Media

 
 

 

-

 
 

 

 

 Met eerbied voor de kogel naar de top

 

GOTENBURG – Tijdens het gesprek borrelt de vraag op of Rutger Smith (25) nieteen enorme perfectionist is. Heel even kijkt hij verbaasd op. „Volgens mij isdat inherent aan het topsporter zijn. Als je niet naar perfectie streeft, hoor je niet in de topsport thuis“, zegt hij met een glimlach.

Smith staat voor een geweldige uitdaging. Tijdens dit Europees kampioenschapatletiek komt hij twee keer in actie. Eerst gaat hij vandaag de cirkel in voor zijn geliefde nummer,het kogelstoten. Later in de week is er het discuswerpen. De Groninger uit Gouda is een van de weinige ‘dubbelaars’ tijdens de werpnummers. „Als ik een medaille pak bij het kogelstoten en bij het discuswerpen top-8 eindig, dan draai ik een geweldig toernooi.“

Smith staat met zijn nieuwe Nederlandse record (21,62 meter) eerste op de Europese ranglijst van het kogelstoten. Maar dat is volgens hem geen garantie voor goud. „Ik ga voor een medaille. Dat is zeker. Maar er zijn in Europa veel goede kogelstoters. We zijn met vier of vijf deelnemers die voor goud kunnen gaan. Ik ben er één van. Twee van mijn concurrenten hebben al rond de 21,50 meter gestoten. Het wordt een momentopname. Als je je dag niet hebt, kun je zomaar vijfde worden. Het is simpel: ik heb nog niks, sta nog met lege handen. Ik zal mijn stinkende best moeten doen.“

 Al jaren stoot de inwoner van Gouda ieder jaar een stukje verder. Dit jaar kwam hij in Leiden tot 21,62 meter, het Nederlands record. Bij het discuswerpen is hij niet in het bezit van het nationale record (dat staat nog altijd op naam van Erik de Bruin met 68,12 meter), maar Smith kwam al eens tot 65,51 meter.

Hij is sinds vier jaar fulltime atleet. Zijn studie commerciële economie aan de Randstad Topsportacademie staat op een laag pitje. „Zeker in het wedstrijdseizoen is die combinatie nauwelijks vol te houden.“

 Hij wil zich zeker nog een aantal jaren op de topsport richten. „Als ik heel blijf en het naar mijn zin blijf houden.“ Zijn doelen: „Ik streef ernaar om boven de 22 meter uit te komen met de kogel en meer dan 70 meter te gooien met de discus.“

Progressie zit er volgens hem nog genoeg in. Als Rutger Smith zijn kogel vanzeven en een kwart kilo (precies 7265 gram) werpt, lijkt het allemaal zo simpel. Maar iedere beweging die hij maakt, van het leggen van de kogel in de nek, via de anderhalve draai om de as en de uiteindelijke worp is bestudeerd en vele duizenden malen herhaald. Zozeer, dat hij na afloop van een worp precies kan analyseren wat er goed of fout ging.

 Zo zei hij na het Nederlands kampioenschap in Amsterdam: „Ik knikte te veel in met mijn lichaam, waardoor ik mijn linkerbeen te laat bij kon trekken.“ En na zijn mislukte wedstrijd van anderhalve week geleden in Helsinki analyseerde hij: „Het probleem was daar dat mijn linkerarm te hoog was. Dan kan je draaien tot je een ons weegt, maar je haalt dan te weinig kracht uit je benen. Een beginnersfout.“ Over details gesproken. „Mits goed uitgevoerd zien alle disciplines er makkelijk en mooi uit. We vergeten alleen heel snel hoe veel training eraan vooraf gaat.“

Het moeilijke bij kogelstoten en discuswerpen is vooral om de explosiviteit ensnelheid van de worp te combineren met de noodzakelijke kracht. „Als je te veel klassieke krachttraining doet, word je zo stijf als een plank. Ik doe dan ook niet alleen aan bankdrukken (hij drukt meer dan 200 kilo, red.), maar combineer mijn krachttraining met sprinten, springen en werpen. Zo ga ik met de butterfly (een instrument om de borstspieren te trainen, red.) verder naar achter dan mensen in de sportschool doen. Op die manier strek je ook.“

 In de trainingsperiode (tussen half oktober en half januari) stoot Smith dagelijks 55 tot 65 keer de kogel. In de wedstrijdperiode komt hij tot 30 é 40 stoten. ’s Winters varieert de atleet de kogelgewichten tot zo’n 11 kilo. In de zomer tussen 6,5 kilo en het gewicht van zijn wedstrijdkogel: 7.265 gram.

 Overigens stoot Smith altijd met dezelfde kogel. Die kocht hij ooit in Amerika. Op het gewicht staat te lezen dat het gebruikt is tijdens de Olympische Spelen van Atlanta.

 „Daar won Randy Barnes.“ Met 21,62 meter. De Groninger zou met zijn nationale record in 1996 dus ex-aequo olympisch goud hebben gepakt. Maar we zijn inmiddels tien jaar verder.

Smith sjouwt zijn kogel mee naar iedere wedstrijd. En altijd stoot hij ermee. „Gewoon, omdat het een lekkere kogel is. Het is mijn instrument.“ Heeft het ding dan ook een naam? „Nee, zo ver ga ik niet. Maar, ik weet dat het misschien vreemd klinkt, ik behandel die kogel wel met respect. Ik smijt hem niet zomaar in de hoek. Nogmaals, dat klinkt vreemd, want zo’n kogel is zwaar, die vernielt dingen, en kan best wat hebben: maar ik koester hem.“

Smith geldt als een fervent tegenstander van dopinggebruik. Zijn discipline ligt nogal eens onder vuur. Vorig jaar, na het WK in Helsinki waar hij het zilver pakte achter de Amerikaan Adam Nelson en net voor de Duitser Ralf Bartels eindigde, sprak hij van ‘het schoonste podium ooit’. „Het is waar dat er in het verleden veel dopingproblemen waren in het kogelstoten. Maar het gebeurt bij ons niet meer dan in het wielrennen. Het is moeilijk om te zeggen dat er bij ons niet meer wordt gepakt, maar ik denk dat het wel meevalt.“  

Hoe maak je een discipline, die zich vaak toch wat in de marge van een atletiekmeeting afspeelt, populairder bij het grote publiek? Ook daar heeft Smith over nagedacht. Er zijn zelfs al gesprekken geweest om volgend jaar een eerste poging te doen om het kogelstoten op pleinen in de steden te gaan promoten. „Je heb niet veel nodig, een paar kuub zand, een afzetting, een draaicirkel en een meetlint. Dan houdt een aantal kogelstoters ergens in de middag een demonstratiewedstrijd. In de twee uur ervoor mag het publiek onder begeleiding ook wat pogingen wagen. De winnaar van de publiekswedstrijd mag dan met ons meedoen“, grinnikt ‘De beer uit Leek’.

Net zoiets als vroeger op de kermis dus. Waar de ongeoefende bokser mocht strijden tegen ‘De sterkste man van de wereld’. De gemeente Groningen reageerde enthousiast op het plan. Maar hoe ver kan een ongetrainde, maar toch wel sportieve noviet stoten? Smith denkt even na. „Met een beetje begeleiding kan je wel tot een metertje of tien komen. De meeste mensen blijven steken op hooguit zeven meter.“

Bij het discuswerpen ziet Smith in Nederland één echte concurrent opkomen: Erik Cadee. „Die kan uitgroeien tot een Europese, misschien wel mondiale topper.“

 De smalle top in de Nederlandse atletiek is hem een doorn in het oog. Want volgens Smith kan Nederland, waar de grootste mensen van de aarde wonen, veel meer topatleten voortbrengen. „Helaas is er in Nederland geen atletiekcultuur. Kinderen doen liever aan andere sporten. Voor het succes van de sport moet je het hebben van die enkelen, die al hun tijd in de atletiek stoppen, zoals Rens Blom en ik. Wij streven ernaar om tot de besten van de wereld te horen. We hebben onze eigen weg gekozen, worden begeleid door coaches die net zo enthousiast zijn als wij.“

 

14-8-2006 / Wilko Voordouw

 Rutger zilver op WK
 

Zaterdag 6 augustus 2005 - HELSINKI – Hij moet een jaartje of drie zijn geweest. Peuter Rutger Smith zat in de huiskamer in het Groningse Leek te kijken naar een atletiekwedstrijd. „Dat wil ik ook", zei hij tegen zijn verblufte ouders.

Zoals andere jongetjes brandweerman of piloot willen worden, zo besloot de huidige Nederlandse recordhouder op het kogelstoten dat hij aan atletiek wilde doen. Een roeping. „Ik heb me altijd aan dat verhaal gehouden", zegt hij eenvoudig. En glimlachend: „Ik heb er nog steeds geen spijt van."

Het duurde nog drie jaar voordat Rutger Smith zich kon aansluiten bij een atletiekvereniging. En al snel bleek dat hij het beslist niet onaardig deed op de meerkamp. Vooral in de werpnummers. Zijn grote voorbeeld? „Toen ik nog jong was heette mijn grote voorbeeld Ben Johnson. Ik geef toe, vandaag is dat niet het beste idool dat je kan hebben", lacht hij.

Dankzij „twee geweldige trainers" (Geert Damkat en Joop Tervoort) is Smith de afgelopen jaren doorgestoten naar de top in zijn sport. Hij verbeterde dit jaar zijn persoonlijk record bij het discuswerpen (65,51 meter) en twee keer het Nederlandse record kogelstoten (eerst 21 meter in Mersin, later 21,41 in Stadskanaal). Hij staat daarmee vierde op de wereldranglijst van dit jaar. Trilt de concurrentie al? „Ik heb zeker kans op een medaille. Zodra je meer hebt gestoten dan 70 voet tel je voor de Amerikanen mee."

In Helsinki zal hij vandaag alleen in actie komen bij het kogelstoten. De organisatoren van het WK zijn volgens Smith „zo stom geweest" zijn beide lievelingsnummers op een dag te plannen. „De werpnummers worden gediscrimineerd. Dat is al jaren zo. En het is stompzinnig als je het WK houdt in Helsinki, het mekka van de werpsport." De woede op de internationale bobo’s zal hij positief koelen bij het kogelstoten. „Je perst in minder dan een seconde alle energie, alle kracht, alles wat je in je lijf hebt, er uit. Om je daarna weer op te laden voor je volgende poging."

De ‘Beer uit Leek’ (1.97 meter en 125 kilo) is na een dag van stoten en werpen mentaal helemaal kapot. „Met de fysieke vermoeidheid valt het nog wel mee", zegt hij vreemd genoeg. „Maar ik ben helemaal stuk. Zo hoort het ook. Als ik aan het eind van de dag nog een procent energie over heb, dan heb ik het niet goed gedaan."

 

07-08-2005

 Zuiver zilver Smith
 

Met een pijnlijke knie strompelde Rutger Smith gistermiddag naar het erepodium om zich de zilveren medaille om te laten hangen.

De Groningse reus liet zich op de WK atletiek door niets en niemand van het erepodium afhouden. Hij streed in Helsinki tegen fysieke pijn én onwillige officials. En met de krachtsexplosie waarmee hij de kogel 21,29 meter weg stootte, rekende hij voorgoed af met zijn mentale problemen.

Alleen de Amerikaan Adam Nelson kon de Nederlander met een afstand van 21,73 overtreffen. De Duitser Ralf Bartels greep het brons (20,99 m). ,,Dit is het schoonste podium ooit'', meende Smith (24), de op één na jongste kogelstoter die een WK-medaille won. ,,Van ons drieën weet ik dat we op een eerlijke manier bezig zijn.''

Echt makkelijk was de gang naar het ereschavot niet. De blessure die hij de dag tevoren had opgelopen, bezorgde hem een stijve knie. ,,Die moet ik de komende weken ontzien. Maar ik hoop op tijd fit te zijn voor de finale van het atletiekseizoen in Monaco.''

Hoe sterk de bijna twee meter lange en 125 kilo zware reus zaterdagavond ook oogde, nog geen 12 uur eerder zat hij als een angstig vogeltje aan de rand van de trainingsbaan naast het Olympisch stadion. Petra Langereis, de fysiotherapeute die nauwelijks tot zijn imposante borstkas reikt, moest hem letterlijk en figuurlijk overeind helpen.

,,Ik deed wat loopoefeningen en bij het uitschoppen van mijn been verschoof een pees in mijn linkerbeen. Ik voelde felle pijnscheuten in de knie en scheet in vier kleuren'', zo beschreef het slachtoffer treffend zijn stemming. Hij dacht er serieus over niet te beginnen aan de kwalificatie.

,,Niet eerder heb ik Rutger zó meegemaakt'', aldus Langereis. Zelf had ze snel door dat de klacht weliswaar serieus was, maar geen gevaar opleverde. Smith kreeg massage en een pijnstiller, maar vooral veel opbeurende woordjes en vriendelijke tikjes tegen zijn stevige, maar al te gespannen lijf. ,,Ga maar stoten, jongen'', zei Langereis geruststellend.

Dat deed hij. Bij zijn eerste poging ramde hij de 7,26 kilo zware kogel meteen één centimeter voorbij de vereiste afstand van 20,25 meter. ,,En dat terwijl de kogel een beetje weggleed. Het is de mooiste kick die je kunt krijgen. Toen wist ik al dat ik 's avonds over de 21 meter zou kunnen stoten.''

In de loop van de dag diende zich een tweede barrière aan die hem dreigde af te houden van de finale, die om acht uur op het programma stond. De Groninger was, op eigen verzoek, ook ingeschreven voor het discuswerpen, waarvoor de kwalificatie bijna drie uur eerder begon. Het was een noodmaatregel. Door het ongelukkige tijdschema kon hij beide onderdelen niet combineren. Hij koos voor zijn sterkste discipline, de kogel. Maar als de kwalificatie 's ochtends zou mislukken, wilde hij 's avonds alsnog de twee kilo zware schijf in handen nemen.

De reglementen dreigden roet in het eten te gooien. Als Smith niet kwam opdagen bij het discuswerpen, zou hij wellicht ook niet meer met de kogel in actie mogen komen. De Nederlandse ploegleiding was al drie dagen bezig uitsluitsel te krijgen in deze zaak. Die kwam pas op de dag van de wedstrijd. Smith moest per se eerst discuswerpen, zo bepaalde de WK-organisatie. En als hij zich er af zou maken met een worpje van een paar meter zou de jury dat niet accepteren.

De Groninger reageerde tierend en vloekend en dreigde zich helemaal terug te trekken. Maar terwijl hij 's middags een uurtje lag te rusten, verzon de ploegleiding een list. Arts Peter Vergouwen rapporteerde dat een atleet met een knieblessure onmogelijk twee wedstrijden op één avond kan afwerken. En hij overtuigde de medische staf van de WK-organisatie daarvan.

Smith liet zijn been intapen, voelde weinig pijn meer en vertrok naar het stadion. Daar zette hij alle adrenaline die het voorval in zijn lijf had aangemaakt om in energie. Hij genoot van het Finse publiek. Terwijl hij al in de ring stond dwaalden zijn ogen even langs de volle tribunes. Met een paar woeste kreten moedigde hij zichzelf aan. En opnieuw was de eerste stoot beslissend. Smith voelde meteen dat hij vrijwel zeker was van een medaille.

Bijna een jaar geleden zat hij na een volledig mislukt optreden bij de Olympische Spelen in Athene nog in zak en as. Smith kwam toen tot de conclusie dat hij mentaal vast dreigde te lopen en zocht psychologische hulp. Nog geen 12 maanden later voelde hij zich met zijn medaille als een kampioen.

 

07-08-2005

 Rutger zilver op WK!
 

In een schitterende wedstrijd met maar liefst drie pogingen voorbij de 21 meter heeft kogelstoter Rutger Smith in Helsinki de tweede plaats gepakt bij de wereldkampioenschappen. Met een regenbui duidelijk zichtbaar in aantocht gaf Smith zijn concurrenten een schot voor de boeg met een stoot van 21,29 meter, dertien centimeter onder zijn eigen Nederlands record van vorige maand. Slechts de Amerikaan Adam Nelson antwoordde met een afstand van 21,73 meter. Geen van beide atleten overtrof zich nog, maar niemand anders kwam ook meer in de buurt tot Ralf Bartels (20,99 meter) in zijn allerlaatste poging het brons nog afpakte van de Oekrainer Belonog (21,84).

Smith zette dus bewust meteen alles op alles, maar zelfs trainer Gert Damkat was verbaasd over de afstand die eruit rolde. 'Je kijkt voor aanwijzingen die je eventueel nog kunt geven, maar mijn eerste reactie was ?`netjes gedaan`. Toen ik de afstand zag was het echt even `HUH?`. Vier werpers later werd Smith echter al gepasseerd door Adam Nelson, die in zijn persconferentie als allereerste de Nederlander bedankte: 'Zijn worp zweepte me op', zij de man die na twee keer olympisch zilver en twee keer WK-zilver zondag eindelijk zijn eerste goud krijgt. 'Rutger kwam hier duidelijk om het spel mee te spelen en dat was ik ook van plan'. In de volgende rondes leverde Smith ook nog de derde en de vierde stoot van zijn carriere af, maar de Amerikaan werd nooit meer bedreigd. Zelfs diens landgenoot Christian Cantwell (dit jaar toch al 21,67 meter) kwam niet verder dan 20,87 meter.

In de tiende editie van het WK is dit pas de vijfde medaille voor Nederland na Rob Druppers (zilver op de 800 meter in 1983), Erik de Bruin (zilver met de discus in 1991), Bert van Vlaanderen (brons op de marathon in 1993) en de estafette 4x100 meter (twee jaar geleden brons in Parijs). Met zijn 24 jaar - en als een na jongste in de finale (!) - heeft Smith bovendien nog een lange carriere voor de boeg. Op een vraag van NOS Langs de Lijn of hij met goud op zijn hoogtepunt had moeten stoppen, antwoordde de laconieke Groninger bijzonder ad rem: 'Nee, nee, nee! Lance Armstrong won de Tour toch ook zeven keer...'

De prestatie van Smith is eens te meer indrukwekkend omdat hij geblesseerd (met strakke bandage en met pijnstillers) aan de finale begon. Bij de warming-up verrekte hij een pees in de knie en overwoog ('ik scheet 'm in vier kleuren') zelfs even te moeten afhaken. Desondanks (en vrij van de zenuwen omdat zorg over de knie plotseling centraal stond) kwalificeerde hij zich met 20,26 meter ook al meteen in een keer. Drievoudig kampioen John Godina - de laatste maanden kampend met blessures - viel bovendien in dezelfde voorronde al af.

Hiermee was consternatie echter niet over. De IAAf bleek Smith namelijk te verplichten om mee te doen aan de kwalificatie discuswerpen. De Groninger had zich daarvoor ingeschreven voor het onwaarschijnlijke geval dat hij niet door de kogelstootkwalificatie zou komen. Eerdere verzoeken aan de IAAF organisatie om duidelijkheid of hij zich anders zou mogen terugtrekken bleven volgens de Nederlandse teamleiding onbeantwoord, waarna vrijdagochtend alsnog de mededeling kwam dat Smith perse ('met een serieuze poging, geen jeu de boules') de discus ter hand moest nemen.

De blessure die Smith in de kogelstootwedstrijd opliep, kwam hem althans in dit opzicht gunstig uit. Dokter Vergouwen - die met de blessure van zevenkampster Hoos een drukke ochtend had - legde een officiele verklaring af dat de dubbele belasting in korte tijd (kwalificatie discuswerpen om 17.20 uur, de finale kogelstoten om 20.00) onverantwoord zou zijn. De toernooiarts stemde met dat oordeel in, zodat Smith zonder (diskwalificatie)gevolgen voor de kogelstootfinale het discuswerpen kon laten schieten. Een ongeluk dus dat achteraf bezien erg gelukkig uitpakte.

 

06-08-2005

 'Ik wil clean naar 22 meter'
 

In een razend tempo vond kogelstoter Rutger Smith (23) in 2002 aansluitingbij de mondiale wereldtop. In 2004 wilde hij in Athene het laatste stapje zetten. Hoewel fysiek in topvorm ging de Groninger in Olympia mentaal ten onder aan zijn eigen ambitie. Mét een sportpsycholoog en zónder doelen maakte hij dit seizoen een nieuwe start.

Een aangename woensdagmiddag in Gouda. De eerste zonnestralen vallen over de wijk Korte Akkeren en dat is te merken. Kinderen in overvloed op straat en het veld van voetbalclub ONA (Ontspanning Na Arbeid) is als een mierenhoop van voetballende jeugd. Op steenworp afstand aanschouwt kogelstoter Rutger Smith het lentetafereel vanuit zijn woonkamer. De atleet komt bij van een zware ochtendtraining en stort zich op een ander belangrijk onderdeel van zijn dag: eten. Smith werkt een flink bord pasta met kipfilet en groente weg. Voor de 1.97 meter lange en 122 kilo zware reus slechts een klein onderdeeltje van zijn dagelijkse kost. Hoewel hij één van de lichtste kogelstoters uit het circuit is moet hij aardig wat eten om zijn lichaam in vorm te houden en aan de energievraag te kunnen voldoen. Smith over zijn dagelijkse menu:  'Ik begin 's ochtends met een shake van 150 gram havermout met biogarde, Roosvicee en eiwitten. Daarbij eet ik twee mandarijnen en een schijf ananas. Om twaalf uur weet je inmiddels wat ik eet. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen en een appel. Om 17.30 uur eet ik rijst met kipfilet en groente. Daarbij eet ik yoghurt als toetje. Na de krachttraining drink ik een halve liter melk met het supplement Massive Gainer. Tenslotte drink ik voordat ik naar bed ga weer een havermoutshake.'

Het gaat goed met Rutger Smith. Ook in het kogelstoten toont de geboren Groninger zich dit seizoen een veelvraat. Hij overtuigde in maart met zilver op de EK indoor in Madrid en verbrak vervolgens in het Turkse Mersin het nationale record van Erik de Bruin. Prestaties die al jaren van Smith verwacht werden, maar die er door mentale problemen in 2003 en 2004 niet uitkwamen. In 2002 maakte de geblokte atleet de overstap van de junioren naar de senioren en vond hij aansluiting bij de mondiale subtop. Met de kogel presteerde hij boven verwachting door als negende op de EK indoor en achtste op de EK outdoor te eindigen. Toch was het even wennen voor Smith. 'Bij de junioren was ik gewend om te winnen. Alles ging me heel makkelijk af. Bij de senioren kwam ik ineens in de middenmoot terecht. Je valt voor je gevoel ver terug. Bovendien ligt de piek van een kogelstoter tussen je 26ste en 30ste jaar. Ik moet dus nog wat tijd overbruggen en groeien. Bij discuswerpen ligt die top nog twee jaar later.' Desondanks hield Smith de stijgende lijn goed vast en was hij hard op weg de kloof met de top te dichten. Met het goud op de discus en het brons op de kogel op de WK onder 23 jaar in 2003 vestigde hij zijn naam definitief en leek een grote prijs alleen nog maar een kwestie van tijd. De WK outdoor in Parijs (2003) en de Olympische Spelen in Athene (2004) verliepen echter anders dan gepland.  'Ik was in 2002 onbevangen en maakte een grote stap omhoog. Die stijgende lijn wilde ik vast houden. Ik ging doelen stellen. Het gevoel uit mijn juniorentijd wilde ik weer ervaren. Ik ging tijdens wedstrijden aan bepaalde afstanden en posities denken. Bovendien kreeg ik te maken met een stijgend verwachtingspatroon. Die twee zaken zorgden ervoor dat ik mentaal blokkeerde.'

Olympia


De Spelen vormden een tragisch dieptepunt. Op de heilige grond van Olympia frustreerde de mentale disbalans de prestatie van Smith. 'Ik was in absolute topvorm, maar begon eenmaal in de ring te twijfelen. Negatieve gedachten kwamen op. Ik dacht ineens: ik ga toch niet stranden in de kwalificaties? Ik praatte mezelf naar beneden en kwam zowel op kogelstoten als discuswerpen op een teleurstellende veertiende (19.96 m) en zestiende (61.11 m) plaats terecht. Een harde klap voor Smith. 'Ik heb in 2004 outdoor op de kogel het hele seizoen boven de 20 meter gegooid. Daar draaide ik mijn hand niet voor om. Alleen op de grote toernooien ging het mis. Dat bleek: op de Spelen liet ik het helemaal afweten.' Smith vervolgt zuur: 'Ik heb niet genoten van de Olympische Spelen. We zaten in Olympia erg ver van het Olympische circus af. De historische accommodatie gevuld met twaalfduizend mensen was wel erg mooi. Dan baal je dubbel als je zo slecht presteert.'

'Ik vond kogelstoten even niet meer zo leuk', gaat Smith verder. En dus nam hij na de Spelen een maand vrij en deed hij alleen wat krachttraining. Begin oktober pakte hij de draad weer op. 'Ik besefte al vrij snel dat het leven van een topsporter toch wel heel mooi is. Een belangrijk moment. Ik genoot weer van de sport. Ik ben nog jong. Ik kan nog genoeg bereiken.' Na het Athene-echec had Smith echter wel het idee dat er iets moest gebeuren. Hij zocht zijn toevlucht tot een sportpsycholoog. 'Ik dacht altijd dat ik wel zonder sportpsycholoog kon. Tijdens de Spelen bleek dat het niet aan kracht of techniek lag. Ik kwam mentaal tekort. Na het toernooi hakte ik de knoop door en ben ik naar sportpsycholoog Rico Schuijers in Nijmegen gestapt. Die beslissing had ik misschien eerder moeten nemen.'


Genieten

De eerste ervaringen van de atleet met Schuijers zijn goed. In de eerste plaats werd het probleem geanalyseerd. 'Tijdens grote toernooien in het algemeen en de Olympische Spelen in het bijzonder was ik teveel in mezelf gekeerd. Ik was te zakelijk en was alleen met het resultaat bezig. Ik sloot mezelf helemaal af en dat zorgde voor overconcentratie. Ik ben juist iemand die om zich heen moet kijken. Naar de tribunes, naar de concurrentie. Genieten!' Met deze kennis gingen Schuijers en Smith aan de slag. 'Rico reikt me vaardigheden aan waarmee ik mijn zenuwen in bedwang kan houden. Oefeningen om de concentratie onder druk te verbeteren.' Daarnaast is Smith voorzichtiger in zijn uitspraken in de media over zijn kansen op wedstrijden. 'Ik kom altijd zelfverzekerd over en ging ferme uitspraken nooit uit de weg. Welke afstand ik zou gooien en op welke positie ik zou eindigen. Dat doe ik niet meer. Daar denk je tijdens een wedstrijd ook aan. Daarom: geen doelen meer. Alleen naar mijn familie en trainers heb ik nog een grote mond. Zij remmen me wel af als dat nodig is.'

