waar de opmars begon. In 1999 werd hij
Europees jeugdkampioen, twee jaar later in Chili pakte hij wereldtitel
bij de junioren en won brons met de discus. Enkele maanden later werd
hij tijdens het Sportgala 2000, temidden van alle euforie over de
goudoogst van Sydney, uitgeroepen tot Talent van het Jaar. Toen ook
maakte Nederland voor het eerst kennis met de nuchtere Groninger, die
zonder een spoortje van twijfel sprak over dat grote doel.
Hoe
vaak is dat niet fout gegaan? Nederlandse atleten die als junior tot de
wereldtop behoorden, maar niet kunnen doorstoten bij de senioren. Voor
Rutger Smith is één voorbeeld wel heel dichtbij. Sprintster Jacqueline
Poelman komt ook uit Leek, zat op dezelfde school en trainde net als hij
in Roden bij Ina en Tije Blauw. Ze werd in 1992 tweede op de WK-junioren
(100 meter), maar miste sindsdien de internationale aansluiting.
"Wat moet ik zeggen?", vraagt Smith. Andere disciplines en
andere atleten, geeft hij aan. Poelman kende tegenslag, net als hij
overigens. Vorig jaar scheurde hij in april een borstpier, de rest van
het seizoen richtte hij zich op het herstel. In dit nieuwe jaar boekte
hij al weer opmerkelijke vooruitgang. De kogel stootte hij in Hengelo
naar 20,39 meter. Een week later in Leiden plofte de discus neer bij
63,77 meter. Daarbij komt dat hij de kunst van het pieken verstaat. Als
hij zijn zinnen op een wedstrijd zet, presteert hij ook. In Chili was
hij twee jaar terug favoriet voor de wereldtitel en maakte dat meer dan
waar. "Anderen kunnen dan blokkeren. Ik vind het lekker, die
spanning. Ik heb het ook nodig. Zelfs op een training als er langs de
kant soms wat mensen staan te kijken, werp ik al verder." "In
Hengelo gierde de adrenaline door het lijf. Het is de beste
doping." En meer heeft hij ook niet nodig, afgezien van
multi-vitaminen en een enkele keer per jaar creatine, voor belangrijke
wedstrijden, louter voor wat spanning op de spieren. Legale middelen dus
en verder wil Smith niet gaan. "Ik weet hoe gevaarlijk die middelen
zijn voor je lichaam."
KWAAD
De
vriendelijke reus maakt zich ineens kwaad als hij spreekt over atleten
"bij wie je het zó kunt zien dat ze gebruiken." Hij noemt
Mikulas Konopka. "Hij won brons bij de EK-indoor in Wenen, nadat
hij twee jaar was geschorst. Stanazolol, helemaal fout. Die heeft heel
hard gelachen om die schorsing. Die dacht: 'zodra ik terug kom, ben ik
nog pas 23, 24 jaar'. Dat zijn van die gevallen, da's echt niet eerlijk.
Hij gooit nu verder dan voor z'n schorsing. Net als Carl Myerscough, die
Brit. Twee jaar geschorst geweest vanwege testosteron, fouter kan het
niet. Werpt anderhalve meter verder dan vóór zijn schorsing. Dat gaat
er bij mij niet in. Ja, daar maak ik me echt kwaad om." Hij weet
dat hij de energie beter anders kan richten. Op die discussie in Amerika
bijvoorbeeld, wie de eerste werper met 'zeventig-zeventig' achter de
naam wordt, bijvoorbeeld. "Ze zijn in Amerika al jaren bezig met de
vraag wie als eerste een kogelstoot van zeventig feet (21,34 meter)
combineert met een discusworp over de zeventig meter. John Godina zit er
dichtbij, Andy Bloom ook." De ogen glimmen: "Zou mooi zijn,
als ik dat als eerste zou hebben." |
|
 |
Door Pim van Esschoten |
 |
 |
Smith
koestert de kick van de vlucht
|
 |
| |
Binnen
de grote groep debutanten op de EK atletiek, vanaf dinsdag in München,
is werper/stoter Rutger Smith (21) een
opvallende verschijning. Zowel door het reusachtige lichaam als zijn
zelfbewustzijn. ,,Ik weet precies wat ik kan, met psychologische
geintjes maken tegenstanders me niet gek.''