De EK Indoor -in maart van dit jaar- vormden de eerste testcase voor Smith. De kogelstoter vertrok zonder doelen en verwachtingen naar Madrid en keerde met zilver huiswaarts. 'Een fantastisch toernooi. Op Olympisch kampioen Yuriy Bilonog (Oek) na waren alle toppers er. Tussen de grote jongens legde ik beslag op de tweede plaats.' De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de sessies met Schuier hun uitwerking niet hebben gemist. 'Tijdens de wedstrijd stond ik er na twee pogingen niet goed voor. Ik moest 20.10 meter stoten of bij de beste acht zitten om de finale te halen. Na twee stoten stond ik elfde met 19.46 meter. De twijfel sloeg eventjes toe, maar met de oefeningen van Rico wist ik mezelf kalm te krijgen. Ik kwam met 20.46 meter de finale binnen en sleepte met 20.79 meter de zilveren medaille in de wacht. Het is lekker om de bevestiging te krijgen dat de sessies bij de sportpsycholoog
helpen. Het zal ook nog wel eens fout gaan, maar het zilver op een EK nemen ze me niet meer af.'

Een week later in het gastenboek op de internetsite (www.rutgersmith.com) van Smith een berichtje van Erik de Bruin. 'Ook van mij gefeliciteerd met het verbeteren van mijn record', luidt de korte maar duidelijke tekst. Dit naar aanleiding van het tweede succes van Rutger Smith in een week tijd. Op een wedstrijd in het Turkse Mersin stootte Smith het negentien jaar oude Nederlands record van De Bruin op de kogel uit de boeken. 'Na het zilver op de EK viel er een enorme last van mijn schouders. Met het record van Erik was ik eigenlijk niet bezig. Als sporter word je afgerekend op de prestaties op de grote toernooien. Daar wil ik altijd goed presteren. In die opzet slaagde ik in Madrid. Ik heb daar zoveel zelfvertrouwen van gekregen dat ik die 21 meter stootte en daarmee het Nederlands record met vijf centimeter verbrak. Leuk. Erik de Bruin is één van de beste mannelijke atleten die we in Nederland hebben gekend. Een icoon. Het geeft een kick om het record van hem over te nemen.' Met 21 meter achter zijn naam maakte de krachtmens uit Gouda de stap naar de wereldtop. 'Met die afstand hoor je erbij. Dan sta je in de top tien van de wereldranglijst. Ter illustratie: met 21 meter zou ik vierde geworden zijn op de Olympische Spelen. De gouden medaillewinnaar kwam tot 21.16 meter.' Smith blijft ondanks het slechten van de 21-metergrens voorzichtig. 'Een persoonlijk record zegt niet alles. Je moet continu in de buurt van de 21 meter stoten -wat ik vorig jaar met 20 meter had- om in de prijzen te vallen.' Als dat lukt kan hij zich op de magische 22-metergrens gaan richten. Maar daar denkt Smith voorlopig nog niet aan. 'Daar heb ik nog een paar jaar voor nodig. Er zijn niet veel mensen die over de 22 meter hebben gestoten. Als mij dat lukt kom ik meteen de top twintig aller tijden binnen. De absolute recordhouder is Randy Barnes (VS) met 23.12 meter. Maar hij is wel twee keer op doping betrapt. Dan krijgt zo'n record toch een
luchtje. Ik wil graag clean naar de 22 meter.'

Kolossen

Om dat te bewerkstelligen moet Smith sterker worden. In het veld van de kolossen bij de kogelstoters is de kersverse Nederlands recordhouder een lichtgewicht. 'Discuswerpers hebben hetzelfde postuur als ik. Kogelstoters zijn kleiner en dikker. Ik ben nog een slappeling bij de kogelstoters. Zeker in vergelijking met de jongens uit de top twintig van de wereld. Met bankdrukken druk ik nu 190 kilo. De toppers drukken allemaal rond de 240 kilo. Aan de andere kant ben ik atletisch en technisch sterk. Daar kan ik veel mee compenseren. Ik heb bewezen dat ik met mijn postuur in de wereldtop kan meedraaien. Dat is goed voor de sport. Voor jonge atleten die willen kogelstoten heb ik een vooroordeel weggenomen.'


Aan het eind van het gesprek blikken we vooruit op de rest van het seizoen. Mooie wedstrijden genoeg. De FBK Games in eigen land. Het WK outdoor in Helsinki. Een achteloze poging hem een ferme uitspraak danwel een voorspelling te ontlokken strandt in al zijn schoonheid. Smith heeft het meteen door en wuift de prognose vriendelijk doch beslist weg. Lachend: 'Geen grote bek meer. Geen doelen, geen verwachtingen. We zien wel hoe ditseizoen verder verloopt.'

 

2005 / Wim van Eck (Sport International)

  Smith esthetisch verantwoord naar zilver
 

Binnen een half jaar vond een mentaal onevenwichtige Rutger Smith zijn zelfvertrouwen terug. Met zilver op de EK indoor loste de werper zijn grote belofte in.

 

'Doelen heb ik nog wel, maar die houd ik voor mezelf'

Van zijn ambities heeft Rutger Smith nooit een geheim gemaakt. Hij wil een van de zeldzame atleten worden die zowel met kogelstoten als discuswerpen goud wint op de Olympische Spelen.

Toen hij de status van junior amper was ontgroeid, wist hij die doelen met zoveel overtuiging uit te spreken en met zoveel zinnige argumenten te omkleden, dat de toehoorder er nauwelijks aan durfde te twijfelen.

Bij hemzelf kwam het woord twijfel niet voor in het woordenboek. Daar zei hij te veel Groningse nuchterheid voor te bezitten. Maar het woord tegenslag was Smith ook vreemd, net als de wijze om daar mee om te gaan.

Dat brak hem de afgelopen jaren op. Hij kwam tegen de verwachtingen in niet door de kwalificaties bij de WK's indoor en buiten van 2003, de WK indoor 2004 en de Olympische Spelen.

Hij zegt nu op aanraden van zijn sportpsycholoog wat voorzichtiger te zijn geworden met het uitspreken van doelen. Althans in de openbaarheid. ,,Doelen heb ik nog wel, maar die houd ik voor mezelf. Dat ik hier eindelijk bij de senioren heb laten zien waartoe ik werkelijk in staat ben, vervult me met trots.''

Zijn ambitie is niet op drijfzand gebouwd. Dat bewees hij als jonge atleet met een indrukwekkende erelijst. In 1999 werd hij op de EK junioren eerste met kogel en discus. In 2000 werd hij op de WK junioren eerste met kogel en derde met discus, en in 2003 op de EK onder 23 jaar eerste met discus en derde met kogel.

Met zijn 1.97 meter en 122 kilo oogt Rutger Smith voor een gemiddeld mens als een reus. Temidden van zijn logge collega-kogelstoters is hij echter de ranke atleet naar wie kenners vergenoegd kijken.

Waar anderen hun (over)gewicht paren aan pure kracht, brengt Smith zijn werptuig met techniek en een soepel draaiend lichaam in beweging. Naast de triomf die de Groninger zaterdag op zichzelf behaalde, gaf dat aspect van esthetiek hem groot genoegen. ,,Het klinkt misschien arrogant, maar het is goed voor het kogelstoten dat ik deze medaille win. Veel mensen zijn daar ook blij mee, dat hoor ik bijvoorbeeld van andere trainers. Wat ik doe ziet er atletisch uit.''

Daarbij kon Smith het psychologische spel met anderen als volleerd atleet meespelen. De Deen Joachim Olsen (derde op de Spelen) was daarin nog een maat te groot. Maar de wijze waarop Smith in het uitverkochte Madrileense sportpaleis de Spaanse favoriet Manuel Martinez afblufte, maakte indruk.

De Spanjaarden trokken de trukendoos open. Het publiek werd tijdens Martinez' beurten tot doodse stilte gemaand. En de stoten zelf werden door een daverend kanonschot begeleid. Als Smith de ring betrad, schalden de speaker en de 9500 toeschouwers luid.

Smith zei zich er niets van te hebben aangetrokken. ,,Als ik Martinez was, had ik ze nog harder laten schreeuwen.'' Zelf bediende hij zich van een reglementaire plaagstoot. Hij koos voor zijn zes beurten telkens de kogel van Martinez. De Spanjaard, meteen na Smith op de startlijst, moest daardoor telkens wachten tot zijn werktuig terug was.

Belangrijker dan die vertraging was de zelfverzekerde wijze waarop Smith de wedstrijd met een hoogwaardige serie naar zijn hand zette. Mede daardoor was de EK-finale van het hoogste niveau sinds 1987.

In tegenstelling tot andere wedstrijden was Smith's eerste stoot meteen raak; de tweede bracht hem op plaats twee. Keerpunt in de wedstrijd en daarmee mogelijk in zijn carrière was beurt vier. Smith had Martinez voorbij zien komen en antwoordde met een Nederlands record van 20.79 meter. Toen al kwam de Spanjaard hem complimenteren.

,,Als er een moment was om twintig hoog te stoten, dan was dat het. Ik kreeg van zijn prestatie een extra stoot adrenaline. Daarna had ik nog 21 meter willen halen. Dat had erin gezeten, maar ik was te gretig.''

In 2002 had Smith tijdens de EK in München voor het laatst voldaan (achtste) op seniorenniveau. Zaterdag bevestigde hij datgene waarvan hij zelf altijd overtuigd is geweest. Tussen die momenten in bevond hij zich op de glijdende schaal van mentale onevenwichtigheid. Al voor de Olympische Spelen in Athene had zijn trainer Gert Damkat zijn twijfels gekregen over de stoerheid van zijn 'megatalent'.

,,Als junior kende hij geen tegenslagen en won hij alles'', aldus Damkat. ,,Zo is ook onze relatie gegroeid. Dat was er een van stoer doen en jij bent mentaal sterk. Dat ik daarin te lang ben meegegaan, moet ik mezelf verwijten.''

Al vóór de Spelen had Damkat Smith zover gekregen hulp van een psycholoog in te roepen. ,,Maar toen ik met iemand kwam, weigerde hij resoluut.''

Pas nadat in Athene bij de eerste tegenvallende pogingen de negatieve beelden van eerder falen in zijn hoofd opdoken, was Smith daartoe wel bereid. Hij noemde het doemdenken 'een detail met verstrekkende gevolgen'. Sportpsycholoog Rico Schuijers reikte hem de puzzelstukjes aan. ,,Ik heb ze op hun plaats gelegd'', aldus Smith.

 

door Rob Velthuis

 Rutger Smith noemt zilveren plak tijdens EK indoor keerpunt in zijn carrière
 

MADRID, zondag De trots straalt van het gezicht van Rutger Smith. De ’beer van een vent’ heeft zijn eerste, grote internationale succes bij het kogelstoten behaald. Dat mag de hele wereld weten. 

Het was zilver dat hij kreeg omgehangen, maar het voelde als goud. Kogelstoter Rutger Smith voorzag zijn carrière gisteren van een succesvolle doorstart door bij de EK indoor in Madrid zijn eerste prijs als senior te pakken. Met een verbetering van zijn Nederlandse record tot 20,79 meter – in een indrukwekkende serie – bewees hij eindelijk de kunst van het pieken wel degelijk te verstaan. „Dit smaakt naar meer”, zei de krachtpatser uit Leek. De mindere jaren die achter hem lagen, leken in één klap vergeten.         

In de finale moest Smith (23) de Deense favoriet Joachim Olsen, in Athene nog winnaar van olympisch brons, met een beste jaarprestatie van 21,19 meter voor laten gaan. Maar in de spannende tweestrijd met de Spaanse thuisfavoriet Manuel Martinez hield Smith zijn zenuwen als beste in bedwang door op cruciale momenten in de wedstrijd een mentale tik uit te delen. Het resulteerde uiteindelijk in zijn beste serie ooit (20,05 - 20,51 - 20,50 - 20,79 - 20,78, x ). „Na mijn vierde poging kwam Martinez al naar me toe om me te complimenteren met mijn stoot. Het was alsof hij zich toen al had neergelegd bij het brons.” Het zilver van Smith was de beste Nederlandse prestatie op een internationaal indoortoernooi sinds het zilver van Marko Koers op de 800 meter bij de EK in Valencia (’98). Voor Smith zelf betekende zijn optreden in Madrid niet alleen een mijlpaal, maar ook een keerpunt in zijn carrière. Vrijdag had hij zich – in zijn derde én laatste poging – met een afstand van 20,46 meter al overtuigend gekwalificeerd voor die eindstrijd. „Daarna kon het al bijna niet meer stuk”, meende de pupil van de trainers Gert Damkat en Joop Tervoort. Het was alsof hij een drempel was overgestapt.               

Immers, de afgelopen seizoenen sneuvelde de voormalige Europees- en wereldkampioen bij de junioren steevast in de kwalificaties. Zijn ergste dieptepunt beleefde hij vorige zomer in Athene. Uitgerekend in het klassieke decor van het oude Olympia, waar hij zo graag had willen schitteren, bleef hij wederom ver onder zijn normale niveau. Smith besloot na dat echec de hulp van sportpsycholoog Rico Schuijers in te roepen.         

In Madrid genoot hij juist zichtbaar van de entourage in het volgepakte Palacia de Deportes en putte hij juist extra kracht uit de steun die zijn voornaamste rivaal Martinez van speaker en publiek ontving. Bij zijn laatste poging, toen hij al verzekerd was van het zilver, had Smith de 21-metergrens willen doorbreken. Hij slaagde niet in die opzet, maar het mocht na afloop de pret niet drukken. „Ik voelde dat ik de vorm had om in ieder geval bij die 21 meter in de buurt te komen, maar ik was te gretig”, zei Smith. Om er direct aan toe te voegen dat er nog meer kansen komen om grenzen te verleggen. Volgend weekend doet hij alweer mee aan de European Winter Throwing Cup in het Turkse Mersin. „Maar het zal me nu even worst zijn als ik daar niet verder stoot dan achttien meter.” De geboren Groninger noemde zijn zilveren plak gisteravond een opstap naar het grotere werk. Voortaan wil hij zich ook op de grote buitentoernooien laten gelden, te beginnen komende zomer bij de WK in Helsinki. Van een gebrek aan zelfvertrouwen heeft Smith nog nooit last gehad. „Ik ben één van de grootste talenten ter wereld. Ik denk dat ik in staat ben om ‘clean’ 22 meter te stoten”, aldus Smith, die het ook „goed voor de sport” noemde dat hij tussen twee massieve, zwaarwegende kolossen als Olsen en Martinez op het podium kon plaatsnemen. „Ik ben veel atletischer gebouwd. Dat is esthetisch een mooier plaatje.”

 

06-03-2005 / Telegraaf door Frank Woestenburg

 Rutger Smith geniet weer van de kogel 
 

Rutger Smith heeft het plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor voor de zesde maal de nationale titel op zijn naam.

Hij kon het zich niet eens meer herinneren, zolang was het al geleden dat Rutger Smith had genoten van een wedstrijd. Gisteren was het goede gevoel er weer tijdens de NK-indoor, waar hij voor de zesde maal de titel bij het kogelstoten voor zich opeiste. Met een worp van 20,23 meter toonde de 23-jarige Groninger vormbehoud voor deelname aan de EK-indoor begin maart in Madrid. „Eindelijk is het plezier weer terug”, zei Smith opgelucht.        

De Nederlander kon na lange tijd weer eens lachen. Eindelijk lijkt hij grotendeels genezen van de kwaal die hem tijdens de WK in Boedapest en de Olympische Spelen van 2004 in zijn greep had. „Ik verkrampte volledig op die evenementen. Ik kon alleen in de afstanden denken die ik wilde gooien en aan klasseringen die ik moest halen. Dat heeft me het plezier ontnomen in de sport. Achteraf gezien is het heel jammer, want de Olympische Spelen zijn natuurlijk prachtig, maar door de prestatiedruk vond ik er geen donder aan”, aldus Smith, die zowel op de WK als de Spelen ondermaats presteerde met een veertiende plaats.        

Bij thuiskomst uit Athene smeet hij de kogel en ook de discus in de hoek van de kamer, om die een maand onaangeroerd te laten. Inmiddels heeft hij het medicijn voor zijn probleem gevonden in een sportpsycholoog. „Zelf had ik het idee dat het zo niet langer kon, maar ook mensen uit mijn omgeving hebben me het aangeraden. Voor mij is het belangrijkste dat ik de wedstrijden blanco inga. Mijn prestatie, maar voornamelijk mijn gevoel over vandaag stemt mij positief. Maar ik ben er nog lang niet”, vertelde Smith, die donders goed weet dat de tussenbalans over twee weken in Madrid wordt opgemaakt.        

„Dat EK zou je kunnen beschouwen als een tentamen. Het is afwachten of ik daar een voldoende voor haal, net zoals in de WK die gaan komen. Wat er ook gebeurt, voorlopig blijf ik nog wel de sessies volgen bij mijn psycholoog. Het is toch een leerproces dat zijn tijd nodig heeft. Op die manier werk ik toe naar de Spelen van Peking in 2008, want dat beschouw ik als het grote examen van mijn therapie.” Rutger Smith heeft het plezier hervonden bij het kogelstoten. In Gent bracht hij indoor voor de zesde maal de nationale titel op zijn naam.

 

20-02-2005 / Telegraafdoor Hans Ruggenberg 

 'Het voelde alsof ik me tegenover heel Nederland belachelijk had gemaakt'
 

In 2004 werd veel gewonnen en nog meer verloren. Succes beklijft, de rest wordt vergeten. Alleen in het hoofd van de verliezer leeft de nederlaag voort. Vandaag: Rutger Smith, de kogelstoter die na zijn deceptie bij de Spelen op zoek ging naar een psycholoog.

Hij had zich er zo ontzettend veel van voorgesteld. Meedoen aan de Olympische Spelen in Griekenland was al een enorme belevenis, maar hij had als kogelstoter ook nog eens het voorrecht zijn wedstrijd af te werken op de bijna heilige grond van Olympia, de bakermat van de klassieke Olympische Spelen.

Rutger Smith was in vorm, daaraan kon het die dag niet liggen. Gretig en zelfverzekerd was hij, en bovendien was zijn gevoel goed. Niettemin ging het volledig mis. Verder dan de ontgoochelende veertiende plaats kwam hij niet. Af door de zijdeur, met een enorme kater.

Bij het discuswerpen overkwam hem hetzelfde. Met de zeventiende plaats in de kwalificaties bleef de deur naar het werkelijke strijdtoneel gesloten.

'Ik voelde me vreselijk, ik had het gevoel alsof ik me tegenover heel Nederland belachelijk had gemaakt. Ik had gefaald, want juist in de aanloop naar de Spelen had ik aangetoond dat ik in het veld van internationale toppers geen piepeltje meer was.

'Maar ik blokkeerde en wist dat ik de verklaring daarvoor bij mezelf moest zoeken. Niemand anders dan ikzelf had schuld. Mijn twijfels, mijn negatieve gevoelens, hadden me parten gespeeld.'

Het was hem al eerder overkomen dat hij aan zichzelf begon te twijfelen. Hij merkte het nu weer, eerst in Olympia en later in de Griekse hoofdstad. Zijn eerste stoot viel erg tegen. 'Het zal me toch niet weer overkomen, net als in Parijs?', vroeg hij zich af, denkend aan een eerder debâcle dat hem lang was blijven achtervolgen.

Volledig verfomfaaid richtte de Groningse reus zich na zijn deceptie op en sprak stoere taal. 'Als ik thuis kom zal ik meteen in het telefoonboek op zoek gaan naar het telefoonnummer van een psycholoog. Dat moet er nu maar eens van komen', had hij gezegd.

Hij wist, alleen mentale steun kon hem door zijn depressie helpen. Met zijn 1.97 meter en 120 kilo mocht hij er sterk uitzien, de geest schoot tekort als hij het gevoel had dat hij in de etalage van de hele wereld records moest verbeteren om in aanmerking te komen voor een medaille.

Vier maanden later zegt Smith: 'Ik heb altijd gedacht: daar ben ik te nuchter voor, ik heb geen psychologische ondersteuning nodig. Maar achteraf vind ik dat naïef. Als al mijn concurrenten er gebruik van maken, waarom ik dan niet?'

Hij kwam terecht bij de in sportkringen bekende sportpsycholoog Rico Schuijers in Nijmegen. 'Wat moet ik ervan zeggen, ik weet pas of het helpt als ik weer onder grote druk topprestaties moet leveren.'

De grootste ergernis is nu wel voorbij. 'In Athene heb ik geweldig lopen balen. Ik had nergens meer zin in en heb vervolgens ook in Nederland nog een maand gelanterfant. Maar op 1 oktober heb ik de training hervat. Ik ben 23 jaar, en het klinkt afgezaagd, maar ik heb nog een hele carrière voor me.

'Hoe sterk je fysiek ook bent, als je geestelijk niet in balans bent, lukt het nooit om kampioen te worden. Dat is de belangrijkste les geweest.'

En dat is wat hij wil: grote toernooien op zijn naam schrijven en de grenzen van zijn prestaties verschuiven. Volgend jaar wil hij de kogel verder dan 21 meter stoten en met een persoonlijk record van 20.94 meter is hij die barrière al dicht genaderd. Zijn ambities hebben niet geleden onder de rampspoed die op Griekse bodem over hem werd uitgestort.

'Integendeel. Ik voel me zelfs geprikkeld, opgejaagd om het nu beter te doen . Ik heb me wel afgevraagd of het inderdaad verstandig is om je over een heel jaar zo te focussen op een paar wedstrijden.

'Mijn beste vorm heb ik het afgelopen jaar laten zien bij wedstrijden in Leiden, waar ik de kogel naar 20.94 meter heb gestoten. Had ik toen meteen weer in wedstrijden moeten uitkomen om het Nederlands record te verbeteren?

'Als je in vorm bent moet je eigenlijk direct weer aan de bak. Maar tegelijkertijd weet je ook dat je wordt afgerekend op je prestaties bij de grote kampioenschappen. Met behulp van mijn mentale begeleider gaat het lukken, daarvan ben ik zeker. Dat verkrampte moet weg, en worden ingeruild voor lichamelijke en geestelijke souplesse.

'Ik woon nu met mijn vriendin in Gouda en heb daar betere trainingsgelegenheden dan in Groningen. Bovendien heb ik mijn studie aan de Randstad Topsport Academie weer opgepakt. Al met al durf ik wel te zeggen dat ik al mijn negatieve ervaringen heb omgezet in positieve vooruitzichten. Ik heb opnieuw geïnvesteerd, het wordt tijd om te oogsten.'

 

de Volkskrant / Poul Annema

 'Kogelstoten ondergeschoven kind van atletiek'
 

Leekster reus Rutger Smith hoopt in klassieke olympische arena op meer erkenning.

In het krachthonk op de atletiekbaan werkt Rutger Smith zich in het zweet. De temperatuur is binnen draaglijker dan buiten omdat zo vroeg op de dag het krachthonk nog in de schaduw ligt. Maar Smith is de warmte niet ontvlucht, het is gewoon vanwege zijn rooster dat hij binnen bezig is. Bovendien zegt hij is het in Athene straks een stuk warmer.,dus dit is wel even goed zo. ‘Kan ik alvast een beetje wennen.’ 

Photo: DVHN - Corné SparidaensIn meer dan een opzicht zal het wennen worden voor Smith. De 23-jarige kogelstoter/discuswerper uit Leek staat in Athene voor zijn eerste Olympische Spelen. Dus zal dat, vermoedt hij, toch wel een heel aparte ervaring worden. ‘Als klein jongetje is dat iets waar je naar uitkijkt, waarvan je denkt goh, het zou mooi zijn als ik daar ooit aan mee mag doen. Het begint nu ook echt te komen, het begint te kriebelen, het gevoel dat ik erbij ben. Het is als sporter toch het hoogste wat je kan bereiken. Ik heb op internet al foto’s gezien van het olympisch dorp, dan denk je: daar loop ik straks ook. Maar eerlijk gezegd zie ik me straks toch vooral in de ring staan.’

Smith doelt vooral op de werpring van de kogel, de discipline waarvoor hij zich ( in tegenstelling tot de discus) plaatste dankzij het halen van de A-limiet. Want alleen voor de kogelstoters heeft de organisatie het eeuwenoude Olympische stadion in Olympia opengesteld.’Dat vind ik wel mooi’, zegt Smith, ‘dat de kogelstoters daar mogen staan. Dat is toch een stukje historie, Olympia, daar is het ooit begonnen, een paar honderd jaar voor Christus. Ik vind het ook wel goed voor het kogelstoten, dat is toch vaak een ondergeschoven kindje in de atletiek, krijgt weinig aandacht op de TV. Dat vind ik onterecht, want de prestaties die de kogelstoters leveren zijn niks minder dan die op de loopnummers. Meestal sta je er niet bij stil dat het kogelstoten zo weinig aandacht krijgt, maar mij begon het in de jaren negentig wel op te vallen. Dat de finale van de kogel helemaal niet in beeld komt, omdat er ook een  tien kilometer wordt gelopen. Dat is echt onterecht, want ondertussen wordt er op de kogel wel om de medailles gestreden. Nu we straks in Olympia staan, ga ik er van uit dat we meer aandacht zullen krijgen.