LEEK
- De doelstelling is even helder als ambitieus. Zonder blikken of blozen
zegt Rutger Smith ernaar te streven gelijktijdig
olympische kampioen te zijn met discus en kogel.
Wie
zijn atletische lijf aanschouwt en de fraaie prestatiecurven bestudeert,
moet beamen dat daarin een mooi uitgangspunt ligt. Zijn zelfbewustzijn,
beheersing, coördinatie en techniek zijn opvallend ontwikkeld voor een
werper van net 21 jaar.
Daarbij,
Smith kent zijn klassieken: ,,De combinatie kogel/discus kwam in de
begintijd van de Spelen twee keer voor, tijdens de eerste in 1896 en die
van 1924. Sinds werpen dertig jaar geleden serieus is geworden, is zij
niet meer mogelijk gebleken.''
Hoe
vanzelfsprekend de paring van disciplines ook lijkt, zij vraagt
tegengestelde kwaliteiten. Waar bij het stoten agressie en kracht is
vereist, behoeft het lanceren van de discus zelfbeheersing en een goed
ontwikkeld gevoel voor techniek.
Smith
wijst op zijn lengte van 1.97 meter en vooral de ongewoon grote
spanwijdte van zijn vlerken: 2.14 meter. ,,Dat maakt mij vooral een
discuswerper. Mijn armlengte is groot, normaal is de spanwijdte gelijk
aan de lichaamslengte. Daar win ik zeventien centimeter. Dat geeft een
grotere radius, meer snelheid en dus gaat de discus verder.''
,,Ik
heb de ideale bouw voor een werper. Ook met de kogel is mijn lengte geen
nadeel. Ik stoot de kogel hoger weg, waardoor die langer onderweg is. De
kogelstoter is over het algemeen rond zijn 25ste op zijn top; de discus
vraagt meer jaren ervaring omdat het zo'n technisch nummer is.''
Ook
gezien zijn karakter lijkt Smith meer werper dan stoter. De reus uit
Leek is de rust zelve, niets heeft hij van een neurotische sporter bij
wie de energie er in een explosie uit moet. ,,Ik laad me wel op voor
kogel, ik moet de adrenaline voelen en opgefokt zijn. Als ik in de ring
sta, wil ik zo ver mogelijk stoten, dan komt die agressie vanzelf boven.
Aan de andere kant heb ik er geen moeite mee me voor discus te
beheersen. Daarbij moet je zo ontspannen mogelijk werpen, waarbij je de
felheid van de uitworp tot het laatst bewaart.''
Een
keuze maken zal Smith zo ver mogelijk voor zich uitschuiven; hij ziet
zichzelf immers als potentieel olympisch kampioen op beide onderdelen.
Hij meent dat de disciplines elkaar in zijn geval aanvullen. ,,Haal ik
er bij kogel een technische fout uit, dan gaat ook discus beter. Zit ik
bij het ene onderdeel in een dipje, dan gaat het andere goed. En ben ik
echt in vorm, dan lopen ze beide.''
De
fascinatie voor de werpnummers is even groot. Smith kan zich voorstellen
dat een buitenstaander de vlucht van een discus meer waardeert. ,,Maar
ik zie de kogel ook vliegen. Bij de meesten ploft hij na tien meter
neer; ik zie hem twee keer zo lang in de lucht. Het geeft een enorme
kick als je op het moment van uitstoten weet dat hij ver zal gaan, het
is zo'n mooi gevoel als elke stoot raak is.''
,,Bij
discus is het anders, daar geniet ik van de vlucht, ik zie hem als een
ufo door de lucht zweven. Ik weet nog hoe ik in Sevilla een persoonlijk
record gooide terwijl er geen zuchtje wind stond, en hem weg zag
drijven. Op zich is de vlucht kort, als alles goed voelt dan beleef ik
haar in slowmotion.''
Het
geloof in eigen mentale kracht is enorm, zoals vaak voorkomt op een
leeftijd dat sporters drijven op onbevangenheid. Menig talent komt
vervolgens nooit uit de dop als de prestaties te veel worden beheerst
door denkwerk. Ook de Europees- en wereldkampioen bij de jeugd weet dat
de ultieme prestatie niet een optelsom is van lichaamsbouw, gevoel voor
techniek (,,technisch heb ik het niveau van oudere werpers'') en de som
van trainingsjaren.
,,Mocht
de progressie stagneren, dan stop ik ermee en pak ik een studie op. Ik
heb gewoon het gevoel dat ik een wereldtopper kan worden, daar heb ik
alles voor over. Ook geduld. Het is verleidelijk om me in het buitenland
met de grote jongens te meten, maar elke reis kost trainingsdagen. Nu
moet ik zorgen dat ik vooruitgang boek, dan kan ik over vier jaar echt
meedoen. Tenslotte gaat het elk seizoen maar om één wedstrijd: EK, WK
of Olympische Spelen.''
,,Athene
komt te vroeg, daar wil ik de finale halen. Zit er meer in, dan zeg ik
dat tegen die tijd wel. Ik denk aan de Spelen van 2008, 2012 of als
discuswerper misschien zelfs aan 2016. Ik kan nog even mee. Nu ben ik
een van de slapste werpers, ik moet aan kracht winnen. De mannen die
voor me staat zijn sterker. Die kunnen 250 kilo bankdrukken, ik 170.''
Meer
dan een decennium geleden vormde Erik de Bruin -dan vice-wereldkampioen
discuswerpen- de uitzondering op de regel dat Nederlandse mannen op
technische disciplines niet ver komen.
Smith:
,,Ik durf te zeggen dat Nederland een werpland bij uitstek is. Hier
wonen de langste mensen op aarde, we zijn sterk. We hebben dezelfde bouw
als de Duitsers, die de werpnummers domineren. Alleen komt het hier niet
van de grond omdat we geen werpcultuur hebben.''
Smith
ploetert al jaren samen met de twee jonge trainers Gert Damkat en Joop
Tervoort. Veelal in eenzaamheid, zeker in de winter als de basis moet
worden gelegd. ,,Dan train je tot het zwart voor je ogen ziet. Kracht,
series, herhalingen, dan wil je de wereld wel eens dubbel zien. Dat is
niet leuk, maar erna geeft het voldoening. Het is een verslaving.''
Er
zijn leukere dingen dan investeren in spieren in het krachthonk. ,,Ik
vind het lekker als mensen tijdens het werpen naar me kijken. 's Morgens
train ik altijd alleen. Al staat er maar één toeschouwer langs de
kant, ik werp gegarandeerd verder.''
,,Ik
zal nooit onder druk bezwijken. Ik weet precies wat ik kan, met
psychologische geintjes maken tegenstanders me niet gek. In een vol
stadion raak ik alleen maar gemotiveerd. Daarom stootte ik in Hengelo
ver. Het is mooi als alle ogen op jou zijn gericht. Presteer ik, dan is
dat goed voor de werpnummers, die toch een beetje het lelijke eendje van
de atletiek zijn. Daar hoop ik verandering in te brengen.''
(bron:
Trouw) |
|
 |
Door Rob Velthuis |
 |
 |
Discuswerper
Smith kent zijn kwaliteiten
|
 |
| |
Rutger
Smith (20) is komend weekeinde bij de NK atletiek favoriet bij het
discuswerpen en kogel- stoten. ,,Ik heb alles om internationaal een
goede werper te worden.''
ARNHEM,
5 JULI. In een tijdsbestek van vier dagen gooide Rutger Smith de
discus vorige week twee keer verder dan 64 meter, waarna hij met een
stalen gezicht verklaarde ,,nog niet in vorm te zijn''. Dat belooft nog
wat als de 20-jarige werper uit Leek daadwerkelijk op het toppunt van
zijn kunnen is. Dat moment heeft hij dit jaar gereserveerd voor de
Europese kampioenschappen, die begin augustus in München worden
gehouden.
Smith
keek er niet van op dat hij eerst tijdens Europa-Cupwedstrijden in
Sevilla de discus 64,69 meter ver weg gooide en vier dagen later, bij de
Papendal Games in Arnhem, een winnende worp van 64,24 meter realiseerde.
,,Ik gooi de laatste tijd standaard rond de 64 meter. Dat is een heel
geruststellende gedachte'', zegt de atleet die dit jaar met de discus
een spectaculaire progressie van ruim vier meter maakte. Zijn
persoonlijk record stond bij aanvang van het seizoen nog op 59,96 meter.
Het ziet er dan ook naar uit dat het Nederlands record van Erik de
Bruijn (68,12 meter) zijn langste tijd wel heeft gehad.