Meedoen

Smith heeft vooral voor de kogel zijn doel duidelijk gesteld: hij wil de kwalificatie overleven, de finale halen. Dat betekent dat hij na drie stoten bij de twaalf besten moet zitten. ´Daar wil ik voor gaan, dat is mijn doel. Meedoen alleen, dat is het niet voor mij. ´´Meedoen is belangrijker dan winnen´´, die leuze, die is volgens mij al lang achterhaald. Ik wil in de finale staan, tussen de wereldtop. En in de finale wil ik voor de 21 meter gaan, het nationale record van de bruin verbeteren. Ik zeg niet dat me dat gaat lukken, maar het is wel een realistisch doel.´

Na de kogel op 18 augustus wacht drie dagen later de discus. Smith plaatste zich via de B/limiet, op zich ongebruikelijk, maar NOC*NSF sprak het vertrouwen uit in Smith en dus kwam er een tweede startbewijs. ´De discus wordt anders dan de kogel, daar zijn er meer beter dan ik, sta ik minder hoog op de wereldranglijst. Maar ik kan de finale halen. Op de WK vorig jaar was 63half goed genoeg voor de laatste twaalf, nou, die afstand kan ik halen.´

De warmte zal hoe dan ook een rol gaan spelen, denkt Smith. Meer op de kogel dan op de discus. ´Je moet fit zijn, om te overleven. Ik ben fit, heb geen lichaamsvet, maar als je wat forser gebouwd bent, wel wat meer lichaamsvet hebt, kan je problemen krijgen met de warmte. En het zijn toch vooral de kogelstoters die wat extra kilo´s hebben. Bij de discuswerpers heb je dat bijna niet. Daarom ligt er voor mij toch een voordeel op de kogel.´

 

DVHN / Paul Bosman

 Rutger Smith op weg naar de Olympus
 

LEEK – Eind vorige week kon Rutger Smith met toch wel een gevoel van opluchting z’n ouderlijk huis aan de Ommelandenstraat achter zich laten om z’n sportieve reis naar Athene, waar het allemaal moet gebeuren, te aanvaarden. De laatste dagen waren nogal hectisch verlopen, omdat diverse media, waaronder TV Noord, zich bij het krachtmens meldden, om nog even te converseren over z’n verwachtingen bij zowel het kogelstoten als discuswerpen op Olympisch niveau.

Een half uur, voordat hij zich richting Beverwijk begeeft naar zijn vriendin, heeft Smith nog even tijd voor een korte babbel. “Zaterdag vliegen we naar Italië met een deel van de Nederlandse atletiekploeg, waar we een soort trainingskamp beleggen. Wij hopen daar de rust te vinden om ons daar optimaal voor te bereiden en hopen daarbij niet al te zeer lastig te worden gevallen door de media. De opening van de Spelen zal ik trouwens niet meemaken, want ik wil me volledig concentreren op het onderdeel kogelstoten, dat op woensdag 18 augustus op het programma staat. De kwalificaties beginnen om 9.00 uur en dan zal ik moeten proberen me bij de beste 12 voor de finale te plaatsen. Op de wereldranglijst sta ik nu nummer 10, dus de mogelijkheden zijn er. Maar ik ben me ervan bewust, dat de concurrentie ook op scherp zal staan. Ik moet vooral proberen bij mijn eerste worpen voldoende agressiviteit aan de dag te leggen. De finale is trouwens diezelfde middag/avond, waarbij het heel speciaal is, dat het Kogelstoten wordt afgewerkt in een speciale arena op de berg Olympus. Ooit werden daar historische wedstrijden gehouden en in dat kader is bedacht om daar de Olympische strijd weer eens aan te gaan. Heel uniek natuurlijk en het is ook heel bijzonder, dat ik dat allemaal ga meemaken!”
Zoals het eigenlijk ook heel uniek is, dat twee Leekster atleten – naast Smith zal namelijk ook sprintster Jacqueline Poelman in actie komen op de estafette 4 x 100 m. – aan deze Zomerspelen zullen meedoen. 

 

De Krant / Ben Boers

 Tonnen tillen telt
 

Als we atleet Rutger Smith zwetend en zichzelf oppeppend aantreffen in het krachthonk van het Groningse Stadspark, vinden wij hem een superman. Nederlands beste kogelstoter en discuswerper is lang, 1.97 meter, hij bezit een fraai gestileerd torso, weegt 122, soms 123 kilo en is snel op de benen.

Zulke atleten tref je niet elke dag. 'Mwah', zegt de nuchtere Smith, 'valt wel mee.' Hij bedoelt: valt wel tegen. 'Van de wereldtop ben ik de slapste.'

Zijn trainer Gert Damkat vertelt over de beste kogelstoter van dit moment, de Brit Christian Cantwell. Die is 1.98 en weegt 145 kilo. 'Dat is iemand met een bijzettafeltje. Cantwell heeft zo'n enorme borstkas. Hij kan 280 kilo bankdrukken. Rutger haalt 180.'Er is nog heel wat terrein te winnen voor de nummer zeven van de wereldranglijst. Damkat: 'Een beetje stoter weegt 130 kilo. Rutger mag wel wat zwaarder worden. Het gaat bij de werpnummers toch om de natuurkundige wet: massa maal versnelling.'

Smith heeft zijn kilo's gewonnen door zijn aanleg ('mijn vader is ook een grote man), door stevig te eten en door jaren achtereen in het kracht honk door te brengen. 'Ik vind dat prachtig, dat krachttrainen. De spieren op spanning, lekkerder is er niet. Ik loop na zo'n krachttraining niet eens uit, doe geen cooling-down. Het gaat mij erom dat prettige gevoel te houden.'

Op zijn vijftiende, zestiende mocht Rutger Smith voor het eerst 'aan het ijzer'. 'Je bent dan nog in de groei. Je moet heel rustig beginnen met die halters.'Hij was nog een slungel, oogde eerder als een talentvolle volleyballer dan een allround atleet. Hij was 1.95 meter lang en maar 72 kilo zwaar. Hij had de ziekte van Osgood-Schlatter gehad. Hij kreeg last van groeipijnen.Opeens, rond zijn zestiende , begon Smith flink te groeien. 'Ik werd in een jaar 32 kilo zwaarder, het ging van 72 naar 104. Op mijn achttiende brak ik door. Was ik al 110. Nu ben ik 23, en 122 zwaar.'

Damkat: `Rutger kwam eens terug van een trainingskamp op Lanzarote. Was hij een beetje afgevallen. Nog maar 111 kilo. Dat kon echt niet. We zijn hem meteen weer zwaarder gaan maken.'

Bij de krachttraining gebruikt Smith een supplement uit een plastic trommel, met de vermelding Weight Gain (gewichttoename). Het is Biolina. Niks geheimzinnigs, volgens Smith en Damkat. De voeding luistert nauw bij de hoeveelheid ijzer die de atleet wegwerkt.Damkat: 'Vorig jaar was hij bij de WK in Parijs 126 kilo. Hij was niet fit. Hij had zelfs een beetje een zwembandje.'

Smith heeft deze dag in juli last van een lichte rugblessure en is iets voorzichtiger met zijn gewichttraining. Normaal zet hij 4000 kilo per training weg. Hij kiest niet voor massaal of massief tillen. Hij kiest voor snel tillen. Kniebuigen (squatten) kan hij met 265 kilo. Het gaat vandaag van 140 via 160, 180 naar 205.Bij het trekken, het in één keer boven het hoofd brengen van de halter van maximaal 125 kilo, blijkt de enorme snelheid van Smith. Hij stoot klanken uit en zwiept het ijzer omhoog.

Smith: 'De benen, de armen, de hele strekketen wordt op deze manier in één keer getraind. Trekken is nodig om mijn explosiviteit te trainen. Kogel en discus zijn explosieve nummers. Explosiviteit is dan ook mijn kracht. Ik kan heel goed heel snel gewicht verplaatsen. Op die kwaliteit verkeer ik in de wereldtop.'

Damkat: 'Het principe van de kogel- en de discusnummers luidt dat je in heel korte tijd optimale kracht moet uitoefenen. Kracht is niet alleen halters tillen. Zoals sterker worden niet alleen komt door krachttraining te doen, maar soms ook door slim aan kracht te doen.'

Kracht lijkt 'alles' in deze technische nummers van de atletiek.Smith: 'Kracht is heel erg belangrijk. Je moet het gewoon doen als je verder wilt komen. Zonder kun je niet. Op techniek kun je aardige progressie maken, maar op een gegeven moment, rond je vijftiende, kom je niet verder meer zonder kracht.'

 

- de Volkskrant -

 Nelli Cooman in brons voor Rutger Smith
 

De Nelli Cooman Games waren voor de kogelstoters een voorproefje van wat hun tijdens de Olympische Spelen in Athene te wachten staat. Daar laten ze hun kunsten zien in een arena die plaats biedt aan 15.000 toeschouwers. Ook in Stadskanaal konden de verrichtingen van de krachtpatsers van dichtbij worden gevolgd. Om de kogelring op het middenterrein waren namelijk hekken geplaatst en daarachter kon het publiek, dat de deelnemers onder begeleiding van een muziekje kreeg voorgesteld, plaatsnemen. Normaal gesproken blijven de toeschouwers tijdens een baanatletiekwedstrijd buiten het middenterrein. 

Rutger Smith was vooraf al vol lof over deze unieke aanpak geweest, want kogelstoten dicht bij het publiek ligt hem. Naast atleet is Smith ook showman. Voor, tijdens en na zijn stoten kreeg hij de handen van de vele toeschouwers dan ook moeiteloos op elkaar. Smith genoot er zichtbaar van. "Geweldig dat het publiek zo nabij is. In Athene gaat het ook zo. Je wordt gretig. De adrenaline gaat stromen."

Dagprijs

Smith kwam op sportpark Pagedal tot een winnende afstand van 20.64 meter. Dit resultaat was eveneens goed voor de dagprijs, de Bronzen Nelli Cooman. De 22-jarige fulltime atleet was zichtbaar gelukkig met deze afstand. "Maandag, dinsdag en woensdag was ik ziek. Een verkoudheid opgelopen in het vliegtuig dat ons na afloop van de Europacuplandenwedstrijd in Polen terugvloog naar Nederland. Het was koud in dat vliegtuig. De afgelopen week had ik dan ook maar twee keer getraind: een keer kracht en een keer kogel. Tijdens het instoten ging de kogel al over de 20 meter en dat bracht vertrouwen. Het ging technisch redelijk, hoewel ik vorige week slechts een keer het kogelstoten had getraind. Ik heb constant gestoten, want de kogel kwam vier keer over de 20 meter. Hiermee ben ik tevreden."

Smith, die onlangs in Leiden het Nederlands record van Erik de Bruin uit 1986 tot op een centimeter benaderde, keek ook nog even vooruit. "In Athene moet ik er helemaal klaar voor zijn en daar moet het nationaal record sneuvelen. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik in Athene ook meedoe aan het discuswerpen." De Nederlandse eis voor deelname aan dit onderdeel is 64.60 meter. Smith kwam dit jaar tot 63.79 meter bij een persoonlijk record uit 2002 van 64.69 meter. "Voldoen aan de eis moet dus mogelijk zijn," aldus Smith.

 

28-03-2004 / DVHN / Jo Tingen

 Smith heeft z'n gouden schoen, nu de 21 meter nog
 

Kogelstoter toont topvorm op heilige grond in Leiden

Was hij niet een nuchtere Groninger geweest maar een gepassioneerde Zuid-Europeaan dan had hij ongetwijfeld een nieuwe meting aangevraagd. Maar zo steekt Rutger Smith niet in elkaar. Hij was nu ook al heel tevreden met zijn stoot van 20.94 meter, exact één centimeter onder het nationaal record van Erik de Bruin.

Kogelstoter Smith won zaterdag in een guur en winderig Leiden de wedstrijd om de Gouden Spike. Al vroeg in de middag was duidelijk dat de felbegeerde trofee hem niet meer kon ontgaan. Andere toppers bleven op hun discipline ver weg van nationale records, slechts de kogelstoter uit Leek kon de 33ste editie van de jaarlijkse wedstrijd in de Leidse Hout glans geven. Smith heeft al jaren zijn zinnen gezet op het goudgekleurde sportschoentje. De afgelopen jaren zat hij er steeds dicht tegenaan, maar besliste de jury uiteindelijk dat een andere sporter zich de winnaar mocht noemen. Vaak is dat een vergelijking tussen appels en peren - want hoe kun je de prestatie van een 200-meterloper afzetten tegen die van een discuswerper? - zaterdag was er geen twijfel mogelijk.

Photo: foto.marcoweb.nl -  Marco van Stijn Want wie had Smith kunnen afhouden van de victorie? Arnoud Okken en Gregory Sedoc poogden - moedig, maar tevergeefs - de olympische limiet te slechten, de 4 x 100 meter estafetteploeg vergat onderweg het stokje, Caimin Doulas stapte met een onwillige kuit uit op de 200 meter. `Rutger was de afgelopen week tijdens de trainingen flink bezig met die Gouden Spike', vertelden zijn trainers Gert Damkat en Joop Tervoort na afloop. `Hij wilde echt winnen.' Zijn grote voorganger Erik de Bruin won de trofee tussen 1980 en 1992 liefst zesmaal. Smith: `De omstandigheden voor kogelstoters en discuswerpers zijn in Leiden altijd goed. Het is hier heilige grond.'

De meeste sporters zouden er goed de smoor in hebben als ze op een fractie een nationaal record missen, maar zo steekt deze vriendelijke reus niet in elkaar. De Bruin stootte de kogel in 1986 in - natuurlijk - Leiden naar 20.95 meter, Smith kwam zaterdag één centimetertje minder ver. `Het is wel goed zo. Als ik nu over de 21 meter had gestoten, dan had dat iets van mijn gretigheid afgenomen. Er moet in dit olympische seizoen natuurlijk iets te wensen overblijven. Die 21 meter komt nog wel', klonk het laconiek.

Dat hele kogelstoten was zaterdag voor Smith bijzaak. Hij was naar Leiden gekomen voor de olympische limiet op de discus, 64.60 meter. Met de kogel heeft hij bij de FBK-Games al voldaan aan de eisen van NOC*NSF, met de schijf moet hij de keuzeheren op Papendal nog tevreden stellen. `De omstandigheden zijn goed', klonk het in de vroege middag monter na het stoten. `Een lekkere stevige tegenwind, dat hebben wij discuswerpers graag. Daar gaat de discus van stijgen. De Bruin heeft de discus hier ook altijd ver geworpen, Pieter van der Kruk ook.'

Anderhalf uur later ging de discus inderdaad met een mooie curve de lucht in, maar werd de benodigde afstand toch niet overbrugd. Met 63.79 meter kwam de Heracles uit Groningen dicht in de buurt, maar het was niet genoeg. `Ik wilde té graag. Dan ga je te krachtig werpen. Dat werkt met de kogel, maar met de discus dus niet. Daar komt het juist op souplesse aan.' Volgende week, tijdens de Europa Cup in Polen, zijn er nieuwe kansen. Smith is een eigenwijze donder. Zijn internationale concurrenten beperken zich allemaal tot één onderdeel, discus óf kogel, de Groninger zal en moet straks in Athene `dubbelen'. Geen honderd Groninger werkpaarden kunnen hem van dat idee afbrengen.

Het een bijt het ander niet, benadrukt hij keer op keer. Zeker nu er in het olympisch atletiekprogramma extra ruimte is gekomen omdat het stoten al in de eerste week in klassiek Olympia wordt gehouden. Zijn trainers Damkat en Tervoort zijn er ook van overtuigd dat het kan, al vereist dat soms wel het nodige gepuzzel. Damkat: `Je moet de juiste balans vinden. En heel blijven.' Smith houdt van de afwisseling. Het is dat de Spelen er aan komen, anders zou hij nog meer krachtdisciplines beoefenen.

Hij kijkt nu al uit naar de vijfkamp, die in het najaar in Huizen wordt gehouden. Buiten discus en kogel, staan daar ook traditionele disciplines als kogelslingeren en speerwerpen op het programma. En dat vijfde onderdeel? Het krachtmens lacht: `Gewichten van zestien kilo wegslingeren. Ook hartstikke leuk.'

 

14-06-2004 / Volkskrant

 Veel vragen - Rutger Smith
 

Atleet Rutger Smith gooide onlangs op het NK Indoor het kogelstootrecord van Erik de Bruin uit de boeken. Voor de Groninger nog maar het begin. ‘Nu zijn andere records nog.’

 

Geboren: 9 juli 1981 in Groningen
Woonplaats: Leek
Lengte:  1.97 meter
Gewicht:  121 kilo
Sport:  Atletiek: kogelstoten en discuswerpen
Club:  Groningen Atletiek
Persoonlijke records:  Kogelstoten 20.75 m (Gent 21-02-2004), discuswerpen 64.69 m (Sevilla 23-06-2002)
Trainers:  Gert Damkat en Joop Tervoort
Prestaties:  Goud (discus en kogel) op EK jeugd in 1999, goud (kogel) en brons (discus) op WK jeugd in 2000, 9de op EK indoor in 2002 (kogel), 8ste op EK outdoor in 2002 (kogel), goud (discus) en brons (kogel) op EK -23 in 2003 
Internet: www.rutgersmith.com

 

Karakter

Ik ben nuchter en kan erg slecht tegen mijn verlies. Dat laatste zie ik als een slechte eigenschap, want ik kan niet alleen in sport slecht tegen mijn verlies. Ook als ik met familie of vrienden een spelletje doe. Een goede eigenschap is dat ik erg rustig ben. In sport ben ik dat trouwens niet. Bij wedstrijden is het goed de adrenaline met agressie op te wekken.

EK Jeugd 1999

Het toernooi van mijn doorbraak. Het jaar 1999 was echt het jaar dat ik kwam opzetten. Ik ging niet als favoriet naar het toernooi toe. Ik bezette zowel met kogelstoten als discuswerpen de achtste positie op de Europese ranglijst. Totaal onverwacht veroverde ik het goud bij het kogelstoten. Vervolgens was ik zo in de winning mood dat ik bij het discuswerpen ook de titel pakte.

WK Jeugd 2000

Na het voor mij succesvol verlopen jeugd EK was de situatie op het jeugd WK totaal anders. Aan het WK begon ik als grote favoriet. Dat bracht extra druk met zich mee. Ondanks mijn zenuwen stelde ik met mijn eerste stoot al een finaleplaats veilig. Er viel een last van me af. Ik maakte de verwachtingen waar en pakte goud met de kogel en brons met de discus.

Erik de Bruin

De beste mannelijke atleet die Nederland heeft gehad. Een internationale topper, vooral met de discus. Hij had alle Nederlandse records in mijn disciplines in handen. Ik heb er op het NK indoor van dit jaar een van hem afgepakt. Ik verbeterde het van 20.60 naar 20.75 meter. Outdoor staan zijn records nog overeind. De kogel wierp hij 20.95 meter ver, de discus 68.12 meter. Die probeer ik nu uit de boeken te gooien.

Het jaar van de haan

Ik ben in 1981 geboren en in de Chinese astrologie is dat het jaar van de haan. Er zit wat in. Ik wil overal en altijd de eerste zijn. Ik ben een echt haantje de voorste.

Wat eet jij per dag?

Heel veel. Ik eet zes keer per dag. Zo probeer ik mijn energieniveau strak te houden, zonder al te veel pieken en dalen. Dan voel je je beter en herstel je makkelijker van trainingen. Ik begin ’s ochtends met een shake van biogarde, roosvicee, eiwitpoeder, havermout en water. Dan eet ik om 12.00 uur pasta met groenten en kipfilet. Daarbij eet ik ook nog twee gekookte eieren zonder dooier en drink ik een glas melk. Om 15.00 uur eet ik zes boterhammen, een peer, een banaan en een hele komkommer. Om 17.30 uur eet ik voor de tweede keer warm: pasta, groente, vlees met yoghurt als toetje. Om 20.30 uur neem ik na de training een eiwitshake en voor ik naar bed ga neem ik nog zo’n eerder genoemde biogardeshake. Tussen al deze maaltijden door drink ik in totaal 7.5 liter water.

Wat is jouw sterke punt?

Ik heb mijn lichaam mee. Ik moet het hebben van mijn explosiviteit, atletisch vermogen en vechtersmentaliteit. Niet van mijn kracht. Ik sta nu tiende op de wereldranglijst en de nummer een tot negen zijn allemaal sterker dan ik.

Wat zou je aan jezelf willen veranderen?

Ik heb een spanwijdte -met de armen wijd van vingertop tot vingertop- van 2.14 meter. Daar zou ik nog wel een paar centimeter aan toe willen voegen. Je hebt er namelijk veel voordeel van in discuswerpen. Je kunt dit makkelijk wiskundig verklaren. Als je een langere radius hebt kun je meer snelheid ontwikkelen en dus gooi je de discus verder.

Waarom ben je niet gaan voetballen?

Toen ik drie jaar was zag ik een atletiekwedstrijd op tv.Toen zei ik al tegen mijn ouders dat ik dat ook graag wilde. Ik heb tot 1998 alle onderdelen gedaan en ben me toen op de werpnummers gaan specialiseren. Je probeert je grenzen te verleggen en ergens de beste in te zijn. Jaren geleden heb ik ook gebasketbald. Dan geef je de bal af en zie je iemand een lay up missen. Dan kan ik me moeilijk beheersen. Ik hou het liefst alles zelf in eigen hand. Ik heb daarom een voorkeur voor een individuele sport.

Wat ging er mis op WK Indoor 2004?

Ik was goed in vorm maar heb het WK verprutst. Ik begon mijn draai te langzaam, waardoor ik in het laatste stuk te hard wilde. Het resultaat was dat ik twee ongeldige worpen produceerde. Ik kwam met mijn voet op de balk. Met 20.28 meter had ik in de finale gestaan. Met een persoonlijk record van 20.75 had ik dat moeten kunnen halen. Maar ja, als…

De 21-meter grens in kogelstoten...

is absoluut haalbaar. Tijdens het NK indoor gooide ik 20.75 meter. Die worp was niet perfect. Als ik goed door train en sterker wordt moet ik over de 21 meter heen kunnen gaan. Voor mij is het nog wel een magische barrière. Als je 21 meter stoot hoor je bij de wereldtop.

Kogel of discus?

Ik kan kogelstoten en discuswerpen goed combineren. De training voor deze disciplines is hoegenaamd hetzelfde. En als een van de twee disciplines wat minder gaat kan ik altijd terugvallen op de andere.

Nederland is geen atletiekland!

Dat klopt. Met uitzondering van Ellen van Langen, Fanny Blankers-Koen en Ria Stalman hebben we in Nederland weinig atletiekhistorie. We zijn echter op de goede weg. Er loopt talent genoeg in Nederland. Het is jammer dat Nederland geen sportland is. Op sport wordt altijd als eerste bezuinigd. Maar als er goud gewonnen wordt op de Spelen staan de kamerleden vooraan bij het handen schudden. En kijk hoe lang het duurt voor er bijvoorbeeld een nieuw zwembad in Eindhoven wordt neergezet. Ian Thorpe hoeft maar met zijn vingers te knippen als hij een nieuwe bad wil.

MPC Capitals of FC Groningen?

MPC Capitals. Ik ben het laatste jaar nog niet geweest maar ik ga soms kijken bij de basketballers. Met voetbal word je dood gegooid op de tv. Ik kijk wel altijd wat FC Groningen heeft gedaan.

Athene 2004 of Peking 2008?

De limiet voor Athene is 20.30 meter bij het kogelstoten en 64.60 meter bij het discuswerpen. Gezien mijn PR op beide disciplines moet ik me voor de Spelen kunnen plaatsen. Een medaille is waarschijnlijk te hoog gegrepen. Een finaleplaats -een plaats bij de beste twaalf- zou al mooi zijn. Ze zeggen dat je als werper tussen je 26ste en je 32ste op je top bent. In Peking ben ik 27. Dan zou ik voor de medailles moeten gaan. Maar ik kan er in 2012 en 2016 ook nog bij zijn. Discuswerpers kunnen tot achterin de dertig jaar mee.

 

25-03-2004 / Sport International / tekst Wim van Eck / foto Edwin Hoogendoorn

 Smith in voetsporen De Bruin
 

GENT - De eerste grote stap in wat een even lange als indrukwekkende atletiekcarrière moet worden, is gezet. Op nationaal niveau vaagde Rutger Smith met een verrassend verre kogelstoot het eerste seniorenrecord van zijn voorganger Erik de Bruin weg. De kogel had zaterdagavond tijdens de nationale kampioenschappen in Gent bij de laatste poging amper de werphand verlaten, of de reus uit Groningen hief de armen in triomf omhoog. Het opmeten van de afstand (20.75 meter) was nog maar een detail; dat hij eindelijk het negentien jaar oude record (20.60) van De Bruin had overtroffen was voor hem al een zekerheid. Voor wie de carrières van voorbeeld en opvolger enigszins in kaart heeft, is het belang van deze stap duidelijk. Smith zelf wist die in al zijn eenvoud duidelijk te verwoorden: ,,Ik pak toch een record af van de beste atleet die Nederland ooit heeft gekend. Hij deed het weliswaar met discus, maar tweede op EK en WK worden is niet niks.'' Smith bereikte die eerste mijlpaal bovendien na een periode vol 'donkere momenten', zoals zijn full-time trainer Gert Damkat het omschrijft. De met woorden beleden ambities van Smith smoorden vorig jaar in decepties door blessures en fouten in de trainingsopbouw. Zowel op de wereldkampioenschappen indoor als buiten haalde hij de finale niet. Rutger Smith heeft Erik de Bruin, wiens carrière in 1993 strandde op een positieve dopingtest, nooit ontmoet. Zijn respect en historisch besef voor de autodidact zijn wel zo groot, dat hij veel van hem weet. Zoals het detail dat De Bruin tweemaal de afstand van 20.60 meter overbrugde, waarvan eenmaal met een stalen kogel. De indoorkogel waarmee Smith zaterdag zijn record stootte was van rubber. Net voor het verlaten van de hand, als de kracht van de stoot zijn piek heeft bereikt, deukt rubber in. Het energieverlies dat daarmee wordt geleden, is omgerekend ongeveer twintig centimeter. Voor Smith had zijn prestatie dus een veronderstelde waarde van 20.90 meter, een afstand waarmee hij de toptien in de wereld dicht is genaderd. Toen De Bruin in Dortmund zijn record vestigde was hij bijna 22 jaar, de leeftijd van Smith nu. De atleet uit Hardinxveld had toen al zijn eerste Olympische Spelen achter de rug. In Los Angeles werd hij bij zijn debuut in 1984 negende bij het discuswerpen en achtste bij het kogelstoten. Twee jaar later maakte hij bewust de keuze voor discuswerpen; stoten met de kogel deed hij nog slechts om jaarlijks zijn nationale titels af te kunnen halen. Als het aan Smith ligt komt voor hemzelf die keuze nooit aan de orde. De Bruin achtte specialisatie vooral door zijn beperkingen -met zijn geringe lengte moest hij het vooral hebben van snelheid en techniek- noodzakelijk. Smith geldt met zijn lengte van 1.97 meter en de 2.14 meter spanwijdte van zijn armen als de ideale werper die ook als stoter goed uit de voeten kan. En zijn ambities heeft hij meermalen uitgesproken: zowel op kogel als discus in 2008 olympisch kampioen worden. De twijfels van vorig jaar konden die niet temperen. ,,In 2001 raakte ik ernstig geblesseerd en vroeg men zich af: komt Smith nog wel terug? Vorig jaar ging het weer zo: hij presteert niet, moet hij niet eens aan de doping?'' ,,Als zo over me wordt geschreven, maakt dat me alleen maar gretiger. Er is wel gesuggereerd dat ik zou slikken. Dat zie ik alleen maar als een compliment. Uit negatieve stukjes haal ik positieve energie.'' Wel gaf de reus toe dat het record van Gent veel vertrouwen geeft. ,,Ik moet me tenslotte nog plaatsen voor de Olympische Spelen in Athene.'' Dat kan over twee weken tijdens de WK indoor in Boedapest zomaar gebeuren; een stoot over 20.30 meter volstaat daar. Van Athene stelt de atleet zich veel voor, met name van het kogelstoten dat is gesitueerd in het klassieke Olympia. ,,Daar komen 15 000 mensen speciaal naar ons kijken en er zal veel media-aandacht zijn. Dat is nog nooit gebeurd. Normaal is ook de finale van de tien kilometer bezig en heeft er niemand oog voor ons.''

 

23-02-2004 / (Trouw) Rob Velthuis

 Rutger Smith: Nog 25 centimeter tot de wereldtop 
 

Gent - Een explosie van kracht, dat hoort bij Rutger Smith. Maar een explosie van vreugde, zeker zo één als hij zaterdagavond in Gent losliet, dat had de kogelstoter uit Leek nog niet eerder laten zien. Op de NK indooratletiek stootte de 22-jarige Smith met een afstand van 20 meter 75 het meer dan achttien jaar oude Nederlandse indoorrecord van Erik de Bruin uit de boeken: een verbetering van 15 centimeter. Plus 23 centimeter verder dan Smith ooit stootte. Smith rende en schreeuwde van vreugde. Tot besluit trok hij zijn shirt uit en liet hij zijn spieren zien. ''Ik had zoveel adrenaline, het moest er even uit'', lichtte Smith toe. ''Toen ik de kogel losliet, wist ik dat 20.30 of 20.40 mogelijk zou zijn, maar 20.75 is echt helemaal te gek.'' En dat nog wel met het type kogel waaraan Smith zo'n hekel heeft: een ijzeren met een rubberlaagje zodat de vloer niet beschadigt. Smith: ''Je stoot verliest aan energie doordat je je kracht niet meteen in het ijzer kwijt kan. Met een ijzeren kogel had ik hier 20.90 gehaald.'' En dat zou dan nog slechts vijf centimeter verwijderd zijn van het Nederlandse outdoorrecord, ook van Erik de Bruin. Overeind blijft dat Smith met 20.75 een afstand bereikte die internationaal meetelt. En de magische grens van 21 meter heeft Smith steeds meer binnen bereik. ''Als ik 21 kan stoten, dan ben ik echt wereldtop.

 

23-02-2004 / Paul Bosman

 Kogelstoter zorgt met record voor hoogtepunt op NK
 

GENT, maandag Het was in meerdere opzichten een positieve week voor kogelstoter Rutger Smith. Eerst was er het nieuws dat een Amerikaanse concurrent (Kevin Toth) de handdoek werpt als gevolg van zijn betrokkenheid bij het THG-schandaal, vervolgens kwam het bericht dat er mogelijk tijdens de Olympische Spelen in Athene al gecontroleerd zal worden op het Human Growth Hormone, een populair middel bij met name kogelstoters en discuswerpers, en zaterdag prolongeerde hij in Gent zijn nationale titel door de kogel naar een recordafstand (20,75 meter) te stoten. Het oude nationale record (20,60) stond al negentien jaar op naam van Erik de Bruin. Smith, met Groningse nuchterheid: "Ik denk dat ik wel in vorm ben." Met zijn indrukwekkende serie, waarin hij driemaal de 20-metergrens overschreed (20,08, 20,19 en 20,75), voorzag de krachtpatser uit Leek (197 cm, 122 kg) een verder voorspelbaar en tegenvallend NK nog van enige glans. Hij was de enige atleet die in de Topsporthal Vlaanderen een nationaal record scherper stelde. "Wat mij betreft is Erik de Bruin de beste Nederlandse atleet ooit. Hij heeft op grote kampioenschappen zilveren medailles gewonnen. Dat ik nu zijn record pak, betekent daarom toch wel wat voor me", aldus Smith, die in Gent met rubberen kogels stootte. Het belegen record van De Bruin, die in zijn carrière tot tweemaal toe 20,60 meter haalde, was volgens Smith in ieder geval één keer met een metalen kogel tot stand gekomen. "Rubber geeft mee met de afstoot. Het is geen geheim dat je met metaal verder stoot. Dat had me hier zeker twee decimeter gescheeld." Voor Smith betekende zijn optreden een opsteker in de aanloop naar de WK indoor, over twee weken in Boedapest. Sinds zaterdag bezet hij de zesde plaats op de wereldranglijst. Behalve een aanzienlijke verbetering van zijn klassering (tiende) bij de vorige editie van de WK indoor, vorig jaar in Birmingham, hoopt Smith zich in de Hongaarse hoofdstad definitief te kwalificeren voor zijn eerste Olympische Spelen. De 22-jarige atleet moet dan 20,30 meter stoten. Het zou een formaliteit moeten zijn. "Als ik dat niet haal, betekent het dat ik het slecht gedaan heb." Smith stond tot twee jaar geleden te boek als een zondagskind. Als een atleet die het in alle opzichten voor de wind ging, getuige de medailles die hij verzamelde op internationale jeugdkampioenschappen. Op seniorenniveau heeft hij al enkele tegenslagen voor de kiezen gehad. In 2001 scheurde hij bij het bankdrukken een pees in zijn borstspier af, waardoor hij maanden buitenspel stond, en vorig jaar verrekte hij tijdens een trainingskamp in april een spier aan de binnenzijde van zijn bovenbeen. Mede daardoor liep volgens eigen zeggen de WK outdoor in Parijs uit op een deceptie. "Ik had te veel op explosiviteit en nauwelijks op omvang getraind. Dat gaat even goed, maar geen driekwart jaar. Op een gegeven moment krijgt je lichaam geen nieuwe prikkels meer. Noem het onervarenheid. Maar ook van deze ervaring, hoe negatief ook, leer je." De honger van Smith is zowel letterlijk als figuurlijk groter dan ooit. In Boedapest verwacht de atleet, die volgens eigen zeggen zes maaltijden per dag nuttigt, de kunst van het pieken weer eens te kunnen tonen. Veel belangrijker zijn voor hem echter de Spelen in Athene, waar hij zowel met discus als kogel van de partij hoopt te zijn. Zeker het kogelstoten moet een bijzondere belevenis worden, al is het alleen maar vanwege het feit dat het wordt afgewerkt in het oude Olympia, waar 15.000 mensen getuige van mogen zijn. "De ambiance zal even uniek zijn als de locatie. Zoiets kan een enorme stimulans voor het kogelstoten betekenen." Een andere stimulans voor het kogelstoten zijn de verscherpte dopingcontroles. Kevin Toth, de nummer vier van de WK in Parijs, maakte afgelopen week bekend zijn carrière per direct te beëindigen nadat hij eerder was betrapt op de designer-steroïde THG. "Ik heb geen medelijden met die man. Wéér een concurrent minder", aldus Smith, die beseft dat van de verscherpte controles een nivellerende werking uitgaat. Zeker de aankondiging dat er in Athene mogelijk al gecontroleerd wordt op het tot voor kort niet te traceren HGH, zal vooral in de wereld van het kogelstoten en discuswerpen zijn uitwerking niet missen. "Mensen die het gebruikten, zullen zich nu drie keer bedenken. Dat is positief."

 

23-02-2004 / Telegraaf

 Kogelstoter Rutger Smith verbetert stoffig indoorrecord
 

Rutger Smith droomt van het oude Olympia. De antieke Griekse plaats vormde 776 jaar voor Christus het decor van de eerste klassieke Spelen. Rutger Smith in actie op de NK-indoor in Gent. Foto ANP/Olaf Kraak Tijdens het moderne Olympische gala van Athene keren de kogelstoters terug naar de oorsprong. Zo'n historische gebeurtenis wil de Groninger niet missen. ,,Normaal gesproken is kogelstoten een onderdeel dat tegelijk met andere atletiekdisciplines wordt afgewerkt. Nu krijgen wij speciale aandacht. Straks komen 15.000 toeschouwers en 300 journalisten in Olympia alleen naar ons kijken. Wat wil je nog meer?'', sprak Smith zaterdagavond enthousiast na zijn smaakmakende optreden bij de NK-indoor. Met een stoot van 20,75 meter zette de 22-jarige atleet in Gent een inspirerende stap in de richting van Olympia. Het stoffige record van Erik de Bruin (20,60 m) kon na ruim 18 jaar naar het atletiekarchief. ,,Zo'n verbetering zegt mij veel. Ik ken De Bruin niet persoonlijk, maar beschouw hem als de beste Nederlandse atleet ooit - hij won zowel bij een WK als EK zilver.'' De aspiraties van Smith reiken nog verder. Zijn ideaal is Olympisch goud bij het kogelstoten én het discuswerpen. Volgens zijn bevlogen coaches Gert Damkat en Joop Vervoort kan de grote, krachtige en explosieve atleet ver komen. Als zijn lichaam de last van de zware training tenminste goed verteert, zeggen ze er wel steeds bij. In 2001 scheurde het talent in de lente een borstspier. Vorig seizoen vielen zijn prestaties opnieuw tegen nadat fysieke problemen de trainingsopbouw hadden verstoord. ,,Ik ben de afgelopen jaren driemaal naar Amerika geweest, twee keer kwam ik geblesseerd terug. Daarom blijf ik nu in Nederland. Ik wil geen nieuwe ongelukken en probeer risico's zo veel mogelijk uit te sluiten.'' In Gent demonstreerde de atleet uit Leek op overtuigende wijze zijn vooruitgang. Zonder zich te forceren overtrof hij zichzelf met liefst 1,10 meter en klom hij naar de zesde plaats op de wereldranglijst van dit indoorseizoen. Dat biedt perspectief voor de WK, over twee weken in Boedapest. Met een afstand van 20,30 m kan hij zich in Hongarije op een ogenschijnlijk simpele manier nomineren voor de Olympische Spelen. Zijn indoorrecord belooft ook veel voor de zomer, wanneer Smith het buitenrecord aan Erik de Bruin (20,95 m) wil ontfutselen. Dat zal hem ongetwijfeld lukken, met een metalen kogel. 's Winters in de hal is Smith aangewezen op een attribuut van rubber en daar heeft hij eerlijk gezegd een hekel aan. ,,Zo'n kogel deukt een beetje in, dat kost energie. Als ik hier met een metalen exemplaar had gegooid, was de kogel zeker 20 centimeter verder terechtgekomen.'' Zijn record gaf hem zaterdag de bevestiging dat hij op de goede weg is. ,,De statistiek leert dat elke topper wel een jaar heeft meegemaakt waarin hij niet is vooruitgegaan. Ik heb dat afgelopen seizoen gehad. Maar nu heb ik er alle vertrouwen in, dat ik dit Olympisch jaar weer een stap vooruit zal doen.'' Probeer hem niet wijs te maken, dat zoiets alleen mogelijk zou zijn door doping. Bozer kun je hem niet maken. ,,In de Groningse pers is dat wel eens gesuggeerd. Onzin. Ik ben schoon, in 2003 ben ik een keer of 15 gecontroleerd. Ze hebben me na wat mindere prestaties ook al eens afgeschreven. Zoiets prikkelt me, maakt me gretig. Dan denk ik: ik zal ze allemaal eens een poepie laten ruiken.'' Smith voelt zich fitter dan ooit. De Europees kampioen onder 23 jaar (2003, discus), jeugdwereldkampioen van 2000 (kogel) en tweevoudig winnaar op de EJK van 1999 (kogel en discus) nam na vorig seizoen een maand rust en viel vijf, zes kilo af - hij weegt nu nog 121 kilo. Zwaarder hoeft hij niet meer te worden, oordeelt hij. ,,Ik let goed op wat ik eet. Voeding is heel belangrijk voor een topsporter. Vroeger lustte ik bepaalde dingen niet, nu eet ik alles dat goed voor me is. Ik krijg daarbij advies van een vriend die er veel vanaf weet. Ik eet zes keer per dag, vooral veel havermout, maar ook veel pasta's, rijst, mie. Ik drink tussen de trainingen door anderhalve liter water. Ik krijg dagelijks 4300 calorieën binnen. Mijn moeder kookt voor me. Beter kan ik het niet krijgen.'' 

 

23-02-2004 / Henk van der Sluis

 Afrekening met mislukt jaar 
 

Maandag 23 februari 2004 - GENT - Hij spande zijn imposante spierbundels aan, danste en sprong van vreugde. Rutger Smith had er alle reden toe. De kogel was zojuist bij 20.75 meter op de grond geploft. Een nieuw Nederlands record, het eerste voor de 22-jarige beer van 1.97 meter uit het Groningse Leek. Een markant moment ook in zijn nog prille carrière. Smith heeft heel hoge doelen, wil uiteindelijk met olympisch goud met kogel èn discus de sport verlaten. Bud Houser was de laatste atleet die dat deed. In 1924. Het gummen van de naam van Erik de Bruin uit de nationale recordboeken is een tussenstap. De Bruin kwam in december 1985 in Dortmund tot 20.60 meter. Smith heeft ontzag voor De Bruins discusrecord (68.12), maar wist al langer dat diens kogelrecord binnen zijn bereik lag. En dat geldt ook voor het 'buitenrecord' van De Bruin, dat op 20.95 meter staat. Eruptie Nog belangrijker voor Smith was dat hij zaterdag met zijn eruptie afrekende met de mislukte jaargang 2003. Toen werden er fouten gemaakt, werd te weinig rust genomen in een lang seizoen. "Ik was dom", trekt trainer Gert Damkat het boetekleed aan. "Ik maak zijn schema's, maar kloppen die wel? Is het gewoon zo dat hij mentaal zó sterk is, dat hij bij wedstrijden boven zichzelf uitstijgt?" Het antwoord, weet Damkat nu, kwam in Parijs: niet dus. Rutger was daar niet fit en sneuvelde in de series bij zowel discus als kogel. "Ook mijn fout", zegt Smith zelf overigens. "Ik trainde een half jaar lang op explosiviteit. Dan krijg je op een gegeven moment geen prikkel meer." Bovendien, Smith arriveerde in Parijs voor de WK 'met een neiging naar corpulentie' zoals Damkat het zegt. "Hij was wel een bulk, maar niet atletisch. En dat is normaal gesproken juist zijn kracht. Dat hij zo sterk is, maar evengoed zo makkelijk beweegt." In Parijs had Smith 127 kilo gewogen, zo'n vijf kilo boven zijn normale gewicht. "Ik heb een maand rust genomen en dan val ik meteen af." Gevolg van het simpele gegeven dat hij zonder training 'slechts' drie, vier maaltijden per dag nuttigt. Minder dus dan de zes maaltijden die hij normaal gesproken dagelijks tot zich neemt, goed voor zo'n 4300 calorieën. 'Junkdag' Zodra Rutger Smith opstaat, doet hij zo'n 150 gram havermout, wat Roosvice, een schepje eiwitten, yoghurt en wat water in de blender. Goed voor de eerste pakweg 800 calorieën van de dag. De vijf maaltijden die volgen, bestaan uit veel rijst en pasta, kip en groente. "En op zondag heb ik 'junkdag', mag ik ook wat patat met mayonaise erbij eten." Goede, uitgebalanceerde voeding is in zijn visie het antwoord op doping. En wie suggereert dat Smith na z'n verloren jaar 2003 niet moet denken dat hij er komt met een stapel boterhammen met pindakaas, prikkelt hem slechts om het níet te gebruiken en evengoed ver te stoten en werpen. "En ik zie het als een compliment, als gezegd wordt dat je wel aan de dope moet zitten als je zover gooit." Afgelopen winter was er die suggestie geweest. "In een column. Nee, ik bel zo'n journalist dan niet op. Ik denk gewoon: ik zal ze een poepje laten ruiken." Het raakt hem, dat wel. "Want het gaat toch om mijn persoon." In het verleden liet hij zijn ergernis wel blijken over de gebruikers. "Maar als ik nu tussen die jongens op een WK sta, denk ik niet: 'Jullie zitten allemaal onder de dope.' Ik doe mijn eigen wedstrijd. Als ze worden gepakt, denk ik: 'Eigen schuld, dikke bult.' Meer niet. Denk ik dat sport clean is? Nee. Maar dat geldt voor alle sport. Voetbal, schaatsen, wielrennen. Waar ik me op baseer? Er worden toch mensen gepakt? Ik denk alleen wel dat het eerlijker is dan vijftien jaar geleden." Olympia Over twee weken staat hij weer tussen de wereldtop. Met zijn 20.75 meter van zaterdag staat Smith zesde op de mondiale ranglijst van deze winter. Op de WK indoor in Boedapest kan hij zich met een plek bij de toptwaalf kwalificeren voor Athene. Of beter: Olympia. Want het kogelstoten wordt gehouden op die historische plek. Het lijkt Smith prachtig daar bij te zijn. Een volgend markant moment in zijn carrière, na het rotjaar 2003. "Ach," zegt Smith, "alle toppers hebben zo'n jaar gehad. John Godina, Lars Riedel. Allemaal hadden ze zo'n seizoen waarin ze niet vooruit gingen."

 

23-02-2004 / Pim van Esschoten

 Blonde Herakles houdt in Olympia broek aan 
 

GENT Hij heeft dezelfde schoenmaat als de grote Herakles, dus dat komt hem straks in augustus misschien nog goed van pas. De Griekse held, mythisch stichter van de klassieke Spelen, stootte in Olympia nooit een kogel, Rutger Smith, die zaterdag Nederlands kampioen werd, heeft dat voorrecht komende zomer wel. Voor het eerst sinds 393 na Christus worden in de zomer van 2004 weer olympische wedstrijden in het lommerrijke park op de Peloponessos gehouden. De kogelstoters werken hun onderdeel niet in Athene af. De sterke mannen en krachtige vrouwen stoten hun kogel 350 kilometer verderop, in het oude groene stadion met louter staanplaatsen. Rutger Smith, de Herakles uit Groningen, kijkt al uit naar de gang door het oude tunneltje naar het stadion: `Het wordt bijzonder. Vaak wordt kogelstoten tijdens een groot evenement toch als bijnummer beschouwd, nu krijgen wij alle aandacht.' Dat kogelstoten in de oudheid in het geheel niet op het programma stond, ach, dat is slechts een kleine historische dwaling. `De Grieken deden wel aan discuswerpen, maar het stadion van Olympia te klein voor vliegende discussen.' Het oude stadion meet in de lengte 192,28 meter, de klassieke sprintafstand. Dat waren naar verluidt exact zeshonderd stappen van Herakles. De grote held moet omgerekend, net als Smith, dus schoenmaatje 48 hebben gehad. De moderne discus zou, met afstanden rond de 70 meter, dus nog wel binnen de begrenzing van het oude stadion blijven, voor het publiek op de met gras begroeide hellingen wordt het te gevaarlijk. Een winnende kogel gaat niet verder dan 22 meter. Er zullen in augustus in Olympia meer zaken anders zijn. De atleten in de oudheid streden naakt om de hoogste prijs, een olijftak. Smith houdt in augustus de broek aan. Lachend: `Ja, ik zou wereldberoemd worden als ik bloot het strijdperk betreed, maar ik denk dat ik dat toch maar achterwege laat.' Olympia lag zaterdag nog ver weg, in de sporthal in Gent, waar de NK indoor werden gehouden. Smith leverde een eenzaam hoogtepunt tijdens het bezadigde evenement waar spanning meestentijds ver te zoeken was. Het krachtmens stootte de kogel naar een Nederlands record van 20.75 meter en dat was vijftien centimeter verder dan Erik de Bruin in 1985 in Dortmund presteerde. De Bruin stootte eertijds met een stalen kogel. Smith hanteerde zaterdag, ter bescherming van de ondergrond, een rubberen kogel. Trainer Gert Damkat: `Zo'n kogel is minder massief en neemt daardoor energie van de stoot weg. Hij gaat minder ver. Kan een halve meter schelen.' Smith: `Ik houd het op twintig centimeter. Mijn winnende stoot ging vandaag, ondanks dat rubber, al zo goed als perfect.' Vorig jaar werd Smith nationaal kampioen met een stoot van 19.60 meter, nu gaat de kogel al 1.15 meter verder. Het jaar 2003 werd na de NK geen goed jaar. Er werd te lang te hard in onder meer de Verenigde Staten doorgetraind. Tijdens de WK in Parijs viel het doek op zowel discus als kogel al in de series. Hij heeft er, samen met trainers Gert Damkat en Joop Tervoort veel van geleerd, zegt hij in Gent. Hij gaat niet naar de VS: `Ik was er driemaal, tweemaal keerde ik met blessures terug.' De WK indoor in Boedapest moeten over twee weken, met alleen kogel op het programma, een eerste piekmoment worden. Een week later wordt nog op Malta gestoten en geworpen tijdens de Throwing Challenge. Daarna `wordt er gas teruggenomen', tot aan de FBK-Games, die eind mei worden gehouden. Verder staat alles dit jaar in het teken van dat ongetwijfeld memorabele optreden in Olympia (kogel) en Athene (discus). Smith oogt fit. Hij is zeven kilo afgevallen en weegt nu 120 kilo. `In het najaar ben ik die kilo's kwijtgeraakt. Ja, als ik rust val ik af. De kilo's zijn er niet meer bijgekomen.' Aan zijn dieet, de blonde reus uit Leek consumeert 4300 calorieën per dag, ligt het niet. Hij eet zes keer per dag. `s Ochtends gaan er meteen al bij het opstaan havermout, eiwitten, Roosvicee (`voor de smaak') en een schep eiwitten in de blender, voor de eerste 800 calorieën van de dag. De rest van de dag gaat het maar door: kip, pasta, mie, rijst, fruit, spaghetti, kwark, brood, groenten, melk, karnemelk, liters water, creatine - de gedetailleerde opsomming laat de gewone sterveling naar lucht happend achter. Zelfs Herakles, die op zijn tijd een flinke os toch niet uit de weg ging, zou er een flinke dobber aan hebben gehad. Van producten die onder de noemer `doping' vallen houdt Smith, die vorig jaar vijftien maal gecontroleerd werd, zich verre. `Er is door journalisten in het verleden wel eens gesuggereerd dat ook ik maar aan de doping moest, want dat het anders niks met mij zou worden. `Nou, daar word ik fel van. Weet je, van dat soort domme opmerkingen krijg ik juist extra energie. Zo van: ik zal jullie bewijzen dat je in deze sport ook op cleane wijze heel ver kunt komen.'

 

23-02-2004 / Rolf Bos

 “Ik ga mijn eigen weg, zonder verboden middelen”
 

Leek – Als geen ander is hij ervan overtuigd, dat het afgelopen atletiekseizoen niet datgene gebracht heeft, wat hij ervan had verwacht, maar RS is er absoluut de man niet naar om bij de pakken te gaan neerzitten. Integendeel, de Nederlands Kampioen op zowel het discuswerpen als het kogelstoten, wenst alleen maar vooruit te kijken en daarbij richt hij zich – ondanks het feit, dat hij nog geen olympische nominatie heeft afgedwongen – volledig op de Olympische Spelen, die in de zomer van 2004 in de Griekse hoofdstad Athene zullen worden gehouden.

Momenteel zit de nog steeds thuis in Leek woonachtige `Reus van Leek` druk in de voorbereidingsfase voor het komende indoor- en buitenseizoen. Vanaf oktober wordt er in nauw samenwerking met zijn beide trainers – Tervoort en Damkat – een ambitieus trainingsprogramma afgewerkt, waarvan het inmiddels 22-jarige krachtmens zegt: “we zijn nu zo`n beetje een zestal weken bezig en voel me daarbij bijzonder fit, soepel en sterk. Ik ben er dan ook van overtuigd, dat ik er beter voor sta dan pakweg een jaar geleden. Dat blijkt ook wel uit bepaalde metingen en testjes, die er regelmatig tijdens de trainingsuren worden gedaan. Mijn grote doel is uiteraard het deelnemen aan de Olympische Spelen, waarvoor ik me nog wel dien te kwalificeren, maar met een limiet, die voor het kogelstoten bepaald is op 20.30 meter en bij het discuswerpen op 64.60 meter, moet dat in beide gevallen haalbaar zijn. Mijn persoonlijk record staat immers bij het kogelstoten op 20.52 meter en bij het discuswerpen kwam ik ooit al eens tot 64.69 meter. Die kwalificatie moet trouwens afgedwongen worden tijdens wedstrijden in het nationale of internationale baancircuit.”

Het is natuurlijk logisch, dat we tijdens het gesprek refereren aan de momenteel weer zeer actuele dopingproblematiek en dan met name waar het de THG (Tetrahydrogestinone) -affaire betreft. Dit anabool placht er de afgelopen maanden in te gaan als koek van ketellapper. Nu pleegt het praten met topsporters veelal te ontaarden in het draaien rond een pot hete brij, maar Rutger is heel open als gevraagd wordt naar zijn mening: “Een van de sporters, die is gepakt op het gebruik van THG is een Amerikaanse kogelstoter, die nog vierde werd bij het laatste WK in Parijs. Je het natuurlijk tijdens de wedstrijden je ogen niet in de zak en toen kon je al aan de man zien, dat – gelet op zijn uiterlijk – er bepaalde middelen in het geding waren. Je kunt dan wel veel denken, maar te bewijzen valt er niets. Tot voor enkele weken terug de THG zaak aan het licht kwam.