In
de opvattingen van Smith sneuvelt De Bruijns record op weg naar hogere
doelen. Want voor de Groninger staat vast dat hij over enkele jaren tot
zowel 's werelds beste discuswerpers als 's werelds beste kogelstoters
zal behoren. Smith: ,,Ik streef naar 70 meter met de discus en 22 meter
met de kogel; dan zit je bij de 'grote jongens'. Bij de Olympische
Spelen van 2004 in Athene wil ik er dicht tegenaan zitten. Op een
medaille reken ik dan nog niet, maar toch zeker wel op een plaats in de
top-zes. In de daaropvolgende twee jaar moet ik dan doorstoten naar de
wereldtop.''
Aan
zelfvertrouwen geen gebrek bij de atleet die in feite net komt kijken.
Hij mag als junior dan wereldkampioen kogelstoten en derde bij het
discuswerpen zijn geworden, als senior is Smith nog een broekie. Zeker
in disciplines waar de resultaten mede afhankelijk zijn van postuur en
spieren. En bij Smith zijn die nog steeds in ontwikkeling. ,,Ik moet nog
een tikkeltje zwaarder en een tikkeltje sterker worden'', zo verwoordt
de atleet met een lengte van 1.97 meter en een gewicht van 125 kilogram
zijn tekortkomingen.
De
zelfverzekerdheid van Smith is opmerkelijk in een land waar
bescheidenheid als een deugd geldt. Maar aan geldende opvattingen heeft
hij geen boodschap. Hij schroomt niet zijn mening te geven. En wat
anderen daarvan vinden, zal hem een zorg zijn. Smith: ,,Die
zelfbewustheid komt niet zo maar ergens vandaan, maar is gebaseerd op
mijn kwaliteiten. Ik heb namelijk alles om internationaal een goede
werper te worden: een ideaal postuur, explosiviteit, een mooie techniek
en een goede coördinatie.''
Dat
de werpnummers bij de buitenwereld associaties met doping oproepen,
deert Smith niet. ,,Ik heb dat spul niet nodig. Jongens die wel 'iets'
gebruiken, missen wat. Of ze zijn niet explosief of het hapert aan hun
techniek. Ik houd me er niet mee bezig, al stoort het me wel als een
voor doping geschorste atleet bij zijn rentree niet minder blijkt te
zijn geworden. Dan zit hij weer aan de doping, dat lijkt me duidelijk.
Zelf gebruik ik multivitaminen en creatine, allemaal goedgekeurd spul.
Nee, zorgen dat die middelen zijn vervuild heb ik niet; ik ben ook al zo
vaak gecontroleerd.''
Zijn
progressie brengt Smith in de buurt van de status als A-sporter. Een
klassering bij de eerste zes bij het discuswerpen of bij de eerste vijf
bij het kogelstoten bij de Europese kampioenschappen van volgende maand
is in zijn geval toereikend om van de B-status af te komen. Maar in
tegenstelling tot de meeste atleten houdt Smith zich daar niet mee
bezig. ,,Ik woon nog bij mijn ouders en rijd in een auto van een privé-sponsor.
Die A-status is mooi meegenomen, daar niet van, maar het is voor mij
geen doel. Het zit ook niet in mijn hoofd. Ik red me prima zonder
A-status.''
Smith
neemt het leven zoals het op hem afkomt. Dat deed hij ook vorig jaar
toen als gevolg van een gescheurde borstspier een seizoen verloren ging.
Maar hij klaagde niet, revalideerde en vervolgde met enige vertraging
zijn weg naar de top. In samenwerking met zijn trainers Joop Tervoort en
Gert Damkat werkte Smith de achterstand weg en vond hij dit jaar met
aansprekende resultaten aansluiting bij de elite onder de werpers. Het
eerste ijkpunt over zijn internationale status van dit moment wordt de
Europese titelstrijd in München.
Het
typeert Smith dat hij zijn eigen pad heeft uitgestippeld. Hij prefereert
onafhankelijkheid bij het nastreven van zijn doelen. En daar is hij
strikt in. Smith: ,,Ik droom ook niet over mooie prestaties, maar ik
streef doelen na. Atleten die dromen komen doorgaans niet ver.'' |
|
 |
Door Henk
Stouwdam |
 |
| |
|
New pics |
|
Olympic Games |
|
Beijing 2008 |
|
.JPG) |
|
|
|
|
Dope free |
|
|
|
.png) |
|
|
|
|
Right to play |
|
|
|
|
|
|
|
|