Ik moet zeggen, dat ik het een interessante materie vind en via internet volg ik de ontwikkelingen dan ook nauwgezet. Zo langzamerhand is het een affaire aan het worden, die bol staat van de verdachtmakingen en ik heb de stellige overtuiging, dat voordat de komende Spelen in Athene er opnieuw bepaalde ontdekkingen zullen worden gedaan over bijvoorbeeld het gebruik van groeihormonen. Ik stoor mij er overigens beslist niet aan, dat een aantal van mijn concurrenten zou gebruiken. Ik ga mijn eigen weg en trek ook zonder meer mijn eigen plan en daar heb ik echt geen verboden middelen voor nodig! ”

 

26-11-2003 / De Krant / Ben Boers

 Smith beschouwt 2003 noodgedwongen als leerjaar
 

ATLETIEK:WERELDKAMPIOENSCHAPPEN 2003:PARIJS;24AUGUSTUS2003-  Rutger Smith concentreert zich op de discus. Foto: Soenar ChamidGroningen/Parijs - Na twee achtereenvolgende dagen van vroeg opstaan nam Rutger Smith gisterochtend ruimschoots de tijd een tekort aan slaap in te halen. “Elf uur, half twaalf stond ik op”, zei de 22-jarige kogelstoter/discuswerper uit Leek. Zaterdagochtend ging de wekker om half voor vijf, zondagochtend om kwart voor zeven. Voor respectievelijk het kogelstoten en het discuswerpen, onderdelen van de WK atletiek in Parijs waarop Smith zichzelf zwaar teleurstelde door bij geen van beide de kwalificatie te overleven.

Nou ja, op de discus viel het dan nog wel mee, vindt Smith. Met 61 meter 55 haalde hij de laatste twaalf niet, maar de veertiende plaats in de eindrangschikking is zo gek nog niet, legt Smith uit:”Ik stond 29ste op de wereldranglijdt, dus de discus viel wel mee.”

De echte teleurstelling geldt voor de kogel. Smith had drie zeer povere worpen, waarvan 19.02 de beste was: precies anderhalve meter onder zijn in maart gegooide persoonlijk record. “Daar schaam ik me absoluut voor, voor die 19.02. Absoluut. Je doet mee met zo`n grote wedstrijd, voelt de ambiance, maar als je dan dat soort afstanden gooit, voel je je natuurlijk niet prettig, hoor je er niet echt bij.”

Te weinig progressie

Met de WK als laatste wedstrijd van het seizoen moet Smith tot de conclusie komen dat 2003 niet zijn jaar is geweest. “Ik heb te weinig progressie geboekt. Op de kogel was mijn pr 20.39, dat ging naar 20.52. Ik wilde naar 21+, maar alleen met ongeldige worpen ben ik daar in de buurt gekomen. Op de discus stond mijn pr vrij scherp met 64.69, maar toch had ik daar dit jaar twee metertjes bij willen gooien. Gelukkig heb ik de EK voor atleten tot 23 jaar goud met de discus gewonnen, anders was 2003 een heel zuur jaar geweest. Een medaille telt altijd wel lekker mee.”

ATLETIEK:WERELDKAMPIOENSCHAPPEN 2003:PARIJS;24AUGUSTUS2003-  Rutger Smith concentreert zich op de discus. Foto: Soenar ChamidSmith beschouwt 2003 nu maar als een leerjaar. Hij heeft een aantal punten van kritiek op zijn eigen seizoenindeling. “Het seizoen is te lang geweest. Het begon in mei, terwijl ik beter nog een maandje had kunnen wachten. Dan was ik nu op de WK beter in vorm geweest. Verder was de opbouw van de trainingen niet goed. `s Winters leg je daarvoor de basis, maar doordat ik nog met een blessure van de EK in München zat, begon die later. Vervolgens was ik er nog een maand uit vanwege een blessure die ik in Amerika opliep.”

De mislukte WK heeft Smiths vertrouwen in een glorierijke toekomst niet aangetast. “Ik word absoluut een wereldtopper”, zei hij kort na de uitschakeling op de discus.

 

27-8-2003 / Paul Bosman

 `Kogel moet lekker in de hand liggen' 
 

Voor een atleet is een kogel niet zomaar een kogel. Bij de mannen heeft die een gewicht van 7,26 kilo, maar de diameter kan verschillen. Mijn eigen kogel heeft een doorsnee van 125 millimeter - er zijn er ook van 110 of 130 mm. Je zoekt de kogel die het lekkerst in je hand ligt. En om de grip te verbeteren, wrijf ik altijd wat magnesium in mijn hand.

Ik heb een hekel aan kogels met een verflaagje, die zijn me te glad. Bij indoorwedstrijden krijgen we soms rubberen kogels, om te voorkomen dat de vloer beschadigd raakt - dat vind ik waardeloos. Je kunt ze helemaal indrukken. Soms tref je wat oudere, versleten kogels met een kuiltje waar je nét een vinger in kunt leggen en dat is heel prettig. 

Bij kleinere wedstrijden neem ik altijd mijn eigen kogel mee. Die moet je dan eerst laten wegen, zodat de jury kan controleren of je geen lichtere kogel gebruikt. Maar bij de WK heeft de organisatie kogels van alle grote merken en in alle maten. Dan ben je verplicht om die te gebruiken. 

De ring waarin we stoten is ook erg belangrijk. Je prestatie wordt voor een groot deel bepaald door de snelheid waarmee je kunt draaien. De ring moet niet te glad zijn, maar zeker niet te stroef, want dat kost snelheid. In de training gebruik ik vaak een wat lichtere kogel, van 6,5 kilo. Omdat je de spanning van een wedstrijd mist, ben je niet zo scherp en dat scheelt al snel 30 à 40 centimeter. Maar als ik wedstrijdstootjes oefen, wil ik wel dezelfde afstand halen en dan gebruik ik dus lichter materiaal. 

De kogel gaat wel mee in de bagage naar Parijs en omdat ik ook aan discuswerpen meedoe, heb ik ook nog twee schijven bij me. Dan zit ik al ruim boven de tien kilo, dus ik heb bijna altijd overgewicht. Maar voor Parijs speelt dat geen rol, want de Nederlandse ploeg is met de bus.

 

27-8-2003 / Cors van den Brink en Henk van der Sluis

 De vriendelijke reus
 

Vanochtend (23-8-2003) om half vijf begon voor Rutger Smith de WK atletiek in Parijs. Nog voor het einde van de nacht stond hij naast zijn bed, omdat hij om half negen bij het kogelstoten wordt verwacht. En vier uur voorbereiding is wel het minste wat Smith nodig heeft op een grote wedstrijd als de WK. Niet dat de atleet uit Leek van zichzelf vindt dat hij nu al in de prijzen moet vallen. Met zijn 22 jaar heeft hij als kogelstoter/discuswerper zijn beste tijd nog voor zich. Ver voor zich. Smith: “Op de Olympische Spelen van 2016 wil ik er nog steeds bij zijn.”

Zijn voorkomen, 197 centimeters en 125 kilogrammen, heeft Smith al veel vergelijkingen opgeleverd: reus, kolos, oermens, mastodont, hulk, maar één is er tot nog toe over het hoofd gezien. Eigenlijk zou Smith de GVR uit Leek moeten heten, naar het kinderboek van Roald Dahl waarvan de titel een afkorting is van Grote Vriendelijke Reus. Want Smith is geen reus die kwaad in de zin heeft. Smith is één en al vriendelijkheid. En zou hij niet zo vaak in aanraking komen met de media, dan zou hij ongetwijfeld een heel verlegen jonge(ma)n zijn.

Maar zo is het niet: Smith is in Noord-Nederland al een handvol karen een bekende sporter, hoewel zijn beste jaren nog moeten komen. Want een kogelstoter zit statistisch gezien in zijn 26e levensjaar op zijn top, een discuswerper mag/moet nog meer geduld hebben. De EK van vorig jaar in München (achtste bij het kogelstoten) was eigenlijk niet meer dan gewoon een kennismaking met het grote werk, de WK die vandaag start beschouwt Smith als een kennismaking met het nog grotere werk.

Maar medaillekansen? Smith schat ze op ongeveer nul. “Mijn persoonlijk record bij het kogelstoten staat op 20.52 meter. Om bij de wereldtop te horen moet je over de 21 gooien, om op de WK bij de top 5 te komen moet je minstens hoog in de 20 gooien. Ik ga voor een plaats in de finale, de eerste twaalf. Als ik dan ook nog een pr kan halen, ben ik heel tevreden.”

Smith merkt dit seizoen dat voor het eerst dat de zogenaamde buitenwacht zijn resultaten met ontevredenheid begroet. De jaarlijkse aanscherpingen van zijn pr`s blijven in 2003 achter bij de verwachtingen: met de kogel ging het van 20.39 naar 20.52, maar bij de discus bleef 64.69 staan. Smith: “Met de discus heb ik een moeilijk jaar, al doe je het best goed als je regelmatig over de zestig meter werpt. En met de kogel is het toch ook niet slecht gegaan. Vorig jaar kwam ik maar vier keer over de 20 meter, nu al zeven keer. Ik merk dat ik me de komende jaren nog steeds kan verbeteren. Nu gaat dat nog in decimeters, op den duur wordt het centimeter voor centimeter. Ergens zal de grens liggen, ik weet alleen niet waar en wanneer.”

In Parijs 2003 zal i elk geval niet, maar in Athene 2004 net zo min: ook de Olympische spelen in Griekenland vormen voor Smith niet meer dan een tussenstation op weg naar Peking 2008. Dáár moet Smith top zijn, dáár moet hij eremetaal gaan halen.

“Misschien dat ik in Athene al in de top 5 mee kan doen, al zal ik dan in een jaar tijd veel progressie moeten maken. Peking zit nog heel ver weggestopt in mijn hoofd, daar denk ik bijna niet aan. Ik leef gewoon van toernooi naar toernooi. Er zijn genoeg die je scherp houden. Nu de WK, volgend jaar de Spelen, en dan weer een EK, vervolgens een WK. Ik ben nog jong, er komt nog zo veel. Eigenlijk wil ik wel door tot de Spelen van 2012. Of 2016, waarom niet? Dan ben ik al 35, maar dan wil ik er nog steeds bij zijn, dan kan ik met de discus nog wel meedoen. De kogel wordt na je dertigste moeilijker, dan neemt de kracht af. De discus is veel meer een kwestie van souplesse.”

Wachten op 2016, kan dat? Is dat te plannen? En kan Smith het opbrengen al die jaren al zijn tijd en energie in de kogel en discus te stoppen? “Dat weet ik niet. Ik wil het wel proberen, maar weet niet wat de toekomst brengt. 2016 is heel ver weg.” En mocht Smith dan nog actief zijn als atleet, het zal minder intensief zijn dan in het heden. Nu nog traint hij tien heer per week, in de loop der jaren zal hij dat afbouwen. “Ik heb nu die trainingen nodig om progressie te blijven maken. Op deze leeftijd moet ik groeien.”

Dodelijk

Het strakke trainingsschema heeft het leven van Smith helemaal in zijn greep: elke doordeweekse ochtend traint hij afwisselend met kogel en discus, elke avond zit hij in het krachthonk. `s Middags doet Smith niets. “Ik heb de studie commerciële economie aan de Topsport Academie geprobeerd, maar het viel niet te combineren met mijn sport. Twee lessen per week is in principe wel te doen, maar ik zit toch ook veel in het buitenland. Ik heb nog wel vier tentamens gedaan, ze ook alle vier gehaald, maar daarna ben ik gestopt. Nu staat overdag helemaal in het teken van rust houden. Af en toe wel eens even winkelen in de stad, maar vooral veel dvd`tjes kijken, thuis in Leek, bij zijn ouders op de bank. Op zich is dat wel moeilijk, dat niks doen. Ik zou best leuke dingen willen doen, wat willen rondlopen in de stad, maar dat wandelen is dodelijk voor een explosieve atleet als ik. Dat voel je op je benen, is te vermoeiend voor de spieren.”

Want het mag er dan niet vanaf stralen, kogelstoten en discuswerpen zijn, vindt Smith, zware takken van sport. Daarvoor moet energie gespaard worden. “Het vergt zo ontzettend veel energie, vooral mentaal. Tijdens de wedstrijd moet je de hele tijd gefocust zijn. Dan is er echt geen tijd voor een dolletje. Na de laatste NK was ik kapot. Ik moet me anderhalf uur lang zo diep concentreren. Maar ook lichamelijk is het zwaar. Ik moet alles in één à anderhalve seconde stoppen, alle energie in mij lichaam moet in dat samenkomen en eruit komen. Springend en draaiend. Daarbij moet je dan de beheersing bewaren om niet buiten de ring te komen, om in balans te blijven.”

Kogelstoten en discuswerpen zijn beide, legt Smith uit, disciplines waarin het vooral op de benen aankomt. “Werpen doe je met je benen” doceerde de Amerikaanse atletiektrainer Peter Farmer afgelopen december in het clubgebouw van Groningen Atletiek en Smith kan niet anders dan dat beamen. “Bij het kogelstoten komt driekwart van de worp uit de benen. Daaruit haal je de grootste kracht: daarmee maak je snelheid en daarmee zet je af. Daarna komt de stoot. Dan komt het aan op de rompkracht, de arm en tenslotte de vingers. Met de vingers katapulteer je als het ware. Daarmee kan je soms nog wel een meter verschil maken.”

Smith is één van de weinige internationaal actieve atleten die het kogelstoten en het discuswerpen nog combineren. “John Godina, wereldkampioen kogelstoten, en ik zijn volgens mij de enigen.” Misschien dat daarom de IAAF de kogel en discus meteen op de eerste twee dagen van de WK plant: vandaag kwalificatie kogel én finale kogel, morgen kwalificatie discus. Dinsdag volgt daarvan de finale. “Dat vind ik echt heel vreemd”, zegt Smith, “dat de IAAF het kogelstoten en het discuswerpen zo dicht op elkaar zet, maar zo gaat dat al jaren, Misschien doen ze het omdat er niet meer zoveel atleten zijn die het combineren. Godina en ik zouden wel kunnen protesteren, maar ik denk niet dat het veel opschiet. Ik moet gewoon zorgen dat ik optimaal presteer.”

 

26-8-2003 / Paul Bosman

Oermens Rutger Smith weer de allerbeste

 

Amsterdam - Dat Rutger Smith met twee gouden plakken naar huis zou gaan, stond voor het NK in Amsterdam al vast. Op het gebied van kogelslingeren en discuswerpen staat de atleet uit Leek nou eenmaal op eenzame hoogte. Maar hij weet dat de mensen voor hem naar de atletiekbaan komen. Daarom beloonde het Groninger oermens de toeschouwers in het Olympisch stadion zondag met een paar geweldige krachtsexplosies.

Met de hoofdrolspeler in de nieuwe film The Hulk is niet veel mis. De Australische acteur Eric Bana boezemt met zijn verschijning ontzag in. Maar als het castingbureau van de bioscoopkraker even in Leek had rondgeneusd, hadden ze een minstens even indrukwekkende gestalte aangetroffen. Honderden atletiekliefhebbers namen zondag plaats op de tribunes van het Olympisch Stadion om ondermeer Smith aan het werk te zien.

Hitte

Hij gaf de liefhebbers die de zinderende hitte trotseerden wat ze wilden. Zelfs als hij op halve kracht had gegooid had de Groninger nog gewonnen, maar Smith spande zijn enorme spierbundels flink aan en wilde er echt iets van maken in Amsterdam. Vooral het kogelstoten gaf hem vertrouwen voor het jeugd-EK, dat komende week in Polen wordt gehouden.

Steeds als Smith de ring betrad, ging het publiek ritmisch klappen. Dat zweepte hem op tot een afstand van 20,47 meter in zijn laatste beurt: slechts vijf centimeter verwijderd van zijn beste seizoensprestatie. ''Die poging daarvoor was er zelfs dik overheen gegaan'', vertelt Smith. ''Dat was 20,80 of 20,90 geworden. Maar helaas, ongeldig. Het gevoel is echt heel goed. Een afstand boven de 21 meter zit er gewoon in. Dat voel ik.''

Chaos

Na het discuswerpen lag er een aardige chaos onder het parasolletje van Smith. Flessen water, twee bananenschillen, een stuk of wat lege flesjes energiedrank. Allemaal om de warmte te verdragen. Tot overmaat van ramp plande de Nederlandse atletiekunie (KNAU) het discuswerpen meteen na het kogelstoten. Zonder pauze.

''En dat is ieder jaar zo'', baalt Smith. ''In plaats van dat ze het kogelstoten op zaterdag doen en het discuswerpen op zondag of andersom... Maar nee, meteen na elkaar. Zonde van het discuswerpen. Nu ben ik met mijn 60,76 meter allang tevreden. Het mat je gewoon af. Ik weet wel wat de mensen zeggen: hoe kun je nou moe worden van kogelstoten. Maar het eist echt veel van je, zowel mentaal als lichamelijk. Je hebt een pauze nodig. Zo is het eigenlijk niet te doen.''

 

William Pomp

Twee kogelstoters, twee werelden

 

Maandag 17 februari, GENT - Het goud van Rutger Smith heeft een andere kleur dan dat van Lieja Tunks-Koeman. Zij slijt de lange wintermaanden in een warme atletiekhal in Canada, hij doopt zijn ijskoude kogel in een emmer heet water voordat hij ze de Groningse blubber instoot. Kogelstoters Lieja Tunks en Rutger Smith werden zaterdag allebei Nederlands kampioen. Zij haalde ook de limiet voor het WK indoor in Birmingham. Hij nog niet.

Lieja Tunks-Koeman en Rutger Smith mailen elkaar regelmatig, zij vanuit haar nieuwe thuisland Canada, hij vanuit Groningen. De beste werpers van Nederland houden elkaar op de hoogte van leven en sport. Afgelopen zaterdag zagen ze elkaar weer eens live, op het NK atletiek in Gent. Zij kwam stralend van het podium. Hij droeg het goud zonder glans.
'Ik ben een stuk sterker dan vorig jaar, maar toch raakte ik die kogel geen enkele keer goed.' Rutger Smith (21) stootte 19.65 meter, hij had 20.47 meter nodig om de WK-limiet te halen. 'Ontzettend balen. Ik vraag me af of die Belgen een kogel op hun kop hebben gehad. We mogen in de hal in Gent niet met een stalen kogel gooien, ze zijn bang dat dat ding over het net vliegt. Wat een onzin. Het heeft me zeker een halve meter gekost.'
Lieja Tunks (26) viel na haar oersterke optreden echtgenoot Jason in de armen. Zij hoefde niet te klagen, zij had ook niks te klagen. Tunks stootte de kogel in haar tweede poging naar 18.69 meter, een persoonlijk record en de limiet voor het WK indoor (14 t/m 16 maart). 'Na het EK afgelopen zomer had ik er helemaal tabak van, er kwam niks meer uit me. Ik heb de kogel twee maanden niet aangeraakt, maar het gaat weer lekker, ik ben vooruit gegaan.'
Vliegen
Dat gevoel heeft Smith ook, hij is sterker en beter geworden. Maar waarom het dan niet lukte? 'Het komt nog wel, let maar op.' In de zomer moet het eruit komen, dan gaat zijn kogel de verte in. 'Vliegen gaat-ie.' De atleet trainde de wintermaanden thuis in Groningen. Het had zijn charmes, vond hij, als hij met warm water en zout de ring moest ontdooien. De kogel warmde hij op in een emmertje heet water om te voorkomen dat de ijskoude kogel het nekvel van zijn bot zou scheuren. 'Het was afzien, maar daar word je een echte kerel van', vond hij.
Hoe anders is het gesteld met Lieja Tunks, die sinds september in het plaatsje London in Canada woont. Ze is getrouwd met de Canadese discuswerper Jason Tunks, tweevoudig Olympiaganger' en een beroemdheid in de streek. 'Ze vinden het daar geweldig dat we allebei olympische sporters zijn. Daarom hebben we 24 uur per dag de beschikking over prima faciliteiten, terwijl je in Nederland blij mag zijn als je een uurtje binnen kan trainen. De afgelopen tijd was het in Canada twintig graden onder nul, wel lekker dus dat je dan naar binnen kunt', lachte ze.
Zijn gouden medaille verdween in zijn enorme handen, het bosje rode tulpen lag op zijn tas. Smith: 'De beste twaalf van de wereld mogen naar het WK, daar zullen wel een boel Amerikanen bij zitten.' Dan venijnig: 'Daar zouden ze eens wat dopingcontroleurs op af moeten sturen!' Hij gaat de komende weken alsnog proberen de limiet te stoten. 'Anders is het ook geen ramp, dan laat ik het in het buitenseizoen wel zien.' Het komt goed, dat beloofde hij stellig.
Lieja Tunks-Koeman vliegt vandaag terug naar Canada. Zij kan zich in alle rust voorbereiden op het WK indoor. In Birmingham hoopt ze Smith weer tegen te komen: strijdend voor Nederland met een stalen kogel. Hij hoopt met haar mee. Tot die tijd loopt hij met zijn emmertje richting trainingsveld.

 

Door Fardau Wagenaar

Rutger Smith traint bij AV Lycurgus

 

KROMMENIE – Op een steenworp afstand van de velden van Sporting Krommenie, waar op een druilerige zondagmorgen de voetballers van het vijfde elftal meer publiek trekken dan een wedstrijd uit de KNAU-eredivisie, werken twee atleten in alle rust hun trainingsschema’s af. De ene atleet is speerwerper Oscar Schermer uit Krommenie, de ander heet Rutger Smith. De Rutger Smith, welteverstaan. Afgelopen zomer met de kogel (en blessure) nog achtste op het EK in München en nu elke week actief in Krommenie. Hoe zit dat?

,,Doordeweeks train ik op de atletiekbaan in Groningen. In het weekend ben ik bij mijn vriendin in Beverwijk. Zaterdag is sowieso een rustdag en op zondag hoef ik alleen maar krachttraining te doen. Ik ken Oscar goed en Lycurgus heeft een krachtcentrum waar alles is wat ik nodig heb’’, legt de 21-jarige topsporter uit.

De reus uit Leek, zoals atletiekjournalisten hem vaak vanwege zijn postuur (1.97 meter en 125 kilogram) aanduiden, traint tien keer per week. ’s Morgens staat kogelstoten of discuswerpen op het programma, de avond is gereserveerd voor een training in het krachtcentrum van zijn eigen cluppie Argo’77 (door een fusie nu omgedoopt in Groningen Atletiek). Tussendoor heeft Smith tijd voor een studie (management) en voor een openbare briefwisseling met schaatsster Renate Groenewold in het Nieuwsblad van het Noorden.

Twee trainers

Rutger Smith beschikt over twee trainers. Joop Tervoort is vaak in het krachtcentrum aanwezig en Gert Damkat volgt iedere ochtend de verrichtingen bij de kogel- en discusring. ,,Gelukkig heb ik twee trainers die beiden helemaal gek van de werpnummers zijn. Toen ik B-junior werd, ben ik overgestapt naar de werpgroep van Gert en Joop. Omdat we al zo lang samenwerken, begrijpen we elkaar ook goed. Als ik een wedstrijd heb zit Gert op de tribune. Als ik dan naar hem kijk en hij maakt een klein gebaar met zijn hand, dan weet ik precies wat hij bedoelt’’, vertelt de pupil van Damkat en Tervoort.

De rest die nodig is voor het levensonderhoud van Smith komt van de atletiekunie, persoonlijke sponsors en zijn ouders. ,,Mijn ouders zijn wel mijn grootste sponsors, vroeger al en dat zullen ze altijd wel blijven’’, glimlacht hij. ,,Voordat ik een rijbewijs had reden ze mij elke keer naar Groningen voor een training. Of naar wedstrijden in alle delen van het land.’’

Van jongs af wist de atleet uit het Groninger Ommeland dat hij de top wilde halen. ,,Volgens mijn ouders was ik nog maar een paar jaar oud toen ik naar de televisie wees en zei dat ik net zo goed wilde worden als die atleet. Dat was Ben Johnson geloof ik.’’ Smith begint te lachen, want deze Canadese sprinter is niet bepaald een goed voorbeeld. Johnson liep weliswaar tijdens de Olympische Spelen in Seoul een onwaarschijnlijk wereldrecord op de 100 meter (9,79 seconden), maar viel bij de dopingcontrole lelijk door de mand. En van doping moet Rutger Smith niets hebben. Behalve wat vitaminen en creatine ’gebruikt’ hij niets. Dat is ook niet nodig, meent Smith, omdat hij van nature over een haast ideale mix van kracht, explosiviteit en lichaamslengte beschikt. De combinatie van kogelstoten en discuswerpen is op zich niet zó vreemd, maar bij de internationale top is er bijna niemand die beide onderdelen op het hoogste niveau beoefent. De Groninger heeft echter bewust gekozen om niet te kiezen. Smith: ,,Bij beide onderdelen gaat het vooral om kracht en explosiviteit. Ik doe bij het kogelstoten de draaitechniek en die beweging lijkt op de draai bij het discuswerpen. En ik heb bewezen dat ik deze combinatie aan kan. In 1999 won ik bij de Europese jeugdkampioenschappen goud bij het kogelstoten en het discuswerpen. Een jaar later bij de wereldkampioenschappen voor junioren werd ik eerste bij kogel en derde met discus.’’

Op beide onderdelen scherpte Rutger Smith afgelopen zomer zijn persoonlijke records aan tot 64.69 meter met de discus en 20.39 meter bij het kogelstoten. Ook werd hij overtuigend Nederlands kampioen.

Stellenbosch

In januari moest Oscar Schermer zijn zondagse trainingsmaat een paar weken missen. Samen met de Nederlandse sprintploeg bivakkeerde Smith in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch om daar onder aangename weersomstandigheden te kunnen trainen. ,,Het winterweer is niet echt prettig. Als het vriest is de ring vaak glad en een discus verdwijnt direct onder de sneeuw. Kun je daarna uren lopen zoeken’’, zo licht Smith zijn uitstapje toe. Maar om voor langere tijd elders te trainen, zoals veel hardlopers in Kenia doen, gaat hem veel te ver. ,,Voor de afwisseling is het leuk die paar weken, maar langer hoeft voor mij niet. Thuis is het vertrouwd en dat bevalt me het beste.’’ Smith zit nu midden in het indoorseizoen. Dit weekeinde reist hij af naar Gent om aan de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, waarbij hij ook de limiet (20.47 meter) voor de wereldkampioenschappen indoor in Birmingham (maart) probeert te halen. Bij de wedstrijden in de buitenlucht zijn vooral de wereldkampioenschappen in Parijs in augustus belangrijk. Daarnaast staan de Europese kampioenschappen voor atleten onder de 23 jaar, waar Smith tot de favorieten behoort, op het programma en ook aan de KNAU-clubcompetitie hoopt hij gewoon weer mee te doen.

Beter presteren

Of de televisiekijker deze zomer veel zijn verrichtingen kan volgen, is nog maar de vraag. Liefhebbers komen er meestal bekaaid af wat betreft atletiek op de buis. Smith: ,,Ik weet dat commentator Léon Haan van Studio Sport erg zijn best doet om meer atletiek op de tv te krijgen. Maar, zo zei hij laatst tegen mij, het zou helpen als jullie, de atleten, nog beter gaan presteren.’’ En dit laatste is bij Rutger Smith niet tegen dovemansoren gezegd.

 

Door Paulien van den Berge

Atleten van de sneeuw via de zon naar de regen

 

Zuidbroek - Ze vertrokken vanuit de sneeuw, trainden twee weken in de zon en keerden terug in de regen. De 'explosieven' van de Nederlandse atletiek waren twee weken in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch, waar de temperaturen opliepen tot 35 graden. Zaterdag staat voor deze sprinters en werpers de eerste indoorwedstrijd op het programma bij de Nelli Cooman Games in Zuidbroek. 

Voor werper Rutger Smith is het bijna een thuiswedstrijd. De Groningse finalist van het EK in München verheugt zich al op zijn eerste optreden met de kogel. ,,De organisatie heeft wat concurrentie uit het buitenland gecontracteerd. Ik wil deze winter graag dik over de twintig meter stoten en proberen me te kwalificeren voor de WK in Birmingham'', zo meldt hij optimistisch. Die WK zijn half maart en de limiet staat op 20,47 meter. Vorig jaar reikte Smith al tot 20,39. ,,De beste twaalf atleten mogen meedoen. Het zal ervan afhangen of de Amerikanen interesse hebben'', zo weegt hij zijn kansen. 

Smith raakte tijdens de EK geblesseerd aan zijn hand. Die blessure is geheeld, maar de 21-jarige atleet heeft de pezen nog niet voluit belast. ,,Dat gebeurt pas in de wedstrijden. Dan zal ik echt merken hoe het gaat. Maar was heerlijk om twee weken in de zon te kunnen trainen. Hier in Groningen lag er sneeuw en ijs en omdat we hier geen indoorhal hebben, kan ik dan niet stoten of werpen. 

Troy Douglas meldt grijnzend dat hij in Stellenbosch een beetje heimwee kreeg naar het weer in zijn huidige vaderland. ,,Ik heb de sneeuw en de regen wel een beetje gemist. We moeten ons tenslotte wel realiseren dat we met een indoorseizoen bezig zijn', aldus de sprinter van de Bermuda's. Douglas raakte in Zuid-Afrika licht geblesseerd aan zijn kuiten en beslist pas later of hij in Zuidbroek van start gaat. 

 ,,Ik ben toch al niet van plan een compleet indoorseizoen te draaien. Ik loop wel op het NK, maar ga niet naar het WK'', meldt de 40-jarige Hagenaar. ,,Voor mij is komende zomer veel belangrijker. Dan wil ik met het estafetteteam de finale halen bij de WK in Parijs, waarmee we ons ook nomineren voor de Olympische Spelen. En ik hoop bij de WK zelf de finale van de 200 meter te halen.'' 

Douglas prijst de sfeer en de professionele entourage tijdens de trainingsstage. ,,Dat merk je ook aan het feit dat veel toppers uit andere Europese landen daar hun indoorseizoen voorbereiden. De Duitse polshoogspringers zaten er, maar ook Zweedse hoogspringers en een groepje Britse atleten met hun Nederlandse bondstrainer Charles van Commenee.'' 

Het verblijf in de warmte was voor Jacqueline Poelman het laatste medicijn om van een hardnekkige blessure af te komen. De verrassende finaliste op de 200 meter bij de EK was sinds haar terugkeer uit München uitgeschakeld. ,,Overbelasting van mijn rechter voet'', noemt ze het zelf. Na jarenlange strijd tegen soortgelijke problemen aan haar kuit wil ze het woord stressfractuur niet meer in de mond nemen. In de weken voor vertrek naar Zuid-Afrika verdwenen de klachten. ,,En in Stellenbosch heb ik normaal kunnen trainen en zelfs al weer op spikes gestaan'', aldus de 29-jarige atlete van het jaar. De Utrechtse laat wel het indoorseizoen aan zich voorbij gaan. ,,Ik wil mijn voet nog niet belasten door die scherpe bochten op de kleine 200 meter-baantjes te lopen'', zo luidt de verklaring. 

Hoofdcoach Peter Verlooy deelt de tevredenheid over de stage. ,,Je moet in deze tijd van het jaar Europa uit om zeker te zijn van goed weer. Maar net zo belangrijk was het voor mij dat de trainers van alle atleten bij elkaar waren. Veel van deze mensen zijn altijd in hun eentje aan de gang. Door onderling te discussiëren over de aanpak kun je alleen maar beter worden.''

 

 

De trainingsopbouw van Rutger Smith

 

LISSE - Als Rutger Smith spreekt, gaat het al gauw over hoge doelen. Zaterdag in Lisse sprak hij over het nationaal record kogelstoten van Erik de Bruin (20,95 meter). Vijftig centimeter verder dan Smith's beste worp ooit, ruim een meter verder dan zijn 19,80 van zaterdag. En toch klinkt het niet als bluf als hij zegt over drie weken bij de FBK - Games dat record te willen pakken.

Om zijn krachtige nek hangt een kettinkje met de Chinese karakters die staan voor de haan. Rutger Smith is geboren in 1981, het jaar van de haan. Is hij dan zo'n haantje? "Och", zegt de 21-jarige Groninger, "als ik er sta, wil ik winnen. Ook al staat John Godina daar." Want dat middenterrein van de atletiekpiste, "dat is van mij." De naam van Godina valt niet bij toeval. De Amerikaan wordt gezien als de beste 'dubbelaar', de atleet die sterk is met kogel en discus. Smith wil die positie, heeft olympische titels in beide disciplines als hoge doelen.

Dat de opmars van de mastodont uit Leek niet onopgemerkt blijft, bewees een recente stage in Californië waar hij Godina tegenkwam. "Hij zegt niet meer veel meer tegen me. Geen gezellige praatjes meer, zoals vroeger. Daar haal ik veel energie uit."

Smith houdt van druk. Juist dan komt hij tot zijn betere prestaties. "Er zijn misschien maar twee, drie mensen op de wereld van die leeftijd met het talent van Rutger", zegt Shaun Pickering, de Britse bondscoach kogelstoten die in Amsterdam woont. "Hij is fysiek en mentaal zo sterk."

In Lisse stond Smith na afloop van de traditionele opening van het seizoen met een doosje bloembollen in de hand. De winstpremie ging naar de Amerikaan Reese Hoffa, na een stoot van 20,00 meter. Daar baalde Smith stevig van, want hij wil winnen. Zijn serie was constant en dat geeft hem hoop. Voor straks, voor de FBK-Games. Daar kan hij na afloop met de premie van 5000 euro voor een nationaal record staan.

In San Diego stond hij enkele weken terug nog langs de kant, geblesseerd aan het bovenbeen. En juist in San Diego vliegt de discus het verste omdat wordt gegooid naar de Stille Oceaan toe. De zeebries richting de bergen zorgt voor een opwaartse druk, die de metalen schijf in de lucht doet hangen.

"Illegaal is het niet, je moet er mee kunnen omgaan", aldus Shaun Pickering, zelf deelnemer aan de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. "Een paar jaar terug heeft een wetenschappelijk testteam laten zien, dat Godina er niet mee kan omgaan. Hij is zo sterk, dat hij tot 67 meter kwam. Maar hij zou daar wereldrecords kunnen gooien als hij de discus wel goed op de wind kan leggen."

Na de kogel, pakte Rutger Smith de discus op. De afstand? Niks, zero. Zes foutpogingen. "Ik heb dit jaar nog weinig met de discus kunnen gooien", zei hij, even onverstoorbaar als altijd.

 

 

Koele Rutger Smith stelt hoge doelen

 

LISSE - Als Rutger Smith spreekt, gaat het al gauw over hoge doelen. Zaterdag in Lisse sprak hij over het nationaal record kogelstoten van Erik de Bruin (20,95 meter). Vijftig centimeter verder dan Smith's beste worp ooit, ruim een meter verder dan zijn 19,80 van zaterdag. En toch klinkt het niet als bluf als hij zegt over drie weken bij de FBK - Games dat record te willen pakken.

Om zijn krachtige nek hangt een kettinkje met de Chinese karakters die staan voor de haan. Rutger Smith is geboren in 1981, het jaar van de haan. Is hij dan zo'n haantje? "Och", zegt de 21-jarige Groninger, "als ik er sta, wil ik winnen. Ook al staat John Godina daar." Want dat middenterrein van de atletiekpiste, "dat is van mij." De naam van Godina valt niet bij toeval. De Amerikaan wordt gezien als de beste 'dubbelaar', de atleet die sterk is met kogel en discus. Smith wil die positie, heeft olympische titels in beide disciplines als hoge doelen.

Dat de opmars van de mastodont uit Leek niet onopgemerkt blijft, bewees een recente stage in Californië waar hij Godina tegenkwam. "Hij zegt niet meer veel meer tegen me. Geen gezellige praatjes meer, zoals vroeger. Daar haal ik veel energie uit."

Smith houdt van druk. Juist dan komt hij tot zijn betere prestaties. "Er zijn misschien maar twee, drie mensen op de wereld van die leeftijd met het talent van Rutger", zegt Shaun Pickering, de Britse bondscoach kogelstoten die in Amsterdam woont. "Hij is fysiek en mentaal zo sterk."

In Lisse stond Smith na afloop van de traditionele opening van het seizoen met een doosje bloembollen in de hand. De winstpremie ging naar de Amerikaan Reese Hoffa, na een stoot van 20,00 meter. Daar baalde Smith stevig van, want hij wil winnen. Zijn serie was constant en dat geeft hem hoop. Voor straks, voor de FBK-Games. Daar kan hij na afloop met de premie van 5000 euro voor een nationaal record staan.

In San Diego stond hij enkele weken terug nog langs de kant, geblesseerd aan het bovenbeen. En juist in San Diego vliegt de discus het verste omdat wordt gegooid naar de Stille Oceaan toe. De zeebries richting de bergen zorgt voor een opwaartse druk, die de metalen schijf in de lucht doet hangen.

"Illegaal is het niet, je moet er mee kunnen omgaan", aldus Shaun Pickering, zelf deelnemer aan de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. "Een paar jaar terug heeft een wetenschappelijk testteam laten zien, dat Godina er niet mee kan omgaan. Hij is zo sterk, dat hij tot 67 meter kwam. Maar hij zou daar wereldrecords kunnen gooien als hij de discus wel goed op de wind kan leggen."

Na de kogel, pakte Rutger Smith de discus op. De afstand? Niks, zero. Zes foutpogingen. "Ik heb dit jaar nog weinig met de discus kunnen gooien", zei hij, even onverstoorbaar als altijd.

 

 

Blessure hindert Smith bij zijn soepele draai

 

Groningse discuswerper toont zijn vorm 'uit stand' bij openingswedstrijd van het nationale atletiekseizoen LISSE - Terwijl de vliegtuigen van Schiphol in de verte opstijgen, slingeren de krachtpatsers van de atletiek hun speer en discus in het Ter Speckepark in Lisse zo ver mogelijk weg. Vliegen en werpen, het is een kwestie van aerodynamica: `Als de wind van rechtsachter komt, moet de speer naar rechtsboven, met de punt naar links. Dan vliegt-ie lekker door.'

Van Rutger Smith mag worden verwacht dat hij dit jaar in Parijs (WK) en volgend jaar in Athene (Olympische Spelen) aanwezig is met zowel kogel als discus. Zaterdag was de krachtpatser uit Groningen nog niet in topvorm. Hij had last van een onwillige spier in het linkerbovenbeen, een blessure die hij had opgelopen bij de recente trainingsstage in Californië. Smith (21) sleutelde op het universiteitsterrein van UCLA in Los Angeles met trainer Gert Damkat aan zijn techniek. Dat gebied geldt als het walhalla voor werpers, zegt Smith. De Amerikaanse krachtpatser John Godina werkt ook zijn programma af in dit trainingscentrum. 

Was Smith een paar jaar terug nog een broekie die door Godina van adviezen werd voorzien, tegenwoordig wisselt de Amerikaanse wereldkampioen kogelstoten geen woord meer met de Groninger. Smith, met een grijns: `Hij ziet me meer en meer als een mogelijke concurrent. Van zijn trainer, Art Venegas, krijg ik overigens nog wel geregeld tips.' Vanwege de blessure liep het in Lisse nog niet naar wens. De kogel ging naar 19,80 meter, minder ver dan de worp van de Amerikaan Reese Hoffa, die 20 centimeter verder kwam. 

Smith heeft zijn eerste piek dit seizoen geprogrammeerd bij de FBK-Games in Hengelo op 1 juni. Daar wil hij het record van Erik de Bruin (20,95) uit de boeken stoten. Zelfverzekerd: `Ik ben hier nog niet top, maar het feit dat ik uit stand al weer 17,50 meter ver stootte, zegt genoeg over mijn vorm. Daarmee moet een worp over de 21 meter mogelijk zijn.' 

Rond die tijd hoopt Smith met de discus ook weer een afstand te bereiken van 64,60, de limiet voor de WK in Parijs. De ronde schijf had de afgelopen maand al in San Diego naar die afstand moeten zeilen, maar in Zuid-Californië kampte Smith nog met de lastige blessure, die de voor de discus benodigde soepele draai in de weg stond. 

De omstandigheden zijn in de havenstad aan de Pacific altijd ideaal voor worpen, zegt Smith. `Je werpt daar op een soort heuvel in de richting van de oceaan, ja dat is een legale constructie, hoor. Er komt wind onder, en die tilt de discus op. Dan zeilt-ie heel ver.' 

Shaun Pickering, telg uit een grote Britse atletiekfamilie, weet er alles van. Pickering, die tot 1998 professioneel met de kogel stootte, woont en werkt in Amsterdam, waar hij bij AAC trainingen verzorgt. Hij was, samen met atleten als Jason Tunks, Erik van Vreumingen en Lieja Koeman, tegelijkertijd met Smith in Californië. Het was jammer, zegt hij, dat de Nederlander in San Diego niet kon werpen. `Die plaats heeft de beste wind in de wereld.' 

Ook in andere plaatsen in het westen van de VS, in Modesto, Huntington Beach, Salinas en Mount Sac, wordt altijd ver geworpen. `De warme wind uit de bergen in de woestijn zorgt er samen met de bries uit de Pacific voor een uplift.' 

Niet elke discuswerper weet er handig mee om te springen. `Je moet wel verstand van aerodynamica hebben.' In het zonnige Californië wordt ver geworpen, ook in Nederland, vlak land zonder berg- en oceaanbries, kan de discus ver scheren. 

Pickering: `Hier in Lisse is het niet verkeerd, maar je kunt vooral goed werpen in Hoorn en Hengelo. De banen liggen daar in een kom, als de wind uit de goede hoek komt, kun je er heel ver komen.'

 

Door Rolf Bos

Smith stoot door de pijn heen

 

MUNCHEN - "Ik wil twee keer olympisch kampioen worden." Was getekend, Rutger Smith. Kogelstoter en discuswerper van beroep. Elke andere Nederlandse atleet zou bij zulke uitspraken meewarig worden aangekeken. Maar als Smith het zegt, geloof je ook dat het mogelijk is. Bij de Europese kampioenschappen in München, zijn debuut op een groot toernooi, haalde hij met de kogel meteen de achtste plaats.

De krachtpatser uit het Groningse plaatsje Leek is pas 21 jaar, maar onstuitbaar op weg naar de wereldtop. En alles moet voor dat doel wijken. Ook de vervelende handblessure die hem voor de EK drie weken belette om te trainen. Smith besloot in het Olympiastadion door de pijn heen te stoten. "Een gok, maar ik was goed in vorm en dit is toch de belangrijkste wedstrijd van het jaar."

Zonder pijnstillers ramde hij de 7,25 kilo zware kogel weg. Met het risico dat het beginnende scheurtje in een van zijn vingerkootjes zou verergeren. "Ja, je moet dat ding toch voelen", zei Smith. Hij kent geen enkele twijfel. De blonde reus, twee meter bij 125 kilogram, heeft wat je noemt 'een goede kop'. Hij bezit een toewijding en mentale kracht die zijn leeftijdgenoten in de Nederlandse atletiek node missen. Voor hem geen vriendin of doorzakken in de kroeg. De beste wil hij worden, dus voor iets anders dan eten-trainen-slapen is geen ruimte.

Al toen hij drie jaar was, wilde Smith op atletiek. Van zijn ouders moest hij nog tot zijn zesde wachten. Onder het trainersduo Gert Damkat en Joop Tervoort ging hij snel vooruit. Europese jeugdtitels met kogel en discus in 1999 werden een jaar later gevolgd met goud en brons op de wereldkampioenschappen voor junioren. Vorig jaar volgde een terugslag. Smith scheurde een borstspier bij het bankdrukken. Vrij snel was hij terug op niveau.

De overstap naar de senioren, voor veel Oranje-atleten een helse klus, was voor Smith een makkie. Zonder zenuwen betrad hij dinsdag het imposante Olympiastadion. "De druk is groter, dat is het enige verschil." In de kwalificatie hield hij het al na twee pogingen voor gezien. Hij wist voor zichzelf dat zijn 20,17 meter genoeg zou zijn om de finale te bereiken. "Ik heb niks bijzonders gezien daar", zei hij over zijn tegenstanders.

Ook het lange wachten bracht hem niet van de wijs. Smith stond 's ochtends al om zes uur op voor de kwalificatie om tien uur. "Het lichaam heeft vier uur nodig om wakker te worden." Pas om half negen 's avonds volgde de finale. Smith doodde de tussenliggende uren met slapen en films kijken. "Ik heb dvd's van Pearl Harbour, The English Patient en Seven Years in Tibet bij me. Actiefilms? Ook, maar die heb ik niet nodig om me op te laden voor de finale. Dat doe ik pas in het stadion."

De eindstrijd ging hij in met het minste persoonlijk record van de twaalf finalisten. Als jong broekje tussen de ervaren dertigers. Smith had graag zijn persoonlijk record van 20,39 meter verbeterd, maar dat zat er in de stromende regen niet in. De ring was veel te glad. Een stoot van 19,73 bracht hem de achtste plaats. Na de vierde poging besloot hij te stoppen. Met het oog op het discuswerpen wilde hij geen risico meer nemen.

Opvallend genoeg had hij in Zuid-Duitsland veel steun aan Troy Douglas. De twee tegenpolen slapen samen op één kamer. Een nuchtere Groninger en een vaatje buskruit uit de Cariben, een groter contrast is niet denkbaar. Maar ze blijken het perfect met elkaar te kunnen vinden. "Troy is rustig. Voor de buitenwereld is hij een grappenmaker, maar op de kamer zet hij jazz op en is hij heel relaxt. Waarover we praten? Wat hij heeft meegemaakt, schunnige taal." Met een grijns: "Over meiden? Ja, dat ook."

 

 

Smith komt altijd na wat hij belooft

 

Wat hij belooft, maakt hij waar. Rutger Smith is een uniek exemplaar in de Nederlandse atletiek. Ooit zal de 21-jarige kogelstoter medailles winnen op grote toernooien. Gisteren werd hij, ondanks een blessure, achtste bij zijn debuut op de EK in München. Terwijl duizenden toeschouwers dinsdagavond hun stoeltje hebben verlaten en schuilen onder de karakteristieke overkapping van het Olympisch Stadion, zit het Groningse trainersduo Gert Damkat en Joop Tervoort in de stromende regen op de tribune. Tervoorts hoofd gaat schuil onder een Albert Heijn-tas: niet om zijn haren droog te houden, maar om video-opnamen te maken van hun pupil, die zich dertig meter verderop bevindt: de 1.97 meter grote en 125 kilogram zware Rutger Smith. Aanwezig zijn en video-opnamen maken. Elke wedstrijdstoot en -worp en ook nog ontelbare trainingen zijn al vastgelegd met de camera. ''Hoeveel banden we hebben? Pffff...'' Tervoort weet het niet, zelfs niet bij benadering: ''Echt ongelooflijk veel. Zeg Gert, hoe lang hebben we die camera nu?'' Damkat: ''Zeven jaar.'' Daar staat al een aantal mooie triomfen op vereeuwigd. In 1999 werd Smith Europees jeugdkampioen kogel én discus, een jaar later jeugdwereldkampioen kogelstoten. En nu dan op een groot toernooi, tussen de echte mannen. Tussen giganten als Manuel Martinez, Arsi Harju, Joachim Olsen en het Oekraïense oermens Joeri Bilonog. Smith is onlangs 21 jaar geworden; eigenlijk is het ongehoord. Een kogelstoter bereikt pas op z'n 26ste zijn fysieke top. De Nederlander is dus met afstand de jongste van het gezelschap. Al is dat nauwelijks te zien. Daar is Olsen, de huidige aanvoerder van de Europese ranglijst, nog het meest verbaasd over: ''Rutger is mentaal sterk. Vooral in grote wedstrijden is hij zo opmerkelijk goed, dat het lijkt alsof hij al vijftien jaar stoot.'' Smith is een uniek exemplaar: een jongen die - mits hij heel blijft - in de toekomst medailles gaat halen voor Nederland. Daar is hij zelf ook heilig van overtuigd. Olympisch goud, voor minder doet Smith het niet. Let wel, in twee disciplines: kogelstoten én discuswerpen. Bluf? Zijn trainers hebben Smith daar nog nooit op kunnen betrappen. ''Alles wat hij belooft, heeft hij waargemaakt,'' zegt Damkat, die ervan overtuigd is dat Smith in de toekomst met de kogel de 22 meter en met discus de zeventig meter zal overbruggen. Twijfel Smith twijfelt niet, dat ligt niet in zijn aard. Maar op de beregende gezichten van Damkat en Tervoort is na de eerste twee pogingen van Smith (19,37 en 19,60) toch wel enige twijfel te lezen. Aan de regen kan het niet liggen, weet Tervoort. ''Het zou een voordeel moeten zijn, Rutger traint veel in dit weer.'' Het is zijn techniek waar vanavond het een en ander aan schort. Wellicht heeft dat met zijn handblessure te maken. Drie weken geleden constateerde sportarts Peter Vergouwen een stressfractuur in zijn middenhandsbeentje en mocht Smith een aantal weken niet kogelstoten. Zonder noemenswaardige voorbereiding betrad Smith dus gisterochtend het Olympisch Stadion, voor de kwalificatiewedstrijd. Even later liep hij alweer volkomen ontspannen de mixed zone binnen, terwijl de wedstrijd nog niet eens was afgelopen. In zijn tweede poging had hij al 20,17 meter gestoten. ''Dat is wel voldoende voor de volgende ronde,'' zei Smith, terwijl veel concurrenten nog een poging mochten wagen. Zijn zelfvertrouwen is gebaseerd op zijn kwaliteiten. En hij kreeg natuurlijk gelijk, want uiteindelijk plaatste Smith zich als zesde voor de finaleronde. Daarin komt hij 's avonds ook bij zijn derde poging niet verder dan twintig meter: 19,76. Het lijkt of het nog harder begint te regenen. Ondanks die matige prestatie staat Smith nog zesde, wat betekent dat hij in de finale niet voortijdig hoeft af te vallen. Het trainersduo wordt van alle kanten gefeliciteerd. ''Mooi jongens,'' zegt een al even doorweekte Henk Kort, de technisch directeur van de KNAU. Tervoort en Damkat kijken elkaar gelukkig aan. ''De finale,'' fluistert Tervoort geëmotioneerd, ''tsjonge, mooi hoor voor zo'n jonge gast. Dit is toch een nieuwe mijlpaal.'' Rutger Smith is nu echt toegetreden tot de elite. Nog geen tien minuten later slaat de vreugde keihard om in ongeloof en teleurstelling. Bij zijn eerste poging in de finale, heeft Smith zich geblesseerd aan zijn middelvinger. Smith kan het helaas niet zelf toelichten. Hij is op weg naar het ziekenhuis. De kersverse zilveren-medaillewinnaar Joachim Olsen schrikt ervan als hij vlak voor de persconferentie hoort van het ziekenhuisbezoek van Smith. ''Oh, wat heeft hij precies? Verdomme!'' Maar hij hoeft zich geen zorgen te maken, zegt de Deen meteen geruststellend. ''Rutger is jong, nog maar 21! Toen deed ik nog niet eens mee aan de EK. Hij wordt echt een heel grote. Hij stoot zo natuurlijk, terwijl de meeste kogelstoters het puur op kracht doen. Als hij fysiek nog wat sterker wordt, moet ik echt gaan oppassen.'' Tervoort is er laat op de avond nog beduusd van. Geruisloos is zijn pupil van het grote toneel verdwenen, waarop hij zo zelfverzekerd zijn entree had gemaakt. Smith is zelf dan nog in het ziekenhuis. Vanochtend is hij er weer geweest. Op de röntgenfoto's werd niets geconstateerd, maar Smith is er niet gerust op. Onduidelijk is of hij morgen deelneemt aan het discuswerpen.

 

 

Reus met toekomst ondanks blessure achtste bij EK

 

Ooit staat hij tussen de grote jongens op het erepodium. Dat weet Rutger Smith zeker. Olympisch goud, het liefst met de kogel en de discus, is zijn ideaal. Waarom zou hij daar geheimzinnig over doen? De EK in München, waar hij gisteravond bij het kogelstoten ondanks een handblessure op de achtste plaats belandde, zijn voor de 21-jarige atleet uit Leek niet meer dan een leerzame tussenstop op weg naar dat ene doel. ,,Voor de top kom ik nog tekort, maar over twee jaar praten we verder.'' Nu al heeft de zelfbewuste Groninger de uitstraling van een kampioen: hij is groot, sterk, fotogeniek en kan goed zijn woordje doen. Een persoonlijkheid die weet wat zijn mogelijkheden zijn. ,,Rutger wordt echt een grote'', zegt zijn ene trainer Gert Damkat. ,,Als hij heel blijft'', voegt zijn andere coach Joop Tervoort er aan toe. De bijna twee meter lange en 125 kilo zware Smith is zeer atletisch, explosief, heeft een goede techniek en kan op de juiste momenten pieken. ,,Hij is bovendien makkelijk te coachen, waren ze allemaal maar zo'', verzucht Damkat. ,,Als iets hem niet zint, zegt hij dat - maar zeuren doet hij nooit.'' Zelfs blessures lijken hem niet uit zijn evenwicht te brengen. Vorig jaar april scheurde Smith tijdens een trainingsstage in Los Angeles een borstspier. Tot november was hij uitgeschakeld, maar dit seizoen vierde hij zijn terugkeer met het ene na het andere persoonlijke record. Toch was er een moment van twijfel, erkent Damkat. ,,Bij zijn laatste wedstrijd afgelopen jaar stootte hij de kogel 16,45 meter - drie meter minder dan normaal. Dan geloof je als atleet nergens meer in. Wat zouden jullie ervan vinden als ik in Amsterdam ging trainen? zei hij opeens. Dat overviel ons.'' Smith bleef uiteindelijk in Groningen en zag af van de samenwerking bij AAC met de Britse reus Shaun Pickering. Een hele geruststelling voor de gedreven trainers. Tervoort, de bedachtzame van de twee: ,,Toen Rutger belde met het slechte nieuws over zijn gescheurde spier stortte onze wereld wel even in.'' De fanatiekere Damkat: ,,Als trainer leef je bij de gratie van het succes van Rutger, je richt je leven er op in. Op het moment dat we een grote stap vooruit dachten te kunnen doen, stond alles opeens stil.'' Na zijn successen als jeugdatleet (Europees kampioen met kogel en discus in 1999; wereldkampioen met de kogel en derde met de discus in 2000) debuteerde Smith van de winter bij de indoor-EK voor senioren met de negende plaats bij het kogelstoten. ,,Hij had er de zware trainingen niet eens voor onderbroken'', vertelt Tervoort. ,,Omdat deze kampioenschappen in München veel belangrijker zijn, dit zijn de wedstrijden van het jaar'', zegt hij zelf. Daarom wilde Smith niet opgeven toen hij enkele weken geleden last kreeg van het middenhandsbeentje bij zijn rechter middelvinger. ,,Ik kan de kogel niet zonder pijn stoten, maar voor een verdovende injectie voelde ik niks. Ik wist dat ik in vorm was. Ik wilde hier graag bij de eerste acht eindigen en mijn persoonlijk record van 20,39 meter overtreffen.'' Het eerste lukte, het tweede niet. De regen tartte alle kogelstoters, en Smith kreeg bovendien meer last van zijn hand dan hij had voorzien. Na zijn vierde beurt greep hij er direct naar en stapte vervolgens met een van pijn vertrokken gezicht uit de ring. Op dat moment wist hij dat doorgaan geen zin meer had. Het was het einde van een lange dag, die 's morgens vroeg begon. ,,Om zes uur ben ik opgestaan voor de kwalificatie rond tienen. Mijn lichaam heeft vier uur nodig om helemaal wakker te worden, vandaar. Zat ik in het atletendorp om half zeven te ontbijten met alle toppers. Ze zijn vriendelijk voor me, ik ben nog geen bedreiging voor ze.'' Met zijn tweede beurt van 20,17 m stapte Smith als zesde kogelstoter de finale in. En hoopte optimistisch op een stoot van circa 20,50 meter. Onder de belabberde weersomstandigheden lukte het alleen de medaillewinnaars die grens te passeren. De Oekraner Joeri Biolonog kwam met 21,37 m het verst. Smith maakte de ontknoping niet meer mee. In de catacomben liet hij zijn hand verzorgen en vertrok naar het ziekenhuis om uit voorzorg foto's te laten maken. Maar ze zijn nog niet van hem af. ,,Mijn tijd komt nog wel.''

 

 

Rutger Smith is nu nog topsporter

 

Voor wie Rutger Smith nog niet kent is een korte introductie wel op zijn plaats. Rutger woont in de plaats Leek onder de rook van Groningen en is lid van de atletiek vereniging Argo 77. Al vanaf zijn zesde jaar is hij lid van deze atletiekclub. Je hoort niet vaak dat kinderen op een dergelijk jonge leeftijd al bewust zelf kiezen voor een sport. In het geval van Rutger was dat wel zo ondanks dat zijn overige familieleden allemaal een teamsport beoefende w.o. handbal, voetbal en korfbal. Rutger is de twintig lentes gepasseerd en staat hij in Nederland aan de top bij het discuswerpen en kogelstoten. Rutger is al ruim vijftien jaar bezig met atletiek waarvan de laatste zes jaar intensief met Kogelstoten en discuswerpen.

Ben je topsporter of topmanager

Al eerder hebben wij deze vraag ook aan Foppe de Haan, Jacco Eltingh en Arnold Vanderleijde aan de orde gesteld en zij hebben daar allemaal verschillende uitleg aan gegeven. Ook nu stellen wij deze vraag aan Rutger en hij reageerde als volgt; " Ik voel mij toch wel meer topsporter dan manager. Op dit moment wacht ik nog op een uitslag van mijn examen van de cursus Middel Management die ik afgelopen jaar heb gevolgd. Na het behalen van mijn Havo diploma ben ik ook van mening dat ik naast mijn dagelijkse sport activiteiten wel wat meer wil doen aan mijn maatschappelijke ontwikkeling. Daarnaast zorgt het ook voor wat afleiding naast de dagelijkse trainingen die vooral in de winter erg zwaar zijn. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Studeren en trainen is voor mij een ideale situatie. Wat je wel onder het bordje management kunt schuiven is dat ik zelf mijn hoofdsponsor Cordial hebt benaderd. Ik zag een artikel over dit bedrijf in de krant en dat kwam zeer positief op mij. Ik heb toen de stoute schoenen aangetrokken en een brief gestuurd. Daarin vertelde ik wie ik was en dat ik op zoek was naar een sponsor. Binnen enkele dagen kreeg met de post een uitnodiging om eens te komen praten. Het bedrijf Cordial uit Winschoten is mijn huidige hoofdsponsor en maakt industriële kleefstoffen. Een andere belangrijke beslissing die te maken heeft met het goed regelen van randvoorwaarden naast de atletiek om goed te presteren is de keuze van een professionele manager. Wil je tegenwoordig jezelf staande houden in de jungle van de commercie dan moet je wel goede contacten hebben. Je moet hierbij denken aan sponsorcontracten, inschrijving deelname aan lucratieve atletiek wedstrijden, startgelden, wedstrijdschema’s en ga zo maar door. Het is heel belangrijk dat je connecties heb in de atletiek. Ik heb uiteindelijk gekozen voor het bureau van Jos Hermens directeur van Global Sports uit Nijmegen. Ook Ellen van Langen werkt bij dit bureau en Jos Hermens zelf is al twee jaar achter elkaar uitverkozen als de beste manager in de atletiek wereld. Het contact tussen mij en Global Sports is tot stand gekomen nadat ik Wereldkampioen werd bij de jeugd atletiek kampioenschappen."

Wordt een kogelstoter miljonair

Het is natuurlijk zo dat voetballers en tennissers veel geld verdienen. Dat lezen wij dagelijks in de krant. In het geval van Rutger zal dat zeer zeker niet gebeuren. Op dit moment zijn er inkomsten (de meeste financïele inkomsten komen natuurlijk van mijn sponsors) van de KNAU (Koninklijke Atletiek Unie) die zorgen voor financiële en medische ondersteuning. Ook facilitair kan Rutger een beroep doen op de bond. In de winter zorgen zij voor het huren van indoor accommodatie zodat ook het trainen onder slechte weersomstandigheden gewoon door kan gaan. Ook ontvangt hij van de NOC een financiële ondersteuning. Daar heeft Rutger op dit moment de B status. Het is vreemd dat er nog geen persoonlijk contact is geweest tussen de topsporter en vertegenwoordigers van het NOC. Op dit moment loopt alles via de KNAU en Rutger laat weten dat hij daar zeer tevreden over is. Onlangs is er een nieuw sponsor contract met Adidas tot stand gekomen en AA drinks is een subsponsor. Vaak weten topsporters nog niet precies wat zij na hun actieve carrière willen gaan doen. Rutger laat weten dat het wel mooi zou zijn, dat door zijn prestaties binnen de topsport hij daardoor wel een binnenkomer zou hebben bij het bedrijfsleven. Echt rijk worden zal er wel niet in zitten.

Welke invloed heeft een accommodatie

Volgens kenners is de Mondo tartan baan de snelste en de beste 400meter atletiekbaan. Zo denkt ook Rutger erover. "In Nederland hebben wij een aantal goede atletiek accommodaties voor wedstrijden, Sittard, Hengelo en op Papendal ligt een goede trainingsaccommodatie ondanks dat deze al wat jaartjes oud is. Het gerenoveerde Olympische atletiekstadion is het net niet geworden. Geen sfeer en het geheel is onlogisch ingedeeld. Belangrijk voor de atletiek is de organisatie rondom het evenement zelf. Vanwege de technische spelregels vastgesteld door de IAAF (International Association of Athletics Federations)

kan er verder weinig met de sporten zelf gedaan worden. Misschien dat de ligging van de kogelbak wel dichter op het publiek kan worden gesitueerd. Voor discus kan dit uiteraard niet vanwege de veiligheid voor sporter en toeschouwers. Ook belangrijk is voor mij de gladheid van de ring. Iedereen denkt dat beton gewoon hetzelfde is in het ene stadion als het beton in een ander stadion, maar dat is dus niet zo." Rutger Smith is op dit moment de tweede internationale topper die zowel het discuswerpen en kogelstoten samen beoefend op hoog niveau. Dat kan alleen als je de beide sporten uitvoert met dezelfde draaitechniek. En om deze techniek te beheersen moet je over bijzondere fysieke eigenschappen bezitten. "Een kogelstoter ziet er meestal een beetje "dik"uit maar dat is in mijn geval niet zo. Ik ben atletisch gebouwd en mijn armen zijn lang in verhouding tot mijn lichaam en dat zijn zo enkele van mijn fysieke voordelen om de top te kunnen behalen. De belangrijkste voorwaarde om voor een goede topprestatie is de aanwezigheid van publiek. Daar doe je het uiteindelijk voor.

Tips voor een Topprestatie:

  • veel publiek

  • voorstellen van de atleten aan publiek

  • goede speaker "met atletiek kennis"

  • muziek (bijv. Simply the best)

  • entertainment in arena "ter vermaak publiek"

  • familie entertainment voor hele gezin

  • sfeervolle entourage rondom evenement

  • Kraampjes e.d. van bijv. Sponsors

Uiteraard heb ik al veel gezien in Amerika hoe het er daar aan toe kan gaan. Calafornie is het walhalla van de werpsporten. Het de cultuur en zit bij de mensen in hun hoofd. Zij denken sport en zij beleven sport. Je merkt ook al bij de organisaties in Nederland dat men hier en daar enkele nieuwe elementen uitprobeert tijdens de toernooien.

Waar bestaan jouw PR activiteiten uit

"Ik heb een keer enkele media training gehad van het Olympisch Steunpunt Noord Nederland. Een journalist kwam ons vertellen wat er zo allemaal op je af komt als de media je tegemoet treedt. Ook heb ik toen een aantal tips opgepakt waar ik moest letten." En doe je dat tijdens dit interview? (vraag van de redactie) "Nou, eigenlijk niet omdat ik van mijzelf gewoon wil vertel wat ik zeggen wil. Niets bijzonders dus. Door mijn opvallende prestaties van de afgelopen tijd heb ik al wel veel contacten gehad met TV Noord en diverse dag en weekbladen. Ook hiervoor geld het motto al doende leert men. Uiteraard let ik er wel op dat mijn sponsors de aandacht krijgen die zij verdienen. Zelf ben ik van mening dat het in eerste instantie gaat om de sport en de prestaties op zich.

Wat zijn jouw doelen voor de toekomst

"Voor de komende Europese kampioenschappen wil ik in ieder geval voor beide disciplines de finale halen. Voor 2004 als de Olympische spelen in Athene zijn is een plaats bij de top van het veld al een mooie prestatie voor mij. Een plaats bij de eerste zes voor een Olympische diploma zou fantastisch zijn. Ondank mijn zware schouderblessure van het afgelopen jaar gaan mijn persoonlijke ontwikkelingen met sprongen vooruit. Ik durf nog niet exact te voorspellen waar mijn plafond lig. Een extra uitdaging voor mij is dat ik altijd op twee disciplines kan inschrijven. Zowel het kogelstoten als het discuswerpen. Daar ligt de extra uitdaging om in beide disciplines te scoren. En wat ik later wil gaan doen houdt mij op dit moment nog niet bezig. Ik wil eerst nog een vijftien jaar actief zijn in de atletiek.

 

 

Om Rutger Smith kun je niet langer heen

 

RIJSWIJK/HENGELO (ANP) - De Nederlandse atletiek mist helden. Kinderen hebben boven hun bed posters hangen van voetballers, nooit van hardlopers of speerwerpers. Als iemand daar verandering in kan brengen is het wel Rutger Smith. De kogelstoter annex discuswerper uit Groningen is groot, sterk, ziet er goed uit en heeft een vlotte babbel. En het belangrijkste: hij is op weg naar de wereldtop.

Om de twintigjarige Smith kan niemand meer heen. De blonde reus meet 1,97 meter bij 125 kilogram. Maar ook in figuurlijke zin is hij indrukwekkend geworden. Smith liet zondag tijdens de Fanny Blankers-Koen Games de 15.000 toeschouwers versteld staan.

Hij verbeterde in Hengelo met de kogel zijn persoonlijk record vijf keer. In een veld van toppers eindigde hij als tweede met een stoot van 20,39. Een halve meter verder dan hij ooit was gekomen. Het publiek was verbaasd, maar Smith zelf niet. Hij wist, zoals altijd, van tevoren al dat hij goed zou presteren.

Een vol stadion, sterke tegenstanders, hoge verwachtingen. Veel Nederlandse atleten kunnen er niet tegen, maar Smith geniet er juist van. ,,Ik vind het heerlijk om onder druk te stoten. Dan gaat het alleen maar beter. Op grote toernooien heb ik altijd persoonlijke records gevestigd'', vertelde hij met een zelfverzekerde grijns.

Zijn opmars begon in 1999 toen hij in Riga zowel met de kogel als de discus Europees jeugdkampioen werd. Een jaar later voorspelde hij zijn trainers Joop Tervoort en Gert Damkat in Chili dat hij de wereldtitel voor junioren zou pakken. Ook dat lukte. ,,Ik heb nooit een atleet ontmoet die zo goed weet wat hij kan'', zei Damkat. ,,Zijn persoonlijkheid is ideaal voor de topsport.''

Smith heeft zijn volgende doel al gesteld. Hij wil in augustus tijdens de Europese kampioenschappen in München opnieuw pieken, zowel met kogel als discus. Het Nederlands record van Erik de Bruin (20,95 meter met kogel) is niet langer heilig. ,,Op de EK moet het verder gaan. Dat record van De Bruin pak ik misschien, maar volgend jaar gaat het er zeker aan'', voorspelde Smith.

Uit de mond van de meeste sporters lijkt zoiets grootspraak, maar Smith maakte steeds zijn woorden waar. ,,Ik heb goede trainers en met mijn mentaliteit zit het ook wel goed. Daarom durf ik dat soort dingen te zeggen'', stelde hij.

Van een medaille in München durft hij nog niet te spreken. Smith voelt dat hij nog iets sterker moet worden om tegenstanders echt zijn wil op te kunnen leggen. Een ongelukje bij het bankdrukken in april 2001 heeft de geplande aanwas van spieren in de gebeeldhouwde torso wat vertraagd. Smith gleed weg van het bankje en scheurde een pees in de borst.

,,Met bankdrukken zit ik nu weer op 160 kilo. Dat zeg ik maar niet tegen die andere jongens, want dan gaan ze hard lachen. Zij drukken dik 200 plus. Als ik dat ook kan, ben ik ervan overtuigd dat ik over de 21 en 22 meter heen ga. Nu moet ik het vooral van mijn techniek en atletisch vermogen hebben.''

Ook trainer Damkat, die eveneens de kogelslingeraarsters Debby van der Schilt en Wendy Koolhaas naar de EK leidde, denkt dat Smith nog kan groeien. ,,Hij kan nog spiermassa winnen, 130 kg is zijn ideale gewicht. De afgelopen jaren is hij met het sterker worden steeds verder gaan stoten, dus ik verwacht dat hij nog vooruit kan.''

Smith verschilt volgens Damkat wel van de meeste andere kogelstoters. ,,De wereldtoppers zijn bijna allemaal kleine mannetjes. Rutger is groot en sterk. Hij moet dus anders stoten. We zijn in LA geweest en hebben videobanden van alle kogelstootgoeroes bekeken. Rutger heeft zijn eigen stijl ontwikkeld en is in staat zijn techniek snel bij te stellen als het niet goed gaat.''

Smith zou misschien al mee mogen doen aan het internationale wedstrijdencircus. Zijn trainers vinden het daarvoor nog te vroeg. Damkat: ,,Het zou beter zijn voor Rutgers marktwaarde, maar hij moet eerst doortrainen en een goede basis leggen. Na de Olympische Spelen van 2004 kijken we wel waar hij staat. Rutger kan een atletiekheld worden, absoluut. Het is aan ons om hem heel te houden.''

 

 

Kogelstoten: Finale eindigt in drama voor Smith

 

Bij zijn vierde poging in de finale ging het mis. De kogel glipte uit zijn geblesseerde hand. Rutger Smith uit Leek greep naar zijn vingers. Hij stopte en ging meteen naar de dokter. Die zond hem door naar het ziekenhuis, waar röntgenfoto's werden gemaakt. Wat dinsdagavond restte was een achtste plaats op het Europees kampioenschap in München.EC, Munich, August 2002, Shot Put, 19.73 m, 8th place.

Het was gisteravond laat nog niet bekend of Smith vrijdag kan uitkomen bij het discuswerpen. Bij dit onderdeel had hij in de voorbereidingen geen last van zijn handblessure.

 Terwijl zijn pupil op weg was naar het ziekenhuis, vertelde zijn coach Joop Tervoort dat dit het slechtst denkbare scenario voor de finale was. "Rutger stootte heel voorzichtig. Misschien kwam het door de regen. Daardoor miste hij snelheid en daar moet hij het van hebben." Voor de eindronde zei Smith tevreden te zijn met een plaats bij de laatste acht. Dat lukte. Daar had de atleet van Argo '77 uit Groningen een pijnlijke hand voor over.

Smith heeft als gemeld vocht rond zijn middenhandsbeentje. Daardoor heeft hij de afgelopen weken nauwelijks kunnen stoten. "Als ik geen blessure had gehad, was ik hier op 20,80 meter uitgekomen."

De atleet uit Leek nam een groot risico door in München in de ring te verschijnen. "Die gok heb ik genomen. Voor dit EK heb ik het hele jaar getraind. En ik voel dat ik in vorm ben. Dan is het toch doodzonde zo'n toernooi te laten lopen?"

Winnaar bij het kogelstoten werd de Oekraïner Yuriy Bilonog met en worp van 21.37 meter. Het zilver ging naar de Deen Olsen, het brons naar de Duitser Bartels. Rutger Smith kwam niet verder dan 19.73 meter. Ver onder zijn persoonlijk record van 20.39 meter. De reus uit Leek had graag verder willen stoten dan zijn beste worp.

 

 

Discuswerpen: Smith doet niet voor joker mee

 

De Reus uit Leek heeft grote handen. Maar donderdagavond was de rechterhand van Rutger Smith nog groter. Opzwollen van het vocht. En hij had pijn. "Ik kan mijn vinger niet eens strekken." Dus is het over en uit voor de noorderling, die heimelijk gehoopt had juist bij het discuswerpen in de buurt van een medaille te kunnen komen.

Hoe graag hij ook wilde, discuswerpen gaat niet. "Of ik had enorm moeten forceren. En dan had ik hier op het EK voor joker meegedaan met een metertje of 50. Dat wil ik niet. Ik ben hier gekomen voor een finaleplaats. Dan moet je 63 meter gooien." Smith wierp dit seizoen 63,77 meter.

De Leekster baalt flink van zijn blessure, een verrekking van de wijs, middel -en ringvinger. Hij had zijn hele seizoen afgestemd op het EK. "Maar het leven gaat door. Mijn tijd komt nog wel. Volgend jaar op de WK in Parijs. Daar haal ik twee finaleplaatsen, en misschien nog wel meer."

Smith gunt zijn hand voorlopig rust. Hij gaat met vakantie. De kogel raakt hij in het naseizoen niet meer aan, en waarschijnlijk blijft de discus ook in de tas. Eerst moet de blessure genezen. De werper moet onder meer de Golden Leagewedstrijd in Zurich, waar alle wereldtoppers in de ring verschijnen, laten schieten. "Daar had ik nog graag aan meegedaan."

Het talent was al met een handblessure afgereisd naar München. Hij had vocht in zijn middenhandsbeentje. Bij het kogelstoten had hij daar last van, bij het discuswerpen niet. Had Smith achteraf bekeken het kogelstoten niet beter kunnen afzeggen en alle kaarten op de discus moeten zetten? Coach Joop Tervoort: "Misschien hadden we daar op aan moeten dringen, maar we laten de atleet beslissen. Hij voelt hoe groot de pijn is. Maar hier hebben wij ook weer van geleerd."

Donderdagavond drukte Henk Kort, technisch directeur van de atletiekbond, Rutger Smith nog een diploma in handen. Voor zijn achtste plaats in de finale kogelstoten. En dat ondanks zijn opgave dinsdagavond. Hij wilde het papier in zijn tas stoppen, maar dan zou het verkreukelen. Hij gaf het in bewaring bij de bondsvoorlichter. Het is toch een mooie herinnering. Een pleister op de wonden.

 

 

EK onzeker na handblessure Rutger Smith

 

Rutger Smith heeft sinds twee weken een handblessure die hem het kogelstoten belemmert. Mogelijk komt het 21-jarige talent op dit onderdeel niet uit tijdens de Europese kampioenschappen atletiek, die 6 augustus in München beginnen. Smith kan wel discuswerpen.

Rutger Smith heeft sinds twee weken een handblessure die hem het kogelstoten belemmert. Mogelijk komt het 21-jarige talent op dit onderdeel niet uit tijdens de Europese kampioenschappen atletiek, die 6 augustus in München beginnen. Smith kan wel discuswerpen.

De krachtpatser uit Leek kreeg in de week na de Nederlandse titelstrijd (8 juli) last van de hand. Een mri-scan wees woensdag uit dat er vocht bij het gewricht van de middelvinger zit. "De hand is overbelast", meldt Smiths trainer Gert Damkat. "Het kan uitlopen naar een stressfractuur. We wachten tot maandag voor we een besluit nemen over deelname aan de EK."

Smith maakte in het voorseizoen indruk met een kogelstoot van 20,39 meter. Ook met de discus (64,69) toonde hij zijn kunnen. Bij het trainen van dit onderdeel ondervindt Smith weinig last.

 

 

`Niets is mooier dan een vliegende discus`

 

Het is schoolsportdag in Groningen. Een flinke schare kinderen heeft zich in het Stadspark verzameld voor een dagje sporten. Temidden van het bewegelijke grut duwt een grote jongen een kruiwagen over de baan van atletiekvereniging Argo '77. Rutger Smith (20) maakt zich op voor de dagelijkse training.

De schoolkinderen zijn niet bij hem weg te slaan. Hoeveel weegt zo'n kogel mijnheer, vragen ze. 'Vandaag tussen de zeven en acht kilo, jongens.' Nieuwe vraag: 'Mijnheer, bent u beroemd?' 'Mijnheer' grijnst en hij schudt 'nee' met zijn hoofd. Want beroemd is Rutger Smith, kogelstoter en discuswerper uit Leek, nog niet. Maar als het aan hem zelf ligt, en aan zijn trainers Damkat en Joop Tervoort, dan komt daar snel verandering in. En waarom ook niet. In 1999 werd hij Europees jeugdkampioen in Riga, een jaar later pakte hij met de kogel in Chili de wereldtitel. De discus slingerde hij in Santiago naar het brons. De aansluiting met de top lijkt een kwestie van tijd voor de 20-jarige reus van 125 kilogram, bij een lengte van 1 meter 97. Onlangs was hij een van de smaakmakers bij de FBK-Games en de wedstrijd om de Gouden Spike.

In Hengelo stootte hij de kogel naar 20.39 meter, een halve meter verder dan hij ooit reikte. Een week later scheerde de discus in Leiden naar 63.77 meter en dat was ook weer bijna een meter verder dan het persoonlijk record. Nuchter: 'Het was helaas windstil, met wat wind had er nog wel twee meter meer ingezeten.' Elke twaalf maanden is hij de laatste jaren met kogel en discus een half metertje vooruit gegaan en dat is niet slecht voor een 20-jarige. 'Een kogelstoter staat op z'n 26ste aan zijn fysieke top, een discuswerper pas op z'n 30ste.' De progressie zal zich, zo wordt verwacht, dus nog wel even voortzetten. Smith drukt in het krachthonk nu nog 'slechts' 160 kilogram. 'Daar lachen de grote jongens om, die drukken tot 250 kilo. Als ik zoveel zou kunnen wegzetten, zou ik 24 meter stoten. Niet dat ik denk dat ik ooit 250 kilo aankan, maar 200 kilo gaat lukken. En dan stoot ik 22 meter, daar ben ik van overtuigd.'

Als driejarig ventje, vertelt Smith, keek hij naar de uitzendingen van de Olympische Spelen van Los Angeles. Dát wil ik ook, zou hij, zo wil het verhaal, naar zijn ouders geroepen hebben, wijzend naar atleten als Carl Lewis, Ria Stalman en Edwin Moses. Hij moest nog drie jaar wachten. Op zesjarige leeftijd meldde hij zich bij Argo in Roden, waar hij onder de hoede kwam van Tije Blaauw. Alles deed hij daar, springen, sprinten en werpen. Als 15-jarige trok hij naar Groningen, naar Gert Damkat, oud-speerwerper, en Joop Tervoort, die op zijn beurt weer afkomstig is uit het 'werpbolwerk' Stadskanaal. Een aardig talent was Smith toen, zegt Damkat nu, maar hij zag er indertijd nog niet meteen een potentiële wereldtopper in. 'Rutger was als junior ook niet beter dan Erik de Bruin op dezelfde leeftijd. Pas een paar jaar later, toen hij zich steeds maar bleef verbeteren, dacht ik: hé, het kon wel eens echt wat worden.' Met De Bruin is er geen contact, al volgde Smith wel ooit een clinic van de zilveren-medaillewinnaar van het WK van Tokio. 'Dat was erg leerzaam.' Veel stak hij, samen met Damkat, drie jaar terug op tijdens een stage in Los Angeles, die gefinancierd werd uit het Sportfonds Leo van der Kar.

Inmiddels heeft hij thuis de beschikking over een stapel video's, waarop de verrichtingen van grote stoters en werpers te zien zijn. Vaak draait hij 's middag na de trainingen die banden af. Een echt idool heeft hij niet, al is Lars Riedel 'wel mooi om naar te kijken'. De meeste atletiekliefhebbers hebben slechts oog voor de loopnummers, de disciplines van Smith worden, zo zegt hijzelf, te vaak gezien als 'het lelijke eendje van de atletiek'. Onterecht is dat: 'Ik vind de vlucht van een discus prachtig om naar te kijken.'

Tien maal per week traint Smith, de ene keer is hij in de weer met de kogel, een volgende training laat hij de discus vliegen. Veel collega's van de Groninger hanteren diezelfde trainingsafwisseling, maar bij de grote wedstrijden maken ze meestal toch een keuze voor een van de twee disciplines. Je moet ver terug in de olympische geschiedenis (1920: Elmer Niklander, goud en zilver) voor een geslaagde dubbelslag met kogel en discus. Smith heeft zich echter voorgenomen tijdens de komende grote toernooien op beide onderdelen uit te komen, te beginnen bij de EK in München. 'Er is genoeg ruimte. Op de eerste dag staat de kogel op het programma, dan heb je twee dagen rust voordat je met de discus aan de gang moet.'

Maar is het mogelijk te pieken op twee, zo op het oog afwijkende onderdelen? Smith en zijn trainers knikken van ja. Smith: 'Veel kogelstoters zijn gedrongen, ze kunnen het niet aan qua postuur, maar ik heb de ideale bouw voor beide disciplines, ik ben heel atletisch gebouwd.' Damkat: 'John Godina combineert beide disciplines ook. De Amerikaan komt met de kogel tot 22 meter en met de discus tot 69 meter. Wij vlassen in de toekomst op 22 en 70 meter.' Met die afstanden had hij bij de recente Spelen en WK meermalen goud gepakt. Damkat: 'Het is geen grootspraak, het gaat Rutger lukken, daar ben ik voor 100 procent van overtuigd. Mits hij heel blijft.' Vorig voorjaar ging het even mis. Smith gleed bij het bankdrukken weg (`door een nat T-shirt') en scheurde een pees in de borstspier. De pees moest weer aan het bot van de bovenarm worden vastgehecht. De atleet herstelde opmerkelijk snel, al werd de WK van Edmonton net niet bereikt.

Dit prille seizoen zet hij zijn opmars voort. Smith is nu de hoogst genoteerde Nederlander op de internationale atletiekranglijsten. Zonder twijfel zou hij de komende maanden al bij grote wedstrijden 'binnen' kunnen komen om een aardig centje te verdienen, toch ziet hij daarvan af. Damkat: 'We bouwen nu liever nog even lekker door. Er is fysiek nog zoveel te winnen.' Op tafel in de kantine van Argo '77 liggen de uitslagenboekjes van de EK in Boedapest (1998) en van de WK in Edmonton (2001). Met zijn huidige pr's zou de jonge Smith al heel aardig in de (veel oudere) toptien mee kunnen draaien. Bovenaan de kogellijsten prijkt nog steeds het wereldrecord van Randy Barnes uit 1990: 23,12 meter. Smith: 'Maar die is dan ook driemaal op doping betrapt.' Met een stringentere dopingcontrole zijn de gemiddelde afstanden die tegenwoordig gestoten en geworpen worden, toch 'zeker een metertje gezakt'. Dus nee, Smith heeft niet de indruk dat hij anno 2002 strijdt temidden van een korps chemisch-geprepareerde giganten.

De vriendelijke reus uit Leek, die slechts creatine en multivitaminen gebruikt, zal zelf nooit in de verleiding worden gebracht. Met nadruk: 'Doping heeft geen enkele zin. Ik ben van mezelf al snel, atletisch, explosief én groot.'

 

 

`Atleten die dromen, komen niet ver`

 

Rutger Smith (21)

Kogelstoter en discuswerper

Beste prestaties: goud kogel en brons discus bij WK-jeugd (2000)

Droom: ‘Atleten die dromen, komen niet ver.’

Toen Rutger Smith als driejarige peuter op televisie een atletiektoernooi zag, stond hij in vuur en vlam. Een liefde die sindsdien onblusbaar bleef. Zijn imposante lichaam – 1.97 meter lang en 125 kilo zwaar – is geschapen voor de werpnummers. ‘Fysiek benader ik het ideaalbeeld’, zegt hij. ‘Ik heb vooral voordeel van de extreem grote spanwijdte van mijn armen. Die telt 2,14 meter, waar die normaal gesproken net zo breed is als je lichaamlengte. Verder bezit ik grote aanleg tot spiergroei.’

In het internationale juniorencircuit is Smith een klasse apart, maar ook de wereldtop bij de senioren bekijkt hem met een mengsel van vrees en bewondering. ‘Ik heb veel werpers gezien en gekend, maar zelden waren ze zo begaafd als Rutger’, zegt de Britse kogelstoter Shaun Pickering, olympisch deelnemer in Atlanta in 1996. ‘Met name zijn mentale kracht maakt hem uitzonderlijk. Hij houdt van de kolkende arena, van het moment waarop gepresteerd moét worden. Als andere atleten de druk en de faalangst voelen, excelleert Rutger. Een zeldzame en aangeboren eigenschap.’

Smith behoort tot een categorie van zelfbewuste sporters. Hij droomt niet, maar stelt zich doelen. Over zes jaar wil hij in zijn disciplines olympisch eremetaal winnen in Peking. 

 

 

Rutger Smith heeft doelen, geen dromen

 

De combinatie van passie en nuchterheid, van kogel en discus Rutger Smith heeft doelen, geen dromen Een vriendelijk, nuchter mens met onbescheiden doelen. Rutger Smith (20) wil historie schrijven met kogel en discus. Olympische historie. De progressie dit seizoen is gestaag, Smith ligt op schema. Dit weekeinde is de Europacup voor landenploegen in Sevilla voor hem een tussenstop. 

LEEK (GPD) - Robert Garrett deed het, in 1896. En alleen Martin Sheridan (1906) en Bud Houser (1924) evenaarden hem. Ook zij wonnen olympisch goud met zowel kogel als discus. Het zijn feitjes uit lang vervlogen tijden, specialisten maken sindsdien de dienst uit. Het lijkt uitgesloten dat een atleet ooit nog tot het dubbele werpgoud komt. Maar in het Groningse Leek zegt een gemoedelijke reus van bijna 21 jaar: "Ik word één van de weinigen die het wel goed kan combineren." Het zit al jaren in zijn hoofd, olympisch goud op kogel én discus. Athene 2004 komt daarvoor te vroeg, dus wordt het Peking 2008 of vier jaar later. Rutger Smith: "Ik kan het niet zeggen, ik kan niet in de toekomst kijken. Het gebeurt misschien ook niet op één toernooi, maar ik ga er wel voor." Een droom? "Nee, een doel. Een droom, dat klinkt zo onbereikbaar." En dat is het niet, zegt hij zonder twijfel. "Omdat ik het gevoel heb dat het kan." Het is zijn nuchtere kijk op ongekend hoge doelen: "Mijn postuur is ideaal voor beide. Ik heb een goede techniek, ben atletisch, explosief en 1,97 meter lang. En ik heb aanleg voor spiergroei. Dat zijn vijf belangrijke voorwaarden voor een goed werper." Daar komt bij, dat hij voor beide disciplines gebruik maakt van de draaitechniek. Hij weegt nu 125 kilo. En daarmee behoort hij tot "de gemiddelde discuswerpers, maar lichtere kogelstoters". Groot, sterk en in opmerkelijk juiste proporties. Zoals veel werpers is Smith ook rap op de eerste meters. Zou hij zijn opgegroeid in Amerika, dan was hij allicht footballer zijn geworden en miljoenen verdienen. Maar Smith groeide op in Groningen, zijn passie ligt bij koude, rondvormige stukken metaal. Die moeten wég, zo ver mogelijk. "Achter de atletiekbaan in Groningen staat het kantoor van de Gasunie. Als de discus daar dan even nèt boven hangt, dat is de kick! En de kogel? Anderen zien 'm alleen ploffen, maar ik beleef het anders. Op het moment van wegstoten weet je of 'm goed raakt of niet. En is het goed, dan is dat ook zo'n kick. Dan zie je 'm gaan." De passie is er ook op de dagen van regen en kou. "Het hoort erbij, je krijgt er ook iets moois voor terug. Niet de volgende dag, later." "Als het sneeuwt, moet je eerst de ring schoonmaken met een paar keteltjes kokend water en wat keukenzout. De kogels dompel ik dan in een emmer heet water, anders is het zó koud aan je handen en je nek. En elke keer een nieuwe emmer halen, want het water is natuurlijk zo weer koud." 

OPMARS 

Drie jaar was hij. "Ik zag atletiek op de televisie. Dat wilde ik ook, prachtig. Ben Johnson en zo. Nou ja, misschien niet zo'n goed voorbeeld", zegt hij lachend. Toen hij zes jaar was mocht hij op de atletiekclub in het nabijgelegen Roden, waar later zijn aanleg voor kogel en discus bleek. Sedert zijn vijftiende traint hij in Groningen bij Gert Damkat en Joop Tervoort, waar de opmars begon. In 1999 werd hij Europees jeugdkampioen, twee jaar later in Chili pakte hij wereldtitel bij de junioren en won brons met de discus. Enkele maanden later werd hij tijdens het Sportgala 2000, temidden van alle euforie over de goudoogst van Sydney, uitgeroepen tot Talent van het Jaar. Toen ook maakte Nederland voor het eerst kennis met de nuchtere Groninger, die zonder een spoortje van twijfel sprak over dat grote doel. 

Hoe vaak is dat niet fout gegaan? Nederlandse atleten die als junior tot de wereldtop behoorden, maar niet kunnen doorstoten bij de senioren. Voor Rutger Smith is één voorbeeld wel heel dichtbij. Sprintster Jacqueline Poelman komt ook uit Leek, zat op dezelfde school en trainde net als hij in Roden bij Ina en Tije Blauw. Ze werd in 1992 tweede op de WK-junioren (100 meter), maar miste sindsdien de internationale aansluiting. "Wat moet ik zeggen?", vraagt Smith. Andere disciplines en andere atleten, geeft hij aan. Poelman kende tegenslag, net als hij overigens. Vorig jaar scheurde hij in april een borstpier, de rest van het seizoen richtte hij zich op het herstel. In dit nieuwe jaar boekte hij al weer opmerkelijke vooruitgang. De kogel stootte hij in Hengelo naar 20,39 meter. Een week later in Leiden plofte de discus neer bij 63,77 meter. Daarbij komt dat hij de kunst van het pieken verstaat. Als hij zijn zinnen op een wedstrijd zet, presteert hij ook. In Chili was hij twee jaar terug favoriet voor de wereldtitel en maakte dat meer dan waar. "Anderen kunnen dan blokkeren. Ik vind het lekker, die spanning. Ik heb het ook nodig. Zelfs op een training als er langs de kant soms wat mensen staan te kijken, werp ik al verder." "In Hengelo gierde de adrenaline door het lijf. Het is de beste doping." En meer heeft hij ook niet nodig, afgezien van multi-vitaminen en een enkele keer per jaar creatine, voor belangrijke wedstrijden, louter voor wat spanning op de spieren. Legale middelen dus en verder wil Smith niet gaan. "Ik weet hoe gevaarlijk die middelen zijn voor je lichaam." 

KWAAD

De vriendelijke reus maakt zich ineens kwaad als hij spreekt over atleten "bij wie je het zó kunt zien dat ze gebruiken." Hij noemt Mikulas Konopka. "Hij won brons bij de EK-indoor in Wenen, nadat hij twee jaar was geschorst. Stanazolol, helemaal fout. Die heeft heel hard gelachen om die schorsing. Die dacht: 'zodra ik terug kom, ben ik nog pas 23, 24 jaar'. Dat zijn van die gevallen, da's echt niet eerlijk. Hij gooit nu verder dan voor z'n schorsing. Net als Carl Myerscough, die Brit. Twee jaar geschorst geweest vanwege testosteron, fouter kan het niet. Werpt anderhalve meter verder dan vóór zijn schorsing. Dat gaat er bij mij niet in. Ja, daar maak ik me echt kwaad om." Hij weet dat hij de energie beter anders kan richten. Op die discussie in Amerika bijvoorbeeld, wie de eerste werper met 'zeventig-zeventig' achter de naam wordt, bijvoorbeeld. "Ze zijn in Amerika al jaren bezig met de vraag wie als eerste een kogelstoot van zeventig feet (21,34 meter) combineert met een discusworp over de zeventig meter. John Godina zit er dichtbij, Andy Bloom ook." De ogen glimmen: "Zou mooi zijn, als ik dat als eerste zou hebben."

 

Door Pim van Esschoten

Smith koestert de kick van de vlucht

 

Binnen de grote groep debutanten op de EK atletiek, vanaf dinsdag in München, is werper/stoter Rutger Smith (21) een opvallende verschijning. Zowel door het reusachtige lichaam als zijn zelfbewustzijn. ,,Ik weet precies wat ik kan, met psychologische geintjes maken tegenstanders me niet gek.''

LEEK - De doelstelling is even helder als ambitieus. Zonder blikken of blozen zegt Rutger Smith ernaar te streven gelijktijdig olympische kampioen te zijn met discus en kogel.

Wie zijn atletische lijf aanschouwt en de fraaie prestatiecurven bestudeert, moet beamen dat daarin een mooi uitgangspunt ligt. Zijn zelfbewustzijn, beheersing, coördinatie en techniek zijn opvallend ontwikkeld voor een werper van net 21 jaar.

Daarbij, Smith kent zijn klassieken: ,,De combinatie kogel/discus kwam in de begintijd van de Spelen twee keer voor, tijdens de eerste in 1896 en die van 1924. Sinds werpen dertig jaar geleden serieus is geworden, is zij niet meer mogelijk gebleken.''

Hoe vanzelfsprekend de paring van disciplines ook lijkt, zij vraagt tegengestelde kwaliteiten. Waar bij het stoten agressie en kracht is vereist, behoeft het lanceren van de discus zelfbeheersing en een goed ontwikkeld gevoel voor techniek.

Smith wijst op zijn lengte van 1.97 meter en vooral de ongewoon grote spanwijdte van zijn vlerken: 2.14 meter. ,,Dat maakt mij vooral een discuswerper. Mijn armlengte is groot, normaal is de spanwijdte gelijk aan de lichaamslengte. Daar win ik zeventien centimeter. Dat geeft een grotere radius, meer snelheid en dus gaat de discus verder.''

,,Ik heb de ideale bouw voor een werper. Ook met de kogel is mijn lengte geen nadeel. Ik stoot de kogel hoger weg, waardoor die langer onderweg is. De kogelstoter is over het algemeen rond zijn 25ste op zijn top; de discus vraagt meer jaren ervaring omdat het zo'n technisch nummer is.''

Ook gezien zijn karakter lijkt Smith meer werper dan stoter. De reus uit Leek is de rust zelve, niets heeft hij van een neurotische sporter bij wie de energie er in een explosie uit moet. ,,Ik laad me wel op voor kogel, ik moet de adrenaline voelen en opgefokt zijn. Als ik in de ring sta, wil ik zo ver mogelijk stoten, dan komt die agressie vanzelf boven. Aan de andere kant heb ik er geen moeite mee me voor discus te beheersen. Daarbij moet je zo ontspannen mogelijk werpen, waarbij je de felheid van de uitworp tot het laatst bewaart.''

Een keuze maken zal Smith zo ver mogelijk voor zich uitschuiven; hij ziet zichzelf immers als potentieel olympisch kampioen op beide onderdelen. Hij meent dat de disciplines elkaar in zijn geval aanvullen. ,,Haal ik er bij kogel een technische fout uit, dan gaat ook discus beter. Zit ik bij het ene onderdeel in een dipje, dan gaat het andere goed. En ben ik echt in vorm, dan lopen ze beide.''

De fascinatie voor de werpnummers is even groot. Smith kan zich voorstellen dat een buitenstaander de vlucht van een discus meer waardeert. ,,Maar ik zie de kogel ook vliegen. Bij de meesten ploft hij na tien meter neer; ik zie hem twee keer zo lang in de lucht. Het geeft een enorme kick als je op het moment van uitstoten weet dat hij ver zal gaan, het is zo'n mooi gevoel als elke stoot raak is.''

,,Bij discus is het anders, daar geniet ik van de vlucht, ik zie hem als een ufo door de lucht zweven. Ik weet nog hoe ik in Sevilla een persoonlijk record gooide terwijl er geen zuchtje wind stond, en hem weg zag drijven. Op zich is de vlucht kort, als alles goed voelt dan beleef ik haar in slowmotion.''

Het geloof in eigen mentale kracht is enorm, zoals vaak voorkomt op een leeftijd dat sporters drijven op onbevangenheid. Menig talent komt vervolgens nooit uit de dop als de prestaties te veel worden beheerst door denkwerk. Ook de Europees- en wereldkampioen bij de jeugd weet dat de ultieme prestatie niet een optelsom is van lichaamsbouw, gevoel voor techniek (,,technisch heb ik het niveau van oudere werpers'') en de som van trainingsjaren.

,,Mocht de progressie stagneren, dan stop ik ermee en pak ik een studie op. Ik heb gewoon het gevoel dat ik een wereldtopper kan worden, daar heb ik alles voor over. Ook geduld. Het is verleidelijk om me in het buitenland met de grote jongens te meten, maar elke reis kost trainingsdagen. Nu moet ik zorgen dat ik vooruitgang boek, dan kan ik over vier jaar echt meedoen. Tenslotte gaat het elk seizoen maar om één wedstrijd: EK, WK of Olympische Spelen.''

,,Athene komt te vroeg, daar wil ik de finale halen. Zit er meer in, dan zeg ik dat tegen die tijd wel. Ik denk aan de Spelen van 2008, 2012 of als discuswerper misschien zelfs aan 2016. Ik kan nog even mee. Nu ben ik een van de slapste werpers, ik moet aan kracht winnen. De mannen die voor me staat zijn sterker. Die kunnen 250 kilo bankdrukken, ik 170.''

Meer dan een decennium geleden vormde Erik de Bruin -dan vice-wereldkampioen discuswerpen- de uitzondering op de regel dat Nederlandse mannen op technische disciplines niet ver komen.

Smith: ,,Ik durf te zeggen dat Nederland een werpland bij uitstek is. Hier wonen de langste mensen op aarde, we zijn sterk. We hebben dezelfde bouw als de Duitsers, die de werpnummers domineren. Alleen komt het hier niet van de grond omdat we geen werpcultuur hebben.''

Smith ploetert al jaren samen met de twee jonge trainers Gert Damkat en Joop Tervoort. Veelal in eenzaamheid, zeker in de winter als de basis moet worden gelegd. ,,Dan train je tot het zwart voor je ogen ziet. Kracht, series, herhalingen, dan wil je de wereld wel eens dubbel zien. Dat is niet leuk, maar erna geeft het voldoening. Het is een verslaving.''

Er zijn leukere dingen dan investeren in spieren in het krachthonk. ,,Ik vind het lekker als mensen tijdens het werpen naar me kijken. 's Morgens train ik altijd alleen. Al staat er maar één toeschouwer langs de kant, ik werp gegarandeerd verder.''

,,Ik zal nooit onder druk bezwijken. Ik weet precies wat ik kan, met psychologische geintjes maken tegenstanders me niet gek. In een vol stadion raak ik alleen maar gemotiveerd. Daarom stootte ik in Hengelo ver. Het is mooi als alle ogen op jou zijn gericht. Presteer ik, dan is dat goed voor de werpnummers, die toch een beetje het lelijke eendje van de atletiek zijn. Daar hoop ik verandering in te brengen.''

(bron: Trouw)

 

Door Rob Velthuis

Discuswerper Smith kent zijn kwaliteiten

 

Rutger Smith (20) is komend weekeinde bij de NK atletiek favoriet bij het discuswerpen en kogel- stoten. ,,Ik heb alles om internationaal een goede werper te worden.''

ARNHEM, 5 JULI. In een tijdsbestek van vier dagen gooide Rutger Smith de discus vorige week twee keer verder dan 64 meter, waarna hij met een stalen gezicht verklaarde ,,nog niet in vorm te zijn''. Dat belooft nog wat als de 20-jarige werper uit Leek daadwerkelijk op het toppunt van zijn kunnen is. Dat moment heeft hij dit jaar gereserveerd voor de Europese kampioenschappen, die begin augustus in München worden gehouden.

Smith keek er niet van op dat hij eerst tijdens Europa-Cupwedstrijden in Sevilla de discus 64,69 meter ver weg gooide en vier dagen later, bij de Papendal Games in Arnhem, een winnende worp van 64,24 meter realiseerde. ,,Ik gooi de laatste tijd standaard rond de 64 meter. Dat is een heel geruststellende gedachte'', zegt de atleet die dit jaar met de discus een spectaculaire progressie van ruim vier meter maakte. Zijn persoonlijk record stond bij aanvang van het seizoen nog op 59,96 meter. Het ziet er dan ook naar uit dat het Nederlands record van Erik de Bruijn (68,12 meter) zijn langste tijd wel heeft gehad.

In de opvattingen van Smith sneuvelt De Bruijns record op weg naar hogere doelen. Want voor de Groninger staat vast dat hij over enkele jaren tot zowel 's werelds beste discuswerpers als 's werelds beste kogelstoters zal behoren. Smith: ,,Ik streef naar 70 meter met de discus en 22 meter met de kogel; dan zit je bij de 'grote jongens'. Bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene wil ik er dicht tegenaan zitten. Op een medaille reken ik dan nog niet, maar toch zeker wel op een plaats in de top-zes. In de daaropvolgende twee jaar moet ik dan doorstoten naar de wereldtop.''

Aan zelfvertrouwen geen gebrek bij de atleet die in feite net komt kijken. Hij mag als junior dan wereldkampioen kogelstoten en derde bij het discuswerpen zijn geworden, als senior is Smith nog een broekie. Zeker in disciplines waar de resultaten mede afhankelijk zijn van postuur en spieren. En bij Smith zijn die nog steeds in ontwikkeling. ,,Ik moet nog een tikkeltje zwaarder en een tikkeltje sterker worden'', zo verwoordt de atleet met een lengte van 1.97 meter en een gewicht van 125 kilogram zijn tekortkomingen.

De zelfverzekerdheid van Smith is opmerkelijk in een land waar bescheidenheid als een deugd geldt. Maar aan geldende opvattingen heeft hij geen boodschap. Hij schroomt niet zijn mening te geven. En wat anderen daarvan vinden, zal hem een zorg zijn. Smith: ,,Die zelfbewustheid komt niet zo maar ergens vandaan, maar is gebaseerd op mijn kwaliteiten. Ik heb namelijk alles om internationaal een goede werper te worden: een ideaal postuur, explosiviteit, een mooie techniek en een goede coördinatie.''

Dat de werpnummers bij de buitenwereld associaties met doping oproepen, deert Smith niet. ,,Ik heb dat spul niet nodig. Jongens die wel 'iets' gebruiken, missen wat. Of ze zijn niet explosief of het hapert aan hun techniek. Ik houd me er niet mee bezig, al stoort het me wel als een voor doping geschorste atleet bij zijn rentree niet minder blijkt te zijn geworden. Dan zit hij weer aan de doping, dat lijkt me duidelijk. Zelf gebruik ik multivitaminen en creatine, allemaal goedgekeurd spul. Nee, zorgen dat die middelen zijn vervuild heb ik niet; ik ben ook al zo vaak gecontroleerd.''

Zijn progressie brengt Smith in de buurt van de status als A-sporter. Een klassering bij de eerste zes bij het discuswerpen of bij de eerste vijf bij het kogelstoten bij de Europese kampioenschappen van volgende maand is in zijn geval toereikend om van de B-status af te komen. Maar in tegenstelling tot de meeste atleten houdt Smith zich daar niet mee bezig. ,,Ik woon nog bij mijn ouders en rijd in een auto van een privé-sponsor. Die A-status is mooi meegenomen, daar niet van, maar het is voor mij geen doel. Het zit ook niet in mijn hoofd. Ik red me prima zonder A-status.''

Smith neemt het leven zoals het op hem afkomt. Dat deed hij ook vorig jaar toen als gevolg van een gescheurde borstspier een seizoen verloren ging. Maar hij klaagde niet, revalideerde en vervolgde met enige vertraging zijn weg naar de top. In samenwerking met zijn trainers Joop Tervoort en Gert Damkat werkte Smith de achterstand weg en vond hij dit jaar met aansprekende resultaten aansluiting bij de elite onder de werpers. Het eerste ijkpunt over zijn internationale status van dit moment wordt de Europese titelstrijd in München.

Het typeert Smith dat hij zijn eigen pad heeft uitgestippeld. Hij prefereert onafhankelijkheid bij het nastreven van zijn doelen. En daar is hij strikt in. Smith: ,,Ik droom ook niet over mooie prestaties, maar ik streef doelen na. Atleten die dromen komen doorgaans niet ver.''

 

Door

 

Sponsors

 

 

 
 

New pics

Olympic Games

Beijing 2008

 

 
 

Dope free

 

 

 
 

Right to play